donderdag 31 mei 2012

Tweede bericht over dit blog en zijn lezers

Een tweede bericht over dit blog en zijn lezers. Met als aanleiding dat dit blog nu een half jaar in de lucht is. Zie hier het vorige bericht.

Er zijn in totaal 372 berichten geplaatst.

En tot dit moment waren er 13074 pageviews.

Zie de rechterkolom voor de tien meest populaire berichten. En zie hieronder voor de bijbehorende aantallen pageviews (tot op dit moment).

De echte oorzaken van de eurocrisis: 454

Boete voor no-show in ziekenhuizen?: 166

Wat is eigenlijk pro-sociaal gedrag?: 89

De hechtingstheorie van Bowlby en de mythe van...: 82

Tijd om de economie te stimuleren? De Nederlandse...: 74

Een diepzinnige beschouwing over de economische crisis: 70

Een kat in een lege woning....: 60

Goede voornemens en therapeutische....: 56

Jeugdzorg en de taaie mythe van de opvoedbaarheid: 47

Grootouders van belang voor pro-sociaal gedrag....: 46

Er is in totaal 11 keer gereageerd. Reacties blijven welkom. Of reageer als gastblogger door mij een email te sturen (henkdevo@gmail.com of h.de.vos@rug.nl).

Zie de rechterkolom voor de mogelijkheid om het blog per email te volgen. Op het ogenblik zijn er 18 volgers die (dagelijks) een email ontvangen, alleen als er een of meer nieuwe berichten zijn.

Ook is het mogelijk om je als volger kenbaar te maken voor anderen via de knop "Neem deel aan deze site". En je kunt zo ook het blog per twitter volgen.

Door meer welvaart voelen we minder de plicht tot arbeid - NSV Artikelprijs voor Rudi Wielers en Ferry Koster

Mijn co-auteur Rudi Wielers heeft samen met Ferry Koster van de Nederlandse Sociologische Vereniging de Artikelprijs 2012 uitgereikt gekregen. Zie hier voor het artikel ("Welvaart en arbeidsmotivatie: een internationale vergelijking") en het juryrapport.

Het artikel laat zien dat in welvarende landen mensen minder een plicht tot arbeid (arbeidsethos) voelen dan in minder welvarende landen. Mensen hebben een lager arbeidsethos hoe minder ze het eens zijn met de volgende uitspraken:
  • om je talenten volledig tot ontplooiing te laten   komen heb je een baan nodig
  • het is vernederend om geld te krijgen zonder ervoor te hoeven werken
  • mensen die niet werken worden lui
  • werk is een maatschappelijke plicht
  • werk zou altijd op de eerste plaats moeten komen, zelfs als dat minder vrije tijd betekent
Het blijkt tegelijk niet zo te zijn dat mensen bij welvaartsgroei meer intrinsiek gemotiveerd raken voor het werk. Een intrinsieke motivatie heb je als je het belangrijk vindt om een respectabele en verantwoordelijke en interessante baan te hebben, die overeenkomt met je capaciteiten. Daartegenover ben je vooral extrinsiek gemotiveerd als je vooral bent geïnteresseerd in een goed salaris, een niet te hoge werkdruk, goede baanzekerheid, goede arbeidsuren en veel vakantiedagen.

Daaruit kun je opmaken dat we door welvaartsstijging niet meer geïnteresseerd raken in de intrinsieke kwaliteit van het werk, dus in het hebben van werk om aan je persoonlijke, niet-materiële behoeften te kunnen voldoen. Nee, we raken minder in werk geïnteresseerd en meer in de mogelijkheden buiten het werk om die behoeften te kunnen bevredigen. Gezin, familie, vrienden, persoonlijke ontwikkeling.

Anders gezegd: we zoeken niet een zo hoog mogelijke economische welvaart, maar we streven naar een optimale mix van economische en sociale welvaart. En werk zoals wij dat in onze maatschappij hebben georganiseerd, speelt daarin maar een beperkte rol. Voorzover politici mochten vinden dat die rol groter moet zijn, dan moeten ze lijkt me maar eens goed nadenken over de mogelijkheden om de organisatie van het werk te verbeteren.

woensdag 30 mei 2012

Investeren in Spanje in plaats van allemaal het geld terug te halen - Merijn Knibbe

Merijn Knibbe geeft een mooie en goed onderbouwde analyse van de problemen van Spanje en van de mogelijkheden om die te boven te komen. Zie de link hieronder. Hij besluit met:
Slotbeschouwing: sneller dan iedereen denkt zal Spanje weer extern evenwicht bereiken, het heeft goedkope arbeiders en een nu al concurrerende industrie. Wat het land tegen houdt is de financiële situatie. En dat is oplosbaar (mede, bijvoorbeeld, door het inhouden van dividenden door de banken…). De enige reden voor tien jaar crisis is dat de schuldeisers hun eigen schulden koste wat het kost terugeisen – er daarbij niet aan denken dat als alle schuldeisers dat tegelijk doen en oude schulden niet meer willen herfinancieren, anders dan tegen onrealistisch hoge rentes die ook Duitsland en Nederland niet zouden kunnen betalen, er een dusdanige geldverkrapping plaats vindt dat niemand zijn geld meer terugkrijgt. Als we investeren in Spanje, in plaats van het geld terug te halen, dan is er geen tien jaar crisis nodig – en is er meer kans dat we ons eigen geld terugkrijgen!
Hoe zat dat ook alweer, in Duitsland, na de Eerste Wereldoorlog. Was dat niet net zoiets? Ik geloof dat ik toch eindelijk The Economic Consequences of the Peace, van ene J.M. Keynes, maar eens moet gaan lezen.
Hans-Werner Sinn leert (niet) van zijn vele fouten.

dinsdag 29 mei 2012

Gezondheid en sociale omgeving (18): televisie is een supernormale stimulus

In de twee vorige berichten (hier en hier) in deze reeks ging ik in op de vraag of televisiekijken een goede vervanging is voor echte sociale contacten. Die vraag dringt zich gemakkelijk op omdat het overgrote deel van de televisieprogramma's sociaal van aard is. We kijken naar een aanhoudende opeenvolging van sociale episodes, geacteerd of niet geacteerd, in speelfilms, sitcoms, spelprogramma's, reality shows, praatprogramma's en wat niet al. En we volgen (narcistische) televisiepersoonlijkheden alsof we met hen een persoonlijke relatie onderhouden.

Volgens Deirdre Barrett in haar boek Supernormal Stimuli. How Primal Urges Overran Their Evolutionary Purpose  is de televisie voor mensen een supernormale prikkel. Dat is een overdreven versie van een prikkel waarin we instinctmatig in geïnteresseerd zijn, omdat die interesse in ons evolutionaire verleden heeft bijgedragen aan onze overleving en voortplanting. En het kan zijn dat die overdreven versie ons zo gaat intrigeren dat we de normale, natuurlijke versie negeren. De term werd geïntroduceerd door Niko Tinbergen, die o.a. liet zien dat vogels meer zorg besteedden aan kunstmatige, qua grootte en kleur overdreven, eieren dan aan hun echte eieren. Als supernormale prikkels voor mensen worden bijvoorbeeld pornografie en junkfood genoemd. Maar dus ook de televisie.

Deirdre Barrett wijdt daar in haar boek een hoofdstuk aan, dat ze begint met het volgende citaat van Clive Barnes (mijn vertaling):
Televisie is de eerste werkelijk democratische cultuur - de eerste cultuur die voor iedereen beschikbaar is en die geheel beheerst wordt door wat de mensen willen. Het meest angstaanjagende is wat mensen willen.
Ik haal een paar passages uit dat hoofdstuk aan. Televisiekijken brengt ons in een merkwaardige toestand: we zitten stil en staren naar het beeld en hebben in die toestand een lager metabolisme (stofwisseling), met een lagere calorieverbranding, dan wanneer we in bed zouden liggen. En het blijkt uit metingen van alpha hersengolven dat we minder mentaal gestimuleerd worden dan wanneer we een boek lezen. Televisiekijken ontspant ons, maar maakt ook passief. Als we stoppen, stopt ook de ontspanning, maar niet de passiviteit. Het lijkt moeilijker om je daarna weer ergens op te concentreren. Als je televisie hebt gekeken, is de stemming van mensen hetzelfde of slechter dan daarvoor. Daar tegenover staat dat mensen zich beter voelen als ze hebben gelezen, gesport of tijd aan een hobby hebben besteed.

Kinderen slapen minder goed hoe langer ze televisie hebben gekeken. En hoe meer ze televisiekijken, hoe groter de kans op gedragsproblemen en op minder goede schoolprestaties. Dit zou er aan kunnen liggen dat de televisie remmend werkt op de ontwikkeling van de innerlijke dialoog, waarmee kinderen leren om problemen en plannen te overdenken. Ook zijn er duidelijke aanwijzingen voor negatieve gevolgen voor volwassenen, zoals meer kans op stemmingstoornissen. Er is een mooi onderzoek naar de gevolgen van de introductie van televisie in afgelegen Canadese berggebieden. Onmiddellijk na de introductie gingen mensen minder sporten, dansen of op andere manier bewegen. En na verloop van tijd werden mensen minder creatief bij het oplossen van problemen, minder vasthoudend in het uitvoeren van taken en hadden ze grotere problemen met het structureren van hun tijd.

Populaire programma's beloven bevrediging van heel basale sociale behoeften. Barrett noemt klassiekers als Little House on the Prairie, All in the Family, Three's Company, Good Times en Mad About You. Ik denk zelf ook aan Cheers!, waar ik, toegegeven, altijd graag naar keek. Maar al deze programma's (mijn vertaling):
laten je, na 30-60 minuten van de illusie van sociaal contact, niet achter met meer rijkdom aan echte vriendschap of familiebanden om je in tijden van nood te ondersteunen, maar wel met het vaste voornemen om de volgende week de ontwikkelingen in de levens van deze mensen te volgen, die niet alleen niets om jou geven, maar die zelfs niet bestaan
En Barrett noemt de anti-televisie website Whitedot.org, die ik niet kende, maar die interessant is. Er staan aardige berichtjes op, zoals dit bericht over bewoners van een buurt in Brighton die hun stoelen voor het huis neerzetten om een avond gewoon met elkaar en met de buren bij te praten. En om zo te bewijzen dat het ook anders kan dan dat onze sociale instincten ons meer naar de televisie trekken dan naar onze huisgenoten en onze buren.

Televisiekijken lijkt kortom niet alleen slecht voor ons te zijn omdat we daardoor te veel met narcisten in aanraking komen. Ook het kijken naar programma's die aan onze beste sociale gevoelens appelleren, lijkt geen goed idee omdat het ons afhoudt van waar het in het echte sociale leven om gaat.

maandag 28 mei 2012

Paul Krugman morgen in Londen - Looking For Risks In All The Wrong Places

Paul Krugman is onderweg naar Londen of daar al aangekomen, om er morgen een lezing te geven aan de London School of Economics. In dit blogbericht (link hieronder) kun je zijn powerpoint dia's al vast bekijken.
Looking For Risks In All The Wrong Places - NYTimes.com:

'via Blog this'

vrijdag 25 mei 2012

Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (5): (pro-) socialer zijn dan je denkt dat je bent

In het vorige bericht in deze reeks ging het over onderzoek dat laat zien dat mensen op de automatische piloot, dus als ze niet weloverwogen handelen, pro-socialer zijn dan wanneer ze nadenken over wat ze zullen gaan doen. Dat wijst op de mogelijkheid waarschijnlijkheid dat wij maar beperkt zicht hebben op ons eigen gedrag. Anders gezegd, dat onze bewuste gedachten over ons eigen gedrag een verkeerd beeld kunnen geven van dat gedrag.

De stap naar het boek Het Empathische Brein. Waarom we socialer zijn dan we denken van Christian Keysers, dat ik net gisteren uitlas, is maar klein. Christian Keysers bespreekt in dit boek het onderzoek naar spiegelneuronen en de inzichten die daaruit naar voren komen over empathie en ons sociale gedrag. Eenvoudig gezegd: wij blijken spiegelneuronen te hebben, die er (o.a.) voor zorgen dat als wij iemand iets zien doen, in onze hersenen de pre-motorische gebieden actief zijn die dat ook zouden zijn (maar dan nog meer) als wij zelf die handeling zouden verrichten. Uitvoeriger en in de woorden van Keysers (p. 148):
Als we iemand een handeling zien uitvoeren, lijkt de spiegelactiviteit  in onze pre-motor- en pariëtaalcortex niet alleen op de activiteit wanneer we zelf soortgelijke handelingen uitvoeren, maar ook op de activiteit in de pre-motorcortex van degene naar wie we kijken. In dat geval worden de pre-motor- en pariëtaalactiviteit van degene die wordt waargenomen daadwerkelijk gespiegeld door de waarnemer. Hetzelfde geldt wanneer we andermans tactiele gevoelens waarnemen: de somatosensorische activiteit van de waarnemer spiegelt daadwerkelijk die van degene naar wie de waarnemer kijkt.
Dat laatste slaat er op dat je zelf een beetje de pijn voelt als je ziet dat iemand anders zich bezeert.

Deze spiegelactiviteit speelt zich af zonder dat wij daar een bewust besef van hoeven te hebben. Het gebeurt automatisch. Of je moet grote moeite doen om het te voorkomen. Vandaar de ondertitel van het boek: Waarom we socialer zijn dan we denken. Zie ook nog eens dit bericht.

Ik denk dat de ontdekking van spiegelneuronen en het onderzoek er naar van groot belang is voor de sociale wetenschappen. Zie ook Het Spiegelende Brein van Marco Iacoboni. Ik kom er nog uitgebreid op terug.

Een mooie illustratie van het inzicht dat we met ons bewuste verstand maar beperkt inzicht hebben in de sociale aard van ons gedrag is dit onderzoek. Het laat zien hoe zeer wij door het gedrag van anderen worden beïnvloed, ook als we het niet rechtstreeks waarnemen, terwijl we tegelijkertijd sterk geneigd zijn om die beïnvloeding bewust te ontkennen.

donderdag 24 mei 2012

Succesvol ouder worden en omgaan met emoties

Nieuw onderzoek (fulltext achter de poort) wijst er op dat we met het succesvol ouder worden beter leren om met onze emoties om te gaan.

De onderzoekers lieten drie groepen proefpersonen, gezonde jongeren, gezonde ouderen en depressieve ouderen, keuzes maken die winst, maar ook verlies konden opleveren. Ze zagen op het computerscherm acht doosjes op een rij, die ze van links naar rechts konden openen. Elk doosje bevatte een opbrengst, behalve een per toeval bepaald doosje waarin een duiveltje bleek te zitten. Als je dat doosje opende, gingen alle tot dan toe verkregen opbrengsten verloren. Dat is natuurlijk spijtig en de onderzoekers gingen na hoe sterk mensen spijt en boosheid ervoeren en hoe ze reageerden.

In eerder onderzoek was gevonden dat jongeren, en niet ouderen, op spijt reageerden met in de volgende ronde meer risico te nemen. Dus met langer doorgaan doosjes te openen, met het steeds toenemende risico om een duiveltje te treffen. Omdat de plek van het duiveltje voor elke ronde opnieuw per toeval werd bepaald, en de proefpersonen hier van op de hoogte waren, kun je deze reactie opvatten als door emoties van spijt en boosheid gedreven. In feite werd de kans op spijt in de volgende ronde er door vergroot. Als je je minder door de spijt laat leiden, dan geef je er blijk van in te zien dat je na elke ronde met een schone lei begint. En ouderen geven dus meer blijk van dat besef dan jongeren.

In dit nieuwe onderzoek werd ook een groep depressieve ouderen onderzocht en het bleek dat die vergelijkbaar reageerden als jongeren. Dat is er een aanwijzing voor dat succesvol ouder worden, in plaats van depressief ouder worden, gepaard gaat met een betere beheersing van emoties. Dit bleek ook uit de waarden van fysiologische stressmetingen tijdens het onderzoek: bij de depressieve ouderen (en bij de jongeren) namen de huidgeleiding en hartslag toe en bij de gezonde ouderen niet. En uit fMRI onderzoek bleek dat vooral bij gezonde ouderen het hersengebied van de anterior cingulate cortex werd geactiveerd. En daarvan is bekend dat het een rol speelt in de cognitieve beheersing van emoties en in het aandacht geven aan positieve gebeurtenissen, zeg maar, optimisme. Gezonde ouderen zouden daardoor beter in staat zijn om de oorzaak van mislukkingen niet alleen maar bij zichzelf te zoeken, beter dan jongeren en depressieve ouderen.

De onderzoekers speculeren dat het verschil tussen gezonde jongeren en gezonde ouderen adaptief is. In de zin dat jongeren nog een lang leven voor de boeg hebben en zich dus maar beter veel van mislukkingen kunnen aantrekken. Als je nog veel tijd te gaan hebt, dan "loont het" om je over je eigen gedrag zorgen te maken en te piekeren. Maar als je dat nog steeds doet als je oud bent, dan zou dat geen goede aanpassing zijn aan het kortere perspectief dat je nog voor je hebt. En zou het de kans op ouderdomsdepressie dus vergroten.

Dat kan. Maar het kan ook zijn dat wij in een leefomgeving opgroeien die zo afwijkt van onze natuurlijke leefomgeving dat we een flink deel van onze levensloop nodig hebben om er een goede weg in te vinden. Er is met andere woorden een lang leerproces nodig om onze emotionele reacties goed te leren beheersen, om minder stress te ondervinden en om je gelukkig te voelen en tevreden met je leven te zijn. Zie ook nog eens hier en hier. Als dat zo zou zijn, dan hebben jongeren dus een achterstand in het leerproces van het leven op ouderen.

woensdag 23 mei 2012

Amartya Sen - The Crisis of European Democracy

Amartya Sen, de grote Indiase econoom en Nobelprijswinnaar, vindt dat als er bewijs nodig is voor de stelling dat de weg naar de hel geplaveid is met goede bedoelingen, de economische crisis in Europa dat bewijs verschaft. Zie de link onderaan dit bericht. Ik denk zijn oordeel is belangrijk genoeg om de moeite te nemen van een vertaling (van het grootste deel).
De prijzenswaardige maar bekrompen bedoelingen van de beleidsmakers van de Europese Unie zijn inadequaat geweest voor een gezonde Europese economie en hebben in plaats daarvan een wereld van ellende, chaos en verwarring gecreëerd.
Daarvoor zijn twee oorzaken.
Ten eerste kunnen intenties respectabel zijn zonder helder te zijn. En de grondslagen van het huidige bezuinigingsbeleid, gecombineerd met de rigiditeiten van de Europese muntunie (in afwezigheid van een begrotingsunie), zijn bepaald niet een model van overtuigingskracht en schranderheid. Ten tweede kan een intentie die op zichzelf goed is, in conflict komen met een urgente prioriteit - in dit geval, het behoud van een democratisch Europa dat zich inspant voor maatschappelijk welzijn. Dit zijn waarden waarvoor Europa heeft gevochten, decennia lang.
Zeker, sommige Europese landen behoeven al lang meer economische transparantie en meer verantwoordelijk economisch bestuur. Echter, de timing is cruciaal; hervormingen volgens een goed doordacht spoorboekje moeten worden onderscheiden van hervormingen in extreme haast. Griekenland, los van alle transparantieproblemen, verkeerde niet in een economische crisis voorafgaand aan de globale recessie in 2008. (Integendeel, zijn economie groeide met 4,6 procent en 2006 en met 3 procent in 2007 voor de krimp begon.)
De zaak van hervormingen, hoe urgent ook, is niet goed gediend met het eenzijdig opleggen van plotselinge en barbaarse bezuinigingen in de publieke voorzieningen. Dat in het wilde weg bezuinigingen verlaagt de vraag dramatisch - een contraproductieve strategie, gegeven de geweldige werkloosheid en de stil liggende productieve ondernemingen die gedecimeerd zijn door het gebrek aan marktvraag. In Griekenland, een van de landen  die zijn achtergebleven bij de productiviteitstoenames elders, is economische stimulering door monetaire politiek (devaluatie van de munt) uitgesloten door het bestaan van de Europese muntunie, terwijl het bezuinigingspakket dat geëist is door de Europese leiders extreem anti-groei is. (...)
Er is in feite volop historische evidentie dat de meest effectieve weg om tekorten terug te brengen er uit bestaat om tekortreductie te combineren met snelle economische groei, die meer opbrengsten genereert. De geweldige tekorten na de Tweede Wereldoorlog verdwenen grotendeels met snelle economische groei en iets soortgelijks gebeurde tijdens de regeerperiode van Bill Clinton. De veel geprezen reductie van het Zweedse tekort tussen 1994 en 1998 gebeurde samen met behoorlijk snelle economische groei. In tegenstelling daarmee wordt aan Europese landen nu gevraagd om hun tekorten terug te brengen terwijl ze gevangenen blijven in nulgroei of zelfs negatieve economische groei. (....)
Misschien het meest verontrustende aspect van de huidige Europese malaise is de vervanging van democratische besluiten door financiële dictaten - door de leiders van de Europese Unie en de Europese Centrale Bank, en indirect door de kredietbeoordelaars, waarvan de oordelen notoir onjuist zijn geweest.
Participerende publieke discussie - de "regering door discussie" voorgestaan door democratische theoretici als John Stuart Mill en Walter Bagehot - zou binnen een redelijke periode hebben kunnen komen tot geschikte hervormingen, zonder de grondslagen van het Europese stelsel van sociale rechtvaardigheid te bedreigen. In plaats daarvan heeft het drastische snijden in publieke voorzieningen met zeer weinig discussie over de noodzakelijkheid, effectiviteit of evenwichtigheid, weerzin gewekt bij een groot deel van de Europese bevolking en heeft het in de hand gewerkt van extremisten aan beide zijden van het politieke spectrum.
Europa kan zich zelf niet vernieuwen zonder iets te doen aan twee gebieden van politieke legitimiteit. Ten eerste kan Europa zich niet overleveren aan de eenzijdige opvattingen - of goede bedoelingen - van deskundigen zonder openbaar debat en geïnformeerde instemming van zijn burgers. Gegeven de duidelijk zichtbare minachting voor het publiek is het geen verrassing dat het publiek in verkiezing na verkiezing zijn ontevredenheid toont door regeringen weg te stemmen.
Ten tweede worden de democratie en de kans op het tot stand brengen van een goed beleid ondermijnd als ineffectieve en overduidelijk verkeerde maatregelen door de leiders gedicteerd worden. Het in het oog springende falen van de bezuinigingsvoorschriften die tot nu toe zijn opgelegd, heeft niet alleen de publieke participatie ondermijnd - een waarde op zichzelf - maar ook de mogelijkheid om tot een verstandige, en verstandig getimede, oplossing te komen.
We zijn ver afgedwaald van het "verenigde democratische Europa" waarnaar de pioniers van de Europese eenheid op zoek waren.
The Crisis of European Democracy - NYTimes.com:

'via Blog this'

dinsdag 22 mei 2012

De drachme naast de euro in Griekenland duikt weer op

Daar is ineens weer de gedachte terug dat Griekenland naast de euro een parallelle munt zou moeten invoeren. Nu naar voren gebracht door de chef-econoom van de Deutsche Bank, die hem de Geuro zou willen noemen. Zie de link onderaan dit bericht. En zie ook mijn eerdere bericht daarover. Naast de voordelen er van die ik daar noemde, noemt de econoom ook het voordeel dat de export goedkoper zal worden. Maar zie ook Barry Eichengreen, die het een slecht idee vindt.

We zijn kennelijk in de eurozone op zo onbekend terrein terecht gekomen dat het lijkt alsof we in een dichte mist onze weg moeten vinden.
Geuro: Deutsche-Bank-Experte fordert Parallelwährung für Griechenland - SPIEGEL ONLINE:

'via Blog this'

maandag 21 mei 2012

Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (4): op de automatische piloot zijn we pro-socialer dan wanneer we nadenken

Als we ons pro-sociaal gedragen, is dat dan vooral een uitkomst van bewuste overwegingen? Of zijn we juist pro-socialer als we niet de kans krijgen om na te denken?

Uit dit onderzoek (fulltext achter de poort, maar het manuscript is hier te downloaden) waar ik in dit bericht al naar verwees, valt op te maken dat als we niet teveel nadenken, zeg maar spontaan of automatisch handelen, pro-socialer zijn dan wanneer we weloverwogen handelen.

De onderzoekers baseren zich op de inzichten die we hebben in de verschillen tussen mensen in hun sociale waarde-oriëntaties. Mensen lijken behoorlijk goed te kunnen worden ingedeeld in aanhangers van pro-sociale waarden en aanhangers van egoïstische waarden. Als je mensen vraagt om te kiezen tussen allerlei verdelingen over henzelf en "een andere persoon", dan blijken sommigen een voorkeur te hebben voor zo groot mogelijke en zo gelijk mogelijke opbrengsten voor beiden. Dit zijn de pro-socialen. Maar anderen, de egoïsten, geven er blijk van dat ze alleen maar zelf een zo hoog mogelijke opbrengst willen (de individualisten) of een zo groot mogelijk verschil met de andere persoon in hun eigen voordeel (de competitievelingen). Deze waarden blijken behoorlijk stabiel te zijn. En de meeste mensen blijken ingedeeld te kunnen worden als pro-sociaal of egoïstisch.

Van de 159 proefpersonen die aan dit onderzoek meededen, bleken er 80 voldoende consistent pro-sociaal te zijn en 70 voldoende consistent egoïstisch. Deze 150 personen kregen vijf munten van €0,20, die ze moesten verdelen over zichzelf en een willekeurige andere, anonieme, deelnemer, waarbij gold dat ze konden houden wat ze voor zichzelf hielden. Met andere woorden, ze speelden een Dictator Spel, dat ook in dit bericht aan de orde kwam.

Voorafgaand aan dat spel kreeg de ene helft van de deelnemers de opdracht om dit getal van zeven cijfers te onthouden: 5684524. Terwijl de andere helft het getal 1234567 moest onthouden. Beide getallen waren gedurende 8 seconden op het computerscherm te zien. Deze opdracht was bedoeld om te kunnen nagaan wat het effect zou zijn van het cognitief afgeleid worden bij het spelen van het Dictator Spel. Uiteraard vergt het veel meer bewuste aandacht om dat eerste getal te onthouden dan het tweede. En de gedachte was dat daardoor de beslissing over hoeveel munten weg te geven veel meer automatisch en minder weloverwogen zou worden genomen.

Wat was het resultaat? De cognitieve afleiding zorgde er alleen bij de pro-socialen voor dat ze meer munten weg gaven. Als ze niet werden afgeleid, en er dus meer over na dachten, gaven ze minder weg en wel net zo veel als de egoïsten. De bestaande neiging tot pro-sociaal gedrag komt dus gemakkelijker tot uiting als je meer automatisch handelt.

Wat gebeurt er dan precies bij dat meer weg geven als je automatisch handelt? De onderzoekers vermoedden dat pro-socialen meer de neiging hebben om zich verbonden te voelen met anonieme, andere personen. En dat egoïsten minder die neiging hebben. Dat bleek in een vervolgonderzoek ook inderdaad  het geval te zijn. (Voor de geïnteresseerden: ze deden dat met de Inclusion of Other in the Self Scale.) En bovendien bleek dat grotere gevoel van verbondenheid voor een deel te verklaren waarom pro-socialen meer weg gaven als ze werden afgeleid. Als pro-socialen er minder over nadenken, nemen ze gemakkelijker aan dat een anonieme andere persoon iemand is waar mee je je wel verbonden kunt voelen. En dus geven ze meer weg.

Dat werd tenslotte nog eens op een andere manier bevestigd door in een derde onderzoek de helft van de proefpersonen de indruk te geven dat ze het Dictator Spel speelden met een andere persoon die wat interesses en dagelijkse bezigheden sterk op hen leek. Uit veel onderzoek blijkt dat mensen zich gemakkelijker verbonden voelen met anderen die op hen lijken. En wat bleek? Degenen die speelden met iemand die op hen leek gaven meer weg dan degenen die speelden met iemand die juist weinig op hen leek, maar alleen als ze werden afgeleid. En dit gold niet alleen voor de pro-socialen, maar ook voor de egoïsten. Ook de egoïsten geven meer weg aan iemand waarmee ze zich verbonden voelen, maar alleen als ze er niet te lang over kunnen nadenken.

Wat leren we hiervan? Dat waarschijnlijk ook in situaties in het dagelijks leven waarin mensen meer of minder met anderen rekening kunnen houden, en waarin geen duidelijke normen bestaan over hoe je je hoort te gedragen, mensen die al pro-sociaal van aard zijn, zich pro-socialer gedragen als ze meer op de automatische piloot handelen. En dat laatste geldt zelfs ook voor egoïsten, maar alleen als ze zich met anderen verbonden voelen.

Dit alles lijkt mij te suggereren dat onze impuls tot pro-sociaal gedrag ook echt een impuls is. En dus vanuit een "dieper" niveau van onze hersenen afkomstig is dan daar waar we bewust en weloverwogen over ons gedrag nadenken. Dat is iets om verder over na te denken!

zondag 20 mei 2012

Muziek voor de zondagochtend - Janine Jansen e.a.: Pianotrio in Bes van Schubert

Deze keer voor de zondagavond. Onze Janine Jansen.

Bezuinigers gevangen in de beeldspraak van de broekriem - Robert Shiller

Ook Robert Shiller buigt zich over de vraag hoe de bezuinigingszeepbel kon ontstaan en zich kan handhaven, zij het met steeds meer moeite. Zie de link onderaan dit bericht. Zeker als het gaat om het publieke domein, wordt ons denken sterk gestuurd door metaforen. Bij onvolledige informatie kunnen we in ons denken in de ban raken van beeldspraak die suggereert dat we de kennis die we wel hebben eenvoudig kunnen overhevelen naar een minder bekend gebied. En zo kan de illusie ontstaan dat we middels een metafoor tot een geïnformeerd oordeel zijn gekomen.

In het geval van de bezuinigingszeepbel gaat het om de metafoor van het huishouden dat de broekriem moet aantrekken als het teveel geld heeft uitgegeven. En die metafoor is krachtig, want hij sluit aan bij de sterke morele intuïties van verantwoordelijk gedrag. Maar die intuïtie verwerven we in het domein van de persoonlijke relaties, waarover we als regel veel beter geïnformeerd zijn dan over het publieke domein. Dan ligt de fout op de loer dat we hem onvoldoende geïnformeerd toepassen op de publieke domein. Zie ook nog eens dit bericht.

De aanhangers van het bezuinigen als oplossing van de economische crisis gebruiken graag de metafoor van het huishouden dat de broekriem moet aanhalen als richtlijn voor wat de overheid moet doen. Wat moreel goed voelt, moet ook wel het juiste overheidsbeleid zijn. Iemand die daaraan twijfelt, moet wel haast immoreel of onverantwoordelijk zijn. Vandaar dat de bezuinigers ("austerians") in Nederland graag van zichzelf en van elkaar zeggen dat ze "hun verantwoordelijkheid nemen", daarmee implicerend dat hun tegenstanders onverantwoordelijk handelen. En vandaar dat Premier Cameron het "gevaarlijke stemmen" noemt die oproepen om het bezuinigingspad te verlaten. Zie hier (vierde alinea) en zie Paul Krugman daarover (hier). En Simon Wren-Lewis.

Zakelijke discussies worden lastig als zulke onjuiste metaforen in het spel zijn gebracht. Paul Krugman en anderen laten steeds maar zien dat de bezuinigers het feitelijk bij het verkeerde eind hebben. Maar het lijkt weinig uit te halen, omdat de bezuinigers er alleen maar de kracht van de metafoor tegenover hoeven te stellen om, althans in eigen ogen en die van hun aanhangers, hun gelijk te bevestigen.

Ook Shiller geeft nog weer eens de goede zakelijke argumenten voor een stimuleringsbeleid, in plaats van bezuinigen, in een tijd van oplopende werkloosheid waarin de private consumptie is ingestort. En hij noemt maar weer eens de paradox van de zuinigheid:
wat verstandig is voor het huishouden is niet verstandig voor de maatschappij als geheel. Dit idee, soms de paradox van de zuinigheid genoemd, is dat als we allemaal tegelijk de broekriem aanhalen, de economie zo verzwakt wordt dat we uiteindelijk minder kunnen besparen, en integendeel allemaal slechter af zijn. Als dat gebeurt, dan is er collectieve actie - overheidsstimulering - nodig.
Als al die zakelijke argumentatie onvoldoende helpt, moeten we dan niet een tegengestelde metafoor bedenken die net zo krachtig is? Shiller stelt de metafoor van de "winter op de boerderij" voor. Als de winter invalt is er op de familieboerderij niet voldoende werk. Moeten de gezinsleden dan maar de hele winter niets doen (werkloos zijn)? Of is het niet beter om de winter te gebruiken voor langere termijn-projecten, zoals het repareren van de schuur, het graven van een bron of het bouwen van een afrastering?

Zit wat in, zou ik zeggen.

Maar Peter Dorman is er niet helemaal tevreden mee. Want die winter suggereert dat het probleem iets is wat van buiten komt, terwijl de economische winter nu juist zelf is gecreëerd. Hij stelt daarom het volgende voor (mijn vertaling):
er is een land ver hier vandaan met maar twee boeren en hun gezinnen. De een verbouwt tarwe en de ander houdt koeien voor de melk. Elk produceert voor zichzelf en verkoopt wat overblijft aan de andere boer. Op een dag besluit de melkveehouder om een koolhydraatarm dieet te gaan volgen en de aankoop van tarwe door het gezin terug te brengen. Het inkomen van de bouwboer daalt en het gezin houdt een spoedvergadering om uit te vinden wat hier aan toe doen. "Ons inkomen is gedaald," zegt de bouwboer, "en we hebben geen ander alternatief dan de broekriem aan te halen. Dit betekent dat we minder melk kunnen aanschaffen." En zo geschiedt. Maar dan daalt ook het inkomen van de melkveehouder en zij houden ook een vergadering, met als resultaat dat ze nog minder tarwe gaan kopen. En zo gaat het door, heen en weer, totdat beide gezinnen helemaal geen inkomen meer hebben en iedereen op een houtje moet bijten.
Een eenvoudige en krachtige metafoor, lijkt me. Om er het land mee in te gaan. Net zo als je soms intimidatie met intimidatie moet bestrijden, moet je soms ook een verkeerde metafoor onschadelijk maken door een goede.

How National Belt-Tightening Goes Awry - Economic View - NYTimes.com:

'via Blog this'

donderdag 17 mei 2012

Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (3): Leeftijdsmenging op school bevordert pro-sociaal gedrag

Onze kinderen groeien sterk naar leeftijd gesegregeerd op. Buiten het eigen gezin komen ze vrijwel alleen in aanraking met andere kinderen van dezelfde leeftijd, in de kinderopvang, op school en in de vrije tijd. En dat wijkt sterk af van het coöperatief groot brengen van kinderen dat tot voor kort zo kenmerkend was voor mensen in vergelijking met andere primaten. Die manier van opgroeien, waarbij kinderen veel met oudere (en later met jongere) kinderen en met andere volwassenen dan de eigen ouders in aanraking komen, bevordert de sociale en morele ontwikkeling en het pro-sociale gedrag. Zie dit bericht over het coöperatieve groot brengen en dit bericht over de negatieve gevolgen van leeftijdssegregatie.

In dat laatste bericht noemde ik al bestaande pogingen om leeftijdsmenging te bevorderen: de maatjesprojecten en de speelmiddagen die oudere kinderen in sommige buurten voor jongere kinderen organiseren. Maar is het ook niet mogelijk om juist op scholen, waar we extreme leeftijdssegregatie op een of andere manier "normaal" zijn gaan vinden, meer aan leeftijdsmenging te doen?

Ja, dat is mogelijk. En het wordt ook al wel gedaan. Een tijd terug kreeg ik dit artikel uit 1999 onder ogen, waarin verslag wordt gedaan van een Amerikaans onderzoek waarin kinderen worden vergeleken die leeftijdsgesegregeerd en kinderen die leeftijdsgemengd onderwijs kregen. Voorafgaand aan de verdeling over deze twee soorten onderwijs waren er geen verschillen in gedrag tussen de twee groepen. Het blijkt dan dat de kinderen die naar leeftijd gemengd waren, zich pro-socialer gedroegen, meer vriendschapsgedrag vertoonden en minder agressief waren. Ook als gecontroleerd werd voor bijvoorbeeld klassengrootte. Toen na twee jaar alle kinderen weer naar leeftijd gescheiden werden, bleven de verschillen in pro-sociaal en agressief gedrag bestaan. Het gedurende twee jaar in een leeftijdsgemengde klas doorbrengen, lijkt dus al  te "vormen".

Daarbij moet worden aangetekend dat het leeftijdsgemengde onderwijs uit meer bestond dan dat de kinderen een klaslokaal deelden. Het onderwijs was er ook op gericht om interactie tussen jongere en oudere kinderen tot stand te brengen, doordat oudere kinderen de jongere hielpen en ondersteunden en er gewerkt werd in gemengde groepen. Want:
Sociale competentie wordt voor oudere kinderen bevorderd door het instrueren van en zorgen voor jongere kinderen. En voor jongere kinderen door de mogelijkheid om het gedrag van hun oudere klasgenoten te observeren en na te doen.
 Moeten we dit in Nederland niet ook meer gaan doen? Mijn indruk is dat er behoefte aan bestaat. En sommige scholen proberen al wel iets. Zo worden op de school van mijn kleindochters, die ik een keer in de week van school haal, oudere leerlingen als mentor aan jongere leerlingen gekoppeld.
Update. Op Jenaplanscholen zijn leerlingen in stamgroepen ingedeeld, die naar leeftijd gemengd zijn.

Merijn Knibbe: Misvattingen over Spanje rechtgezet (1). De Spaanse export deed en doet het wel goed.

Merijn Knibbe (zie link onderaan dit bericht):
Een van de meest onthutsende aspecten van de huidige crisis is hoezeer zowel de publieke discussie alsook veel economen ter staving van allerlei analyses en opvattingen gebruik maken van halve waarheden, onzorgvuldigheden, slecht gedefinieerde variabelen, onjuiste concepten en zelfs regelrechte onjuistheden.
Misvattingen over Spanje rechtgezet (1). De Spaanse export deed en doet het wel goed.

woensdag 16 mei 2012

Boete voor no-show in ziekenhuizen? Peiling van Erasmus MC

Het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam is een van de ziekenhuizen die een boete oplegt als patiënten niet op hun afspraak komen opdagen. Uit een peiling bij ruim driehonderd van hun patiënten blijkt dat ruim twee derde voorstander is van een boetesysteem.

In dit bericht besprak ik onderzoek dat er op wijst dat er omstandigheden kunnen zijn waaronder een boetebeleid niet effectief is. En zelfs averechts kan werken. Het Erasmus MC wijst er op dat er ook tegenstand tegen het boetebeleid bestaat, "inclusief twijfels over het gewenste effect". Met een link naar mijn bericht. Zie hier.

dinsdag 15 mei 2012

De motieven achter de bezuinigingszeepbel - Paul Krugman (End This Depression Now!)

Hoe kon de bezuinigingszeepbel zomaar ineens ontstaan?

De eerste reactie op de kredietcrisis van de Amerikaanse en Europese overheden was dat er snel met stimuleringsbeleid moest worden ingegrepen. Daarmee volgden ze de aanwijzingen van de economische handboeken en de lessen van de Grote Depressie van de jaren dertig. Maar even later, in 2010, besloten de regeringen en de financiële elite om de handboeken en de lessen van de geschiedenis het raam uit te gooien. In hoofdstuk 11 van zijn pas verschenen End This Depression Now! vraagt Paul Krugman zich verbijsterd af hoe dat kon gebeuren.

Als antwoord op die vraag loopt hij eerst de argumenten na die de voorstanders van strenge bezuinigingen daar voor gaven.

Een argument bestond uit de vrees dat landen die niet snel met het stimuleringsbeleid zouden stoppen om over te gaan tot bezuinigingen, zelfs bij hoge werkloosheid, in eenzelfde schuldencrisis terecht zouden komen als Griekenland. Griekenland werd als afschrikwekkend voorbeeld gebruikt van hoe het zou kunnen aflopen. Zeer hoge rentes lagen op de loer. Maar de Griekse problemen zijn een speciaal geval en die gevreesde renteverhogingen bleven gewoon uit.

Een tweede argument was dat bezuinigen het vertrouwen van investeerders en consumenten zou vergroten, waardoor de economie zou worden aangejaagd. Want investeerders zouden door de lagere overheidsuitgaven lagere toekomstige rentes verwachten en daardoor meer gaan investeren. En consumenten zouden lagere belastingen in de toekomst verwachten en daardoor meer gaan uitgeven. Ter ondersteuning van dit argument werd verwezen naar onderzoek van Alesina, maar bij nadere inspectie bleek dat onderzoek niet goed te zijn uitgevoerd. Onlangs deden onderzoekers van het IMF het onderzoek over en vonden ze dat bezuinigingen in de gevallen die Alesina had bestudeerd, juist de economie naar beneden drukten. En dat bleek en blijkt ook te gebeuren met de economie van Groot-Britannië, waar de regering van Cameron het "vertrouwenssprookje" enthousiast omarmde en dus fors ging bezuinigen. Met als gevolg dat het vertrouwen van producten en consumenten daalde tot ongekende niveau's. (HdV: En daar is natuurlijk aan toe te voegen dat we in Nederland hetzelfde meemaken.)

Voorstanders van bezuinigingen waarschuwden ook voor de lage rentes die de centrale banken hanteerden, ondanks dat er geen uitzicht was op verhoging van de inflatie en de werkloosheid hoog was. Gepleit werd voor renteverhoging, waar de ECB in 2011 zelfs ook toe overging (kort daarna weer teruggedraaid). Hiervoor werd het argument gebruikt dat in een depressie het herstel uit zichzelf hoort plaats te vinden. De economie moet zich aanpassen en daarvoor is nodig dat er eerst van alles (kapitaal, vaardigheden) moet worden "vernietigd" om plaats te maken voor nieuwe bronnen van groei. Dit is de oude "liquidationistische" doctrine van o.a. Schumpeter die ineens nieuw leven werd ingeblazen, zonder daarvoor goede redenen of een analyse te geven.

Dan de vraag hoe het kwam dat de politieke en financiële elite de bezuinigingszeepbel volbliezen met zulke zwakke argumenten. Welke motieven hadden ze daarvoor?

Enkele mogelijke motieven werden al door Keynes genoemd: het geeft intellectueel prestige om dingen te beweren die gewone mensen niet zouden bedenken en het geeft gezag om te zeggen dat onrechtvaardigheid en lijden nu eenmaal onvermijdelijk zijn. En Kalecki schreef al in 1943 dat ondernemers graag horen dat de economische welvaart van hun vertrouwen afhangt. En dus vinden politici die ondernemers willen behagen het prettig om dat te zeggen.

Krugman voegt daar nog aan toe dat een bezuinigingsbeleid dat obsessief de inflatie bevecht en rentes verhoogt ook bij hoge werkloosheid, ten goede komt aan de belangen van degenen die geld uitlenen, in tegenstelling tot de belangen van degenen die geld lenen en/of van de opbrengsten van hun arbeid moeten rond komen. Een motief kan dus zijn om vooral die eerste belangen te willen behartigen.

Tenslotte is er de voortdurende neiging om van de economische crisis een spel van goed en kwaad te maken: de depressie is het onvermijdelijke gevolg van zonden die in het verleden begaan zijn. En voor de politieke en financiële elite voelt het goed om de rol van volwassene te spelen die wijst op de onvermijdelijkheid van het ondergaan van het lijden dat volgt op de zonde. Maar:
Het probleem is dat het in de huidige toestand vasthouden aan de noodzaak van voort durend lijden juist niet volwassen is. Het is kinderlijk (beleid beoordelen op hoe het voelt, in plaats van op zijn resultaten) en destructief.
Dit alles dus in hoofdstuk 11 van End This Depression Now!

Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (2): samenwerking, competitie en het gedrag van anderen

In het eerste bericht in deze serie besprak ik onderzoek waaruit bleek dat de bereidheid van mensen tot pro-sociaal gedrag afhankelijk is van het vertrouwen dat ze hebben in het pro-sociale gedrag van anderen. Als dat vertrouwen minder is, als ze de wereld als onverschillig of zelfs vijandig ervaren, dan gedragen ze zich minder pro-sociaal. De mate waarin die afhankelijkheid bestaat, verschilt wel tussen mensen. Sommigen zijn over de hele linie pro-socialer, en sommigen a-socialer, dan anderen, maar voor de grote meerderheid geldt dat hun pro-sociale gedrag sterk afhankelijk is van  de vraag of ze er op vertrouwen dat anderen zich ook pro-sociaal gedragen. Dat betekent dat we met zijn allen gemakkelijk een grote mate van onderlinge hulpbereidheid tot stand kunnen brengen, maar ook even gemakkelijk een toestand van wederzijdse onverschilligheid of zelfs vijandigheid. Vandaar dat pro-sociaal gedrag niet zozeer een individuele, maar een collectieve prestatie is. Zie nog eens dit bericht.

Dit is eigenlijk een eenvoudig en intuïtief aansprekend inzicht. Toch is het niet wijdverbreid. Mensen hebben niet noodzakelijkerwijs een grote mate van zelfinzicht, niet in hun individuele eigenaardigheden, maar ook niet in de algemeen menselijke gedragsprincipes. De eerste keer dat het inzicht tot mij doordrong, moet ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn geweest. Het was toen ik dit artikel van de sociaal-psychologen Kelley en Stahelski uit 1970 onder ogen kreeg (fulltext helaas achter de poort). Het is een beroemd artikel geworden, met tot vandaag 716 citaties.

Kelley en Stahelski bespreken in dat artikel een groot aantal laboratoriumexperimenten, waarin proefpersonen het zogenaamde gevangenendilemma moesten spelen. (Zie de link voor uitleg over de naam van het dilemma.) In dat "spel" uit de speltheorie hebben mensen de keuze om, met een andere persoon, samen te werken of  niet. Als A en B (zie de figuur) allebei kiezen voor samenwerken, hebben ze allebei een hoge opbrengst (allebei 3 in de figuur). Maar als een van de twee er voor kiest om niet samen te werken en de ander daar wel voor kiest (linksonder en rechtsboven), dan heeft de eerste een nog hogere opbrengst (5) en de tweede juist een lagere (0). De niet-samenwerker profiteert van de inspanningen van de ander. Beide willen natuurlijk voorkomen dat ze de lage opbrengst krijgen als de ander van hen profiteert. Als ze dus allebei kiezen om niet samen te werken, hebben ze allebei een lagere opbrengst (beide 1, rechtsonder) dan wanneer ze allebei wel zouden samenwerken.

Volgens de speltheorie, die er van uitgaat dat mensen rationeel kiezen, zeg maar, hun eigen belang nastreven, zullen mensen in dit spel niet samenwerken. Dat is namelijk altijd beter dan dat wel te doen. Want als je niet samenwerkt (Defect):
  1. en de ander doet dat wel, dan profiteer je van de inspanning van de ander en is je opbrengst (5) hoger dan wanneer je wel had samengewerkt (3),
  2. en de ander doet dat ook niet, dan heb je met een opbrengst van 1 voorkomen dat je de laagste opbrengst hebt (0) doordat de ander van jouw inspanning profiteert.
Niet samenwerken is dus de zogenaamde dominante strategie. En dat is tragisch, want de opbrengst is dan voor beide 1 en die was hoger geweest als ze wel allebei hadden samengewerkt (beide 3).

Een voorbeeld van dit dilemma uit het echte leven, maar dan met meer dan twee personen, is het ontstaan van files. Als we allemaal met het openbaar vervoer zouden gaan (en het openbaar vervoer zou voldoende capaciteit hebben), dan waren we beter af dan wanneer we allemaal met de auto gaan, want dan stonden we in de file. Tegelijk geldt voor elk van ons dat we nog beter af zijn als alle anderen met het openbaar vervoer gaan en wij zelf met de auto. Maar als we dat allemaal doen, dan staan we dus allemaal in de file.

Toen Kelley en Stahelski dit artikel in 1970 schreven, was al wel bekend dat mensen in zulke laboratoriumexperimenten anders handelen dan de rationale keuzetheorie voorspelde. Veel mensen blijken namelijk wel bereid te zijn om samen te werken, ook al is dat niet hun "dominante strategie". Mensen lijken meer tot samenwerking bereid, en zijn dus pro-socialer, dan volgens die theorie verwacht mocht worden. En datzelfde bleek ook uit de experimenten van Kelley en Stahelski.

Maar Kelley en Stahelski deden ook een interessante ontdekking doordat ze de proefpersonen hadden ondervraagd wat ze in het spel wilden nastreven. Er waren spelers die samenwerking zeiden te willen nastreven, wat inhield dat ze zowel met de eigen opbrengst als met de opbrengst van de ander rekening wilden houden. Maar anderen gaven aan competitie op het oog te hebben, inhoudende dat ze alleen in hun eigen opbrengsten geïnteresseerd waren. Het bleek toen dat als je degenen die op samenwerking gericht waren liet spelen met degenen die op competitie gericht waren, ze met competitie reageerden op het competitieve gedrag van hun medespeler. Hoewel samenwerking hun doel was, ontdekten ze dat de ander daarin niet mee ging en pasten ze hun gedrag daar op aan. Datzelfde gold echter niet voor degenen die op competitie gericht waren. Die begonnen competitief en bleven daarin volharden.

De onderzoekers trokken daaruit, en uit verdere ondervraging van de spelers, de conclusie dat samenwerkers er van uitgaan dat andere mensen ook op samenwerking gericht kunnen zijn, maar ook competitie kunnen nastreven. Als ze nog niet weten met wat voor iemand ze te maken hebben, stellen ze zich eerst coöperatief op. Maar als de ander zich competitief gedraagt, passen ze hun gedrag aan door dat ook te doen. Samenwerkers hebben een gedifferentieerd beeld van hoe mensen kunnen zijn, coöperatief of competitief.

Daarentegen blijken degene die op competitie gericht zijn, de overtuiging te hebben dat andere mensen dat ook zijn. Als een ander zich coöperatief gedraagt, dan verandert dat hun wereldbeeld niet. Misschien denken ze dat de ander probeert hen er in te laten lopen. Ze vertrouwen het niet, lijkt het. En omdat ze zelf competitief handelen, lokken ze dat zelfde gedrag bij anderen uit, waardoor ze ook meestal in hun verwachtingen bevestigd worden. Ze creëren dus met hun gedrag een wereld die ze ook al verwachten. Terwijl de samenwerkers ontdekken dat hun gedrag soms bij anderen samenwerking uitlokt, namelijk als ze een andere samenwerker tegenkomen, blijven degenen die op competitie gericht zijn, onkundig van de effecten van hun gedrag op anderen. Anders gezegd: door hun competitieve gedrag leren ze nooit dat pro-sociaal gedrag met pro-sociaal gedrag kan worden uitgelokt.

Het opvallende is nu dat het competitieve wereldbeeld, dus de veronderstelling dat anderen altijd op competitie gericht zijn, sterk overeenkomt met de veronderstellingen van die rationele keuzetheorie. De beperkte blik van degenen die op competitie gericht zijn, vinden we terug in die theorie. Vandaar dat de aanhangers van die rationele keuzetheorie grote moeite hadden om te accepteren dat er samenwerkers bleken te bestaan. Dat klopte niet met de theorie. Dus probeerden ze om dat samenwerkingsgedrag weg te verklaren. Bijvoorbeeld door te veronderstellen dat de spelers die er voor kozen om samen te werken, dat deden doordat ze het spel nog niet goed genoeg hadden begrepen. En dat ze zich dus wel competitiever zouden gedragen als ze meer ervaring met het spel hadden en meer tijd gehad hadden om over hun gedrag na te denken. Maar uit later onderzoek bleek dat dat niet opging. (Voor mij was het artikel van Kelley en Stahelski het begin van mijn afscheid van de rationele keuzetheorie.)

Toch zit er wel iets in de gedachte dat spontaniteit en pro-sociaal gedrag gemakkelijk samen gaan. Want uit dit recente onderzoek (fulltext achter de poort), waar ik de volgende keer op terug kom, blijkt dat minder tijd krijgen om na te denken, en dus meer intuïtief en op de automatische piloot moeten handelen, pro-sociaal gedrag bevordert. Dat klopt met de waarneming dat het helpen van iemand in een noodsituatie, als het gebeurt, vaak spontaan en direct gebeurt. Als er wat tijd over heen gaat, blijkt soms de hulpbereidheid snel af te nemen. Maar meer daarover dus de volgende keer.

zondag 13 mei 2012

Meer horeca, en dus ontmoetingsplekken, in de wijken - gemeente Utrecht

De gemeente Utrecht wil het "horecakader" aanpassen. Dat houdt onder meer in dat er in de wijken meer daghoreca en restaurants moeten komen.

Dit voornemen is toe te juichen. We hebben een periode van zo'n halve eeuw achter ons van schaalvergroting en concentratie van bedrijvigheid en voorzieningen. Dat heeft geleid tot een sterke functiescheiding, dat wil zeggen tot de ruimtelijke scheiding van wonen, werken en uitgaan. We wonen in een wijk waar nog alleen maar gewoond wordt, werken in een gebied waar alleen gewerkt wordt en winkelen en gaan uit in gebieden waar alleen gewinkeld en uitgegaan wordt.

De negatieve sociale gevolgen daarvan heb ik eerder met de term uitzwerming aangeduid. Zie daarover ook hoofdstuk 12 van het beroemde Bowling Alone. The Collapse and Revival of American Community van Robert D. Putnam. Die gevolgen houden in dat we meer tijd kwijt zijn aan het ons verplaatsen en dat is niet goed voor het milieu en voor onze gezondheid. Maar ze houden ook in dat onze sociale netwerken meer gefragmenteerd zijn geraakt. We hebben minder ongeplande ontmoetingen met andere buurtbewoners. De belangrijke sociale functie van economische voorzieningen (winkels, horeca) valt weg als die voorzieningen grootschaliger en meer ruimtelijk geconcentreerd zijn. In plaats van bekenden tegen te komen, gaan we meer op in een anonieme massa. En daardoor is het sociale leven verarmd.

Die ontwikkeling is vanuit een strikt economisch perspectief goed te begrijpen. Ondernemers die er van afhankelijk zijn dat klanten naar hen toe komen, hebben er belang bij om zich te vestigen waar al andere ondernemers zijn gevestigd die al klanten aantrekken. Ieder die zich ergens vestigt, oefent een positieve externaliteit uit op nieuwkomers. En iedere ondernemer probeert dus om te voorkomen dat hij zich ergens als enige vestigt. Vandaar dat je als je de markt zijn werk laat doen, alles naar de binnenstad en de grote winkelcentra gaat. En alles uit de woonwijken verdwijnt. En precies dat is ook gebeurd.

Je verwacht dus dat er in de wijken behoefte is aan meer horeca en aan de sociale functie van zulke voorzieningen. En volgens de gemeente Utrecht is die behoefte er ook. Uiteraard moet er iets gedaan worden om overlast voor omwonenden te beperken. Ik begrijp dat de raad er in juni definitief over beslist. Nogmaals: vanuit een sociale welvaartsperspectief toe te juichen.

Overigens: ik ben wel benieuwd hoe de gemeente dit nu precies gaat aanpakken. En welke juridische mogelijkheden ter beschikking staan.
Nieuwsberichten:

'via Blog this'

Muziek voor de zondagochtend: Kavakos and Tchaikovsky's violin concerto

Van alle Zaterdagmatinee's die ik in het Concertgebouw heb meegemaakt, is me vooral de uitvoering door Leonidos Kavakos van Beethovens vioolconcert bijgebleven. Ontroerend mooi en perfect. Hier speelt hij, met het Concertgebouworkest, het vioolconcert van Tchaikovsky. (Eerst de Verdi-ouverture La Forza del Destino.) Opgedragen aan de Grieken.

vrijdag 11 mei 2012

Gezondheid en sociale omgeving (17): zijn televisiepersoonlijkheden wel goed voor ons?

Zijn televisiepersoonlijkheden onderdeel van de sociale omgeving van mensen die televisiekijken? Rekenen we  Matthijs van Nieuwkerk, Paul de Leeuw, Linda de Mol, Yvon Jaspers, Peter R. de Vries en wie al die anderen ook mogen zijn, tot onze persoonlijke sociale omgeving? Ja, dat is in zekere zin het geval. In het onderzoek daarnaar is vastgesteld dat mensen een soort alsof-persoonlijke relatie kunnen ontwikkelen met televisiepersoonlijkheden die ze volgen. Omdat de relatie natuurlijk eenzijdig blijft, spreken onderzoekers over parasociale relaties.

Wat doet het met ons om zulke parasociale relaties te ontwikkelen en te hebben? Kunnen ze in de plaats komen van echte, tweezijdige relaties? Als het zo zou zijn, dan zou je verwachten dat mensen die meer eenzaam zijn, meer de neiging hebben om parasociale relaties te ontwikkelen. Als een substituut. Maar tot nu toe is er in onderzoek geen verband vastgesteld tussen eenzaamheid en de neiging om parasociale relaties te "hebben", hoewel eenzaamheid wel samengaat met meer televisiekijken. Zie hier en hier voor literatuurverwijzingen (fulltext achter de poort). Het gaat in dat onderzoek om eenzaamheid zoals mensen die zelf rapporteren door een vragenlijst in te vullen. Zie ook dit bericht.

Er zijn daarentegen wel aanwijzingen voor het "gebruik" van een imaginaire, persoonlijke band met televisiepersoonlijkheden als compensatie voor de negatieve ervaring van het alleen zijn of van het verlies van echte relaties. Ook zijn mensen met een grotere behoefte om ergens bij te horen (need to belong) meer geneigd om het alleen zijn te ervaren als het gemis van anderen en meer geneigd tot het ontwikkelen van parasociale relaties. Dat lijkt er dus wel op te wijzen dat we parasociale relaties ontwikkelen als een substituut voor echte relaties.

Is het dan ook een echt substituut, in de zin dat parasociale relaties net zo als echte, persoonlijke relaties bijdragen aan welzijn en gezondheid? Onderzoek daarnaar ken ik niet. Maar het lijkt mij onwaarschijnlijk. Zeker als je bedenkt dat televisiepersoonlijkheden veel narcistischer zijn dan de gemiddelde bevolking, zoals blijkt uit dit onderzoek (fulltext achter de poort). De auteurs van dat onderzoek waarschuwen dan ook voor wat ze het spiegeleffect noemen: narcisme zou zich door onze neiging tot het ontwikkelen van parasociale relaties met televisiepersoonlijkheden over de bevolking verspreiden. Zie The Mirror Effect. How Celebrity Narcissism Is Seducing America. Ik heb er weinig moeite mee om me daar iets bij voor te stellen.

donderdag 10 mei 2012

Economische crisis niet door "structurele" oorzaken. Het is de vraag, domoor!

Het wordt steeds duidelijker dat de huidige economische problemen cyclisch van aard zijn. Door de schuldencrisis is de vraag ingezakt en daar komt bij dat de overheden een pro-cyclisch beleid voeren, waardoor die vraag nog verder inzakt. Toch duiken er steeds weer stemmen op die roepen dat de problemen "structureel" van aard zijn.

Een voorbeeld daarvan is de recente column van David Brooks in de New York Times, die vandaag ook in de Volkskrant is geplaatst. Mike Konczal reageert op de column (zie de link onderaan dit bericht) en laat uitvoerig zien dat die structurele visie niet de cijfers aan zijn kant heeft. Integendeel, alles wijst er op dat de ingezakte vraag de oorzaak van de problemen is. Zie ook Paul Krugman in dit bericht en in dit bericht, waarin hij laat zien dat de werkloosheidscijfers verdeeld naar bedrijfstak en naar beroepscategorie alleen maar uitwijzen dat er een algeheel vraagprobleem bestaat.

En Merijn Knibbe laat zien dat voor Europa, althans voor Nederland en de Baltische staten, hetzelfde geldt. Als de problemen structureel van aard waren, dan zou er een toename moeten zijn van onvervulde vacatures. Met andere woorden: er zouden bedrijfstakken moeten zijn die willen groeien, maar dat niet kunnen omdat de gewenste opleiding en vaardigheden niet voldoende aanwezig zijn. Maar de cijfers wijzen uit dat zulks niet het geval is.

Wat bezielt degenen die zo graag die structuralistische visie willen uitdragen tegen alle empirische aanwijzingen in? Krugman verbaast zich er over en wijst er op dat datzelfde gedrag ook voor kwam in de jaren dertig van de vorig eeuw. Toen ook overduidelijk was dat er een vraagprobleem bestond.

En wat bezielt de Volkskrant? Of is het gewoon onkunde?
Assessing Yet Another Round of the Structural Unemployment Arguments

Update (11/05). Zie nu ook de column van Paul Krugman in de New York Times van vandaag.

dinsdag 8 mei 2012

Slapen we inderdaad minder? Misschien wel niet.

In dit bericht meldde ik dat we steeds minder slapen. Zonder bronverwijzing. Maar met de subjectieve "zekerheid" dat ik bronnen onder ogen had gehad en wist waar ik het over had.

Vandaag toch even gaan kijken naar de gegevens van het tijdsbestedingsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. En in de publicatie De tijd als spiegel zie ik in Tabel 3.1 op p. 30 dat Nederlanders van 12 jaar en ouder in 1975 60,5 uren per week sliepen. Evenveel als in 1980, waarna het aantal uren in 1985, 1990 en 1995 wat lager was (59,4, 59,7 en 59,4), in 2000 toenam tot 60,9 en in 2005 weer afnam naar 60,3 uren.

Niet echt een duidelijke afname dus. Gegevens over kinderen jonger dan twaalf jaar zijn er niet.

maandag 7 mei 2012

Budget madness in The Netherlands - Simon Wren -Lewis

Simon Wren-Lewis is verbijsterd dat het bezuinigingsakkoord van VVD, CDA, D'66, Groen Links en De ChristenUnie in Nederland wordt gevierd als een grote prestatie.
(...) Helaas lijkt het er op dat het Centraal Plan Bureau er niet in geslaagd is om de meerderheid van de politici te overtuigen van de dwaasheid van pro-cyclisch overheidsbeleid.
Gezien vanuit het perspectief van de eurozone is dit een ramp. De eurozone brengt het cyclisch aangepaste tekort sneller terug dan de V.S. of zelfs het Verenigd Koninkrijk en is op weg naar een tweede recessie, en mogelijk politieke desintegratie. Zoals ik en anderen hebben betoogd is er voor Duitsland tenminste een argument dat er met afnemende werkloosheid daar geen ruimte is voor overheidsstimulering. Maar in Nederland is de werkloosheid aan het toenemen. Er is geen, en ik herhaal, geen goede macro-economische reden om daar niet een stimuleringspakket uit te voeren. En we krijgen precies het tegenovergestelde.
En dat tegenovergestelde noemde demissionair premier Rutte "een ongelooflijke prestatie". Simon Wren-Lewis kan het niet geloven.

mainly macro: Budget Madness in the Netherlands:

'via Blog this'

De echo's van de jaren dertig - Paul Krugman

En zie, in vervolg op het vorige bericht, dit blogbericht van Paul Krugman van vandaag. "De echo's van de jaren dertig zijn zeer sterk."
Update. En zie ook het bericht Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann).

Dangers of National Unity - NYTimes.com:

'via Blog this'

Na de bezuinigingszeepbel - Joseph E. Stiglitz (en Paul Krugman)

Joseph Stiglitz nog maar eens over wat Europa zichzelf aandoet. De financiële elite blijft het mantra van de bezuinigingen als oplossing voor alle kwalen herhalen. In mijn vertaling:
Het is wat vreemd om die gewichtigdoenerij te horen van diegenen die, aan het roer van de centrale banken, ministeries van financiën en particuliere banken, het globale financiële systeem aan de rand van de afgrond hebben gebracht - en de huidige puinhoop hebben gecreëerd. Erger, zelden wordt uitgelegd hoe de cirkel vierkant te maken. Hoe kan het vertrouwen worden hersteld als de crisiseconomieën in een recessie terecht komen? Hoe kan groei weer gestimuleerd worden als bezuinigingen vrijwel zeker een verdere afname van de totale vraag veroorzaken en de productie en de werkgelegenheid nog verder doen dalen?
Dit zouden we zo langzamerhand moeten weten: markten zijn aan zichzelf overgelaten niet stabiel. Niet alleen genereren ze herhaaldelijk destabiliserende zeepbellen, maar, als de vraag inzakt, komen er krachten in het spel die de neergang versterken. Werkloosheid en de vrees dat die zich zal verspreiden drijft de lonen, inkomens en de consumptie naar beneden - en dus de totale vraag. (...) Landen die een begrotingsevenwicht opgelegd hebben gekregen, zijn gedwongen om hun uitgaven terug te brengen terwijl de belastingopbrengsten dalen - een automatische destabilisator die Europa nonchalant lijkt te omarmen.
Er zijn alternatieve strategieën. Sommige landen, zoals Duitsland, hebben de ruimte om hun overheidsuitgaven in te zetten. Investeringen zouden de lange termijn-groei bevorderen, met positieve effecten voor de rest van Europa. Een al lang bekend principe is dat een evenwichtige expansie van belastingen en uitgaven de economie stimuleert; als het programma goed wordt ontworpen (hogere belastingen aan de top, gecombineerd met uitgaven voor onderwijs), dan kan de toename van het nationale product en de werkgelegenheid aanzienlijk zijn.
Europa als geheel doet het niet slecht; de verhouding tussen schulden en bruto nationaal product steekt gunstig af bij die van de V.S. (...) De les is duidelijk: het geheel is meer dan de som van zijn delen. Als Europa - in het bijzonder de Europese Centrale Bank - meer zou lenen en de opbrengsten zou uitlenen, zouden de kosten van het financieren van de Europese schulden afnemen, waardoor ruimte ontstaat voor het soort bestedingen dat groei en werkgelegenheid bevorderen. (...)
Europa's obsessie met bezuinigingen is het resultaat van een verkeerde diagnose van zijn problemen. Griekenland gaf te veel uit, Maar Spanje en Griekenland hadden voor de crisis begrotingsoverschotten  en een lage schuldquote. (...)
De gevolgen van Europa's bezuinigingswedloop zullen langdurend en waarschijnlijk ernstig zijn. Als de euro overleeft, zal dat gebeuren ten koste van hoge werkloosheid en enorm lijden, vooral in de crisislanden. (...) er is geen voorbeeld van een grote economie - en Europa is de grootste van de wereld - die hersteld is als gevolg van bezuinigingen.
Als resultaat wordt het meest waardevolle bezit van een land, zijn menselijk kapitaal, verspild en zelfs vernietigd. Jonge mensen die langdurig geen fatsoenlijke baan hebben - en de jeugdwerkloosheid benadert of overschrijdt in sommige landen de 50 procent, en is sinds 2008 onaanvaardbaar hoog geweest - raken vervreemd. Als ze uiteindelijk werk vinden, zal dat voor een veel lager loon zijn. Normaliter is het jong zijn een periode waarin vaardigheden worden opgebouwd; nu is het een periode waarin ze wegkwijnen.
Zoveel economieën zijn kwetsbaar voor natuurrampen - aardbevingen, overstromingen, typhoons,  orkanen, tsunami's - dat het toevoegen van een door mensen gemaakte ramp des te tragischer is. Maar dat is wat Europa aan het doen is. Zeker, de welbewuste onwetendheid van zijn leiders van de lessen van het verleden is misdadig.
De pijn die Europa, in het bijzonder zijn armen en jongeren, lijdt is niet noodzakelijk. Gelukkig is er een alternatief. Maar nog langer wachten met het aangrijpen daarvan zal zeer kostbaar zijn. De tijd raakt op.
Zie ook hier de column van Paul Krugman van vandaag als reactie op de verkiezingsuitslagen in Frankrijk en Griekenland. Hij wijst er op dat het succes van Duitsland van de laatste jaren mede te danken is aan de lage rentes en hoge inflatie in de landen die nu in de problemen zitten. Omgekeerd betekent dat dat die landen nu een hogere inflatie in Duitsland nodig hebben om er weer bovenop te komen.

Wat dat aangaat is het hoopgevend dat de Duitse vakbonden hoge loonsverhogingen weten af te dwingen. En dat Schäuble, de Duitse minister van financiën die loonsverhogingen toejuicht.

"After Austerity" by Joseph E. Stiglitz | Project Syndicate:

'via Blog this'

Door sociaal isolement van gezinnen meer echtscheidingen?

Bob Horjus mailde me met de vraag wat er bekend is over de vraag of de kans op echtscheiding en/of relatieproblemen groter is in buurten met weinig sociale cohesie. Aanleiding was het vermoeden van welzijnswerkers dat echtscheiding meer voorkomt bij eenzame en betrekkelijk geïsoleerde tweeverdieners.

Er zijn inderdaad aanwijzingen dat het sociale isolement van gezinnen de kans op relatieproblemen en echtscheiding vergroot. In dit artikel uit 2003 (p. 299) verwees ik al naar onderzoek waaruit blijkt dat partners gemakkelijker conflicten met compromissen oplossen als ze meer gezamenlijke vrienden hebben. En naar onderzoek dat laat zien dat de kans op echtscheiding groter is als gezinnen meer sociaal geïsoleerd zijn.

Mijn vermoeden is dat sociaal isolement er toe leidt dat partners teveel op elkaar zijn aangewezen voor de vervulling van hun sociale behoeften en daardoor te hoge eisen aan elkaar gaan stellen. Mensen zijn er denk ik nooit voor "bedoeld" om een sociaal leven te hebben dat zo samenvalt met het gezinsleven als tegenwoordig soms het geval is. Toen ik naar aanleiding van de vraag van Bob nog wat verder ging zoeken, kwam ik die redenering tegen in dit artikel uit 1991. De onderzoekers (Booth, Edwards en Johnson) spreken over "communicatieve integratie", wat in het onderzoek neerkomt op het aantal goede vrienden (niet-familieleden) dat mensen aangeven te hebben. En ze vinden dat inderdaad de kans op echtscheiding (iets) groter is als de partners minder goede vrienden hebben, vooral als het gaat om huwelijken die minder dan zeven jaar geleden gesloten zijn.

Ander onderzoek waarin het sociale isolement indirect is gemeten, wijst in dezelfde richting. Zo blijkt bijvoorbeeld uit dit Finse onderzoek dat stellen die op het platteland bleven wonen, de laagste kans op echtscheiding hadden, tegenover stellen die verhuisd waren met de hoogste kans.

Ik moest ook denken aan de klassieke studie Family and Social Network van Elizabeth Bott uit 1957. Bott beschrijft daar Londense echtparen die meer of minder sociaal zijn ingebed. Aan de ene kant zijn er stellen die hun bestaande sociale netwerken geheel hebben behouden nadat ze gingen trouwen. Ze trouwden in de gemeenschap waarin ze opgroeiden en blijven daar deel van uit maken. Aan de andere kant zijn er de stellen die hun sociale netwerken, meestal door verhuizing, geheel hebben (moeten) laten vallen. Ik sloeg het boek er nog even op na (ik heb de editie van 1968) en vond in het laatste hoofdstuk een korte passage over de kans op echtscheiding van deze verschillende stellen. In mijn vertaling en bewerking:
Sociaal geïsoleerde stellen zouden een kleinere kans op echtscheiding kunnen hebben doordat ze veel emotioneel in elkaar investeren; maar aan de andere kant verwachten man en vrouw zo veel van elkaar dat desillusie en teleurstelling hen uit elkaar zouden kunnen drijven. De veel meer sociaal geïntegreerde stellen verwachten minder van elkaar en zouden dus minder snel uit teleurstelling uit elkaar gaan, maar aan de andere kant krijgen ze emotioneel minder van elkaar, waardoor ze misschien juist makkelijker uit elkaar zouden gaan.
Volgens Bott kon het dus nog beide kanten op gaan. Maar ondertussen lijken de aanwijzingen sterker te zijn geworden voor een grotere kans op echtscheiding bij een groter sociaal isolement.