vrijdag 30 maart 2012

Hans van den Doel overleden

Vanochtend in de Volkskrant de overlijdensadvertentie voor Hans van den Doel. Hij was van 1967 tot 1973 kamerlid voor de PvdA. Werd daarna hoogleraar politiciologie in Nijmegen en later hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Zie hier het wel heel korte In Memoriam van Ed van Thijn op de website van de PvdA.

Ik heb zijn boek Democratie en Welvaartstheorie jarenlang als tentamenliteratuur gebruikt in mijn colleges. Het was een intellectueel feest om dat boek aan studenten uit te leggen. Ik heb de derde druk uit 1990 nu voor mij liggen en zie op bol.com dat er in 1998 ook nog een vierde druk van is verschenen. Ik ben nog steeds een groot bewonderaar van dat boek. Het geeft een heldere en systematische uiteenzetting van de werking van de democratie op basis van de economische welvaartstheorie. Van den Doel was een leerling van Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, bij wie hij promoveerde. Maar dit boek is vooral ook beïnvloed door Pieter Hennipman, de grote Nederlandse econoom en welvaartstheoreticus, die in 1994 overleed.

Als ik het me goed herinner, kwam ik door Hans van den Doel in aanraking met die welvaartstheorie. En die bracht me er op dat er naast een economische welvaartstheorie hoognodig een sociologische welvaartstheorie nodig is. Die op sociaalwetenschappelijke gedragstheoretische inzichten gebaseerd zou moeten zijn. En dat leidde tot het vak Sociale Welvaart, dat ik jaren heb gegeven en dat ook nu nog onderdeel is van de opleiding sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hans van den Doel kreeg in 1981 een beroerte. Volgens een interview met hem in NRC/Handelsblad van 11 februari 1993, waarvan ik het knipsel heb bewaard, gebeurde dat tijdens het bespelen van het orgel van de gereformeerde kerk in Bloemendaal. Hij lag twee maanden in coma en is er nooit meer volledig van hersteld.

Hans van den Doel was ook een van de "oprichters" van Nieuw Links. Omdat ik als (verlegen) HBS-scholier de bijeenkomsten van Nieuw Links eind jaren zestig in Trianon (Utrecht) bezocht, moet ik hem toen  ook wel persoonlijk hebben gesproken. Maar persoonlijk contact hebben we verder nooit gehad.
Correctie. Eind jaren zestig was ik nog wel behoorlijk verlegen, maar niet meer scholier. Ik studeerde toen al sociologie en Nieuw Links begon al eerder. Dat laatste klopt, want het boekje Tien over rood. Uitdaging van Nieuw Links aan de PvdA verscheen in 1966 en was het resultaat van bijeenkomsten in de jaren daarvoor.

De overheid draagt verantwoordelijkheid voor de vraag. En dus voor de depressie

Vandaag zegt Klaas Knot, president van De Nederlandse Bank, in de Volkskrant dat Nederland boven zijn stand heeft geleefd. We zullen volgens hem moeten wennen aan structureel lagere groeicijfers. In de jaren negentig teveel geconsumeerd en dat moet nu maar eens afgelopen zijn. Dat de koopkracht en het consumentenvertrouwen dalen, dat is dus precies wat volgens Knot moet gebeuren.

Maar is dat wel zo? Kunnen we nog wel zo vertrouwen op de deskundigheid van De Nederlandse Bank? Zie ook dit bericht, dat laat zien hoe DNB met de wetenschappelijke literatuur omgaat. De Amerikaanse econoom Brad DeLong, die recent samen met Larry Summers nog eens liet zien hoe slecht het uitpakt om te bezuinigen in een tijd van recessie (zie dit bericht), wijst er nu nog maar eens op dat de huidig economische problemen vooral conjunctureel van aard zijn. Zie de link onderaan dit bericht. Er is overduidelijk vraaguitval. Wat wil je, met een zo laag consumentenvertrouwen?

Er zijn wel degelijk lange-termijn risico's, grotendeels voortkomend uit de vergrijzing. Maar er wordt nu te weinig geïnvesteerd vanwege de middellange-termijn risico's die samenhangen met de conjunctuur en dat overheerst de lange-termijn fundamentele risico's.
...het risico dat de internationale investeerders op het ogenblik proberen te vermijden door zich op de overheidsobligaties van de V.S., Japan en Duitsland te storten, is niet een "fundamenteel" risico. Er zijn geen psychologische voorkeuren, natuurlijke grondstofbeperkingen of technologische factoren die het investeren in private ondernemingen nu riskanter maken dan vijf jaar geleden. Nee, het risico komt voort uit de weigering van overheden om als het er op aan komt, de totale vraag in overeenstemming te brengen met het totale aanbod, om zo massale werkloosheid te voorkomen.
Het beïnvloeden van de totale vraag is een taak van de overheid. (...)
Gedurende 62 jaar, van 1945-2007, met enkele forse maar tijdelijke en plaatselijke onderbrekingen, konden ondernemers er op rekenen dat de vraag er zou zijn als zij het aanbod schiepen. Dit speelde een belangrijke rol in het opbouwen van het toneel waarop de twee snelste generaties van globale economische groei die de wereld ooit heeft gezien zich konden afspelen. Maar dat toneel is nu ontruimd.
De huidige economische problemen zijn door onszelf veroorzaakt, niet door ons als consumenten, maar door ons als kiezers. Door regeringen aan de macht te laten die de economische problemen niet begrijpen. Of niet willen begrijpen.
"The Shadow of Depression" by J. Bradford DeLong | Project Syndicate:

'via Blog this'

donderdag 29 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (15): de rol van religie

Geloof in een schepper kun je zien als een imaginaire uitbreiding van de sociale omgeving. En het ligt dan in dezelfde lijn als het verschijnsel van de imaginaire vrienden. Gelovigen zullen zich tegen die gedachte verzetten, omdat ze zich bekeerd voelen. En dat voelt anders dan dat ze zelf de bron zijn van hun geloof. Maar als we dat verzet even negeren, dan kun je je net zoals bij die imaginaire vrienden afvragen of het in een schepper geloven een toevoeging tot of vervanging is van iemands sociale omgeving. En als dat zo zou zijn, dan zou het ook kunnen zijn dat geloven een positief gezondheidseffect heeft.

Dat is moeilijk te onderzoeken. Want mensen die geloven, zijn vaak lid van een kerk of een geloofsgemeenschap en delen daardoor ook in de realiteit een sociale omgeving met hun geloofsgenoten. Nu heb ik wel eens onderzoek onder ogen gehad, waaruit je kon opmaken dat, ook als je rekening houdt met die echte sociale omgeving van geloofsgenoten, gelovigen toch nog een betere gezondheid (of een hoger welbevinden) hebben dan niet-gelovigen. Ik heb dat onderzoek nog niet teruggevonden, maar blijf zoeken.

Daartegenover staat dit onderzoek van Lim en Putnam uit 2010. Zij vinden dat gelovigen (in de Verenigde Staten) een hogere levenstevredenheid hebben dan niet-gelovigen. Maar zij laten zien dat dit verschil volledig verklaard kan worden uit het feit dat die gelovigen meer sociale contacten hebben (omdat ze elke week naar de kerk gaan). Het gaat dus niet om dat meer persoonlijke en subjectieve aspect van geloven, dus het particuliere beeld van een schepper als iemand waarmee je een persoonlijke relatie hebt.

woensdag 28 maart 2012

Van het Ultimatum-spel naar het Dictator-spel in de realiteit: afnemende vakbondsmacht en zelfverrijking in de V.S.

Harald Meyersohn in de Washington Post (zie de link onderaan dit bericht) bespreekt het onderzoek van Emmanuel Saez, waaruit blijkt dat van de inkomensgroei in 2010 in de Verenigde Staten 97% naar de 1% rijkste Amerikanen ging. De resterende 3% moest worden verdeeld over de 99% anderen.

Het gaat er op lijken dat de Amerikanen in een wel heel realistische variant van een verschuiving van Ultimatum-spel naar Dictator-spel (zie mijn vorige bericht) terecht zijn gekomen. Meyersohn noemt ook onderzoek waaruit blijkt dat de sociaal-economische mobiliteit tussen generaties in de V.S. sterk is afgenomen. De rijken weten dus hun rijkdom steeds beter door te geven aan hun kinderen. En hij noemt gegevens die laten zien dat in 1968, toen 28 procent van de werkende bevolking lid was van een vakbond, er 53% van het nationale inkomen naar de middenklasse ging. In 2010, toen nog maar 11,9% lid was van een vakbond, was het aandeel van de middenklasse gedaald tot 46,5%.

Tja, hoe meer de macht van vakbonden afneemt, en dus hoe meer je opschuift naar het Dictator-spel, hoe meer je in een dictatuur van de rijken, een plutocratie, terecht komt.

En die dictatuur doet zijn werk ook door met onbeperkte middelen de werking van de democratie in zijn voordeel te beïnvloeden. Zie daarover de laatste column van Paul Krugman.

Concentrated wealth is a long-term threat to America - The Washington Post:

'via Blog this'

dinsdag 27 maart 2012

Hoe leren kinderen eerlijk delen? Eerst: hoe verdelen volwassenen?

Over het algemeen leren kinderen bij het opgroeien om eerlijk te delen. Hoewel ze aanvankelijk nog vooral op eigen voordeel georiënteerd zijn, ontwikkelen ze tussen het derde en het achtste levensjaar een aversie tegen ongelijkheid. Zie hier. Die aversie is een van onze morele intuïties. En gedurende het opgroeien zie je dat ze ook meer gaan delen met anderen. Zie hier. Wat is verantwoordelijk voor deze ontwikkeling? Ligt het aan sociale vaardigheden als het je kunnen verplaatsen in een andere persoon en het kunnen meevoelen met een ander (empathische bezorgdheid)? Of ligt het aan het verstandelijk begrijpen wat eerlijk en rechtvaardig is?

Uit dit recente onderzoek van Steinbeis, Bernhardt en Singer valt op te maken dat het eerst en vooral ligt aan de ontwikkeling van het vermogen tot impulsbeheersing. De onderzoekers lieten kinderen van tussen de zes en dertien jaar oud twee verdelingsopgaven uit de speltheorie spelen, het Dictator-spel en Ultimatum-spel.

In het Dictator-spel moet je een bedrag verdelen tussen jou en een andere persoon. Die andere persoon kan niets anders doen dan accepteren wat hij krijgt. Er staat jou dus niets in de weg om egoïstisch te verdelen: veel voor jezelf en weinig voor de ander. Dat wil zeggen, als je vindt dat eerlijk delen belangrijk is, dan staat dat gevoel je in de weg en zul je het bedrag minder egoïstisch of zelfs precies gelijk verdelen.


De gever kan hier 10 dollar naar eigen goeddunken verdelen. Hij kan 8 zelf houden en dan krijgt de ontvanger 2. Of hij houdt het hele bedrag voor zichzelf. (Je zou het niet een "spel" noemen, maar die naam heeft het nu eenmaal omdat het door speltheoretici is bedacht.)


In het Ultimatum-spel moet je ook een bedrag verdelen, maar heeft de ontvanger de mogelijkheid om de verdeling af te wijzen. En in het geval dat hij dat doet, krijgt geen van beide spelers iets uitgekeerd. Als de ontvanger de verdeling wel accepteert, dan krijgen beiden het bedrag volgens die verdeling (net zoals in het Dictator-spel). In een voorbeeld is speler 1 de verdeler en speler 2 degene die accepteert of afwijst. Speler 1 kan 10 dollar verdelen. Hij kan een bedrag van tussen de 1 cent en 10 dollar aan speler 2 aanbieden. In het plaatje geeft hij een bedrag x (ongeveer 3 dollar) weg en houdt de rest. Als speler 2 het aanbod accepteert, krijgt hij dus dat bedrag x (zeg, 3 dollar) en krijgt speler 1 het bedrag 10-x (zeg, 7 dollar). Maar speler 2 kan het bod ook afwijzen en dan krijgen beide spelers niets.

Bedenk dat in beide gevallen de spelers elkaar niet kennen en elkaar ook niet voor of na het spel ontmoeten. Alles speelt zich af op een computerscherm.

Als je volwassenen beide spelen als gever laat spelen, wat Steinbeis, Bernhardt en Singer gedaan hebben, dan kun je nagaan hoe hun verdelingen verschillen. Het blijkt dan dat ze gemiddeld genomen in het Ultimatum-spel meer aanbieden dan in het Dictator-spel. Je kunt zeggen dat ze er rekening mee houden dat de andere speler hun verdeling kan afwijzen, waardoor ze beide niets krijgen. Je kunt ook zeggen dat ze in het Dictator-spel de mogelijkheid om meer aan zich zelf te geven, benutten. (De onderzoekers geven informatie over de gemiddelde verdeling in het Supplement bij het artikel, maar dat is kennelijk nog niet beschikbaar, want ik krijg geen toegang.)

Hoe dan ook, dit laat zien dat mensen weliswaar houden van eerlijk delen, maar dat ze in hun verdelingsgedrag wel degelijk worden beïnvloed door de macht van de ander. Als die niets heeft in te brengen, dan verdelen ze egoïstischer dan wanneer die wel iets heeft in te brengen. Anders gezegd: als je mensen de kans geeft om zich ongestoord zelf te verrijken ten nadele van anderen, dan hebben ze de neiging om die kans te benutten. Dat zegt toch iets over hoe we de maatschappij moeten inrichten, lijkt me.

In een volgend bericht ga ik in op wat de onderzoekers te melden hebben over hoe kinderen van verschillende leeftijden zich in deze beide spelen gedragen.

zondag 25 maart 2012

Noahpinion: Hoe kun je zowel tegen bezuinigingen als tegen stimuleren zijn?

Noahpinion verbaast zich over de anti-Keynesiaan John Cochrane, waar ik eerder (hier en hier) over berichtte, en die nu laat weten dat het bezuinigingsbeleid in Europa niet werkt. Zie de link hieronder. Dan zou je denken dat hij misschien wel pleit voor tijdelijk meer overheidsbestedingen, stimuleren dus. Maar nee, daar is hij ook tegen. Ook al laten Brad DeLong en Larry Summers net nog weer eens zien dat tijdelijke overheidstekorten de aangewezen weg zijn in een depressie met een lage rente.

Het wordt steeds moeilijker om de anti-Keynesianen nog te volgen. Steeds meer blijkt dat het opvolgen van hun voorschriften om meteen te bezuinigen heel slecht uitwerkt. Oké, dat geven ze, althans Cochrane, toe. Maar als dan blijkt dat veranderingen in de overheidsuitgaven van invloed zijn op de economie, hoe kun je dan van mening zijn dat zowel het terugdringen áls het opvoeren van de overheidsbestedingen slecht zijn voor de economie? Dan moet je al aannemelijk willen maken dat de huidige omvang van de bestedingen helemaal precies op het juiste niveau zit. Dat is zacht gezegd onwaarschijnlijk. Noahpinion besluit met:
Tegenstanders van overheidsbestedingen zijn gedwongen om te buigen voor het overweldigende gewicht van de evidentie dat het bezuinigen slecht is geweest voor de economie. Maar ze weigeren nog steeds om de logische implicatie te accepteren dat het verhogen van de bestedingen de economie zou hebben laten groeien. Ik begrijp het gewoon niet.
Noahpinion: Cochrane blasts austerity AND stimulus...???:

'via Blog this'

De wereld is één groot data probleem - Gilad Elbaz en Factual

Zou dat kunnen? Alle data die ergens beschikbaar zijn, beschikbaar maken voor iedereen? Waarom niet? We leven in een informatiemaatschappij, wat wil zeggen dat de kosten van informatieverspreiding steeds maar lager worden. En omdat mensen nu eenmaal nieuwsgierig zijn.... Nou ja, de meeste mensen. Giliad Elbaz, die in 2008 Factual begon, verwacht er veel goeds van (zie de link hieronder):
Als alle data helder (en beschikbaar) waren, dan zouden veel minder mensen waarde aan de wereld onttrekken. En veel meer mensen zouden waarde toevoegen.
De vader van Gil Elbaz herinnert zich
dat toen hij het Israel-Palestina conflict aan zijn zoon probeerde uit te leggen, zijn zoon antwoordde dat de haat zou ophouden als de twee partijen het maar eens zouden kunnen worden over de feiten.
Ontwapenend naïef. En dus heel intrigerend.
Factual’s Gil Elbaz Wants to Gather the Data Universe - NYTimes.com:

'via Blog this'

woensdag 21 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (14): huisdieren en vriendschappen tussen soorten

Mensen houden huisdieren en dat lijkt tot op zekere hoogte een vervanging te zijn voor relaties met andere mensen, soortgenoten dus. Die vervanging blijkt er uit dat het hebben van een of meer huisdieren gezondheidsbevorderend is. Zie dit bericht. Maar het sluiten van vriendschap met iemand van een andere soort, komt in het dierenrijk meer voor. Sander Voormolen schreef daar gisteren over in NRC/Handelsblad.

Het bericht (Konijn verdrijft eenzaamheid van gorilla) vertelt over de gorilla Samantha in de dierentuin van Erie (Pennsylvania, V.S.) die na het verlies van haar partner haar dagen in eenzaamheid doorbracht. De oppassers kwamen op het idee om haar een huisdier te geven. Dat werd een konijn, Panda geheten. Ze werden voorzichtig aan elkaar gekoppeld, met in het begin nog een "konijnenluikje" als ontsnappingsmogelijkheid. Maar de twee sloten al gauw vriendschap. Ze zijn altijd in elkaars nabijheid en delen voedsel. Panda mag zelfs aan de knuffel van Samantha komen, een babygorillapop die Samantha vaak als haar eigen jong bij zich draagt en bij wie niemand in de buurt mag komen. (Gorilla's hebben kennelijk ook imaginaire vrienden!)

Sander Voormolen e-mailde hierover met Frans de Waal, die terug mailde: 
We weten dat voor mensen huisdieren goed gezelschap zijn, waarschijnlijk is dat ook zo voor de gorilla met haar konijn.
Hij wijst er op dat de beroemde gorilla Koko in zijn leven diverse katjes heeft gehouden. Vriendschap tussen verschillende soorten komt meer voor, vooral bij dieren die bij mensen leven of in dierentuinen. Maar:
Het komt in het wild voor, maar dan is het meestal tijdelijk. Zoals in het geval van de leeuwin in Kenia die een tijdje een oryx-kalfje hield.
En hij wijst op het boek Unlikely Friendships dat hierover geschreven is en dat verhaalt over een olifant die beste maatjes is met een schaap, een reuzenschildpad en een nijlpaardjong die onafscheidelijk zijn, een ijsbeer en een sledehond die vriendschap sluiten. Dat boek ga ik bestellen. Trouwens, als je afbeeldingen zoekt met unlikely friendships, dan kijk je je ogen uit!

dinsdag 20 maart 2012

Bas Jacobs over het Centraal Economisch Plan 2012

Citaat uit eerste reactie van Bas Jacobs (zie link hieronder), cursivering van mij:
Over effecten bezuinigingen
“Het Maastrichtplafond geldt voor het feitelijke en niet voor het structurele overheidstekort. Dit betekent dat tijdelijke uitverdieneffecten relevant zijn. Vrijwel alle tekortreducerende maatregelen verminderen in eerste instantie de binnenlandse vraag. Dit zorgt voor een lager bruto binnenlands product op korte termijn, wat het tekortverminderende effect van de maatregelen tijdelijk beperkt.33
Voetnoot 33: Zie ook het tekstkader „De economische effecten van ombuigingen en lastenverzwaringen„ in CPB, 2010, Verkiezingsprogramma’s doorgerekend: Keuzes in Kaart 2011-2015, mei.”
Op pagina 21 staat het tekstkader. Het CPB rekent een bezuinigingspakket van 15 mrd euro door – vergelijkbaar met wat nu wellicht zal gebeuren. Dat geeft 8,6 mrd netto saldo verbetering door uitverdieneffecten. 0,4 procent minder groei gedurende 4 jaar en 1 procent hogere werkloosheid.
Nieuwe CPB ramingen – The best of the CEP « Politieke Economie – Bas Jacobs:

'via Blog this'

CPB: Nu niet extra bezuinigen

Coen Teulings heeft vanochtend het Centraal Economisch Plan 2012 gepresenteerd. Hoe zal er in de media en door politici op gereageerd worden? De eerste signalen zijn dat "de situatie ernstig is" en dat er nu snel hervormd moet worden. Vooral over hervormingen van de woningmarkt moet snel duidelijkheid komen.

Ik heb net hoofdstuk 1 gelezen. Het geeft een overzicht van de economische verwachtingen voor de periode 2012-2015, een samenvatting en inleiding en een beschouwing over de ontstane situatie. Wat meteen opvalt en je na lezing bijblijft, is dat de dalende koopkracht en dalende consumptie een grote rol spelen in de ernst van de situatie. En dat dit voor een deel het gevolg is van het gevoerde beleid door dit kabinet. Ik citeer deze op het eerste gezicht onooglijke passage uit de paragraaf over het matige herstel na 2012 (cursivering van mij):
Als we de trendmatige ontwikkeling van de bbp-groei vanaf 2001 doortrekken tot 2015 (zie figuur 1.2, rechts), blijkt dat we circa 6% zijn verloren in 2011. Dit verlies loopt door de recessie van 2012 verder op tot 10% in 2015. Overigens is dit verlies aan groei niet puur het gevolg van de crisis. Het beleid drukt per saldo de groei in de kabinetsperiode.
Maar wat zegt het CPB meer dan dat hervormingen nodig zijn? Opvallend is de laatste alinea van de beschouwing, waarmee hoofdstuk 1 afsluit, die ik hieronder citeer.
De gevolgen van de Grote Recessie in 2009 zijn wereldwijd binnen de perken gebleven als gevolg van het optreden van centrale banken en door bij de overheid niet onmiddellijk de tering naar de nering te zetten. Dit beleid is de afgelopen jaren door wetenschappers grondig geëvalueerd. Deze evaluaties laten veelal zien dat dit goed heeft gewerkt. Zo laten Auerbach en Gorodnichenko (noot 8) zien dat bezuinigen in tijden van oplopende werkloosheid de economische groei verder vertraagt, terwijl bezuinigingen in de opgaande fase van de economie nauwelijks negatieve effecten hebben. Dit pleit ervoor ombuigingen niet plotsklaps door te voeren op het moment dat de economie in recessie is, maar om automatische stabilisatoren hun werk te laten doen. Tegelijkertijd heeft de Grote Recessie de overheidsbegroting van de meeste landen zwaar uit het lood geslagen en de staatsschuld sterk doen oplopen. Deze slechte uitgangssituatie vraagt om een reductie van de schuldquote zonder de meerwaarde van automatische stabilisatie volledig uit het oog te verliezen.
Dit is overduidelijk. Het CPB wijst het vertrouwenssprookje af, het sprookje dus dat snel bezuinigen in een periode van recessie en oplopende werkloosheid en lage rente de beste weg is om de economie weer te laten groeien. Zie ook de verwijzing naar de studie van Auerbach en Gorodnichenko. En vergelijk dit met De Nederlandse Bank, die het sprookje nog wel serieus neemt. Zie mijn eerdere bericht daarover.

Concreet: het CPB adviseert de onderhandelaars in het Catshuis om nu niet extra te bezuinigen. Het zou de problemen erger maken. (Dat zou overigens wel geheel in de lijn zijn van het tot nu toe gevoerde bezuinigingsbeleid.) Van de eerste reacties die ik las, is het alleen die van Ronald Plasterk die dit advies van het CPB benadrukt en onderschrijft:
PvdA Tweede-Kamerlid Ronald Plasterk: 'Deze cijfers van het CPB bevestigen dat de verstandige uitweg uit de crisis voert langs het pad van structurele hervormingen, en het versterken van de economie. Dus niet langs het pad van draconische en rabiate bezuinigingen in 2013, die de recessie alleen maar verhevigen.'
CPB: matig herstel economie na 2012 | www.cpb.nl:

'via Blog this'

maandag 19 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (13): Imaginaire vrienden

Dat het hebben van huisdieren gezondheidsbevorderend lijkt te zijn (zie dit bericht), kan je op het idee brengen dat een echte sociale omgeving, die van familie en vrienden, misschien tot op zekere hoogte vervangbaar is. Het lijkt er op dat onze relatie met onze hond of onze kat gevoelens van vertrouwdheid, gehechtheid en zorg tot stand  brengt die in zekere mate overeenkomen met zulke gevoelens die we hebben in menselijke relaties. Zijn echte relaties dus vervangbaar?

De mogelijke vervangers die ik kan bedenken en die deels ook zijn onderzocht, zijn:
  1. Imaginaire vrienden, waarmee vooral kinderen een relatie fantaseren
  2. Het geloof in een schepper waarmee je een persoonlijke relatie hebt (religie als vervanging)
  3. Het volgen van soaps of reality-programma's op televisie
  4. Het volgen van beroemde persoonlijkheden (celebrities)
Misschien zijn er meer. Voor suggesties houd ik me aanbevolen. In volgende berichten zal ik aan elk van deze mogelijke vervangers aandacht besteden. Nu alvast iets over die imaginaire vrienden.

Dat veel kinderen een vriendje of een vriendinnetje fantaseren is al langer bekend. Het schijnt dat de eerste wetenschappelijke studie er naar in 1895 verscheen (zie hier). Schattingen van hoeveel kinderen dat doen variëren van 15 tot 65 procent.

Als de fantasie een vervanging zou zijn voor echte vriendschappen, dan zou je verwachten dat kinderen met imaginaire vriendjes minder echte vrienden hebben dan kinderen zonder zulke fantasieën. Dat ze dus eenzamer zijn. In dit onderzoek blijkt dat echter niet het geval te zijn. Dat wil zeggen, niet voor kinderen waarvan het gefantaseerde vriendje volledig imaginair is. Kinderen die hun fantasie koppelen aan een object, zoals bijvoorbeeld een knuffeldier, hebben wel last van meer negatieve oordelen van anderen. Waar dat verschil precies aan ligt, is niet duidelijk. Dat eenzaamheid misschien toch een rol speelt, zou je kunnen opmaken uit dit onderzoek, waarin gevonden wordt dat het meer voorkomt bij eerstgeboren kinderen.

Onderzoek dat licht werpt op de vraag of het hebben van een imaginair vriendje gezondheidsbevorderend is, bestaat voor zo ver ik weet niet. Het is ook moeilijk te onderzoeken, omdat je dan kinderen moet vergelijken die wel of niet een imaginair vriendje hebben en voor het overige qua sociale omgeving vergelijkbaar zijn. Of je moet een grote groep kinderen volgen en nagaan of het met kinderen die er mee beginnen zich een vriendje te fantaseren, daarna beter gaat dan daarvoor.

zondag 18 maart 2012

Muziek voor de zondagochtend - Roemeense volksdansen van Bartok



Op een van de eerste langspeelplaten die ik met het geld van mijn studiebeurs kocht, stonden de Roemeense Volksdansen van Bela Bartok. Ik blijf het prachtige muziek vinden. Hier een heel mooie uitvoering van de versie voor viool en piano.

Een commentaar bij een video van een andere uitvoering is dat Bartok voor de Roemenen teveel een Hongaar was, voor de Hongaren teveel een Roemeen en voor de Amerikanen (hij emigreerde in 1940 naar de V.S.) teveel een Oost-Europese barbaar. Het was kortom moeilijk voor hem om zich ergens thuis te voelen.

vrijdag 16 maart 2012

De PIIGS Slaan Terug. Wie hoort er nu eigenlijk te boeten voor de fouten van de bankiers?

Dit is een heel boeiend blogbericht van Macrobusiness. Zie de link hieronder. De titel slaat er op dat het er op gaat lijken dat de PIIGS landen (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje) het niet langer accepteren dat ze hun burgers moeten laten boeten voor de fouten die in de financiële sector zijn gemaakt. Het is nu Spanje dat zich verzet tegen de eisen van het "zelfmoord-pact" waaraan ze moeten voldoen. Maar verder gaat het bericht over Ierland en dan wordt het heel interessant.

Ierland heeft een referendum aangekondigd over dat "zelfmoordpact". Dat is het Europese verdrag dat landen geen hogere tekorten mogen hebben dan 3% en dat hogere tekorten zo snel mogelijk moeten worden teruggebracht, ook als dat ten koste gaat van hoge werkloosheid en veel sociale ellende. En trouwens ook ten koste van de vooruitzichten op economische groei. Macrobusiness juicht deze stap van de Ierse regering toe. Want wat is er aan de hand? Toen de Ierse banken in 2008 in de problemen kwamen, garandeerde de overheid onvoorwaardelijk alle tegoeden en schuldbekentenissen van de banken. Dit hield in dat de Ierse burgers werden opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor het falen van die banken en het falen van het Europese toezicht op die banken. Ook voor die financiële instrumenten die vanaf dag één hadden behoren te worden afgeschreven.

Anders gezegd: de problemen ontstonden in en door de private, financiële sector, maar de Ierse regering nam de taak om die problemen op te lossen volledig over zonder enige voorwaarden te stellen. Hoe bekend klinkt dat in de oren? En vervolgens komt de Europese politieke en financiële elite met de boodschap dat, ja, dat deze gang van zaken inderdaad geheel en voluit precies de bedoeling is. De bankiers moeten worden ontzien. Dat daardoor de overheidsschulden oplopen, dat "bewijst" dat overheden te grote schulden maken. Dus moeten ze die schulden terugdringen. Nu!

Fascinerend is de video Banker left speechless by Irish journalist in het bericht. Klik die vooral aan en kijk en huiver. De journalist vraagt aan het aanwezige lid van de Europese Centrale Bank, die zelf begon over de goed geïnformeerde taxichauffeur die hem van het vliegveld naar de persconferentie gereden heeft, hoe hij die taxichauffeur zou antwoorden als die hem gezegd had dat het de Ierse burgers verbijstert dat zij moeten opdraaien voor de problemen die de banken hebben veroorzaakt. Eerst probeert het ECB-lid via de moderator beantwoording uit te stellen. Als hij wel iets moet zeggen, zegt hij wel iets, maar beantwoordt hij de vraag niet. Bewonderenswaardig is de vasthoudendheid van die journalist.

Soms worden ingewikkeld lijkende problemen in een paar ogenblikken ineens heel transparant.
The PIIGS Strike Back - MacroBusiness:

'via Blog this'

donderdag 15 maart 2012

Tijd om het kapitalisme te redden van zijn excessen. Robert Reich

Een helder verhaal van Robert Reich, minister van Arbeid in de regering-Clinton, auteur van o.a. Supercapitalism en recentelijk van Aftershock, over de teloorgang van de moraal in het publieke domein. En over het belang van het maken van onderscheid met de moraal van het persoonlijke domein. Hij sluit af met:
Het is wederom tijd om het kapitalisme te redden van zijn eigen excessen - en om een nieuw tijdperk van hervorming te baseren op de publieke moraal en op gezond verstand.
Zie ook mijn eerdere berichten over morele intuïties in het publieke (onpersoonlijke) domein en in het persoonlijke domein.
Robert Reich (The Difference Between Private and Public Morality):

'via Blog this'

Inkomensongelijkheid ook in voetbalteams slecht voor de prestaties

Dit blogbericht (zie de link onderaan) verwijst naar een interessant paper (volg de link in het bericht) over de effecten van inkomensverschillen tussen de voetballers van hetzelfde team.

De onderzoekers hebben de inkomens en de resultaten van clubs in de A-serie in Engeland geanalyseerd. Ze vinden dat het verdubbelen van de inkomensverschillen binnen een elftal de kans op het winnen van een wedstrijd met 6% vermindert. En als een club waar iedere speler hetzelfde verdient, een sterspeler aantrekt die twee en een half keer meer verdient, dan daalt de kans op het winnen van een wedstrijd met 20%.

Dit negatieve effect lijkt te ontstaan doordat de individuele prestaties van alle spelers, ook de hoog betaalde, slechter worden. De sterspeler moet aan hoge verwachtingen voldoen en dat werkt kennelijk verlammend. En de minder betaalden hebben kennelijk de neiging om zich minder verantwoordelijk te voelen voor de resultaten als er een sterspeler in het team rondloopt.

Beroepsvoetbal is ook in dit opzicht dus gewoon: werk.

Stumbling and Mumbling: Robin van Persie & the cost of inequality:

'via Blog this'

Wat er allemaal mis was (en is) met de financiële sector. Joseph Stiglitz en Greg Smith

Gisteren voor Groningse sociologiestudenten een gastcollege gegeven over de financiële crisis, aan de hand van het boek Freefall. America, Free Markets and the Sinking of the World Economy van Joseph Stiglitz. (Hier de Nederlandse vertaling.) Voor de studenten, en voor andere geïnteresseerden, onderaan dit bericht de link naar de powerpoint dia's.

Gisteren verscheen ook de open brief "Why I am leaving Goldman Sachs" van Greg Smith in de New York Times. Vanochtend besteedt de Volkskrant er aandacht aan.

Joseph Stiglitz.pptx - Google Docs:

'via Blog this'

dinsdag 13 maart 2012

Barry Eichengreen wijst complementaire munten af

Barry Eichengreen is, aan het eind van dit interview (zie link hieronder), negatief over de voordelen van invoering van complementaire munten. Zie ook mijn vorige bericht daarover. Hij denkt dat de parallelle invoering van de drachme in Griekenland meteen tot een run op de banken en tot een chaos zou leiden met niet te overziene gevolgen. Het schijnt dat het in Argentinië in 2001 geprobeerd is. Enkele provincies gaven parallelle munten uit. Maar volgens hem heeft dat de financiële crisis daar toen versneld en niet verhinderd.

Zijn argumenten komen niet goed, eigenlijk helemaal niet, over het voetlicht. Toch eens proberen om die argumenten te vinden.

«Gold ist ein barbarisches Relikt» - News Wirtschaft: Konjunktur - bazonline.ch:

'via Blog this'

maandag 12 maart 2012

Nog een pleidooi voor complementaire munten in Griekenland en andere landen in nood

Trond Andresen houdt een mooi beargumenteerd pleidooi voor de invoering van complementaire munten in Griekenland, Spanje, Portugal, Italië, Ierland en de Baltische staten. Het zou in die landen binnenlandse transacties makkelijker mogelijk maken, die nu minder tot stand komen door geldgebrek. In zijn versie zou de munt door een vereniging moeten worden uitgegeven, die de munt uitgeeft aan leden of aan hen die lid worden. Het complementaire stelsel zou geen biljetten en munten nodig hebben, want alle transacties kunnen via het mobiele telefoonnetwerk afgehandeld worden. Een variant zou zijn dat de overheid zelf op deze wijze een "officiële noodmunt" uitgeeft, wat het mogelijk zou maken om belastingen te heffen.

Zie ook het eerdere pleidooi van James Skinner, waar ik hier over berichtte.

Update. Via de site van het Informatieplatform voor Complementaire Munten kwam ik terecht bij dit bericht uit de New York Times, waaruit blijkt dat er in Griekenland, met steun van de regering die er een non-profit status aan heeft toegekend, op veel plaatsen al lokale complementaire munten in werking zijn.

Gezondheid en sociale omgeving (12): tellen honden en katten mee?

Maken honden en katten deel uit van onze sociale omgeving? In de zin dat het hebben van een hond of een kat goed is voor je gezondheid? Zijn honden en katten ook een beetje onze "maatjes" zoals onze gezinsleden en vrienden dat zijn?

Je zou denken dat de "voordelen" van het hebben van huisdieren groot zijn, als je ziet wat huisdierbezitters jaarlijks aan kosten kwijt zijn. Volgens de laatste CBS-gegevens die ik kon vinden (zie hier), heeft iets meer dan de helft van het aantal huishoudens in Nederland één of meer huisdieren. Dat komt naar schatting neer op een totaal aantal huisdieren van 30 miljoen. (Als ik het goed begrijp gaat het dan om alle dieren die in dierenwinkels worden verkocht, inclusief zeg maar de goudvissen en de wandelende takken.) Dat zal wat kosten. Inderdaad, we besteden per jaar ongeveer 1,1 miljard euro aan onze huisdieren.

De cijfers voor honden en katten apart ontbreken, maar je mag denk ik aannemen dat het grootste deel van dat bedrag aan hen besteed wordt. Dat dat misschien geen weggegooid geld is, blijkt uit onderzoek naar de positieve gezondheidseffecten van het hebben van een (of meer) hond(en) of kat(ten). Als je, zoals in dit onderzoek, mensen een aantal jaren blijft volgen, dan kun je vaststellen dat degenen die een huisdier hebben, gezonder zijn dan degenen zonder huisdier. Ze hebben 15% minder huisartsbezoeken per jaar, ook als je met allerlei andere kenmerken rekening houdt. Doordat het onderzoek zich over meer jaren uitstrekte (longitudinaal was), konden de onderzoekers ook echt vaststellen dat mensen gezonder worden doordat ze een huisdier in huis haalden. In plaats van dat de meer gezonde mensen eerder een huisdier nemen (wat daarnaast natuurlijk ook best waar kan zijn). Meer aanwijzingen komen uit dit onderzoek in China, waar het tot 1992 in steden verboden was om huisdieren te houden.

Als het om honden gaat, zou je nog kunnen denken dat het positieve gezondheidseffect tot stand komt doordat hondenbezitters elke dag hun hond moeten uitlaten en daardoor meer beweging krijgen. Ik heb een keer een onderzoek onder ogen gehad waaruit bleek dat het niet alleen aan het meer bewegen ligt, maar ik heb dat niet bewaard en heb het nog niet kunnen terugvinden.

Beschermen onze honden en katten ons dan tegen chronische stress zoals onze familie en vrienden dat doen? Ja, daar zijn aanwijzingen voor. Dit onderzoek laat zien dat mensen met een huisdier een lagere hartslag en lagere bloeddruk (allebei baseline) hebben dan mensen zonder huisdier. En als ze onder druk gezet worden, hebben ze een lagere reactiviteit en een sneller herstel. Vooral als dat huisdier bij dat onder druk gezet worden ook echt aanwezig is. Conclusie van het onderzoek: Mensen zien hun huisdieren als belangrijke, ondersteunende onderdelen van hun leven en dat hangt gunstig samen met het functioneren van hun hart en bloedvaten en met hun gedrag. Zie ook mijn eerdere bericht over het gedicht "Een kat in een lege woning" van  Wisława Szymborska.

En niet te vergeten: gemeten naar de gezondheidseffecten van onze aanwezigheid, leveren wij natuurlijk een heel grote bijdrage aan de gezondheid van onze honden en katten. Dat honden en katten er zo goed in geslaagd zijn om ons voor hen te laten zorgen, ja, dat is evolutionair gezien een sterke aanwijzing voor hun
grote aanpassingsvermogen.

vrijdag 9 maart 2012

Zelfverrijking in de financiële sector en financiële crises

Is het zo dat zelfverrijking in de financiële sector als regel een rol speelt in de totstandkoming van financiële crises? In 2008 las ik dit paper van Thomas Philippon en Ariell Resheff, dat duidelijke aanwijzingen voor die rol van zelfverrijking verschaft. Twee grafieken zijn mij altijd bijgebleven en ik heb ze deze week weer eens opgezocht. De eerste is een grafiek die laat zien hoe in de Verenigde Staten het aandeel dat de financiële sector uitmaakt van de gehele economie zich ontwikkelde sinds ongeveer 1860.

We zien dat het aandeel vooral sinds ongeveer 1980 sterk begon te stijgen. Maar als we meer in de tijd teruggaan, zien we dat er zich voorafgaand aan de Grote Beurskrach van 1929 een soortgelijke stijging voordeed.

Nu kan het natuurlijk zijn dat in beide gevallen dat aandeel toenam doordat de financiële sector ook echt meer ging bijdragen aan het nationale product door een relatieve stijging van de productiviteit. Maar Philippon en Resheff komen tot de conclusie dat dat niet zo was. (Zie ook dit paper van Philippon.)

Een interessant zicht daarop geeft ook de tweede grafiek. De auteurs keken ook naar de ontwikkeling van de lonen in de financiële sector. En hielden daarbij rekening met factoren als toegenomen opleidingseisen die mogelijke loonstijgingen zouden kunnen verklaren. De ontwikkeling die daarboven uitgaat, dus van het loon voorzover de veranderingen daarvan met strikt economische factoren niet zijn te verklaren, staat afgebeeld in de tweede grafiek. In feite is het dus de ontwikkeling van het excessieve inkomen.

Tja, we zien hier de rol van de factor zelfverrijking in het ontstaan van financiële crises.

In de woorden van Joseph Stiglitz, de overwinning van hebzucht over voorzichtigheid. (De titel van hoofdstuk 6 van zijn boek Freefall. Free markets and the Sinking of the Global Economy (2010) luidt "Avarice Triumphs Over Prudence").

Of in de woorden van John Kenneth Galbraith:
...the basic fact of the twenty-first century - a corporate system based on the unrestrained power of self-enrichment.
Dat laatste citaat is uit The Economics of Innocent Fraud. Truth of Our Time, dat hij in 2004 schreef, twee jaar voor zijn overlijden op 97-jarige leeftijd. Het is een klein boekje, dat maar 74 bladzijden telt. Een zo oud en zo wijs geworden man heeft niet meer zo veel woorden nodig.

In 1954 schreef hij de eerste grote analyse van de Beurskrach van 1929: The Great Crash. Ik schreef eerder kort over John Kenneth Galbraith in dit bericht.

woensdag 7 maart 2012

Lessen uit de Mondragón coöperaties (Tegenlicht)

Wat viel er te leren van de Tegenlicht-uitzending op maandagavond over het succes van de Mondragón-coöperaties? Zie dit bericht. Mij bleven twee lessen bij:

1. De coöperaties hebben een lange periode gehad waarin ze zich onder beschermende omstandigheden konden ontwikkelen. Dat was de periode van het Franco-regime, die duurde tot 1975. Het economisch beleid was toen sterk protectionistisch. Wat je verder ook van het Franco-regime kunt zeggen (niet veel goeds), het zorgde wel voor een soort broedkamer waarin deze coöperaties sterk genoeg konden worden om zich ook onder meer concurrerende omstandigheden te kunnen handhaven. Algemenere les is misschien dat als coöperaties van de grond af moeten beginnen, ze eerst een zekere bescherming nodig hebben.

2. De Mondragón-coöperaties vormen een soort lokaal conglomeraat van grote en kleinere bedrijven. Dat lijkt er op te wijzen dat om succesvol te kunnen zijn, coöperaties altijd met meer tegelijk moeten ontstaan. Ze hebben elkaar nodig en wel in elkaars nabijheid. Een concrete illustratie daarvan is dat werknemers, die immers ook mede-eigenaar zijn, niet zomaar kunnen worden ontslagen, zoals in een "normaal" bedrijf. Maar door marktfluctuaties kan soms minder personeel nodig zijn. Wat er in Mondragón in zulke gevallen gebeurt, is dat werknemers tijdelijk bij andere coöperaties te werk worden gesteld. Dat wijst er ook meteen op dat er in zo'n conglomeraat diversiteit moet bestaan, zodat slappe perioden van de een kunnen worden gecompenseerd door drukke perioden van een ander.

Dit is wat ik heb opgepikt. Heb ik iets gemist? Laat het weten!

Robert Shiller: Het blijft een raadsel hoe vrijwel uitsluitend degenen die met de financiële wereld zijn verbonden zo fabuleus rijk kunnen worden

Robert Shiller schreef in 2009 samen met George Akerlof het boek Animal Spirits, dat overtuigend laat zien dat het vak economie zonder een flinke dosis van het vak psychologie gemakkelijk de bocht uit vliegt. En in The Subprime Solution (2008) past hij dat toe op het ontstaan van de aandelenzeepbel in de jaren negentig en de huizenprijszeepbel in het begin van deze eeuw.

Dit jaar verschijnt van hem Finance and the Good Society, waarin hij laat zien hoe de financiële sector opnieuw moet worden uitgevonden met het oog op een rechtvaardiger maatschappij. Zie de link hieronder voor een passage uit dat boek. Hij bespreekt de mogelijkheden om via belastingheffing tot een rechtvaardiger inkomensverdeling te komen.

Hij pleit er onder andere voor om de tarieven voor de inkomstenbelasting te indexeren voor de mate van ongelijkheid. De toptarieven zouden dan automatisch stijgen als de inkomensongelijkheid toeneemt. Als de V.S. die formule in 1979 had ingevoerd, dan was het hoogste tarief nu meer dan 75% geweest. Dat geeft, zegt Shiller, enig idee van de grootte van de toename van de inkomensongelijkheid in die periode. (Daarvoor zou je dan dat tarief in 1979 willen weten. Als ik dat opzoek, hier (p.32), dan blijkt dat 34,7 te zijn geweest.)

Toevallig dat Francois Hollande, de Franse socialistische presidentskandidaat, ook dat hoogste tarief van 75% heeft genoemd. En ook Ronald Plasterk heeft gezegd dat het hoogste belastingtarief best omhoog kan. Harry van Dalen ging daar in Trouw gisteren tegenin. Hij zegt dat je groei en rechtvaardigheid samen moet laten gaan en dat je dat niet doet door "uit pure kwaadheid of jaloezie een hoger belastingtarief te introduceren".

Maar het ontstaan van emoties, of je ze nu kwaadheid noemt of jaloezie, heeft natuurlijk iets te maken met de vraag of inkomensverschillen wel rechtvaardig zijn. Als het, zoals Shiller zegt, een raadsel blijft hoe vrijwel uitsluitend degenen die verbonden zijn met de financiële wereld zulke fabuleus hoge inkomens binnen weten te slepen, dan is het niet verrassend dat dat rechtvaardigheidsemoties oproept.

'via Blog this'

Richard Layard over geluk, psychische gezondheid en de rol van de overheid

Richard Layard schreef in 2005 het boek Happines. Lessons From a New Science. De Nederlandse vertaling heeft als titel Waarom zijn we niet gelukkig? en verscheen in 2005 met een herdruk in 2009. Nu alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Hij vertelt hier (zie link hieronder) wat hij allemaal sinds 2005 gedaan heeft om geluk (welzijn) en psychische gezondheid meer onder de aandacht van de overheid te brengen. Zijn laatste alinea, in mijn vertaling:
Het is mijn overtuiging dat de welzijnsbeweging niet meer is te stoppen. Geluk is het enige goed dat vanzelfsprekend precies dat is, een 'goed' - en we komen meer en meer te weten over de voorwaarden die ons gelukkig maken of ongelukkig. Maar er is nog een lange weg te gaan en het belangrijkste doel van de sociale wetenschap zou moeten zijn om licht te werpen op de voorwaarden die gunstig zijn voor geluk en de manieren waarop deze voorwaarden tot stand kunnen worden gebracht.
Een belangrijk man, Richard Layard.
P.S. Zie nog eens dit bericht, met een video van het interview van Richard Layard met Daniel Kahneman.
Wellbeing and mental health need to be the new frontier for the welfare state | British Politics and Policy at LSE:

'via Blog this'

dinsdag 6 maart 2012

Gezondheid en sociale omgeving (11): sociaal-economische statusverschillen, baanonzekerheid

Grote inkomensongelijkheid heeft schadelijke gezondheidseffecten (zie dit bericht). Dat geldt voor alle inkomensgroepen, dus ook voor mensen met hogere inkomens, zoals Wilkinson en Pickett in 2008 hebben laten zien.

Maar daarnaast blijken er grote sociaal-economische statusverschillen in gezondheid te bestaan. Sociaal-economische status staat voor kenmerken als inkomen, opleiding en beroepsstatus. Diezelfde Wilkinson schreef daar in 2000 een aardig boekje over, waarin hij wat toen bekend was, samenvatte. Hij meldt daar (p. 6) dat die verschillen blijven bestaan als je controleert voor roken, beweging en ander gedrag dat je gezondheid beïnvloedt. Of voor de kwaliteit van de ontvangen medische zorg. Anders gezegd, het kan wel zo zijn dat mensen met lagere status meer ongezond gedrag vertonen en minder goede zorg ontvangen, maar dit verklaart niet volledig dat ze ongezonder zijn dan mensen met hogere status. Hetzelfde geldt voor verschillen in woonomstandigheden, blootstelling aan luchtvervuiling, ongezond eten en andere materiële omstandigheden. (Update. Ook kan het zogenaamde selectie-effect het gezondheidsverschil niet volledig verklaren. Dat effect houdt in dat de kans om in een lagere statuspositie terecht te komen, hoger is als je meer gezondheidsproblemen hebt.) Uit onderzoek werd steeds duidelijker dat de oorzaak ligt in de sociale aspecten van statusverschillen. Wilkinson schrijft daarover (p. 7, mijn vertaling):
Achteraf gezien lijkt het alsof we leden aan een opmerkelijk niet-gesocialiseerd beeld van mensen. We namen aan dat de belangrijkste relaties die waren tussen mensen en dingen - een geloof dat zonder twijfel werd versterkt door het economische gezichtspunt dat welzijn afhangt van individuele, materiële consumptie. De sociale aspecten waren op de een of andere manier te vluchtig om mee te wegen naast de concrete milieuproblemen. Sindsdien heeft onderzoek ons er geleidelijk toe gedwongen om in te zien dat dat wat er het meest toe doet (en waarschijnlijk zelfs voor mensen die te lijden hebben van luchtvervuiling en slechte huisvesting) het psychosociale welzijn is en de kwaliteit van de sociale omgeving. Dit wil niet zeggen dat de directe effecten van materiële factoren onbelangrijk zijn; maar we moeten onderkennen dat de indirecte psychosociale effecten van relatieve deprivatie onverwacht krachtig zijn.
Die psychosociale effecten lijken er uit te bestaan dat lage status meer gepaard gaat met chronische angst- en onveiligheidsgevoelens, die weer samenhangen met het gevoel van een gebrek aan controle over het eigen leven. Het negatieve gezondheidseffect komt dan voort uit de chronische stress (type II allostatische overbelasting) die daarmee wordt opgeroepen.

Een concrete oorzaak van onveiligheidsgevoelens kan onzekerheid over het behoud van de eigen baan zijn. En baanonzekerheid lijkt meer voor te komen bij lagere sociaal-economische status. Uit dit onderzoek uit 2010 op basis van gegevens uit 16 (op Israël na Europese) landen blijkt dat het ervaren van baanonzekerheid een 39% grotere kans op een slechte (zelf-gerapporteerde) gezondheid met zich mee brengt. Dat is een belangrijk gegeven als we bedenken dat baanonzekerheid over de gehele linie toeneemt. "We" willen een flexibelere arbeidsmarkt, want daarmee hervormen we de economie en bevorderen we de economische groei. Maar dan houden we misschien te weinig rekening met die negatieve gezondheidseffecten en het lijden, en de economische kosten, die daaruit voortkomen.

In Nederland houdt het RIVM zich in het kader van het Nationaal Kompas Volksgezondheid bezig met sociaal-economische gezondheidsverschillen. Een prominent Nederlands onderzoeker op dit terrein is Johan P. Mackenbach van de Erasmus Universiteit.

maandag 5 maart 2012

Eredoctoraat Universiteit van Lissabon voor Paul Krugman

Paul Krugman heeft een eredoctoraat gekregen van de Universiteit van Lissabon. In zijn speech bespreekt hij het tekortschieten van het vak economie bij het voorkomen en het adequaat reageren op de huidige economische crisis. Zie de link onderaan dit bericht. Ik citeer deze passage aan het eind (geen tijd voor een vertaling):
Should we be surprised, then, that economic policy makers, after responding fairly effectively to the banking crisis, proceeded to lose the thread?
What happened, in fact, was that to a large extent policy makers ended up going for economic doctrines that made them feel comfortable, that corresponded to the prejudices of men not versed in economics. Thus, it’s normal to think of the economy as a whole as being like a family, which must tighten its belt in hard times; it’s also completely wrong. But lacking any clear message from the economists about how and why this is wrong, it became the common standard of discussion in America, where both Republicans and, alas, President Obama became very fond of the statement that the government should tighten its belt because families were tightening theirs.
It’s also normal to think of economics as a morality play, a tale of sin and redemption, in which countries must suffer for their past excesses. Again, this normal reaction is wrong, or at least mostly wrong – mass unemployment does nothing to help pay off debt. But absent clear guidance from the people who are supposed to explain that economics is not, in fact, a morality play, moralizing became the core of economic policy thinking in Germany, and hence played a huge role in European policy more generally.
Finally, government officials who hang out with businessmen – and almost all of them do – naturally tend to be attracted to views that put business confidence at the heart of the economic problem. Sure enough, belief that one should slash spending even in a depressed economy, and that this would actually promote growth because it would have positive effects on confidence, spread like wildfire in 2010. There were some economic studies used to justify the doctrine of expansionary austerity – studies that quickly collapsed under scrutiny. But really, the studies became popular because they suited the prejudices of politicians, prejudices that would have been totally familiar to Herbert Hoover or Heinrich Brüning.
And so our response to the crisis has been utterly inadequate.
Welke Nederlandse universiteit is de eerste die Paul Krugman een eredoctoraat uitreikt?
Economics in the Crisis - NYTimes.com:

'via Blog this'

Kan het anders? Vanavond kijken naar Tegenlicht: de Mondragón coöperaties

Tegenlicht is vanavond (21 tot 22 uur op Ned. 2) gewijd aan de coöperaties van Mondragón. Zie link onderaan dit bericht. In dat Baskische stadje werkt het overgrote deel van de bevolking in coöperaties. Ze zijn dus zowel mede-eigenaar als werknemer. En dat gebeurt al sinds 1956. Zie hier voor een uitgebreide beschrijving. En zie hier Louise Fresco over coöperaties en burgerinitiatieven. Ze sluit af met:
Juist omdat coöperaties de nadruk leggen op onderlinge afhankelijkheid en solidariteit, zijn ze actueler dan ooit. Na de desillusie van het 'graaikapitalisme' en het 'ieder voor zich', wordt het nieuwe motto 'wij voor elkaar'. Samen staan we sterk, voor publieke en private belangen. Dit past wonderwel in het hele politieke spectrum. De stevige zelfredzaamheid zou de rechtse partijen moeten aanspreken, de warme solidariteit de linkse. Daar zou toch iets moois uit te brouwen zijn voor Nederland.
De Verenigde Naties hebben 2012 uitgeroepen tot het jaar van de coöperaties.

'via Blog this'

zondag 4 maart 2012

De zeepbel van de financiële prikkels

Een heel mooi stuk van Mihir Desai in de Harvard Business Review over de zeepbel van de financiële prikkels. Zie de link hieronder. In het kort (mijn vertaling):
Het Amerikaanse kapitalisme is in de laatste drie decennia getransformeerd door het idee dat financiële markten geschikt zijn voor het meten van prestaties en het daarop afstemmen van de beloningen.
Het belonen van ondernemingsbestuurders met aandelen en de contracten met prestatie-afhankelijke beloningen voor vermogensbeheerders hebben de prikkels aan beide kanten van de kapitaalmarkt dramatisch veranderd.
Helaas is het idee van beloning gebaseerd op (resultaten op de) financiële markten zowel opmerkelijk verleidelijk als fundamenteel onjuist: het lijkt de beloning meer met prestaties in lijn te brengen, maar in feite beloont het geluk en kan het aanzetten tot gevaarlijk riskant gedrag.
Het systeem (van prestatiebeloning) heeft in grote mate bijgedragen tot de beide crisissen van het moderne Amerikaanse kapitalisme: aansturingsfouten die twijfel zaaien over het rentmeesterschap van managers en investeerders, en toegenomen inkomensongelijkheid.
Zie ook mijn eerdere berichten over de nadelen van de prestatie-afhankelijke beloning: hier en hier en hier.

The Incentive Bubble - Harvard Business Review:

'via Blog this'

JOY KILLS SORROW - I got something on my mind (2011)

Muziek voor de zondagochtend. "Fantastische bluegrass band uit Boston." Integer. En met een kleine knipoog.


vrijdag 2 maart 2012

De Nederlandse Bank wil nu bezuinigen. Maar met goede argumenten?

Volgens De Nederlandse Bank moet het overheidstekort nu worden teruggedrongen. In het Bulletin waar ik hier onder naar link, geven ze acht redenen. Heeft de DNB gelijk? Anderen die deskundiger zijn, moeten maar een vollediger oordeel vellen. Maar mij vallen twee dingen op:

1. De DNB geeft toe dat terugdringing van het tekort op korte termijn de groei zal drukken. Maar in welke mate, dat weten we niet precies en er zijn aanwijzingen dat het relatief gering zal zijn. Waarom? Omdat voor een kleine, open economie als die van ons land, geldt dat het meeste effect van die bezuinigingen weglekt naar het buitenland via vermindering van de importen. Eerlijk gezegd vind ik dit verbazingwekkend. Want dat raakt  precies het probleem dat nu in Europa speelt: als wij minder gaan importeren, dan maken we het de andere eurolanden alleen maar nog moeilijker om er weer bovenop te komen. Het komt er op neer dat we allemaal maar moeten gaan bezuinigen en daarmee allemaal elkaar lekker dwars gaan zitten. En dat adviseert onze Nederlandse Bank.

2. Ook gelooft DNB in het vertrouwenssprookje (cursivering van mij):
Het vertrouwen van de Nederlandse consument is momenteel erg laag, wat de consumptie negatief beïnvloedt. Een verdere ontsporing van de overheidsfinanciën draagt niet bij aan herstel van dit vertrouwen. Integendeel, uit onderzoek blijkt dat tekortreductie positieve vertrouwenseffecten kan genereren, die daarmee deels compenseren voor de negatieve bestedingseffecten. Een dergelijk vertrouwenseffect treedt vooral op in landen met een hoge schuldquote.
Uit welk onderzoek zou dat blijken? Als ik naar het literatuurlijstje kijk, dan kan eigenlijk alleen het OESO-rapport Fiscal multipliers and fiscal consolidation bedoeld zijn. Als ik dat rapport bekijk (hier), dan blijkt het te bestaan uit een serie simulaties. En wat komt daaruit? Ik citeer de laatste twee zinnen van de samenvatting (mijn vertaling en mijn cursivering):
Als verwacht wordt dat de overheid in de toekomst gaat bezuinigen, dan zullen de lange rentes nu dalen, en misschien zelfs een korte-termijn expansie van de output uitlokken. Expansieve bezuinigingen van dit soort zijn echter zeldzaam en op basis van de simulaties die we hebben onderzocht, worden ze niet verwacht.
De resultaten van dat onderzoek zijn dus precies tegengesteld aan wat de Nederlandse Bank beweert! Laten we zeggen: onbegrijpelijk.
DNBulletin: Sanering Nederlandse overheidsfinanciën kan geen uitstel velen - De Nederlandsche Bank:

'via Blog this'

Joseph Stiglitz: de drie grootste economische mythen van dit moment

Een interview met Joseph Stiglitz: zie de link hieronder. Hij legt nog eens uit dat economische ongelijkheid, naast negatieve sociale gevolgen, ook grote economische nadelen heeft.
Ongelijkheid is slecht voor groei, stabiliteit en efficiëntie. ... De ongelijkheid was het hoogst zowel voorafgaand aan de Grote Depressie (van de jaren dertig) en voorafgaand aan de (huidige) Grote Recessie en dat is geen toeval. De kern is dat als we veel ongelijkheid hebben, de vraag naar beneden gaat. ... Al die ongelijkheid werd gecompenseerd door het scheppen van een zeepbel. De zeepbel maakt ehet mensen mogelijk om meer te consumeren. Nu hebben we de ongelijkheid, maar we hebben niet een zeepbel en dat betekent dat we een blijvende zwakke vraag houden. En daardoor wordt het erg moeilijk om terug te keren naar volledige werkgelegenheid, tenzij we een nieuwe zeepbel creëeren.
Veel van de ongelijkheid in de Verenigde Staten is tot stand gekomen door verstoringen - een excessieve financiële sector, monopolies zoals Microsoft ... het bevoordelen van de oliemaatschappijen en de delfstoffenindustrie. ... Deze dingen verstoren de economie, terwijl ze rijkdom aan de top creëren. Het is dus geen welvaartscreatie - het is welvaartsherverdeling, die de grootte van de koek kleiner maakt.
En zijn antwoord op de vraag naar wat de grootste economische mythen zijn die de politiek in de Verenigde Staten beheersen, is:
De eerste is dat het terugbrengen van het overheidstekort de economie zou stimuleren door het vertrouwen te herstellen, wat je steeds maar weer hoort herhalen. Er is geen evidentie dat dat ooit gewerkt heeft. Je zou het de bezuinigingsmythe kunnen noemen - het is de ernstigste.
De tweede is dat het verhogen van de belastingen op hogere inkomens er toe zal leiden dat zij minder gaan sparen, minder investeren, en dat dat negatieve effecten zal hebben op de aanbodkant. Opnieuw, daarvoor is geen evidentie.
De derde is dat het verlagen van de belastingen voor ondernemingen over de gehele linie de investeringen in de V.S. zullen stimuleren. Er is geen evidentie daarvoor ... Als je investeringen wilt aanmoedigen, dan moet je de belastingen verlagen voor ondernemingen die investeren en de belastingen verhogen voor ondernemingen die niet investeren. Je kunt de belastingen zo herinrichten dat je prikkels geeft om te investeren.
Van die laatste weet ik het niet precies, maar die eerste twee mythes, die heersen ook nog steeds in Europa. Dus ook in Nederland.

Over de toename van inkomensongelijkheid en over de negatieve economische gevolgen daarvan, zie ook dit bericht en dit bericht. En zie mijn eerdere bericht over Stiglitz, waarin hij de gevaren van 2012 uiteenzet.

Famed economist: Income inequality bad for economy : page all - NorthJersey.com:

'via Blog this'