vrijdag 30 november 2012

Buiter van Citigroup: Europa haakt economisch af - Follow the Money

Follow The Money besteedt terecht aandacht aan het rapport van Willem Buiter, hoofdeconoom van Citygroup (en zoon van de vroegere burgemeester van Groningen). Zie de link onderaan. De Europese obsessie met bezuinigen in tijden van diepe crisis is desastreus. Ik haal deze twee alinea's naar voren:
De cumulatieve effecten zullen Europa doen verschrompelen tot een economisch stagnerend continent. Is het nominale Bruto Binnenlands Product (BBP) in 2012 nog 78 procent van het het Amerikaanse BBP, in 2025 is dat nog maar 66 procent. In vergelijking tot landen als Australië, Nieuw Zeeland en vooral ten opzichte van landen als China, Taiwan, India haakt de Europese groei helemaal af. Wie de projecties van Citi bekijkt kan concluderen dat het de komende jaren overal op aarde beter gaat. Met dank aan de bezuinigingsdrift die overal in Europa heeft toegeslagen. 

Wat betreft Nederland: Citi verwacht - in lijn met hun visie op Europa - dat onze economie de nodige tegenwind zal krijgen dankzij de maatregelen die nu door het kabinet Rutte II worden genomen. Ook hier zullen bezuinigingen een verdere inkrimping van de Nederlandse economie veroorzaken.
Buiter van Citigroup: Europa haakt economisch af - Follow the Money

Vuurwerkverbod wenselijk? Daar valt veel voor te zeggen

Het is de tijd van het jaar dat de discussie over het vuurwerkverbod oplaait. Een tijd terug schreef ik onderstaande beschouwing voor Openbaar Bestuur over de algemenere vraag wanneer je als overheid iets moet verbieden en wanneer je dat beter niet kunt doen. Het gaat over het rookverbod in de horeca, over het verbieden van het gooien van zwerfafval op straat en vooral over dat vuurwerkverbod. Het is een genuanceerd, "wetenschappelijk", betoog, met noten en al. En de uitkomst is dat een verbod op knalvuurwerk op oudejaarsdag voor 18:00 uur wenselijk zou zijn. Hier aan de vergetelheid ontrukt, omdat de discussie nog steeds voortduurt. 

Update. Zie nu ook dit bericht. Update update. En zie nu ook Gaat het vuurwerkverbod werken?

Wanneer verbieden?

Henk de Vos
Dr. Henk de Vos, sociologie, Rijksuniversiteit Groningen.

Verschenen in Openbaar Bestuur 19 (12): 35-38 (december 2009)

Het kabinet ziet af van het voornemen om het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling pas vanaf 18 uur toe te staan, in plaats van vanaf 10 uur ’s ochtends. Beperkte mogelijkheden tot inzet van politie zou handhaving bemoeilijken, volgens de Commissie De Graaff. Maar handhavingsproblemen werden ook verwacht bij het rookverbod in de horeca. En handhaving van het verbod om afval op straat te gooien ontbreekt. Waarom in het ene geval wel een verbod (roken in de horeca, afval op straat gooien) en in het andere niet (vuurwerk)?

De drie genoemde handelingen (roken, afval vuurwerk) hebben negatieve externaliteiten, vervelende gevolgen voor anderen, die daarvoor geen compensatie ontvangen. Vuurwerk op oudejaarsdag is meestal knalvuurwerk dat rond lopende groepen jongetjes afsteken. Buurtbewoners en passanten hebben last van de knallen en de rommel op straat en ademen de vervuilde lucht in. In dicht bebouwde buurten verspreidt de hinder zich over veel personen, waarvan sommigen ziek of ernstig ziek zijn. Ook bij het roken in de horeca en het gooien van afval op straat zijn er negatieve externaliteiten.

Economisch gezien gaat het om een vorm van marktfalen, want er is overconsumptie van het desbetreffende goed. Als de consumenten de externaliteiten in hun afweging zouden meenemen, zouden ze minder knalvuurwerk afsteken op oudejaarsdag, minder roken in de horeca en minder afval op straat gooien. Het probleem is dat ze dat niet of onvoldoende doen, waardoor de collectieve welvaart lager is dan zij zou kunnen zijn. De overheid kan proberen door accijnzen de vraag terug te dringen of een hoog BTW-tarief te heffen. Maar als de prijselasticiteit van het goed gering is (roken, vuurwerk) of als het goed geen prijs kent (afval op straat gooien), dan werkt dat niet. Blijft regulering over. Mogelijkheden zijn een vergunningenstelsel, voorlichting of een verbod (noot 1).

Voor roken en vuurwerk is een vergunningenstelsel geschikt. Hierdoor is het aantal verkooppunten beperkt. Gevaarlijk vuurwerk mag niet worden verkocht. Ook rookwaar is gevaarlijk (roken is dodelijk), maar het mag wel worden verkocht. Of de huidige beperking van het aantal verkooppunten de vraag vermindert, is niet bekend. Een nog verdere beperking zou illegale handel kunnen bevorderen.

Voorlichting kan de vraag terugdringen als de informatie overtuigend is. Dat is zo in het geval van meeroken en er is dan ook een voorlichtingsbeleid. Maar omdat roken verslavend is, kunnen we niet aannemen dat rokers rationeel op die informatie (in de media of op de verpakking) reageren. De werking ervan is beperkt. Voorlichting over het veilig afsteken van vuurwerk is er, maar voorlichting over de last van knalvuurwerk voor anderen ontbreekt. Het verbod op het afsteken van (knal)vuurwerk gedurende de rest van het jaar en het aanvankelijke voornemen van de regering om bij de jaarwisseling het afsteken van knalvuurwerk tot 18 uur te verbieden, wijst op inzicht in bestaan en omvang van die last. Over het afval op straat was er de voorlichtingscampagne Nederland Schoon. Op het ogenblik loopt het Impulsprogramma Zwerfafval 2007-2009, waarvan voorlichtingscampagnes deel uitmaken.

Tenslotte de mogelijkheid van een verbod. Er is een rookverbod in publieke gebouwen, in het openbaar vervoer en er is een verbod voor café- en restauranthouders om roken toe te staan, tenzij in aparte rookruimtes. Er is een verbod op het afsteken van knalvuurwerk met uitzondering van oudejaarsdag en jaarwisseling, maar de vraag is of die uitzondering niet moet worden ingeperkt tot na achttien uur. En er is een verbod op het gooien van afval op straat. De maximale boete daarvoor is tot € 75 verhoogd. In de economische beleidsliteratuur wordt het verbod aangeraden als de negatieve gevolgen van het gedrag ernstig zijn en de kosten van handhaving niet te hoog zijn. Dat brengt ons op het handhavingsprobleem.

Handhaving van verboden

Handhavingsproblemen hebben een bestuurlijke en een sociaalwetenschappelijke benadering. De Commissie De Graaf bekeek de handhaving van de overwogen uitbreiding van het vuurwerkverbod louter als een bestuurlijk probleem (noot 2). Er is een overheid en er zijn burgers en alle relevante processen spelen zich tussen deze twee entiteiten af. Voor processen tussen burgers (sociale processen) is geen aandacht. Naleving van een verbod is geheel afhankelijk van de pakkans en de hoogte van de sanctie. Bij een vuurwerkverbod op oudejaarsdag moet de politie-inzet hoger zijn, maar dat is onuitvoerbaar. Derhalve geen verbod. Maar handhaving van het verbod om afval op straat te gooien is eveneens onuitvoerbaar. Hetzelfde geldt voor het rookverbod in kleine cafés. Wat is wijsheid? Geen vuurwerkverbod op oudejaarsdag, maar dan ook geen verbod op het gooien van afval op straat en geen verbod op het roken in kleine cafés? Of in alle drie de gevallen wel een verbod?

Sociaal-wetenschappelijke inzichten kunnen hier uitkomst brengen. Het eerste is dat mensen eerder bereid zijn een wet na te leven als ze die inhoudelijk en procedureel rechtvaardig vinden (noot 3). Als een wet intermenselijke verhoudingen rechtvaardiger maakt en als de betrokkenen de kans hebben gehad gehoord te worden, is naleving ervan waarschijnlijker dan wanneer die louter door pakkans en strafmaat wordt bepaald.

Het tweede inzicht is dat mensen zich in hun gedrag sterk door wat anderen doen laten leiden (noot 4). Informatie over het gedrag van anderen heeft meer invloed op het eigen gedrag dan informatie over de wenselijkheid of de voordelen van dat gedrag. Opvallend is dat mensen zich er niet van bewust zijn, want ze denken dat die wenselijkheid of voordelen de grootste rol in hun beslissingen spelen. We zijn sterk sociaal beïnvloedbaar, maar dat weten we niet van onszelf (noot 5). Onze bereidheid om verboden na te leven op het terrein van negatieve externaliteiten is sterk afhankelijk van de informatie die we over het gedrag van anderen krijgen. Dat wij dat zelf slecht in de gaten hebben, doet vermoeden dat beleidsmakers daar evenzeer weinig zicht op hebben.

Tenslotte weten we dat mensen bereid zijn anderen te sanctioneren die het wederkerigheidsbeginsel overtreden, ook als dat iets kost (noot 6). Dat wijst er op dat de daad zelf een goed gevoel verschaft en dat is ook zo (noot 7). Ook leidt het tot de gewenste gedragsverandering. Mensen zien de voordelen in van de mogelijkheid elkaar te sanctioneren of leren dat snel in te zien (noot 8). In de maatschappelijke werkelijkheid kan sociale sanctionering assertiviteit en moed vereisen als je de overtreder niet kent. Maar veldonderzoek wijst uit dat als mensen onderlinge langdurige relaties hebben, ze normen in stand houden en overtredingen sanctioneren (noot 9). Sociale sanctionering heeft voordelen boven formele sanctionering. Sociale sancties zijn als een vorm van sociale afwijzing, ingrijpend voor de ontvanger. Maar omdat iedereen sancties kan ontvangen, maar ook kan geven, blijven mensen gelijkwaardig en dat maakt dat ze sancties en de dreiging daarmee gemakkelijker accepteren.

Naast pakkans en strafmaat zijn ook percepties van rechtvaardigheid en van het gedrag van anderen en processen van onderlinge sanctionering van invloed op het naleven van wettelijke verboden. Een verbod dat mensen rechtvaardig vinden, waarvan ze de indruk hebben dat anderen het naleven en aan de naleving waarvan zij en anderen bijdragen door sociale sanctionering, vereist geen grote politie-inzet om het te handhaven. Mensen lossen een externaliteitenprobleem onderling op als maar duidelijk is hoe de verdeling van rechten ligt en als ze die verdeling aanvaarden (noot 10). Zo is bijvoorbeeld algemeen aanvaard dat je op bezoek bij anderen niet het recht hebt om te roken en dat je dus om toestemming moet vragen. In zulke gevallen is rechtsduidelijkheid afdoende.

Knalvuurwerk, zwerfafval, roken

De sociaal-wetenschappelijke inzichten zijn op de externaliteitsproblemen van het knalvuurwerk, het afval op straat en het roken in de horeca toe te passen. Wetten die bedoeld zijn om negatieve externaliteiten terug te dringen, zijn gemakkelijk rechtvaardig te vinden, omdat ze stroken met het diepgewortelde wederkerigheidsbeginsel voor sociale interacties (wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet). In een democratisch land vinden we ze ook procedureel rechtvaardig. Er is een hoge mate van naleving te verwachten van een verbod op knalvuurwerk, op het gooien van afval op straat en op het roken in de horeca.

Dat klopt. Bijna niemand steekt knalvuurwerk af op andere dagen dan oudejaarsdag, de meeste straten zijn schoon en rokers zijn gestopt met roken in restaurants en eetcafé's. Dat jongens op oudejaarsdag wel knalvuurwerk afsteken, komt doordat de huidige wet het toestaat. Jongens ontlenen daar voldoende genoegen aan om het te doen en rotjes kosten vrijwel niets. De overlast oefent weinig remmende werking uit, omdat het gedrag officieel is toegestaan. Misschien zouden sommige ouders het willen verbieden en buurtbewoners willen ingrijpen, maar dat zou gemakkelijker en effectiever zijn als er een wettelijk verbod was. Het verbod zou attenderen op de onrechtvaardigheid van de veroorzaakte overlast en zou het sociale proces van controle en sanctionering bevorderen. Een eenmaal in gang gezette afname zou door sociale beïnvloeding tot beëindiging van het gedrag kunnen leiden.

Waarschijnlijk draagt het bestaan van een verbod ertoe bij dat de meeste straten schoon blijven. Omdat het verbod de onderlinge sanctionering vergemakkelijkt, zullen mensen daarop anticiperen. Zeker in buurten met weinig verloop, waar mensen elkaar kennen, is dat sociale mechanisme effectief. Sociale beïnvloeding zorgt er voor dat schone buurten schoon blijven. In anonieme omgevingen (binnensteden, grote winkelcentra, parkeerplaatsen langs de snelweg en rondom grote stations en scholen) is van sociale sanctionering minder te verwachten en dit zijn precies de meeste vervuilde gebieden. Sociale beïnvloeding draagt ertoe bij dat ze vervuild blijven. Een eenmaal vervuild gebied draagt de boodschap uit dat het verbod daar mag worden overtreden. Sociale beïnvloeding kan er ook voor zorgen dat een eenmaal schoongemaakt gebied schoon blijft, als het maar realistisch is te denken dat dat komt door het gedrag van anderen. Het plaatsen van veel afvalbakken kan daarbij helpen. Het maakt het gemakkelijker het afval niet op straat te gooien en versterkt de indruk dat anderen dat ook niet doen. Sommige gemeenten zijn dan ook overgegaan tot het plaatsen van meer afvalbakken. Tenslotte kunnen publiekscampagnes burgers oproepen straten schoon te houden en sluimerende rechtvaardigheidsoverwegingen activeren. Maar ze kunnen ook de boodschap uitdragen dat kennelijk veel mensen hun afval laten slingeren, want anders was die campagne niet nodig. Sociale beïnvloeding kan er dan toe leiden dat het effect averechts is. Evaluaties van de campagne Nederland Schoon wezen op toename van het aantal weggegooide blikjes en flesjes, een aanwijzing voor dit averechtse effect (noot 11). Informatie over hoeveel andere burgers aan een schoon milieu bijdragen, is effectiever. Amerikaanse energiebedrijven passen dit inzicht succesvol toe om hun klanten energie te laten besparen (noot 12).

Voorafgaand aan het rookverbod in de horeca waren rechtvaardigheidsoverwegingen kennelijk onvoldoende om van het roken af te zien. Dat kan met het verslavende karakter van het gedrag te maken hebben. Maar het kan ook zijn dat de afwezigheid van het verbod gezien werd als een aanwijzing dat het met de negatieve gevolgen voor anderen wel meeviel. Omdat er altijd wel iemand (de meest verslaafde) een sigaret opstak, werd het voor andere bezoekers gemakkelijker dit ook te doen. Invoering van het verbod was effectief, omdat het nog eens op de ernst van de negatieve effecten attendeerde en omdat het sociale sanctionering gemakkelijker en effectiever maakte. Eenmaal een toestand van niet-roken bereikt, blijft deze door sociale beïnvloeding ook gemakkelijk bestaan. Maar rokende stamgasten van kleine cafés kiezen er voor elkaars negatieve externaliteiten te ondergaan en zien het verbod als een ongerechtvaardigde inmenging in hun zelfgekozen arrangement. Omdat ze als rokers bij elkaar komen, werken onderlinge sanctionering en sociale beïnvloeding juist in de richting van het negeren van het verbod. Dezelfde personen steken in een restaurant geen sigaret op, omdat ze het verbod daar rechtvaardig vinden en omdat de sociale beïnvloeding er in de goede richting werkt.

Conclusies

Als de overheid overweegt iets te verbieden, is het belangrijk in de beleidsafweging rekening te houden met sociaal-wetenschappelijke inzichten. Deze wijzen op de voorwaarden waaronder burgers gemakkelijker een verbod accepteren en op de sociale processen die de kans op naleving vergroten of verkleinen. Ook zonder hoge handhavingskosten is het rookverbod een succes gebleken waar dat verwacht kon worden, in het openbaar vervoer en restaurants. Dat bewijst de kracht van het wederkerigheidsbeginsel en van het mechanisme van de sociale beïnvloeding. Het laat ook zien dat de werking van dat beginsel een duidelijk signaal van de democratische overheid nodig kan hebben. Het is jammer dat de overheid dat signaal niet wil geven als het gaat om het knalvuurwerk op oudejaarsdag.

Noten
1. D.L. Weimer & A.R. Vining (1999). Policy Analysis. Concepts and Practices. Upper Saddle River, N.J.: Prentice Hall.
2. Ministerie BZK (2008). Rapport Commissie overlast jaarwisseling.
3. T.R. Tyler (2000). Social justice: outcome and procedure, International Journal of Psychology 35 (2):117-125.
4. R.B. Cialdini, R.R. Reno & C.A. Kallgren (1990). A focus theory of normative conduct: Recycling the concept of norms to reduce littering in public places, Journal of Personality and Social Psychology 58: 1015-1026; K. Keizer, S. Lindenberg & L. Steg (2008). The spreading of disorder. Science 332: 1681-1685.
5. J.M. Nolan e.a. (2008). Normative social influence is underdetected, Personality and Social Psychology Bulletin 34 (7): 913-923.
6. E. Fehr en S. Gächter (2002). Altruistic punishment in humans. Science 415:137-140
7. D.J.-F. De Quervain e.a. (2004). The neural basis of altruistic punishment, Science 305: 1254-1258.
8. O. Gürerk e.a. (2006). The competitive advantage of sanctioning institutions, Science 312: 108-111.
9. R.C. Ellickson (1994). Order Without Law. How Neighbors Settle Disputes. Cambridge (Mass.): Harvard University Press.
10. R.H. Coase (1960). The problem of social cost, Journal of Law and Economics 3: 1-44.
11. R. Heijungs en G. Huppes (2005). Waarschijnlijkheidsstudie beleidsresultaten zwerfafval. Leiden: Centrum voor Milieuwetenschappen (CML)
12. L Kaufman (2009). Utilities turn their customers green, with eny. New York Times 30-01-2009

De kolossale kosten van slechte economische ideeën in de jaren 30 en nu - Matthew O'Brien

Wat we tegenwoordig meemaken is dat ideeën grote gevolgen hebben. En vooral dat slechte economische ideeën kolossale kosten veroorzaken. Ook als je meent vandaag geen tijd te hebben, toch beslist dit stuk van Matthew O'Brien lezen. Zie de link onderaan. Hij besluit met (mijn vertaling):
Op de lange termijn moeten we in de buurt van begrotingsevenwicht zien te komen. Maar die lange termijn is er nu niet, niet zolang we betaald worden om geld te lenen. Dit is niet een academische kwestie. Slechte ideeën zijn duur, of het nu om de jaren 30 (van de vorige eeuw) gaat of om de jaren tien (van deze eeuw).
Update. Zie nu ook Paul Krugman.

The Stunning Cost of Bad Economic Ideas in the 1930s—and Today - The Atlantic

donderdag 29 november 2012

Bevordert publicatiedruk onderzoekscultuur van sloppyness en fraude? De affaire-Stapel

De Commissie-Levelt, die de fraude door de sociaal-psycholoog Diederik Stapel onderzocht en daarvan gisteren verslag uitbracht, is ook nagegaan in hoeverre de werkwijze van Stapel onderdeel was van een onderzoekscultuur, dus niet alleen maar een geïsoleerd incident is. Hierover is de conclusie van de Commissie glashelder:
Het gaat om een meer algemeen falen van de wetenschappelijke kritiek en om een onderzoekscultuur die te zeer gericht is op het onkritisch vaststellen van het eigen gelijk en, zoals uit de gesprekken met de Commissies bleek, op het vinden van interessante maar theoretisch oppervlakkige ad hoc resultaten. (p. 49 van het eindrapport)
De Commissies kunnen niet anders concluderen dan dat er van laag tot hoog sprake was van een algemene veronachtzaming van fundamentele wetenschappelijke standaarden en methodologische eisen. (p. 55) 
Die cultuur zoals die uit de bevindingen van de Commissie naar voren komt, kun je beschrijven als een waarin het doel, publiceren, de middelen heiligt. Waarin van alles gedaan mag worden om interessante resultaten te behalen en gepubliceerd te krijgen, ook als dat met wetenschappelijke eisen van transparantie, controleerbaarheid en repliceerbaarheid onverenigbaar is. Het verzinnen van data en het rapporteren van niet uitgevoerd onderzoek, waar Stapel zo bedreven in was, blijkt een extreem geval te zijn van een gedragspatroon dat veel meer voorkwam.

Hoe kan zo een cultuur ontstaan? In een tak van sport die juist het bestaansrecht ontleent aan de idealen van integriteit en waarheidsvinding? Waarvan het de bedoeling is om mensen aan te trekken die het als een roeping voelen om die idealen te verwezenlijken? (Ik denk even aan Max Webers Wissenschaft als Beruf, waarvan net een nieuwe Nederlandse vertaling is verschenen en waarop ik aan het slot terugkom.)

Is deze cultuur bevorderd door de sterk toegenomen publicatiedruk aan de universiteiten? Die publicatiedruk heeft er toe geleid dat onderzoekers meer worden afgerekend op de meetbare resultaten van hun werk (hun output). Dat kan, net als in de bankensector waar prestatiebeloning en bonussen werden ingevoerd, leiden tot een oriëntatie op het gemeten eindproduct samen met een puur instrumentele houding tegenover de middelen waarmee dat tot stand is gekomen. En het is bekend dat daarmee in de bankensector fraude en onethisch gedrag in de hand zijn gewerkt. Zie ook nog eens dit bericht en dit bericht.

Nu is aan de universiteiten de financiële beloning niet direct gekoppeld aan de prestaties (de publicaties), maar het prestige en de reputatie zijn dat wel. (Trouwens, uit het eindrapport van de Commissie-Levelt blijkt dat de "top-onderzoeker" Stapel behoorlijk financieel werd "gefaciliteerd".)

Het zou dus goed kunnen dat die publicatiedruk een rol heeft gespeeld. Wat zegt de Commissie-Levelt daarover? Het woord publicatiedruk komt op twee plekken in het eindrapport voor, hier:
In gesprekken met betrokkenen en met de heer Stapel kwam duidelijk naar voren dat veel van de hiervoor genoemde procedures, die overigens door hen niet als onzorgvuldig onderzoek werden gekwalificeerd, vooral gericht waren op een snelle positieve afhandeling van dataverzameling, -analyse en -rapportage, met het oog op het halen van publicatiecriteria. Ook het nauwelijks uitvoeren van replicatieonderzoek kan hieronder worden gerangschikt. De publicatiedruk werd door velen genoemd als belangrijke oorzakelijke verklaring voor de door hen gevolgde werkwijzen. De Commissies doen geen uitspraak over of deze verklaring steek houdt, dan wel alleen als excuus wordt gebezigd. Het verdient aanbeveling hiernaar in groter verband nader onderzoek te verrichten.( p. 53)
en hier:
Visitatiecommissies die de sociale psychologie hebben beoordeeld hebben er onvoldoende blijk van gegeven een aantal van de in dit rapport gesignaleerde feiten te hebben doorzien. Te denken valt aan het onkritisch volgen van de door tijdschriften verrichte beoordelingen zowel op het punt van de methodologie als de bijdrage aan de theorievorming. Een ander aandachtspunt in dit verband is voorts in hoeverre de visitatiecommissies bijdragen aan het in stand houden van de veronderstelde grote publicatiedruk en daarmee verbonden conventies. Met name betreft dit conventies ten aanzien van het aantal, de volgorde en de verantwoordelijkheid van de coauteurs en het meervoudig publiceren van soortgelijke onderzoeksresultaten.
De Commissies adviseren de VSNU extra aandacht te besteden aan die aspecten van het SEP-protocol die de inhoudelijke kwaliteit voorop stellen. (p. 63)
Hoewel de Commissie dus zelf geen standpunt inneemt, dringt ze wel aan op nader onderzoek naar de ongewenst effecten van die publicatiedruk. En ze vindt dat die Visitatiecommissies niet alleen maar publicaties moeten tellen, maar ook moeten beoordelen naar inhoudelijke kwaliteit.

Dat de Commissie het punt van die publicatiedruk serieus genoeg neemt om nader onderzoek aan te bevelen, lijkt mij van groot belang. Want als je een keer prestaties beoordeelt op grond van gemeten output, dan zet je een proces in werking waarmee de onderzoekers die daarmee het beste scoren, aan de top van de statushiërarchie terecht komen. En zij zijn dus ook precies degenen die bij het in standhouden van dit beoordelingssysteem belang hebben. Als er dus terechte kritiek op het systeem mogelijk is, dan is de kans klein dat die kritiek gehoor vindt. De Commissie heeft gelijk om nader onderzoek te laten doen.

Datzelfde proces van het ontstaan van die statushiërarchie zorgt er trouwens ook voor dat verdenkingen van wangedrag van "top-onderzoekers" niet gemakkelijk gemeld worden. De Commissie maakt zich juist daarover behoorlijk druk:
Er zijn in 2010 en 2011 drie meldingen verricht aan leden van de wetenschappelijke staf binnen de psychologie. De eerste twee hebben in eerste of tweede instantie niet geleid tot follow-up. Daarin heeft de haast onaantastbare positie van de heer Stapel wellicht een rol gespeeld. De derde melding, aan de departementsvoorzitter en buitengewoon zorgvuldig voorbereid door een drietal jonge en zeker in hun positie kwetsbare klokkenluiders, is wel direct professioneel opgepakt met het bekende resultaat.
Ook bij collega-hoogleraren zijn gedurende het laatste jaar tweemaal verdenkingen gerezen ten aanzien van door de heer Stapel aangereikte data. Aan die verdenkingen is geen follow-up gegeven. De Commissie concludeert dat de drie jonge klokkenluiders meer moed, alertheid en speurzin hebben getoond dan zittende hoogleraren. (p.46-47)
Ja, als je statushiërarchieën laat ontstaan, dan heb je die "onaantastbare posities" er altijd gratis en voor niets bij. En die kunnen heel subtiel werken. Ik had zelf enige twijfel toen ik dat destijds net verschenen Science-artikel las waarin het (gefingeerde) onderzoek naar het verband tussen chaos en geneigdheid tot discriminatie werd gerapporteerd. Hoe kon dat, op het Utrechtse Centraal Station, zijn uitgevoerd? Hoe kon je precies tellen hoeveel plekken stationsbezoekers van iemand met een donkere huidskleur af gaan zitten? Als de nabijgelegen plekken wisselend bezet kunnen zijn? Ik zocht in het artikel en in het Supplement naar nadere uitleg, maar vond die niet. Maar mijn twijfel werd volledig overheerst door ontzag voor het prestige van de onderzoekers.

Wat dat nadere onderzoek zal uitwijzen, ik weet het niet. Rudi Wielers wijst in zijn bespreking in Sociologie Magazine van de nieuwe vertaling van Webers Wissenschaft als Beruf op het gevaar dat door de affaire-Stapel niet de publicatiedruk wordt verminderd, maar dat de universitaire bureaucratie door meer en meer regels gaat proberen om desondanks integer gedrag af te dwingen:
Op dergelijke regels zit geen inhoudelijk geïnteresseerde wetenschapper te wachten, en die regels zullen het bedrijven van wetenschap ook bepaald niet aantrekkelijker maken. Een wetenschappelijke praktijk, waarin goede trouw moet worden afgedwongen door bureaucratische regels, is geen prettig vooruitzicht.
Een terugkeer van het door Weber benoemde ideaal van wetenschap als beargumenteerde bezinning over de werkelijkheid zou daarom meer dan welkom zijn. Het zou helpen voorkomen dat collega’s de verkeerde afslag nemen, en wetenschap waarschijnlijk ook voor jonge mensen weer tot een aantrekkelijke praktijk kunnen maken. We zouden als wetenschappers moeten beginnen dat ideaal uit te dragen.

woensdag 28 november 2012

Waar blijft de doelstelling van de volledige werkgelegenheid?

Een paar weken geleden vroeg ik me af hoe het kon gebeuren dat de Partij van de Arbeid zo kritiekloos de bezuinigingsstrategie omarmt, zowel op nationaal als op Europees niveau. Waar komt die fixatie op het overheidstekort vandaan? Terwijl het economisch denken van de sociaal-democratie altijd sterk Keynesiaans georiënteerd is geweest en daardoor altijd de doelstelling van de volledige werkgelegenheid hoog in het vaandel had staan. Niet begrotingsevenwicht ten koste van alles, maar anti-cyclisch beleid om het kwaad van de (massa-)werkloosheid buiten de deur te houden.

Ik weet het antwoord niet. Wat ik wel eens denk, is dat de PvdA, net als vrijwel de hele Nederlandse politiek, alleen nog maar georiënteerd is op wat op korte termijn electoraal succes lijkt op te leveren. Als de VVD opeens de grootste partij wordt met valse leuzen als "orde op zaken", ja, dan is dat een voorbeeld om na te volgen. Laten we dan ook maar roepen dat bezuinigen nu eenmaal onvermijdelijk is. Ook als dat de werkloosheid doet oplopen. Tot jaren-dertig niveau's in de zuidelijke eurozonelanden. Als kiezers daar in trappen, ja, wie zijn wij dan om daar tegenin te gaan?

Zijn ze bij de PvdA gewoon vergeten hoe centraal die doelstelling van de volledige werkgelegenheid altijd gestaan heeft in de sociaal-democratie? Ik begin dat te geloven.

Maar misschien is er een kentering. Want wat hoor ik gisteravond vlak voor het slapen gaan Ad Melkert zeggen in Met het oog op morgen? Hij werd door Maartje van Weegen Mieke van der Weij geïnterviewd omdat hij even terug keert bij de PvdA als voorzitter van een commissie die 'linkse oplossingen' moet bedenken voor de internationale economische crisis. Zo stond het in NRC/Handelsblad. En Maartje Mieke vroeg hem in welke richting de voorstellen van de commissie zouden gaan. Daar wilde hij natuurlijk niet op vooruitlopen, maar hij kon al vast wel zeggen dat het bereiken van volledige werkgelegenheid wel heel centraal zou staan.

Kijk, daar dacht ik toch nog even over na voor ik in slaap viel. En ik bedacht dat mijn vermoeden juist is: dat waren ze bij de PvdA gewoon vergeten. Waardoor dat wat in de sociaal-democratie altijd gemeengoed was, nu als een 'linkse oplossing' opnieuw moet worden bedacht.

dinsdag 27 november 2012

Een eerlijk verhaal over hoe je verblind was en dat begon in te zien - Bruce Bartlett en het Republikeinse rechts-extremisme

Gisteren las ik het fascinerende verhaal van Bruce Bartlett, die vertelt hoe hij als conservatieve Republikein steeds meer in de gaten kreeg hoe sinds de regering-Bush (G.W.) zijn partij zich van de wereld afsloot om zo steeds meer in een extremistische (anti-overheids)zeepbel ("epistemic closure") terecht te komen. Zie de link onderaan dit bericht. Hij blijkt een eerlijk en zelfstandig denkend mens te zijn en raakt er door in een intellectuele crisis. En hij begint o.a. in te zien dat Keynes, de grote boeman van de Republikeinen omdat hij belangrijke taken voor de overheid zag weggelegd,  in de jaren dertig van de vorige eeuw gelijk had en dat dat gelijk nu weer heel actueel is. Het is een lang verhaal, maar indringend van de eerste tot de laatste zin.

Vandaag schrijft ook Krugman er over. Zijn oordeel: Bruce Bartlett is een Mensch, dat wil zeggen iemand die de verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, inclusief zijn fouten. Een helaas zeldzame deugd in het huidige Amerika, zeker in de politiek.
Update. En nog eens Paul Krugman.

Revenge of the Reality-Based Community | The American Conservative:

'via Blog this'

Menselijk vermogen tot samenwerking en pro-sociaal gedrag is aanpassing aan onderlinge afhankelijkheid

Michael Tomassello, over wie ik eerder schreef (zie hier en hier), heeft samen met co-auteurs een prachtig artikel (pdf) geschreven over de evolutionaire grondslagen van het menselijk vermogen tot samenwerking en pro-sociaal gedrag. De link is naar het manuscript; het artikel is nu verschenen in Current Anthropology.

De auteurs laten zien dat het unieke menselijke vermogen tot gedeelde aandacht, communicatie, samenwerking en pro-sociaal gedrag kon ontstaan als aanpassing aan de mogelijkheid om er in situaties van onderlinge afhankelijkheid gezamenlijk beter van te worden. Het speltheoretische model voor zulke situaties is dat van de Hertenjacht (Stag Hunt). In dat model kan iedereen individueel overleven door op hazen te jagen, maar je kunt ook met zijn allen op herten jagen. Dat vereist samenwerking en coördinatie en de bereidheid om de veel grotere opbrengst eerlijk te delen. Of de bereidheid dat eerlijke delen af te dwingen als dat nodig mocht zijn. De oplossing van die gezamenlijk hertenjacht is precair, want zodra het vertrouwen in elkaar afbrokkelt, heeft iedereen nog altijd dat individuele alternatief van de hazenjacht.

Ik heb het artikel nu eenmaal en vrij snel gelezen, maar het is een uitvoeriger bestudering waard. Het sluit naadloos aan bij deze eerdere berichten over onderlinge afhankelijkheid als voorwaarde voor zelf-organisatie:

Mensen zijn bereid tot sanctionering in zelf-organisatie
Elkaar bij de les houden in zelf-organisatie

Ik heb in het verleden over de evolutionaire grondslagen van pro-sociaal gedrag altijd sterk in de richting gedacht die nu zo voortreffelijk door Tomassello c.s. wordt uiteengezet. Spannend dus om te volgen. Zie voor mijn eigen zeer bescheiden pogingen, samen met Evelien Zeggelink, Donald Elsas en Rita Smaniotto, waarin we onderlinge afhankelijkheid nog als een Prisoner's Dilemma modelleerden :

The emergence of reciprocal altruism and group-living (1994)
Reciprocal altruism in human social evolution (1997)
Reciprocal altruism under conditions of partner selection (2001)

Update. Oei, daar geef ik in de laatste zin zo maar een verkeerd beeld van het eigen werk. Die onderlinge afhankelijkheid modelleerden we juist niet als een gevangenendilemma. Dat kon ook niet omdat we de spelers in het model hun interactiepartners zelf wilden laten kiezen. Dat was toen in simulaties van het evolutionaire ontstaan van pro-sociaal gedrag nog nooit gedaan. Eigenaardig dat ik dat dan verkeerd opschrijf.

maandag 26 november 2012

Terugblik op "De Opvoeding draait door"

Zoals hier gemeld was ik vorige week donderdag inleider en vaste tafelgast bij de Talkshow De opvoeding draait door die gehouden werd in Het Poortje Jeugdinrichtingen in Groningen. Aanwezig waren (voorzover ik kan nagaan): CJG-medewerkers en -vrijwilligers, wethouders en andere afgevaardigden van gemeentes, mensen uit het onderwijs, medewerkers van Het Poortje, van Family Factory, van Home Start en van Positive Behavior Support. De meesten uit de drie noordelijke provincies.

De (uitstekende!) gespreksleider Yvonne van der Weerd vroeg mij aan het begin om drie vragen te noemen waarop ik graag een antwoord zou willen hebben en om aan het eind van de bijeenkomst te melden wat de discussie aan beantwoording van die vragen had bijgedragen (of woorden van gelijke strekking). Ik kwam toen met de volgende drie vragen:
  1. Kan de jeugdzorg de stap maken van gezin naar buurt? (Zie ook dit bericht.)
  2. Zullen de gemeentes de decentralisering ("Transitie") gaan benutten om jeugdzorg, buurtwerk, welzijnswerk, sportbevordering, opbouwwerk, maatschappelijk werk (en wat nog meer?) te laten samenwerken (of zelfs te laten samengaan), zodat in de uitvoering geprofiteerd kan worden van de samenhang van activiteiten en doelen? En dan gedecentraliseerd naar buurten?
  3. Zal het nog gebeuren dat de veel te academische en in de praktijk lastige term "pedagogische civil society" vervangen wordt door het meteen voor iedereen begrijpelijke "Buurten voor kinderen"?
Zoals dat vaak gaat, kwam het er aan het eind niet meer van om expliciet op deze drie vragen terug te komen. Daarom nu een korte terugblik.
  1. Een antwoord is natuurlijk nog niet mogelijk. Maar mijn indruk was ook nu weer dat mensen gemakkelijk inzien dat het bevorderen van het buurtnetwerk voor kinderen heel belangrijk is en dat het de manier is om preventief te werken. Na afloop kreeg ik ook reacties in de trant van "ja, zo'n "dorp" om kinderen heen, dat hoort toch eigenlijk volstrekt normaal te zijn. Natuurlijk moeten we helpen om dat tot stand te brengen."
  2. Mijn indruk was dat de aanwezige wethouders en jeugdzorgmanagers het belang hiervan goed inzagen. (Maar ja, het kan zijn dat degenen die er sceptisch tegenover stonden, meer hun mond hebben gehouden.)
  3. Ik had de stellige indruk dat iedereen de eerste term graag voor de tweede zou inruilen. Laten we dat ook inderdaad gewoon doen. Dat maakt de communicatie en de public relations een stuk gemakkelijker.
Vanwege de lokatie kregen we ook een indruk van Het Poortje Jeugdinrichtingen. De catering werd verzorgd door jongeren van Het Poortje en die deden dat met grote toewijding. Er was een muzikaal intermezzo van twee meiden die door de muziekleraar van Het Poortje werden begeleid. En twee jongeren deden aan tafel hun verhaal. Ik vond het indrukwekkend.

zondag 25 november 2012

Muziek voor de zondagochtend - Beethoven Symfonie nr. 2 - Vrijheid, gelijkheid en broederschap

Daartoe geïnspireerd door Leonard Leutscher van de muziekluistercursus Luisterrijk, leende ik in de Muziekbibliotheek de CD met de eerste twee symfonieën van Beethoven in de uitvoering van het Orchestre Révolutionare et Romantique onder leiding van John Elliott Gardiner. Die uitvoering, van vooral de Tweede Symfonie, benadrukt hoe Beethoven geïnspireerd werd door de muziek van de Franse revolutie. "Vrijheid, gelijkheid en broederschap" heeft hij bij het componeren voortdurend in zichzelf gemompeld, stel ik me voor. Eigenlijk wel heel actuele muziek!

Die uitvoering vond ik niet op YouTube. Wel twee ook heel mooie van oudere datum, die van het Concertgebouworkest onder leiding van Rafael Kubelik en die van de Wiener Philharmoniker onder leiding van Leonard Bernstein. Allemaal prachtig en een goede tijdsbesteding op een stormachtige zondag. Maar deze mag er ook zijn: die van de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen onder leiding van Paavo Järvi.

vrijdag 23 november 2012

Kinderen steeds eerder in puberteit: snellere levensloop-strategie door vroege sociale stress?

Er verschijnen met enige regelmaat studies waaruit blijkt dat de leeftijd waarop kinderen in de puberteit komen aan het afnemen is. Laura Bell geeft in Science News een overzicht van enkele onderzoeken. Zie de link onderaan dit bericht.

Voor die trend zijn drie verklaringen te geven: kinderen worden steeds dikker, kinderen staan meer bloot aan schadelijke chemische stoffen en: kinderen ervaren op jonge leeftijd steeds meer psychologische en sociale stress.

Die derde verklaring berust op de theorie van de levensloop-strategie, waarop ik eerder in deze berichten inging:

Mannen opportunistischer en wraakzuchtiger als ze in een omgeving met meer geweld zijn opgegroeid
Pubers en levensloop-strategie
Pubers en levensloop-strategie: het positieve en het negatieve ontwikkelingstraject
Onze pubers, hun brein en onze maatschappij
Instabiliteit van sociale omgeving, niet armoede, maakt kinderen opportunistischer
Leeftijdssegregatie is slecht voor kinderen
Sociale ontwikkeling en pro-sociaal gedrag

Die theorie houdt in dat een instabiele en onveilige sociale omgeving op vroege leeftijd een zogenaamde snelle levensloop uitlokt. Die snelle levensloop heeft als gedragscomponent de geneigdheid tot opportunisme, bedrog en wantrouwen. Als je vroege jeugd je inprent dat je anderen niet kunt vertrouwen, dan "investeer" je niet in stabiele relaties. Maar er is ook een fysieke component, die van dat sneller zich aandienen van de puberteit. Die twee samen zorgen ook voor een eerdere aanvang van seksuele activiteit en het eerder voortbrengen van nageslacht. Als je integendeel in je vroege jeugd krijgt ingeprent dat dat je sociale omgeving stabiel en veilig is, dan "kies" je voor de langzame levensloop. En dus, ook via die latere aanvang van de puberteit, voor uitstel van de voortplanting.

Laura Bell gaat ook in op een aanwijzing voor deze theorie die ik nog niet kende. Ze noemt een onderzoek dat laat zien dat kinderen die meer gevoelig zijn voor hun omgeving (een verhoogde biologische reactiviteit op stress hebben), eerder in de puberteit komen als de relatie met hun ouders slechter is.

Oké, maar als je die theorie als verklaring noemt voor de waargenomen vervroeging van de puberteit, dan moet je ook onder ogen willen zien dat de vroege sociale omgeving van onze kinderen minder stabiel, minder veilig en meer stressvol is geworden. Maar daar besteedt Laura Bell geen aandacht aan. Dat is opvallend, omdat ze wel ingaat op die trends van toegenomen obesiteit en van blootstelling aan schadelijke chemische stoffen.

Dat zie je vaker, dat het moeilijk is om onder ogen te zien dat maatschappelijke veranderingen negatieve effecten kunnen hebben op de sociale omgeving en daarmee op ons gedrag. (Zie ook het tweede comment onder aan het artikel.) Ook meer dan een eeuw na Emile Durkheim, de grootste van de klassieke sociologen, is het nog altijd wat ongemakkelijk om de werking van sociale oorzaken te accepteren.

Early Arrival | Science News

Workers Must Get a Bigger Slice of the Pie - Simon Tilford

Een heel goed stuk van Simon Tilford in de New York Times over de economische problemen in Europa. Volg de link onderaan. Wat er uit springt:
  • Stop de excessieve beloningen
  • Hogere belastingtarieven voor de hogere inkomens. Lagere BTW en hogere belasting op kapitaal en vermogen
  • Stop met de obsessie met concurrentievermogen (competitivenes). Leidt tot nog meer achteruitgang van het aandeel van arbeidsinkomen en tot nog grotere ongelijkheid. Houd op met bezuinigen en stimuleer de vraag.
  • Laat niet zo je oren hangen naar de lobby's uit het bedrijfsleven. Wat goed is voor individuele bedrijven is niet altijd goed voor de economie als geheel.
Workers Must Get a Bigger Slice of the Pie - NYTimes.com:

'via Blog this'

dinsdag 20 november 2012

Consumentenvertrouwen weer gedaald! Terwijl vraagimpuls nodig is

De kabinetten Rutte-I en Rutte-II zijn er met hun "Colijn-politiek" in geslaagd om het consumentenvertrouwen flink laag te houden, nu zelfs weer lager dan dat van eind 2008. En nog steeds is het zo dat de depressie gestopt zou kunnen worden. Door er wat meer oog voor te hebben dat de economie ook een vraagkant heeft.

2012-11-20-m10

Kan de jeugdzorg de stap maken van gezin naar buurt?

Cora Bartelink heeft voor het Nederlands Jeugd Instituut een mooi literatuuronderzoek gedaan naar interventies die bedoeld zijn om het sociale netwerk van gezinnen te versterken. Zie Wat werkt bij het versterken van het sociale netwerk van gezinnen? (pdf).

Ze komt tot de conclusie dat er eigenlijk geen interventies bestaan waarvan de werking is aangetoond. Dit lijkt ook te gelden voor de Eigen Kracht-conferenties.

Maar wat mij opvalt is dat het uitsluitend over interventies gaat die gericht zijn op het individuele probleemgezin. Hoewel met het woord preventie wordt geschermd, gaat het dus steeds om het reageren op een probleem dat al is ontstaan. Oké, je kunt dan van preventie spreken als je zo toekomstige problemen zou voorkomen. Maar echte preventie wil meer, namelijk het voorkomen van dat eerste probleem.

Om echt preventief te werken, moet de jeugdzorg natuurlijk de slag maken van individuele gezinnen als cliënten naar een aggregatieniveau hoger, dus naar buurten en wijken. Als we de sociale buurtnetwerken zouden kunnen versterken, dan verminderen we het sociale isolement van alle gezinnen. Daar zouden alle gezinnen baat bij hebben, niet alleen de probleemgezinnen. En voor alle kinderen zou gelden dat ze in een sociale omgeving zouden opgroeien die beter aan hun sociale en morele ontwikkelingsbehoeften tegemoet zou komen. De "jeugdzorg" zou weer gewoon terecht komen waar hij hoort: bij de mensen zelf.

Maar ondertussen is die jeugdzorg al een hele bedrijfstak geworden met een eigen dynamiek. Met een waslijst van interventies en methodieken die allemaal proberen om vanuit het individuele gezin een sociaal netwerk rond dat gezin tot stand te brengen. En dat blijkt steeds meer een vrijwel onmogelijke opgaaf te zijn.

De grote vraag is nu of de jeugdzorg ooit die stap kan maken naar het niveau van de buurt. Krijgen we nog eens Centra voor Buurt, Jeugd en Gezin? Die echt preventief gaan werken, door alles uit de kast te halen om Buurten Voor Kinderen tot stand te brengen? Uiteraard in samenwerking met buurtverenigingen, opbouwwerkers, vrijwilligers en buurtbewoners zelf. En in samenwerking met gemeentebesturen die het grote belang hiervan in zien. Je zou verwachten dat die Transitie van de jeugdzorg naar de gemeentes hierbij moet helpen. We zijn benieuwd.

Zie ook: Centra voor Jeugd en Gezin hebben een buurtfunctie.

maandag 19 november 2012

De spiraal naar beneden — Asoka Mody

Het wordt steeds duidelijker dat de bezuinigingspolitiek die veel landen voeren, gecombineerd met de hoop er door exportgroei bovenop te komen, helemaal niet werkt. Alle voorspellingen die op deze politiek gebaseerd waren, blijken veel te optimistisch zijn geweest. Volgens Asoka Mody, hoogleraar internationale economie, zijn de multipliers ernstig onderschat. Zie de link onderaan. De negatieve groei-effecten van overheidsbezuinigingen blijken veel hoger te zijn dan de voorstanders er van verwachtten. Maar daarnaast zijn ook de negatieve effecten van het allemaal proberen om meer te exporteren, schromelijk onderschat. Als we allemaal de loonkosten gaan drukken, door de werkloosheid te laten oplopen, dan is het collectieve resultaat heel anders dan wanneer een of enkele landen dat doen. Want wie is er dan nog over om te importeren?

Dit is het in de sociale wetenschappen bekende micro-macro probleem. Dat als jet het niet goed aanpakt, leidt tot de fallacy of composition. Wat op het individuele niveau verstandig kan zijn, kan op het collectieve niveau averechts werken. En zo komen we met zijn allen in een neerwaartse spiraal. Niet zo moeilijk in te zien. Waarom gebeurt het dan toch?

Missing Growth Multipliers — Social Europe Journal:

'via Blog this'

zondag 18 november 2012

Muziek voor de zondagochtend - Akademie für Alte Musik Berlin

Gistermiddag in een bomvol Amsterdams Concertgebouw een concertante uitvoering van die merkwaardige vrijmetselaarsopera Die Zauberflöte van Mozart door de Akademie für Alte Musik Berlin onder leiding van René Jacobs. Zie hier de facebookpagina. Het verhaal behelst eigenlijk een genuanceerde theorie over de voorwaarden voor moreel gedrag. Aan de ene kant is er het "hoogstaande" morele gedrag dat intellectuele beschouwing en het doorstaan van beproevingen vereist, waarna je als ingewijde tot de loge kunt worden toegelaten (Pamino). Maar aan de andere kant is er toch ook het "spontane" morele gedrag van het gewone volk, in de figuur van Papageno. Enige wijsheid kun je de vrijmetselaars Mozart en Schikaneder (de librettist) niet ontzeggen.

Hier maakt de Akademie een opname van Händels Agrippina, met de geweldige sopraan Alexandrina Pendatchanska. Ook mooi vind ik die rommelige opnameruimte, met plastic zakken op de vloer en ladders tegen de muur.

vrijdag 16 november 2012

Hogere status maakt mensen minder pro-sociaal - Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (18)

In een onpersoonlijke sociale omgeving zoals wij die in onze maatschappij kennen, ontwikkelen we gemakkelijk oordelen over mensen en categorieën mensen die we niet persoonlijk kennen. En in een maatschappij met veel ongelijkheid naar sociaal-economische status ontwikkelen we gemakkelijk oordelen over hoe arme mensen zijn en over hoe rijke mensen zijn.

Zo denken velen dat de overheid niet te royaal moet zijn met werkloosheidsuitkeringen, bijstand en andere voorzieningen voor de onderkant van de samenleving, want "daar wordt toch alleen maar misbruik van gemaakt". Een voorbeeld van dat oordeel was dat van de Amerikaanse presidentskandidaat Mitt Romney, die van mening was dat bijna de helft van de  bevolking niets liever doet dan bij de overheid de hand ophouden. En denk aan de VVD die vindt dat uitkeringstrekkers de handen uit de mouwen moeten steken in plaats van de handen op te houden.

Maar tegelijk bestaat er ook een beeld van de bovenkant van de samenleving, van de elite, dat inhoudt dat juist daar egoïsme en hebzucht hoogtij viert. Dat beeld wordt bijna dagelijks versterkt door berichten over hebzucht in de hogere regionen van de financiële en de semi-publieke sector.

Beide beelden kunnen waarheid bevatten. Maar deze studie van Piff, Stancato, Côté, Mendoza-Denton en Keltner, die begin dit jaar verscheen, wijst er op dat hogere sociaal-economische status meer tot onethisch gedrag leidt dan lagere. Dat zou er dus op wijzen dat het tweede beeld meer met de werkelijkheid overeenkomt dan het eerste. Hoe hoger de status, hoe minder pro-sociaal.

De onderzoekers laten zien dat mensen met hogere sociaal-economische status (bestuurders van duurdere auto's) minder rekening houden met mede-weggebruikers dan mensen met lagere status (bestuurders van goedkopere auto's). En dat mensen met hogere status meer geneigd zijn tot gedrag dat henzelf bevoordeelt ten koste van anderen. Ook zijn ze meer geneigd om hebzucht goed te keuren, minder geneigd om de waarheid te vertellen als die een ander ten goede zou komen en meer geneigd tot bedrog als hen dat meer oplevert.

Je zou kunnen denken (en ik dacht dat ook) dat er achter deze samenhang een dynamiek zit, die inhoudt dat het hier allemaal om eigenschappen gaat die het in een maatschappij als de onze gemakkelijker maken om hogerop te komen. Dus dat het wat oneerlijker zijn en wat minder last hebben van morele remmingen goed is om rijkdom te verwerven. Mensen zouden dus al minder pro-sociaal zijn geweest toen ze nog niet rijk waren, als ze al ooit niet rijk zijn geweest.

Ik denk nog wel dat daar iets in zit, want we leven nu eenmaal in een maatschappij met een hoge mate van statuscompetitie. En dat bevoordeelt mensen die wat opportunistischer zijn. Maar deze studie wijst op de omgekeerde dynamiek: het verkrijgen van een hoge sociaal-economische status maakt mensen minder pro-sociaal. Dat blijkt er uit dat als je hoge status bij mensen saillant maakt (door priming), dus doordat ze zich voorstellen een hoge status te hebben, ze zich ook minder pro-sociaal gedragen. De hoge status zou dus de oorzaak zijn van het minder pro-sociale gedrag.

woensdag 14 november 2012

Wat voorstanders van bezuinigen verwachten en wat daar van terecht komt in Griekenland - Jesse Frederik

Jesse Frederik laat in deze prachtige grafiek zien hoe extreem de op de bezuinigingsstrategie gebaseerde verwachtingen en de werkelijke ontwikkelingen uiteenlopen. Zie ook de link onderaan dit bericht.

Je ziet per jaar de prognoses van de Troika (IMF, ECB, EU) van de economische groei in Griekenland. Dat zijn al die steeds lager beginnende en steeds sterker stijgende onderbroken rode stippellijntjes. Ze laten precies zien wat de voorstanders van bezuinigingen voor geweldige resultaten verwachtten.

Maar de zwarte lijn geeft aan wat er werkelijk gebeurde: alleen maar steeds minder groei. Verergering van de problemen. (Daarom staken ze vandaag in Griekenland. En in Italië, Spanje, Portugal, België, etc.) Kan het fiasco van een fout economisch beleid nog duidelijker getoond worden? Hulde aan Jesse Frederik!

Ruzie in de Troika - Follow the Money:

'via Blog this'

dinsdag 13 november 2012

Occupy Wall Street: The People's Bailout

Occupy Wall Street start een geweldig initiatief: The People's Bailout. Zie de link onderaan. Banken hebben schulden in hun boeken staan die ze graag willen verkopen. En vaak voor een schijntje, omdat de kans klein is dat ze al hun geld terugkrijgen. OWS zamelt geld geld in om schulden te kopen en die dan kwijt te schelden. Als proef hebben ze voor 500 dollar schulden gekocht, waarmee ze voor 14000 dollar schulden konden kwijt schelden. Zie ook dit bericht.

HOW TO SHARPEN PENCILS, The People's Bailout:

'via Blog this'

De Nederlandse politiek: alles doen wat je in een crisis niet moet doen - Harry Verbon

In de Nederlandse politiek geldt nu het adagium dat je beter met velen ongelijk kunt hebben dan in je eentje gelijk. Er heerst het verstikkende conformisme van de bezuinigingszeepbel. Gelukkig geeft de Volkskrant vandaag het woord aan Harry Verbon, hoogleraar openbare financiën, die er op wijst dat onze nieuwe regering van PvdA en VVD alles doet wat je in een crisis nu juist niet moet doen. En gelukkig komt Harry Verbon ook aan het woord op Radio1. Misschien haalt het wat uit.

Verbon reageert in de Volkskrant op een stuk van Xander van Uffelen. Die had, in plaats van zich eens te verdiepen in de literatuur over de hoogte van multipliers in tijden van depressie en daar de lezers over te informeren, een gemakzuchtig stuk geschreven over economen die het nooit met elkaar eens zijn. Ik was daar zo ontevreden over dat ik op een tweet van Van Uffelen reageerde. De uitwisseling die daarop ontstond, geeft een aardig inzicht in de manier waarop de vermeende noodzaak van bezuinigen "onderbouwd" wordt niet onderbouwd wordt. (Maar wel wordt beleden). Ik geef die uitwisseling onderaan dit bericht weer (na de vouw; "Meer lezen" aanklikken). Maar eerst Harry Verbon.

Allereerst legt Verbon uit wat vanzelfsprekend zou behoren te zijn, namelijk dat het overheidstekort best mag oplopen zolang de overheidsschuld maar houdbaar is. En die is houdbaar. Er is dus op dit tmoment geen goede reden om nog meer te bezuinigen. Andersom: er is een goede reden om meer uit te geven.
Dat is goed voor Nederland, maar ook voor Zuid-Europa. De Zuid-Europese landen zijn beter geholpen als wij (niet alleen Nederland, maar ook de andere Noord-Europese landen) meer besteden in die landen dan als we ze meer lenen, zoals nu in feite het geval is.
Ondanks deze eenvoudige macro-economische waarheden denkt vooral de PvdA dat bezuinigen noodzakelijk is. Ten tijde van het Kunduz-akkoord dacht de PvdA nog dat extra bezuinigen niet nodig was. Het leverde de partij veel nieuwe kiezers op, waaronder ondergetekende.
En de schrijver van dit blog!
Maar de partij is gedraaid als een blad aan de boom en vindt het nu geoorloofd alles te doen wat in een tijd van crisis uit den boze zou moeten zijn.
De bestaanszekerheid van de hard werkende Nederlanders, waar Mark Rutte zo de mond vol van had in de verkiezingscampagne, wordt ondermijnd door de WW nagenoeg af te schaffen. De kwaliteit van het overheidsapparaat wordt ondermijnd door salarissen op de nullijn te houden en de omvang van de overheid te reduceren. Deze laatste bezuiniging wordt overigens voor het overgrote deel op de gemeenten afgeschoven.
Daar waar de 'echte' hulp aan de kansarmen en de zwakken plaats vindt, zullen straks de echte financiële klappen gaan vallen. Als het aan Paars ligt, is de crisis voorlopig nog niet over. 

zondag 11 november 2012

Muziek voor de zondagochtend - Ken Stringfellow - It'll Be A Breeze / THEY SHOOT MUSIC

Een week geleden kwam ik terecht bij het concert van Ken Stringfellow in de kleine zaal van Tivoli aan de Oude Gracht in Utrecht. Had nog nooit van hem gehoord en ook niet van The Posies, waarvan hij leadzanger is geweest. (En hij speelde in R.E.M.) Ik had een geweldige avond. Maar verbaasde me er over dat er maar zo'n 30 man publiek op af waren gekomen. Die kleine zaal was vooral heel leeg. Maar daar trok hij zich niets van aan.

Hier speelt hij op straat in Wenen.

zaterdag 10 november 2012

Hoe zit het met kuddegedrag? Interview in Esta Magazine

De aflevering van Esta Magazine die nu in de winkels ligt, heeft een artikel over kuddegedrag, dat gebaseerd is op interviews met Martine Delfos en de schrijver van dit blog. De titel is "Hoe mak ben jij?" en het is opgenomen in de rubriek "Hoofd. Alles wat je wilt weten".

Andere rubrieken zijn "Hart. Alles wat je raakt." en "Wereld. Alles wat je wilt doen." Ik lees zulke bladen nooit, maar zou dat misschien vaker moeten doen. Al bladerend kwam ik koppen tegen als:
Mensen die van SM houden, bakken gewoon pannenkoeken
Ik ben heel benieuwd of een leuke relatie bestaat. Om me heen zie ik ze zelden
Qua mannen ben ik kritisch. Er moet wel Goddelijke interventie zijn
Comeback van de Beaujolais 
De laatste vond ik interessant.

Ja, bezuinig maar. Dan blijkt over zes maanden dat de groei opnieuw tegenvalt - Paul de Grauwe

Paul de Grauwe, de man die op dit blog zo vaak met instemming is aangehaald, sprak gisteren bij het Centraal Planbureau, waar hij adviseur is, over de eurocrisis. Ik haal deze informatie uit NRC/Handelsblad, die hem vandaag interviewt. Een paar citaten:
"In Duitsland stevent men af op een begrotingsevenwicht. Ook Nederland brengt zijn overheidstekort terug met bezuinigingen. Door in een recessie te streven naar begrotingsevenwicht maken we de fout uit de jaren dertig."
Wat De Grauwe betreft zouden de landen in het noorden van Europa hun economie meer moeten stimuleren, de consumptie aanwakkeren. (...) Stimuleren in Den Haag zou de export vanuit de zuidelijke landen stimuleren. "Nederland heeft mede door zijn eigen hoge export een groot overschot op de lopende rekening. Jullie overschot is het tekort van andere landen. Ik begrijp niet waarom de Europese Commissie niet naar het hele Europese plaatje kijkt. Zij dringt per land aan op extra bezuinigingsmaatregelen, maar zo wordt de recessie in Europa alleen maar dieper."
De 66-jarige Belg gelooft weinig van het argument dat Nederland het vertrouwen van de financiële markten verliest als er niet bezuinigd wordt. Dat was vaak het argument van Jan Kees de Jager, de vorige minister van Financiën. "Kijk naar België, dat heeft een schuld van meer dan 100 procent van het binnenlands product. Daar is toch ook geen vertrouwenscrisis. Ik wil natuurlijk niet zeggen dat Nederland ook naar dat niveau moet, maar een schuld van 80 procent is geen probleem."
Alle bezuinigingsoperaties (van Rutte I, het Lenteakkoord en Rutte II) tellen in 2017 op tot 47 miljard euro. Daarmee wordt volgens hem de crisis niet opgelost. "Ik voorspel u dat over zes maanden blijkt dat de economische groei tegenvalt, en dat er dan opnieuw extra bezuinigd moet worden."
Wat zou het mooi zijn als Paul de Grauwe niet alleen adviseur van het Centraal Planbureau zou zijn, maar ook van Rutte II. Een goed ingevoerde macro-econoom, die wordt in dit brokken makende macho-kabinet wel node gemist. (Jan Pronk gebruikte de term machogedrag om de onderhandelingen van PvdA en VVD te kenschetsen.)

Politiek moet meer in dienst staan van belangen van kiezers en minder in dienst van hun voorkeuren - Chris Dillow

Er wordt vaak geklaagd over de kloof tussen politici en burgers. Maar als daarmee wordt bedoeld dat politici (nog) meer gewoon moeten doen wat de kiezers willen, wat hun voorkeuren zijn, dan krijgen we (nog) meer een X-Factor politiek.

Daarom pleit Chris Dillow (van het blog Stumbling and Mumbling) er voor dat politici zich juist meer richten op de belangen van de kiezers. Daarmee er op wijzend dat wat kiezers willen in strijd kan zijn met hun eigen belangen. Zie de link onderaan dit bericht. En om dat goed te kunnen doen, moeten politici juist veel meer dan ze nu doen te rade gaan bij inhoudelijke deskundigheid en empirische evidentie. Het probleem dat ze dat te weinig doen is misschien een ernstiger probleem dan dat ze te weinig naar de kiezers luisteren. Politici moeten het de kiezers vertellen als ze denken dat die het met wat ze willen, bij het verkeerde eind hebben. Chris geeft dit citaat van Edmund Burke (het dateert van 1774) (mijn vertaling):
Uw vertegenwoordiger is aan u niet alleen zijn ijver verplicht, maar ook zijn oordeel; en hij verraadt  u in plaats van dat hij u dient, als hij dat oordeel opoffert aan uw mening...
Mooi citaat! Chris eindigt met (zonder links; weer mijn vertaling):
.. ik ben bang dat degenen die willen dat politici dichter bij de kiezers staan eigenlijk willen dat politici zich meer ondergeschikt maken aan wat de kiezers willen. Dit brengt het gevaar met zich mee van het vervallen in X Factor politiek - een slecht-geïnformeerde keuze tussen een beperkt veld van incompetente kandidaten, waarvan de winnaar snel vervaagt in teleurstellende middelmatigheid.
Moet de politiek in een wereld waarin keizers (rationeel?) onwetend zijn over het beleid, werkelijk alleen maar een andere vorm zijn van marketing en consumentenkeuze?
Een noodzakelijke voorwaarde voor een oriëntatie van politici op de belangen van de kiezers is dat ze het belangrijk vinden om zich heel goed te informeren. Dus belangstelling aan de dag leggen voor wat deskundigen op basis van analyses van de evidentie te vertellen hebben. Gewoon goed geïnformeerd willen zijn.  Zonder uiteraard een garantie dat ze dan altijd de juiste beslissingen nemen. En uiteraard is altijd het laatste woord aan de kiezers. Maar dan ook goed geïnformeerd door die politici die eerst de moeite hebben genomen om zichzelf goed te informeren.

Dit alles doelt uiteraard ook op de ongeïnformeerdheid van de Europese leiders waardoor de economische crisis vele malen meer schade en lijden aanricht dan nodig was geweest.

Stumbling and Mumbling: Interests or preferences?:

'via Blog this'

vrijdag 9 november 2012

Is het overdreven om te vrezen dat extremistische partijen aan de macht komen in eurozonelanden? Wacht maar af - Barry Eichengreen

Barry Eichengreen vraagt zich af of de eurocrisis nu over is. (Zie de link onderaan dit bericht.) Zoals de Europese leiders willen doen voorkomen en de beleggers schijnen te geloven of te hopen. Maar het werkelijke gevaar is er nog en bestaat uit (mijn vertaling):
het instorten van de steun van het publiek voor, of tenminste de berusting van het publiek in, de bezuinigingspolitiek die geëist wordt om de hoge schuldenlast terug te brengen - en van de steun voor de regeringen die deze politiek uitvoeren. Massale anti-bezuinigingsprotesten zijn een waarschuwing. Een andere waarschuwing is de groeiende steun voor neo-Nazi bewegingen zoals Golden Dawn, nu de op twee na grootste partij in Griekenland.
Het aan de macht komen van een regering die de status quo verwerpt, zou de crisis onmiddellijk weer doen ontvlammen. Een Griekse regering die de condities van het IMF en de ECB zonder meer zou verwerpen, zou onmiddellijk door de ECB van steun worden afgesneden en zou gedwongen worden om de euro te verlaten. Een Spaanse regering die hetzelfde zou doen, zou alle vooruitzicht verliezen op steun van het OMT programma van de ECB en de markten zouden onmiddellijk toeslaan.
Sommigen zullen daar tegenin brengen dat ijselijke waarschuwingen voor een politieke reactie overdreven zijn. Tot nu toe heeft geen enkel land een regering gekozen die de status quo verwerpt. Zelfs in Griekenland, waar de toestand het ergst is, is Golden Dawn nog in de minderheid. Het antwoord hierop is helaas: "Wacht maar af". Bedenk maar dat er bijna vier jaren over heen gingen tussen het begin van de Grote Depressie in Duitsland en het aan de macht komen van de Nazi's.
Europa heeft een groeistrategie nodig om deze politieke geest weer in de fles te krijgen. Het heeft een beleid nodig dat de belofte in zich draagt van afnemende werkloosheid en betere tijden. Het steeds maar uitblijven van dat beleid is de ernstigste bedreiging voor de euro. Als dat niet verandert, dan zullen de markten zich vroeger of later van dat risico bewust worden - misschien met een schok.
Ja, hoe komen foute leiders aan de macht? Een belangrijk deel van het antwoord op die vraag is: door de economische omstandigheden van hoge werkloosheid, onzekerheid en uitzichtloosheid. Precies het soort omstandigheden die de Europese politieke en economische elite nu al jaren, willens en wetens, in stand houden. Huiveringwekkend.

Europe’s Populists at the Gate by Barry Eichengreen - Project Syndicate

Wat goed is om in Duitsland aan de macht te blijven, is een tragedie voor de Grieken - New York Times

De New York Times wijst er in het commentaar van vandaag op dat zo langzamerhand iedereen weet dat nog meer bezuinigen in Griekenland de problemen alleen maar erger maakt. De gewone Grieken verliezen hun vertrouwen in de politiek. De Griekse volksvertegenwoordigers weten het, maar denken niet anders te kunnen dan de eisen van de Troika in te willigen. En zelfs de meeste schuldeisers beseffen dat nog meer bezuinigen niet de oplossing is.
Maar tot nu toe zijn ze niet bereid om de leider van Europa's grootste economie, de Duitse kanselier Angela Merkel, uit te dagen, die er in volhardt te geloven dat alleen economische bestraffing Griekenland er toe zal brengen om te hervormen.
Het kan in Duitsland, waar mevrouw Merkel volgend jaar verkozen moet worden, een winnende politieke formule zijn. Maar het is een onmetelijke, en een onmetelijk onnodige, tragedie voor de Grieken. 
En in Nederland heeft de PvdA zich voluit bekeerd tot de "collectieve psychose" (Witteveen) van de bezuinigingszeepbel en verklaart de nieuwe (PvdA-)minister van financiën Jeroen Dijsselbloem dat hij zich in Europa net zo hard (en net zo dom) zal opstellen als zijn voorganger Jan Kees de Jager. Waarom? Ook om aan de macht te kunnen komen? Of uit overtuiging? Maar dat moet dan de overtuiging zijn van de niet goed geïnformeerde amateurs.

Greece Drinks the Hemlock - NYTimes.com:

'via Blog this'

donderdag 8 november 2012

Hoe komen foute leiders aan de macht?

Vanmiddag naar Amsterdam om psychologiestudenten van de UvA toe te spreken over "Hoe komen foute leiders aan de macht?". Ik wil de lezing nog in extenso op papier op dit blog zetten, maar hier is de link naar de dia's (copy and paste):

https://docs.google.com/presentation/d/1Nbj1GMRw5dOqwj0zn_fpHpMw7NlFxjspTmTrnuqXcb0/edit?usp=sharing

En zie hier de facebookpagina.

Update. De filmfragmenten komen uit de serie documentaires The Nazis - A Warning From History en zijn selecties uit Episode 2 - Part 3 en Part 4).

dinsdag 6 november 2012

Werken opvoedingsinterventies eigenlijk wel? Neem nu de Triple P methode

Doordat onze gezinnen behoorlijk sociaal geïsoleerd zijn, brengen ouders en kinderen steeds meer tijd met elkaar door. Tegelijk lijkt het er op dat we te maken hebben met een toename van internaliserende (depressie) en externaliserende (driftbuien, agressie, pesten, delinquentie) gedragsproblemen bij kinderen.

Aanwijzingen voor die toename hebben geleid tot een toenemende overheidsbemoeienis met jeugdzorg. Zie het SCP-rapport Jeugdzorg in groeifase. En daaromheen is een hele bedrijfstak ontstaan van het ontwikkelen en uitvoeren van zogenaamde opvoedinterventies, programma's die dienen om ouders bij het opvoeden te ondersteunen.

Met als achterliggende gedachte dat het bij een goede sociale en morele ontwikkeling van kinderen draait om het goed opgevoed worden. Als ouders hun "opvoedwerk" maar goed doen, dan komt het met de kinderen wel goed. En als de ouders tekortschieten, dan kunnen ze daarbij geholpen worden door middel van opvoedinterventies en dan gaat het beter. Eerder betitelde ik deze gedachtegang als de mythe van de opvoedbaarheid. Want er zijn veel aanwijzingen dat we de effecten van opvoeding overschatten. En dat we de effecten van de sociale omgeving van het gezin, of de afwezigheid daarvan, onderschatten. Zie dit bericht.

Als ik gelijk heb met die mythe van de opvoedbaarheid, dan zou het zo moeten zijn dat die opvoedinterventies ook maar weinig of geen effect hebben op de ontwikkeling en het gedrag van kinderen. Die gedachte wordt ondersteund door deze nieuwe studie, waarin een overzicht en een meta-analyse worden gegeven van onderzoek naar de effecten van een wereldwijd veel toegepaste opvoedinterventie, de Triple P methode. Deze interventie probeert ouders te bewegen tot zogenaamd positief opvoeden en probeert 17 opvoedvaardigheden bij te brengen.

De onderzoekers constateren o.a. dat vrijwel alleen kort durende effecten van de interventie zijn vastgesteld en dan nog alleen voorzover gerapporteerd door de eigen ouders, in het bijzonder de moeder. In gevallen van rapportages door de vader of onafhankelijke beoordelaars werden geen positieve effecten gevonden. Er zijn aanwijzingen voor een publicatie bias, in de zin dat negatieve resultaten niet werden gepubliceerd. Ook zijn vrijwel alle studies uitgevoerd door onderzoekers die met Triple P verbonden waren en er trainingen in gaven, waardoor ze onderhevig waren aan een belangenconflict.

Deze resultaten komen overeen met die van eerdere overzichten. Die hele bedrijfstak van opvoedinterventies, die zou wel eens op drijfzand kunnen zijn gebouwd.

zondag 4 november 2012

Regeerakkoord heeft blinde vlek « Robin Fransman

Lees in vervolg op mijn vorige bericht nu Robin Fransman over het regeerakkoord van VVD en PvdA. Ik neem een groot deel hieronder over, met grote instemming:
(...)
De economische crisis in Nederland is vooral een binnenlands fenomeen en kan dus ook met gericht en goed beleid binnen Nederland worden opgelost. De Nederlandse export groeit hard en de overschotten op handels- en betalingsbalans breken alle records. Voor de komende jaren voorspelt het CPB verder stijgende overschotten. Met ons concurrerend vermogens is dan ook niets mis. De Nederlandse economie draait niet goed vanwege de huizencrisis, het lage consumentenvertrouwen, de bezuinigingen en door die drie zijn ook de bedrijfsinvesteringen laag.
Behalve de staatsschuld van 70% BBP heeft Nederland private schulden van circa 180% BBP. Het zijn die hoge schulden in combinatie met dalende huizenprijzen en oplopende werkloosheid die het consumentenvertrouwen de komende jaren structureel verlagen. Er is daarom sprake van een balansrecessie en daar is in het regeerakkoord te weinig aandacht voor. Er is geen makkelijke uitweg bij een balansrecessie, maar je kunt wel twee eisen stellen aan elk regeerakkoord tijdens een balansrecessie. Ten eerste moet je de schulden betaalbaar houden door de koopkracht en werkgelegenheid zo veel mogelijk op peil te houden en ten tweede moet je zorgen dat de schulden financierbaar blijven voor de banken. Het regeerakkoord voldoet aan beide niet.
Door de sterk dalende koopkracht vanaf 2014 en de extra kapitaalseisen die aan banken worden gesteld worden hypotheeknormen nu al, voor het vierde jaar achtereen, verder neerwaarts bijgesteld. Het verplichte schatkistbankieren vergroot de funding gap. De inschatting van het aantal particuliere wanbetalers voor 2014 en verder moet verder worden opgehoogd. Een recept voor een neerwaartse spiraal waardoor de uitverdieneffecten van de bezuinigingen oplopen en het begrotingstekort nauwelijks verbetert. Een effect waar het IMF onlangs nog voor waarschuwde. Bij een balansrecessie door hoge private schulden moeten burgers en bedrijven in staat worden gesteld om hun schulden geleidelijk af te lossen. Met koopkrachtdalingen tot 8% en een sterke, structurele daling van de werkgelegenheid is dat niet haalbaar. Het effect is meer wanbetalingen, meer bedrijven op de fles, kredietverliezen, meer gedwongen huizenverkopen, minder financiering, minder investeringen en uiteindelijk, een noodzaak tot meer bezuinigingen. De overheid moet de draagkracht beschermen van burgers en bedrijven om schulden te kunnen dragen. Doet zij dat niet, dan is ook de staatsschuld niet meer veilig.
Regeerakkoord heeft blinde vlek « Robin Fransman:

'via Blog this'

Hoe onbeleefd mogen we zijn tegenover politici die denken dat bezuinigen de oplossing is voor de economische crisis? En tegenover de PvdA?

Simon Wren-Lewis vraagt zich af of hij niet te onbeleefd is geweest door van politici die (nog steeds) denken dat we de economische crisis oplossen door overheden veel te laten bezuinigen, te zeggen dat ze nog steeds in de vertrouwensfee geloven. Zie de link onderaan. En zie dit bericht.

En hij neemt daarom de moeite om alle argumenten die naar voren zijn gebracht om de bezuinigingsstrategie te verdedigen, op een rijtje te zetten. Maar nee, alles overziende, vindt hij niet dat hij te onbeleefd is geweest.  

Slechts bij een van de acht argumenten zou onbeleefdheid niet geheel op zijn plaats zijn. Dat wil zeggen dat het is te billijken dat dat argument is gebruikt. Maar in de andere zeven gevallen acht hij enige onbeleefdheid wel degelijk passend en gerechtvaardigd.

Ik begin te denken dat enige mate van onbeleefdheid tegenover de PvdA ook passend is. Want hoe komt het dat de leiders van die partij, die traditioneel de partij was met de meeste economische denkkracht en diepgang, en die in de Keynesiaanse traditie stond, nu zo slecht geïnformeerd zijn dat ze bezuinigingen vanzelfsprekend vinden en om het hardst mee roepen dat iedereen pijn moet lijden? Leiders die het voor elkaar hebben gekregen dat er heisa is over nivellering via de zorgpremie's, terwijl het zou moeten gaan over het herstel van volledige werkgelegenheid. Zijn ze gewoon vergeten dat het in de sociaal-democratie altijd allereerst ging om volledige werkgelegenheid als middel om ongelijkheid te bestrijden?

mainly macro: Being rude about austerity: How rude should I be about policymakers? Some may think this a strange question, but I personally have quite a high regard for them. Havin...

Muziek voor de zondagochtend - Tijd voor engagement: Bruce Springsteen op campagne voor Obama

Over twee dagen kiezen de Amerikanen voor de democraat Obama of voor de Republikein Romney. De Republikeinen zijn een extremistische partij geworden. Ze staan onverbloemd voor een "ieder-voor-zich" maatschappij. Ze zijn ideologisch verblind en nemen het niet zo nauw met de waarheid. Ze schuiven wetenschappelijke inzichten aan de kant als die hen niet goed uitkomen. Zie recentelijk Jared Bernstein over het tegenhouden door de Republikeinen van een rapport van een niet-partijgebonden overheidsinstantie dat laat zien dat belastingverlaging voor de rijken niet leidt tot economische groei. Volgens de Republikeinse ideologie moeten de rijken zo weinig mogelijk belasting betalen. Zo is het en niet anders. Aanwijzingen voor het tegendeel zijn dus niet welkom. Bernstein en anderen maken zich terecht zeer grote zorgen.

Het is dus hoog tijd voor engagement! Bruce Springsteen op campagne voor Obama!

zaterdag 3 november 2012

Mannen zijn opportunistischer en wraakzuchtiger als ze in een omgeving met meer geweld zijn opgegroeid - Pro-sociaal gedrag en sociale omgeving (17)

Het pas verschenen artikel Harsh childhood environmental characteristics predict eploitation and retaliation in humans (pdf) verschaft nieuwe aanwijzingen voor de evolutionaire theorie van socialisering van Belsky en voor de gedachten achter de Dual Mode-theorie. Zie ook het vorige bericht in de reeks berichten over sociale omgeving en pro-sociaal gedrag: Pubers en levensloopstrategie en dit bericht: Het Hitler-bewind sociaal-wetenschappelijk bekeken.

In deze nieuwe studie lieten de onderzoekers studenten een prisoner's dilemma spelen tegen een voorgeprogrammeerde strategie die sterk coöperatief was. De mannelijke studenten die hadden aangegeven in een meer conflictueus en gewelddadig gezin en in een meer gewelddadige buurt te zijn opgegroeid, beantwoordden die coöperatieve strategie meer met het opportunistisch uit zijn op eigen voordeel. Ook waren ze wraakzuchtiger tegenover een niet-coöperatieve strategie. Beide golden niet voor de vrouwelijke studenten.

Ook bleek dat het verband voor een deel verklaard werd doordat deze groep studenten die in hun jeugd meer met geweld in aanraking was geweest, meer statuscompetitief waren ingesteld. Dat wil zeggen dat ze meer een erecode aanhingen. Ze waren het meer eens met uitspraken als:
  • Als iemand mij slecht behandelt, dan vind ik dat ik hem nog slechter moet behandelen
  • Soms moet je vechten om je eer hoog te houden of om iemand op zijn plaats te zetten
en meer oneens met uitspraken als:
  • Ik probeer om anderen te vergeven, zelfs als zij zich niet schuldig voelen voor wat ze gedaan hebben
Er zijn meer aanwijzingen dat vrouwen beter bestand zijn tegen een riskante jeugd dan mannen. Een andere keer daarover meer.

Austerity: The History of a Dangerous Idea: Mark Blyth

Via Paul Krugman en John Quiggin ontdekte ik op Amazon de aankondiging van het boek Austerity: The History of a Dangerous Idea van Mark Blyth. Zie de link hieronder. Laat het liever morgen dan overmorgen verschijnen. En laat een Nederlandse uitgever het dan overmorgen vertalen. Zodat het de dag daarna bij alle ministers van Rutte II en bij Diederik Samson op het bureau kan liggen. Het is misschien nog niet te laat!

Austerity: The History of a Dangerous Idea: Mark Blyth: 9780199828302: Amazon.com: Books:

'via Blog this'

vrijdag 2 november 2012

Het risico dat Duitsland loopt, is van eigen makelij en dateert van voor de crisis

Neem als het kan vandaag de tijd om dit stuk van Paul de Grauwe en Yuemei Yi te lezen. Zie link onderaan dit bericht.

Ze laten overtuigend zien dat de financiële risico's die Duitsland loopt, niet het gevolg zijn van de toegenomen vorderingen van Duitsland op de andere eurolanden (TARGET2) sinds het uitbreken van de eurocrisis, maar integendeel van de hoge betalingsbalansoverschotten van Duitsland voorafgaand aan de crisis. En al dat geld vloeide naar de andere eurolanden, in het bijzonder ook naar de perifere landen. (De onroerend goed-zeepbel in Spanje is er mee gefinancierd.)
Ongeveer zoals een automaker die aan consumenten geld leent om zijn auto's te kunnen kopen, leende het Duitse bankensysteem geld aan de andere eurozonelanden om hen in staat te stellen de Duitse overschotproducten te kopen - een hoogst riskante affaire.
De groei van deze netto vorderingen op het buitenland (leningen), dat de tegenhanger was van de toegenomen betalingsbalansoverschotten, creëerde een geweldig risico voor Duitsland. Het had overduidelijk moeten zijn dat de schuldenlanden in betalingsproblemen konden komen omdat ze schulden opstapelden die door leningen van Duitse banken mogelijk gemaakt werden. (...)
Het risico dat Duitsland loopt als het resultaat van zijn netto blootstelling aan andere eurozonelanden is daarom geheel van eigen makelij. Het is het resultaat van Duitslands voorkeur voor betalingsbalansoverschotten en dus geheel onder eigen controle. (...)
Het grootste deel van de Duitse vorderingen zijn dus opgebouwd voorafgaand aan de crisis. En het moet de keuze van Duitsland zelf zijn geweest om dat te laten gebeuren. Het is, zacht gezegd, moeilijk vol te houden dat de perifere landen en de ECB Duitsland er toe gedwongen zouden hebben.
... Duitse banken waren bereid om grote geldbedragen te lenen aan de perifere landen zonder een goede analyse van het kredietrisico. Niemand anders dan Duitsland zelf is verantwoordelijk voor het nemen van deze risico's.
Het stuk is een reactie op de Duitse econoom Hans Werner Sinn, Maar het lijkt er op dat die steeds meer een geïsoleerde positie inneemt. Althans, hij lijkt weinig gehoor te vinden bij Merkel en Schäuble. Die zijn misschien wel gaan inzien wat er nu werkelijk aan de hand is.

Of onze nieuwe regering, die op het punt staat geïnstalleerd te worden, dat ook inziet?

TARGET2 as a scapegoat for German errors | vox

donderdag 1 november 2012

Zij die in de vertrouwensfee geloven, runnen onze economieën - Simon-Wren-Lewis

Simon-Wren-Lewis gaat nog eens na wat de vreselijke gevolgen zijn van de bezuinigingszeepbel in het Verenigd Koninkrijk en de eurozone. Zie de link hieronder. (En zie hier de column van Paul Krugman van juli 2010 (!) over de vertrouwensfee: het sprookje dat als je maar genoeg bezuinigt, er een goede fee komt, "vertrouwen", die voor economische groei zorgt.) Onder meer naar aanleiding van deze nieuwe analyse van Holland en Portes. Hij besluit met (mijn vertaling zonder links):
Om in feeën te geloven heb je behoorlijk goede evidentie nodig, en dat is precies wat we niet hebben. Sommige economen denken dat ze er iets van in de data zagen, maar dat is niet voldoende - bij lange na niet voldoende - om op deze schaal zoveel lijden toe te brengen aan zoveel mensen. (Er waren natuurlijk anderen die die evidentie niet zagen.) Helaas wilden veel mensen geloven in de vertrouwensfee. In normale omstandigheden vinden we mensen die in 'echte' feeën geloven, amusant of nogal vreemd. Maar helaas hebben sommigen van degenen die in de vertrouwensfee geloven de taak gekregen om onze economieën te runnen.
mainly macro: The impact of austerity in the UK and Eurozone:

'via Blog this'