vrijdag 21 juli 2017

Yanis Varoufakis over het Griekse drama - en over hoe het kwam dat de waarheid niet verteld mocht worden

De economiehoogleraar Yanis Varoufakis was van 27 januari 2015 tot 6 juli 2015 minister van Financiën van het geplaagde Griekenland in de regering Tsipras. Over zijn ervaringen en de gebeurtenissen in die periode, die eindigde met zijn terugtreden omdat hij het niet eens was met het buigen van die regering voor de onzinnige eisen van de schuldeisers (de "Trojka", de "instituties") schreef hij het boek Adults in the Room. My Battle With Europe's Deep Establishment.

Dat boek begint nu de passende positieve aandacht te krijgen. Lees de recensies in The Guardian, De Volkskrant en NRC/Handelsblad. En hier de bespreking op Inside Story.

En luister hieronder een half uurtje naar een interview met Varoufakis naar aanleiding van het verschijnen van het boek.

Het is een meeslepend en onthullend boek. Ik ben nu halverwege en kan het nauwelijks wegleggen. Later meer er over, maar nu alvast de allesoverheersende indruk die van alle indrukken bij mij het meest blijft hangen.



Daarin speelt de Duitse bondskanselier Merkel een cruciale rol. Hoe zit dat? Dat de institutionele opzet van de euro niet deugde, begon vanaf 2008, bij het uitbreken van de financiële crisis in de Verenigde Staten, aan het licht te komen. De eerste reactie van Merkel daarop was dat ze in een toespraak zelfvoldaan de Angelsaksische overheden en bankiers voorhield dat ze zoals de Duitsers de schwäbische Hausfrau als voorbeeld hadden moeten nemen.

Die schwäbische Hausfrau staat voor het altijd goed op de centjes passen en niet meer uitgeven dan er binnenkomt. Dat is inderdaad een behoorlijk goed voorbeeld voor individuele huishoudens, maar juist niet voor overheden die met een gehele economie te maken hebben. Zie mijn eerdere bericht
Een economische (en sociale) calamiteit van historische omvang - de Schwäbische Hausfrau en de bezuinigingszeepbel.

Maar nog los van dat beperkte economische inzicht waar Merkel blijk van gaf, kreeg ze niet lang daarna gevoelig het lid op de neus, toen de berichten binnen kwamen dat ook de Duitse banken, en de Franse, in grote problemen bleken te verkeren. Die banken moesten gered worden. Wat ook inhield dat er geld moest naar de Italiaanse, Portugese, Spaanse en Griekse regeringen, omdat die Duitse en Franse banken daar zo onverantwoordelijk hoge bedragen aan geleend hadden.

Hoe moest dat aan de Bondsdag en aan de Duitse kiezers verkocht worden? Terwijl ze juist zo voluit had ingespeeld op die Duitse zelfvoldaanheid (Am deutschen Wesen mag die Welt genesen). En ze de kiezers had voorgehouden dat het zo goed is om altijd zuinig op de centjes te zijn en dat dus bezuinigingen op de ziekenhuizen, de scholen, de infrastructuur, de sociale zekerheid en het milieu echt nodig waren.

Samen met de Fransen vond ze de oplossing. Toen de banken voor een tweede keer met heel veel geld gered moesten worden, werd dat gepresenteerd als een daad van solidariteit met de spilzieke en luie Grieken, 
who while unworthy and intolerable were still members of the European family and would therefore have to berescued. Conveniently, this necessitated providing them with a further gargantuan loan with which to pay off their French and German creditors, the failing banks.(p. 26)
Een geniale vondst, want:
This was the beauty of the Greek bailout, at least for France and Germany: it dumped most of the burden of bailing out the French and German banks onto taxpayers from nations even poorer than Greece, such as Portugal and Slovakia. They, together with unsuspecting taxpayers from the IMF's co-funders such as Brazil and Indonesia, would be forced to wire money to the Paris and Frankfurt banks. (p. 27)
En daarmee werd tot in lengte van jaren, tot vandaag de dag, de toon gezet. De luie Grieken hadden het gedaan en de schade kon deels op derden verhaald worden.

De Duitse kiezers werd een rad voor ogen gedraaid. En dat betekende dat het onmogelijk werd hen ooit nog de waarheid te vertellen.

Vandaar dat vanaf die tijd Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van Financiën, bij elk voorstel om de onhoudbare Griekse schuld kwijt te schelden, hoe miniem ook, geloofwaardig kon dreigen dat zulks aan de Duitse Bondsdag zou moeten worden voorgelegd en dat die daar nimmer mee zou instemmen. Dat zou immers betekenen dat Merkel hen eerder op het verkeerde been had gezet.

En zo kon ook die curieuze situatie ontstaan dat Varoufakis in een-op-een gesprekken met allerlei hoofd- of bijrolspelers in het drama op spontane instemming met zijn analyse kon rekenen, terwijl minuten later in de persconferenties in complete tegenstelling daarmee de officiële, door de Duitsers ingefluisterde, standpunten werden opgedreund. Er was een stilzwijgend complot gesmeed: de waarheid kon slechts achter gesloten deuren onder woorden worden gebracht.

Zo ontwikkelde zich het beeld van een sekte die in Europa aan de macht is.

woensdag 19 juli 2017

Door meer autonomie op het werk hoger welzijn

We hebben een maatschappij tot stand gebracht waarin het hebben van betaald werk heel belangrijk is voor ons welbevinden, maar waarin tegelijkertijd de activiteit van het betaald werken een van de minst gewaardeerde bezigheden is. Zie Verhoogt werk ons welzijn? Ja en nee.

Dat we gemiddeld genomen zo ontevreden zijn over de activiteit van het betaald werk kan ermee te maken hebben dat de werkomstandigheden ons weinig gevoel van controle verschaffen. Wat we moeten doen en hoe we dat moeten doen wordt ons in hoge mate voorgeschreven door de leidinggevende en de omschrijvingen van de taken die we uitvoeren. Weinig autonomie op het werk dus en dat probleem neemt en dat probleem neemt volgens de cijfers van het CBS alleen maar toe.

Terwijl autonomie op het werk van groot belang is voor ons welzijn. Een baan met meer autonomie geeft minder kans op een burn out.

Nieuwe aanwijzingen voor het belang van autonomie op het werk voor welzijn en tevredenheid geeft het onderzoek Autonomy in Paid Work and Employee Subjective Well-Being. De gegevens van twee golven (2010-2011 en 2012-2013) van het Understanding Society - panel, waarin 40.000 werknemers werden ondervraagd, bevestigen de positieve welzijnseffecten van autonomie in het werk. Ook bij controle van leeftijd, opleiding, aantal kinderen en inkomen.

Leidinggevenden en managers scoren hoger op autonomie én op welzijn en tevredenheid. Het zou kunnen dat ze inzicht hebben in het verband tussen het en een het andere. Maar ze weten kennelijk in het leiding geven niet goed naar dat inzicht te handelen. Organisaties kennen nog altijd een hoge mate van hiërarchie. Of de hiërarchie op het werk is zelfs aan het toenemen. Voor Amerikaanse toestanden lees: How bosses are (literally) like dictators. Americans think they live in a democracy. But their workplaces are small tyrannies.

Hoe deze negatieve trend te keren? Het ligt voor de hand te denken dat lagere werkloosheid, volledige werkgelegenheid, erg zou helpen. Werknemers kunnen dan hogere eisen stellen. En misschien gaan we echt een ontwikkeling zien in de richting van een coöperatieve economie. Of moeten we naar het onvoorwaardelijke basisinkomen, waardoor je niet meer elke rotbaan hoeft te accepteren?

zondag 16 juli 2017

Zondagochtendmuziek - Christian McBride Big Band Live at Dizzy's April 2017 - 1st Set

Het North Sea Jazz festival is weer achter de rug. Ik was er niet bij, maar sommige concerten had ik graag meegemaakt. Zoals dat van het Christian McBride's New Jawn Quartet.

Maar kijk eens aan: op YouTube staat zomaar de eerste set van dit prachtige concert eerder dit jaar van de Christian McBride Big Band in Dizzy's Club in het Lincoln Center in New York. Daar was ik ook graag bij geweest. Mooi dat dat Big Band-fenomeen blijft voortbestaan.

Het is ook een prachtige locatie, met uitzicht op Central Park. Jaren geleden was ik er.


woensdag 12 juli 2017

Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen

Een maatschappij kan alleen goed functioneren als mensen met elkaar rekening houden. Anders gezegd, als mensen niet genoeg bereid zijn tot pro-sociaal gedrag, dan ontstaat een samenleving waarin het niet goed toeven is.

Dat mensen bereid zijn tot pro-sociaal gedrag zal er mee te maken hebben dat het ons een goed gevoel geeft om iets voor anderen te doen. Denk aan Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever.

In dat bericht ging het over een onderzoek met meer dan 200.000 ondervraagden verdeeld over 136 landen. Mensen die in de vorige maand geld hadden gegeven aan een goed doel waren gelukkiger of tevredener met hun leven dan mensen die dat niet hadden gedaan. Dit verband bestond in elk van de zeven onderscheiden cultureel/geografische gebieden: Afrika, Azië, Europa, de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa, Latijns Amerika, Iran en het Midden-oosten en de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland.

Ook vroegen de onderzoekers aan mensen (in een beperkter aantal landen) om terug te denken aan een besteding die ze hadden gedaan ten behoeve van iemand anders (pro-sociaal) of aan een besteding voor zichzelf. Degenen die gevraagd waren terug te denken aan een pro-sociale besteding scoorden daarna hoger op een vragenlijstje voor subjectief welbevinden dan degenen die hadden teruggedacht aan een besteding voor zichzelf. En hoger dan degenen die nergens aan hadden teruggedacht. Ook lieten ze mensen iets voor zichzelf aanschaffen of iets voor een goed doel. Ook dan voelden de mensen die iets hadden aangeschaft voor een goed doel zich beter dan degenen die iets hadden aangeschaft voor zichzelf. Dit wijst er op dat de oorzakelijke richting van het verband inderdaad die is van het iets geven naar het zich beter voelen.

De resultaten van de nieuwe studie A neural link between generosity and happiness, met Ernst Fehr als een van de onderzoekers, wijzen in dezelfde richting. De onderzoekers verdeelden de proefpersonen over een experimentele groep, die in het vooruitzicht werd gesteld dat ze geld zouden krijgen om aan anderen weg te geven, en een controlegroep met het vooruitzicht dat ze geld zouden kregen om voor zichzelf te besteden. 

Daarna waren beide groepen gelukkiger dan ze daarvoor waren, maar dat gold meer voor de experimentele groep dan voor de controlegroep. Dat zou een opvallende uitkomst zijn als je uitging van een egoïstisch mensbeeld. want die experimentele groep hield dus van dat geld dat ze kregen niets zelf over. Een duidelijke aanwijzing dat mensen juist niet van nature alleen maar egoïstisch zijn

Vervolgens kregen de proefpersonen in het laboratorium de gelegenheid om verschillende opties te accepteren of af te wijzen waarin een zelfgekozen andere persoon een bepaald bedrag aan geld zou ontvangen tegen een verlies aan geld voor de proefpersoon zelf. Het ging er dus om hoe pro-sociaal je bent ook als het jezelf iets kost. Die taak voerden ze uit terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten met een fMRI-scan.

Het bleek toen dat de experimentele groep pro-socialere keuzes maakte en zich na afloop gelukkiger voelde dan de controlegroep. Dat was ook af te lezen aan de verschillen in activiteit van de hersengebieden die onder meer samenhangen met pro-sociaal gedrag (de temporaal-pariëtale junctie), met beloond worden en het hebben van een goed gevoel (het ventrale striatum en de orbitofrontale cortex) en de activiteit van de verbindingen tussen die gebieden.

Er zijn aanwijzingen dat mensen zelf niet zo goed doorhebben dat pro-sociaal gedrag gelukkiger maakt. Dat doet je verlangen dat onderzoek als dit grotere bekendheid krijgt. Bedenk daarbij trouwens dat voorschoolse kinderen dat beter lijken door te hebben dan volwassenen. Zie Hebben kinderen beter door dan volwassenen dat je je door te delen gelukkiger voelt?

Zouden kinderen dat verband tussen delen en geluk gedurende het opgroeien in die maatschappij van ons door schade en schande afleren? 

dinsdag 11 juli 2017

Door eenzaamheid raak je meer op jezelf gericht, waardoor je nog eenzamer wordt

 Mensen zijn van nature groepsdieren. Dat maakt dat wij erop zijn geselecteerd om sociaal isolement en afgewezen zijn als negatief en pijnlijk te ervaren. Als het gevoel van eenzaamheid.

We weten dat eenzaamheid op den duur dus ook niet goed voor ons is. Het is een stressvolle toestand, die via verhoogde ontstekingsactiviteit leidt tot gezondheidsproblemen.

Je zou daarnaast ook verwachten dat onze evolutionaire geschiedenis ons ertoe heeft toegerust om aan die toestand van eenzaamheid zo gauw mogelijk een einde te maken. Om daartoe gemotiveerd te zijn en om te weten wat je daarvoor moet doen.

Maar zo eenvoudig lijkt dat niet in elkaar te steken. Want gedurende verreweg het grootste deel van de mensheidsgeschiedenis was de kans op eenzaamheid verwaarloosbaar. In de jagers-verzamelaarssamenlevingen groeide je op en bracht je je leven door in een groep van vertrouwde anderen. Die groep was altijd binnen bereik en mocht je te ver afgedwaald zijn, dan bestond de oplossing er eenvoudig uit om terug te keren. En als je door jouw egoïstische of bazige gedrag negatieve reacties en sociale afwijzing uitlokte, dan werd je meestal ook wel duidelijk gemaakt hoe je je gedrag moest veranderen. 

Onze huidige manier van samenleven, en niet-samenleven, verschilt natuurlijk sterk van die Paleo Sociale Omgeving van de jagers-verzamelaars. Niet alleen is de kans op eenzaamheid veel groter, maar ook is het meestal niet zo gemakkelijk om die toestand op te heffen. Want er is niet die vertrouwde groep waar je naar terug kunt keren of waar je weer door geaccepteerd wordt door je beter te gaan gedragen. We leven in evolutionair nieuwe omstandigheden, waar we maar slecht op zijn voorbereid.

Dat verklaart bijvoorbeeld dat eenzaamheid als gevolg van sociale afwijzing ons in een spagaat kan brengen van zowel afstand houden als contact zoeken. Want onderzoek laat zien, en ik citeer uit een vorig bericht, dat eenzaamheid ons brengt tor een
reactiepatroon (dat) lijkt overeen te komen met de gevolgen van de onveilige hechtingsstijl. Op bewust niveau zijn we er op uit om afstand tot anderen te houden, uit vrees voor nieuwe afwijzing en teleurstelling. We proberen onszelf als het ware voor te houden dat we een band met anderen niet (meer) moeten nastreven.
Maar in ons onbewuste, automatische gedrag laten we daarentegen zien dat we er op uit zijn om die band met anderen juist wel tot stand te brengen, om de sociale afstand te verkleinen.
Hoe los je die spagaat op? Het nieuwe onderzoek Reciprocal Influences Between Loneliness and Self-Centeredness, met John T. Cacioppo als eerste auteur, doet vermoeden dat mensen op eenzaamheid reageren, en dus die spagaat "oplossen", met een toename van egocentrisme.

De onderzoekers volgden een toevalssteekproef van inwoners van Cook County in Illinois gedurende 10 jaar met jaarlijks een meting. De mate van egocentrisme werd vastgesteld met de Chronic Self-Focus Scale, die bestaat uit zes uitspraken waarvan je kunt aangeven in hoeverre je het er mee (on)eens bent. Drie van die uitspraken zijn
“I can sometimes be a little self-centered”
“I think about myself a lot”
"In my conversations with others, I tend to talk about myself a lot"
Ik zou benieuwd zijn naar de andere drie, maar die zijn niet te vinden. (Ik heb een van de ontwerpers van de schaal gemaild, maar nog geen reactie gehad.)

De onderzoekers verwachten dat eenzaamheid een toename van egocentrisme opwekt als een adequate of adequaat lijkende reactie. Want ja, als ik er dan toch alleen voor sta, dan moet ik ook meer op mezelf vertrouwen en dus mezelf meer centraal stellen. Niet alleen heb ik geen anderen om voor te zorgen, ook is er niemand anders die voor mij zorgt dan ikzelf.

En dat komt ook uit dat onderzoek. Een toename van eenzaamheid in een bepaald jaar gaat samen met een (geringe) toename van egocentrisme in het daaropvolgende jaar.

Dat brengt je misschien op het idee dat die toename van egocentrisme op zijn beurt weer kan leiden tot meer eenzaamheid. Want als je egocentrisch bent, zoek je minder contact met anderen en vinden anderen jou minder aangenaam gezelschap.

En inderdaad blijkt dat het geval te zijn. Een toename van egocentrisme in een bepaald jaar gaat samen met een (geringe) toename van eenzaamheid in het daaropvolgende jaar.

Dat wijst dus op het bestaan van een tragisch, zichzelf versterkend proces: door eenzaamheid ben je meer op jezelf gericht en door meer op jezelf gericht te zijn wordt je eenzamer.

zondag 25 juni 2017

Zondagochtendmuziek - Daniil Trifonov - Beethoven - Piano Sonata No 32 in C minor, Op 111



Vrienden waren laaiend enthousiast over de uitvoering van de Pianosonate nr. 32 (opus 111) van Beethoven door Murray Perahia in Eindhoven. Daar was ik helaas niet bij.

Maar het maakte me wel weer even benieuwd naar uitvoeringen van die laatste pianosonate van Beethoven. Jan de Kruijff geeft daarover veel informatie.

Maar deze uitvoering uit 2014 in New York door de in 1991 in Nizhny Novgorod geboren Daniil Trofonov komt daarin nog niet voor. Ik heb er ademloos naar geluisterd en gekeken. In de commentaren wordt veel geklaagd over het kuchende publiek. Maat dat was me eigenlijk helemaal niet opgevallen.

vrijdag 23 juni 2017

Na de privatiseringsgolf is er nu volop renationalisering - Welke lessen zijn daaruit te trekken?

Een onderdeel van de opkomst van de ideologie van de kleine overheid enkele tientallen jaren geleden was de vaste overtuiging dat publieke diensten veel beter geprivatiseerd konden worden. 

Openbaar vervoer, levering van water en energie, kinderopvang, zwembaden en zelfs gevangenissen, alles kon beter via de markt verschaft worden. Want door gebrek aan concurrentie was overheidsvoorziening altijd inefficiënt, duur en van slechte kwaliteit. Als bedrijven en hun werknemers niet onder druk staan van de tucht van de markt, dan spannen ze zich niet genoeg in en leveren ze slecht werk af.

En zo kwam er wereldwijd een privatiseringsgolf. Maar de aanwijzingen zijn dat er nu een tegengestelde beweging plaats vindt. Er wordt weer volop gerenationaliseerd. Wat eerder de markt op werd geduwd, komt nu weer terug in overheidshanden.

Dat blijkt uit het rapport Reclaiming Public Services:How cities and citizens are turning backprivatisation, waar Trouw vandaag over bericht: Privatisering wordt wereldwijd weer volop teruggedraaid.

Dat rapport opent met een fraai inleidend hoofdstuk, waar ik de eerste alinea's maar even uit citeer (lees daarna verder voor de lessen die zijn te trekken):
You would be forgiven, especially if you live in Europe, to think that public services are by nature expensive, inefficient, maybe even somewhat outdated, and that reforming them to adapt to new challenges is difficult. It would seem natural to assume – because this is what most politicians, media and so-called experts tell us continuously – that we, as citizens and users, should resign ourselves to paying ever higher tariffs for services of an ever lower standard, and that service workers have no choice but to accept ever more degraded conditions. It would seem that private companies will inevitably play an ever larger role in the provision of public services, because everything has a price, because politicians have lost sight of the common good and citizens are only interested in their own individual pursuits. 
This book, however, tells a completely different story. Sometimes it may feel as though we are living in a time when profit and austerity – when it is not authoritarianism and xenophobia – are our only horizons. In reality, below the radar, thousands of politicians, public officials, workers and unions, and social movements are working to reclaim or create effective public services that address the basic needs of people and respond to our social, environmental and climate challenges. They do this most often at the local level. Our research shows there have been at least 835 examples of (re)municipalisation of public services worldwide in recent years, involving more than 1,600 cities in 45 countries. And these (re) municipalisations generally succeeded in bringing down costs and tariffs, improving conditions for workers and boosting service quality, while ensuring greater transparency and accountability.
This (re)municipalisation1 wave is especially strong in Europe, but it is also gaining strength elsewhere in the world. What is more, many of the 835 examples we identified are not merely technical changes in ownership but very often entail broader economic, social and environmental changes. (Re)municipalisation initiatives emerge from a range of motivations, from addressing private sector abuse or labour violations, recovering control over the local economy and resources, or providing affordable services to people, to implementing ambitious energy transition and environmental strategies. (Re)municipalisations occur at all levels, with different models of public ownership, and with various levels of involvement from citizens and workers. But out of this diversity a coherent picture nevertheless can be drawn: the movement for (re)municipalisation is growing and spreading, despite the continued top-down push for privatisation and austerity policies. 
Remunicipalisation refers to the return of public services from private to public delivery. More precisely, remunicipalisation is the passage of public services from privatisation in any of its various forms – including private ownership of assets, outsourcing of services and public-private partnerships (PPPs) – to public ownership, public management and democratic control. While our main focus in this research is on cases of return to full public ownership, the survey also includes cases of predominantly publicly owned services when the model is implemented with clear public values, to serve public objectives and when it contains a form of democratic accountability.
Een eerste les die daaruit valt te trekken is dat we kennelijk met zijn allen nog niet zo goed weten hoe we in het publieke domein de dienstverlening het beste kunnen organiseren. Dat is niet verwonderlijk, want we hebben als mensheid nog maar kort ervaring met de werking van de markt en van de overheid. En met hoe deze beide coördinatiemechanismen aansluiten op de natuurlijke vermogens en beperkingen van mensen.

De privatiseringsgolf was op het vermoeden gebaseerd dat mensen bij uitstek door de noodzaak van concurrentie met anderen en door het streven naar winst gemotiveerd worden. Maar de huidige renationaliseringsgolf lijkt erop te wijzen dat we die andere menselijke motivatie, die om bij te dragen aan de publieke zaak, om iets te doen voor het collectief, niet moeten verwaarlozen.

En dat is de tweede belangrijke les. Want door een publieke dienst te privatiseren en daarmee het signaal te geven dat vanaf nu vertrouwd wordt op de werking van het egoïstische concurrentie- en winstmotief, gooien we dat pro-sociale motief overboord. De wens om je voor het collectief, voor anderen, voor je "klanten", in te spannen wordt door dat signaal als het ware verdrongen. Denk aan dat proces van crowding out.

En misschien is die extra, pro-sociale inspanning nu juist erg nodig als het gaat om publieke dienstverlening. Ik moest denken aan het bezoek dat ik ergens eind jaren tachtig bracht aan een waterleidingbedrijf in het kader van een stagebegeleiding. Dat bedrijf moest weliswaar niet geprivatiseerd worden, maar wel commerciëler gaan werken. Dat hield onder meer in dat er uitkeringen zouden moeten worden verstrekt aan de aandeelhouders, dat wil zeggen de gemeenten. Gemeenten kregen daardoor een belang bij hogere uitkeringen. Het winstmotief zou moeten worden aangeboord.

Het hoofd personeelszaken, die later waarschijnlijk HR-manager is gaan heten, was sceptisch. Hij vertelde dat hij tot dan toe ervan uit kon gaan dat zijn personeel sterk gemotiveerd was door het publieke karakter van hun werk. Mensen moesten altijd kunnen rekenen op veilig drinkwater, dat stond voorop en dat rechtvaardigde de extra inspanningen die soms nodig waren. Hij vreesde dat het winstmotief die motivatie zou verzwakken.

Inzicht in dat proces van crowding-out zou wel eens te maken kunnen hebben met die renationaliseringsgolf die we nu meemaken.

En dat zou geheel in lijn zijn met onderzoek dat laat zien dat werkers in de publieke sector pro-socialer zijn dan in de marktsector. Denk aan Werkers in publieke sector zijn pro-socialer dan in bedrijfsleven en aan Mensen die er meer voor anderen willen zijn, werken meer in de publieke sector dan in de marktsector.

maandag 19 juni 2017

Politiek is niet een debatwedstrijd, maar een zaak van leven en dood - Chris Dillow over de Grenfell-ramp

Het aantal doden als gevolg van de brand in de Grenfell Tower in Londen is nu naar alle waarschijnlijkheid opgelopen tot 79. De ramp is bezig het symbool te worden van een gebroken Groot-Brittannië, van een land waar nu al jaren lang de ideologie van de kleine overheid, de bezuinigingszeepbel, hoogtij vierde.

De ellende die dat idiote bezuinigingsbeleid veroorzaakte, juist ook in economische zin idioot, kon lang verborgen blijven, maar komt nu wel heel schrijnend aan het licht. In Grenfell Tower, blijkt nu, werd onverantwoord bezuinigd op de brandveiligheid. Vanity Fair omschreef dat als volgt:
Indeed, as we now know, the apartment block had just one external stairway, no central alarm or sprinkler systems, and was clad in a combustible material that would have generally been banned in the United States for buildings taller than 40 feet. The tenants were essentially living on the top of a highly inflammable firetrap, one in which mass evacuation was impossible, as was evidenced when a few of victims filmed their last moments with their phones. The authorities appeared to have ignored multiple warnings that drew from the experience of fires in other properties under their control, simply because they were not constrained by the law and knew the tenants were powerless to do anything. The conclusion seemed clear to many—if the complaints and warnings had been made by tenants in any of the wealthier areas of the Royal Borough of Kensington and Chelsea, something would have been done.
Daarmee staat de brand symbool voor wat een politiek kan aanrichten die in de neo-liberale fantasiewereld gelooft van de overheid als probleem in plaats van als oplossing. Minder regulering, meer privatisering, minder sociale zekerheid. Denk ook even aan dat andere symbool, de prachtige en ontroerende film I, Daniel Blake van Ken Loach. En neem kennis van de protesten waar de ramp aanleiding toe heeft gegeven: ‘We want justice’: Grenfell Tower protests spill on to streets.

Chris Dillow verbindt er de les aan dat politiek niet zomaar een debatspelletje is, maar een zaak van leven en dood. De media in Engeland, maar evenzeer in Nederland, hebben er een handje van om politiek als een vorm van amusement te presenteren. Dat zal wel iets te maken hebben met de strijd om kijkcijfers. Dillow daarover:
There’s one aspect of the Grenfell catastrophe that is perhaps under-appreciated – that it should finally kill off what is perhaps the dominant conception of politics in the media.
I’m thinking here of the idea that politics is an Oxford Union-style game. There’s jockeying for position, gossip and backbiting in which (over)-confidence, fluency and a particular conception of “credibility” are prized above all, but the game is mostly among jolly good chaps. And it’s a low-stakes one. The worst crime is to conduct a “car crash” interview, and the losers retire to spend more time with their trust funds and sinecures.
De hoop is dat het drama eraan bijdraagt dat politiek weer gezien wordt als wat het is, een serieuze zaak, die serieus en met verantwoordelijkheidsgevoel dient te worden beoefend en in de media behandeld. Daarzonder kan de democratie niet gedijen.
Herein lies my hope. Grenfell might – just might - be a turning point. It shows that politics can no longer be seen as a debating game from which the poor are excluded. It must instead become a serious matter which has life and death consequences, in which the interests and voices of the worst off are finally given full value, and in which there's no place for childish games.
De blogs van Chris Dillow (op Stumbling and Mumbling) zijn eigenlijk altijd stof tot nadenken.

woensdag 14 juni 2017

Waardoor hebben adolescenten eigenlijk niet allemaal het gevoel dat ze zichzelf kunnen zijn?

Adolescenten staan in onze manier van samenleven voor grote uitdagingen. Ze moeten voldoen aan de eisen van de school en ze moeten een plek zien te vinden in de sociale omgeving van de leeftijdsgenoten. Adolescenten zijn in onze maatschappij ook altijd scholieren.

Dat zijn uitdagingen die slecht tegemoetkomen aan de menselijke behoefte aan authenticiteit, aan de behoefte om jezelf te kunnen zijn. Het onderwijs blijft nu eenmaal een setting waarin je door een molen gaat van vakken, roosters, proefwerken, huiswerkverplichtingen en examens. En de peer group nodigt uit tot een strijd om wie populair is en in die strijd kun je vaak juist niet jezelf zijn.

In de studie Happy To Be “Me?” Authenticity, Psychological Need Satisfaction, and Subjective Well-Being in Adolescence keken onderzoekers naar het belang van jezelf kunnen zijn voor het welzijn van adolescenten. De mate waarin je van oordeel bent dat je jezelf kunt zijn, werd vastgesteld met de Authenticity Scale, die eruit bestaat dat je van de volgende 12 uitspraken moet aangeven in hoeverre ze op jou van toepassing zijn:
  1. I think it is better to be yourself, than to be popular.
  2. I don’t know how I really feel inside.*
  3. I am strongly influenced by the opinions of others.*
  4. I usually do what other people tell me to do.*
  5. I always feel I need to do what others expect me to do.*
  6. Other people influence me greatly.*
  7. I feel as if I don’t know myself very well.*
  8. I always stand by what I believe in.
  9. I am true to myself in most situations.
  10. I feel out of touch with the ‘real me.’*
  11. I live in accordance with my values and beliefs.
  12. I feel alienated from myself.*
Hoe minder je de uitspraken met een sterretje op jou van toepassing vindt en hoe meer de andere uitspraken, hoe meer je het gevoel hebt dat je authentiek kunt zijn.

Uit het onderzoek, deels in Nederland en deels in Engeland uitgevoerd, blijkt een duidelijke samenhang tussen de mate van authenticiteit en het welzijn (gemeten aan het ervaren van positieve en negatieve gevoelens en aan de tevredenheid met het leven). Je voelt je beter als je meer jezelf kunt zijn.

Voor alle duidelijkheid, dat wijst erop dat adolescenten/scholieren dus maar beperkt zichzelf kunnen zijn. Hoogstwaarschijnlijk als gevolg van die structuren die wij aan hen opleggen, die van de school en van de groep van leeftijdsgenoten. Een (flink) deel slaagt er desondanks in om toch behoorlijk goed zichzelf te zijn, maar een ander deel lukt dat veel minder. En dat blijkt gevolgen te hebben voor hoe je je voelt. Hoe minder authenticiteit, hoe minder positieve gevoelens, hoe meer negatieve gevoelens en hoe minder tevreden met je leven.

De onderzoekers keken ook naar de samenhang met de mate waarin werd tegemoetgekomen aan de intrinsieke behoeften aan autonomie, verbondenheid met anderen en competentie. (Denk aan de zelfbeschikkingstheorie.)  Het bleek toen dat degenen die meer het gevoel hadden zichzelf te kunnen zijn, ook hoger scoorden op de mate waarin aan die drie behoeften werd tegemoetgekomen.

En dat zegt dus ook iets over de beperkte mate waarin onze adolescenten een leven kunnen leiden waarin die drie fundamentele, intrinsieke behoeften kunnen worden gerealiseerd.

Want zou eigenlijk niet iedereen dat gevoel van autonomie moeten kennen, het gevoel dus van niet alleen maar te moeten doen wat anderen zeggen? En dat gevoel van verbonden te zijn met anderen? En dat gevoel van competentie, van iets te kunnen wat de moeite waard is?

maandag 12 juni 2017

Een natuurlijk experiment met een kleinere overheid. Het Kansas-debacle

In de Amerikaanse staat Kansas hebben de Republikeinen, de ideologen van de kleine overheid, de afgelopen jaren hun kans gegrepen om hun ideologie in de praktijk te brengen. Onder leiding van Gouverneur Sam Brownback voerden ze drastische belastingverlagingen door, met de vaste overtuiging dat ze door deze "adrenalinestoot" snel de economische groei zouden kunnen aanjagen.

Met dit "natuurlijke experiment", zoals Brownback het noemde, zou vast en zeker bewezen worden dat een kleinere overheid beter is voor de economie. Geheel in overeenstemming met de adviezen van economen als Arthur Laffer en Stephen Moore, die eerder President George W. Bush aanzetten tot belastingverlagingen en die nu de auteurs-op-de-achtergrond zijn van de belastingplannen van President Donald Trump.

Maar de feitelijke ontwikkelingen in Kansas komen niet overeen met de hooggestemde verwachtingen. De economische groei en de groei van de werkgelegenheid lopen juist sterk achter bij het gemiddelde van de andere staten. Bovendien heeft de staat grote budgettaire problemen. Terwijl sterk bezuinigd werd op de uitgaven aan infrastructuur en onderwijs. Het Hooggerechtshof greep in met het oordeel dat het gebrek aan middelen in het onderwijs indruiste tegen de Grondwet.

Gematigde Republikeinen die dit beleid aanvankelijk ondersteunden, keren nu op hun schreden terug. Samen met de Democraten beschouwen ze het experiment als mislukt en hebben ze de belastingverlagingen grotendeels teruggedraaid. Tegen de wil van Brownback en andere diehard conservatieven in. Zie de recente berichten Kansas Republicans raise taxes, ending their GOP governor’s ‘real live experiment’ in conservative policy en Kansas Republicans end the state’s failed tax reform experiment. Update. En Finally, Something Isn’t the Matter With Kansas.

Het is een interessante ontwikkeling. De neoliberale ideologie van de kleine overheid kent nog steeds veel aanhangers, ook in Nederland. Mark Rutte behoort daartoe, maar ook de PvdA en de meeste andere politiek partijen. Het is de ideologie die ten grondslag lag aan het idee dat je er juist in een crisis snel weer bovenop komt door, procyclisch, snel en veel te gaan bezuinigen. Eigenlijk hebben we daarmee ook in Nederland een natuurlijk experiment meegemaakt. Dat net als in Kansas geheel verkeerd uitpakte (hoewel de media dat angstvallig proberen te negeren). Zie nog maar weer eens Bas Jacobs, Coen Teulings en de ING.

Dat verband tussen de omvang van de overheid en de economische groei ligt natuurlijk veel genuanceerder als je echt de moeite neemt om naar de wetenschappelijke literatuur te kijken. Die overzie ik geloof ik niet in zijn geheel, maar het lijkt me dat GOVERNMENT SIZE AND GROWTH: A SURVEY AND INTERPRETATION OF THE EVIDENCE van Andreas Bergh en Magnus Henrekson de stand van zaken goed weergeeft.

Zij komen tot de conclusie dat voor de rijkere landen inderdaad geldt dat een grotere omvang van de overheid (als percentage van het BNP) samengaat met een wat lagere economische groei. Maar ook geldt dat de richting van het oorzakelijke verband eigenlijk niet valt te achterhalen:
In fact, it is close to conceptually meaningless to discuss a causal effect from an aggregate such as government size on economic growth. Thus, scholars like Kneller et al. (1999) and Bassaniniet al. (2001) have in our view rightly concluded it is more fruitful to analyse separately the mechanisms through which different taxes and expenditure affect growth. Not all taxes are equally harmful, and some studies identify public spending on education and public investment to be positively related to growth.
Maar ook wijzen Bergh en Henrekson op het gegeven dat er landen zijn, zoals de Scandinavische landen, waar een omvangrijke overheid juist heel goed samengaat met hoge economische groei. En dat zou er aan kunnen liggen dat dat landen zijn met een hoge mate van vertrouwen van burgers in elkaar. Dat vertrouwen maakt een omvangrijke overheid mogelijk, met weinig corruptie en weinig belastingontwijking en -fraude. Terwijl vertrouwen bovendien goed is voor de economie.

Dat is boeiend, als je bedenkt dat die ideologie van de kleine overheid psychologisch gezien wel eens zou kunnen voortkomen uit een lage mate van vertrouwen in anderen. Als je anderen wantrouwt, dan wil je zo weinig mogelijk van anderen afhankelijk zijn. En wil je dus zo weinig mogelijk collectief regelen.

Anderen zijn er immers alleen maar op uit om van jouw inspanningen te profiteren. Klaplopers en profiteurs! Moochers! Daar wil je niets mee te maken hebben. In die psychologie van de kleine overheid zou wantrouwen wel eens de cruciale factor kunnen zijn.
Update. Lees nu ook Paul Krugman over het Kansas-debacle en over de republikeinse partij: We’re Not Even In Kansas Anymore.