dinsdag 30 april 2013

Janos Starker, Master Cellist, Dies at 88 - NYTimes.com

Toen ik zestien dagen geleden Janos Starker een cellosonate van Kodály liet spelen, dacht ik eerst dat hij al niet meer tot de levenden behoorde. Wat niet juist bleek te zijn. Maar vandaag is er het bericht dat hij is overleden, op 88-jarige leeftijd. Het overlijdensbericht hieronder van de New York Times begint met:
Janos Starker, one of the 20th century’s most renowned cellists, whose restrained onstage elegance was amply matched by the cyclone of Scotch, cigarettes and opinion that animated his offstage life, died on Sunday at a hospice in Bloomington, Ind.
Janos Starker, Master Cellist, Dies at 88 - NYTimes.com:

'via Blog this'

Zijn de Europese leiders zich bewust van de ellende van de massa werkloosheid? | Real-World Economics Review Blog

Volg de link.

Are European leaders aware of the miseries of mass unemployment? | Real-World Economics Review Blog:

'via Blog this'

Is ons koningschap een functie? En zijn we eigenlijk al een republiek?

Ernst Hirsch Ballin en Andrée van Es waren het er gisteravond in Nieuwsuur als vanzelfsprekend over eens dat het koningschap een functie is. En dat Beatrix die functie heel goed heeft uitgeoefend. Maar is het koningschap wel een functie, zoals andere functies?

Wij leven in een maatschappij met functies (of posities). Een functie is een bundel van omschreven rechten en plichten, die door verschillende personen kan worden ingenomen. Functies zijn onderdeel van een apart soort organisaties, die we daarom ook wel formele organisaties noemen. En die bestaan nog niet zo lang; ze zijn door mensen uitgevonden.

De socioloog James Coleman beschrijft de geschiedenis van die uitvinding in hoofdstuk 20 van dat curieuze boek Foundations of Social Theory. De oorsprong van die uitvinding ligt in het Romeinse recht, maar de doorontwikkeling er van heeft de periode vanaf de dertiende eeuw tot de twintigste eeuw in beslag genomen. In die periode kun je de overgang plaatsen van een maatschappij die volledig is gebaseerd op persoonlijke relaties naar de ingewikkelder "moderne" maatschappij. waarin er daarnaast relaties tussen personen en posities en zelfs relaties tussen posities zijn bijgekomen. Als je (als persoon) een vergunning aanvraagt om je huis uit te bouwen, dan is er een beambte, een persoon die een functie bekleedt, die die aanvraag beoordeelt. En die doet dat namens de gemeente, een organisatie die volledig uit posities bestaat. En als een beambte een vestigingsvergunning verstrekt aan een onderneming, dan hebben we te maken met een relatie tussen uitsluitend posities. Kenmerkend voor zulke relaties is dat ze blijven bestaan ook als de personen wisselen.

Een deel van die geschiedenis is de ontwikkeling van het zuiver persoonlijke koningschap naar de constitutionele monarchie. Volgens Coleman ontwikkelde de doctrine van de scheiding tussen de koning als persoon en de koning als functie (body politic) zich gedurende de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw, te beginnen in Engeland. Een element in die ontwikkeling was de vaststelling dat Koning Edward IV (1442-1483) landerijen kon verkopen, hoewel hij als persoon nog maar 9 jaar oud was en dus minderjarig. Hij verrichte die transactie namelijk niet als persoon, maar in zijn functie. Zo ontstond het idee van de Kroon of het koningschap als een fictieve persoon of positie, met omschreven rechten en plichten. Dit maakte het mogelijk dat het parlement in 1642 in opstand kwam tegen Karel I in zijn hoedanigheid als persoon, terwijl het koningschap desondanks bleef bestaan. Je kon de persoon van de koning onthoofden zonder het koningschap op te heffen.

Wat zegt dat over de vraag of ons huidige koningschap een functie is? Toen ik daar gisteravond over nadacht, vond ik het nog best ingewikkeld. Want enerzijds hebben Hirsch Ballin en Van Es gelijk dat het een functie is. Beatrix draagt de functie over aan Willem-Alexander en dat is een formele daad, waarbij een groot aantal handtekeningen worden geplaatst, weliswaar door personen, maar niet als persoon. En toen Willem-Alexander in dat interview van een paar dagen geleden werd gevraagd hoe hij het zou vinden als het koningschap volledig ceremonieel zou worden gemaakt, dus als de rechten en plichten zouden worden veranderd, antwoordde hij dat hij dat natuurlijk zou accepteren. Ook als de functie verandert, kan de persoon blijven.

Maar interessant was dat hij er een voorwaarde aan verbond, namelijk die dat dat dan wel keurig democratisch moest worden beslist. Dat was wel opvallend, want het suggereerde dat hij zelf, als persoon, daar een oordeel over zou kunnen hebben. En dat hij het dus eventueel ook niet zou kunnen accepteren als hij om wat voor reden dan ook mocht vinden dat de beslissing niet democratisch tot stand was gekomen. Met die suggestie zou dan nog een klein restje van de koning als persoon zijn blijven bestaan.

Anderzijds, al die discussies over hoe goed Beatrix haar functie heeft vervuld, en alle speculaties over hoe Willem-Alexander dat zal doen, dat alles wijst er op dat wij er al lang aan gewend zijn om het staatshoofd als de bekleder van een functie te zien. Want als we al te ontevreden zouden worden over de vervulling van die functie, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat we ons daar maar gewoon bij zouden blijven neerleggen. Natuurlijk zouden we het voor elkaar krijgen om de persoon van de koning te laten terugtreden en hem in te ruilen voor een geschiktere. Hoe meer we de vrijheid nemen om te oordelen over hoe goed of slecht de koning zijn functie vervult, hoe dichter we in feite opschuiven naar de republiek.

zondag 28 april 2013

Zondagochtendmuziek - Iván Fischer over Béla Bartók

Ivan Fischer horen vertellen over muziek is als het luisteren naar muziek. Boeiend en meeslepend. Hier vertelt hij over Béla Bartok. Maar op YouTube vind je hem ook over Beethoven (de symfonieën), Mahler en Wagner. "Muziek moet men altijd begrijpen." En wie kan je daar beter bij helpen dan Ivan Fischer?

Iván Fischer about Béla Bartók (dutch) - YouTube:

'via Blog this'

vrijdag 26 april 2013

Minibibliotheekjes in de buurt nu ook in Nederland - Mijn Little Free Library

Het idee van de minibibliotheekjes in de buurt dat in de Verenigde Staten al behoorlijk is verspreid, breidt zich nu ook uit tot Nederland. Zie de link voor een verslag van Katja de Bruin op VPRO Boeken. Een zelf getimmerd kastje. Mooi!


Boeken - Mijn Little Free Library #1:

'via Blog this'

Als Europa Thatcherism wil, dan moet het stoppen met bezuinigen | Anatole Kaletsky

Vandaag weer een heel goed bericht van Anatole Kaletsky. Zie de link onderaan. Over Margaret Thatcher die weliswaar bekend stond als de spreekwoordelijke overtuigingspolitica, maar die, als je niet naar haar retoriek kijkt, maar naar haar acties, veel meer tot compromissen bereid was en pragmatischer was dan de huidige Europese leiders. Hij eindigt met
Kortom, de bezuinigingsstrategie is de vijand van concurrentiekracht en zonder economische groei zijn structurele hervormingen gedoemd te mislukken. Begrepen de huidige Europese leiders dat maar net zo goed als Margaret Thatcher dat deed.
If Europe wants Thatcherism, it must abandon austerity | Anatole Kaletsky:

'via Blog this'

woensdag 24 april 2013

De vrije markt zorgt niet voor volledige werkgelegenheid - Stumbling and Mumbling: Unemployment & the free market

Chris Dillow laat zien hoe de werkloosheid in het Verenigd Koninkrijk tussen 1855 en 1914 sterk fluctueerde. Zie de link onderaan. Dat was de periode dat het marktmechanisme behoorlijk vrij zijn werk kon doen. En hij maakt daar uit op dat de vrije markt op zich niet in staat is om voor volledige werkgelegenheid te zorgen. Met andere woorden, dat daar een taak is weggelegd voor de overheid. En het is dus niet zo dat werkloosheid een gevolg is van werkloosheidsuitkeringen, van een te grote overheid en te hoge belastingen of van rigide lonen. Nee, het ontbreken van volledige werkgelegenheid en het bestaan van massawerkloosheid zijn inherent aan de werking van de vrije markt. Het is wel goed om dat te beseffen.

Stumbling and Mumbling: Unemployment & the free market:

'via Blog this'

dinsdag 23 april 2013

Noch een mysterie, noch magie. Het barsten van de bezuinigingszeepbel

We maken dezer dagen mee hoe de bezuinigingszeepbel barst. En dat is een enerverend schouwspel. Zie o.a. hier en hier. Enerverend omdat al die zogenaamde deskundigen die zo zeker wisten dat bezuinigen de enige, maar dan ook echt de enige, oplossing was (denk ook nog even weer aan Mark Rutte), nu voor de uitdaging staan om hun houding te bepalen. Ze zijn als keizers zonder kleren, die gewoon niet goed geïnformeerd waren en verder vooral bezig waren met zo serieus mogelijk over te komen. En het leek o zo serieus om maar steeds te verklaren dat er nu eenmaal pijn moest worden geleden. (Ik zie maar even af van de ideologische motieven die er ook nog bij kwamen.)

Paul Krugman staat vandaag stil bij een oplossing die zulke mensen nu kiezen voor die uitdaging van het vinden van een houding. Zie de link onderaan. Die oplossing bestaat er uit te verklaren dat het een groot mysterie is wat er zich nu afspeelt in de macro-economie. Het is allemaal zo vreemd en buitenissig dat niemand het had kunnen zien aankomen dat bezuinigen niet zou werken. En ja, het moet wel een mysterie zijn, want anders hadden "serieuze" mensen zoals zij dat wel zien aankomen.

We zien vanochtend in de Volkskrant dat Peter de Waard ook voor deze oplossing kiest. Peter was duidelijk een voorstander van bezuinigen en moet zijn houding bepalen tegenover de ommezwaai van het Internationale Monetaire Fonds (IMF), dat nu voor Keynesiaanse inzichten kiest en de bezuinigingen bekritiseert. In plaats van bij zichzelf te rade te gaan, kiest Peter voor een zogenaamd ironisch stukje. Waarin het IMF staat voor International Magic Fund. Het moet wel magisch zijn, want anders had Peter immers wel begrepen wat er aan de hand was.

Maar dat bezuinigen in een recessie niet goed werkt, is noch een mysterie, noch magie. Zoals Paul Krugman schrijft, hij en anderen pasten het uit de handboeken bekende IS-LM model toe en voorspelden precies wat er zou gaan gebeuren als gevolg van de bezuinigingen. En alle voorspellingen van de bezuinigers zaten er volkomen naast.

Een enerverend schouwspel. En ook wel wat pijnlijk.

Building A Mystery - NYTimes.com:

'via Blog this'

maandag 22 april 2013

Wat zijn de economische kosten van werkloosheid? En meer over de welzijnseffecten van werkloosheid en recessie

Martien H. reageerde op het bericht Het kwaad van werkloosheid. Over prioriteiten van politieke leiders met de vraag of er onderzoek is gedaan naar de economische kosten van werkloosheid. Naast de psychologische (welzijns-)aspecten. Ik moest het antwoord schuldig blijven. Maar nu geeft Peter van de Meer het antwoord. Zie de opmerkingen bij het bericht.

Peter verwijst naar het artikel The Macroeconomics of Happiness (pdf) uit 2003 van Di Tella, MacCulloch en Oswald, waarin de auteurs
een poging (doen) de kosten van werkloosheid te becijferen. Voor Amerika komen ze tot een bedrag van $330,- (dollars van 2001) per jaar voor elke Amerikaan (dus niet alleen de werklozen) bij een groei van de werkloosheid met 1,5 procentpunt. Bij sterkere stijgingen loopt het bedrag verder op, omdat er bij de berekening geen rekening is gehouden met verdere inkomensdaling vanwege de recessie en omdat een hoog werkloosheid percentage ook een negatief effect heeft op happiness.
Ik heb nog even naar de conclusie-gedeelte gekeken en zie daar dat de onderzoekers het monetaire equivalent van het welzijnseffect van werkloos worden op 3800 dollar per jaar schatten. Dat wil zeggen dat je een werkloze dat bedrag per jaar zou moeten uitbetalen om hem even gelukkig te maken als wanneer hij niet werkloos was geworden.

Verder blijkt dat recessies grote welzijnsverliezen met zich mee brengen. Het monetaire equivalent van een recessie schatten de onderzoekers voor de Verenigde Staten op een verlies van 200 dollar per jaar per persoon. Dit zou neerkomen op 3 % van het BNP per persoon. Dit komt dus bovenop de werkelijke daling van inkomsten in een recessie. De auteurs interpreteren het als de alomtegenwoordige stress van de vrees om werkloos te worden.

Tevens blijkt dat werkloosheidsuitkeringen er niet voor niets zijn, want ze verkleinen de welzijnsverliezen.

Maar al met al merken de auteurs op dat de standaardeconomie geneigd is deze belangrijke welzijnskosten van recessies te onderschatten. Hoe actueel is dit in 2013!

zondag 21 april 2013

vrijdag 19 april 2013

Niet het geweld, maar de competitie, in video games maakt adolescenten agressief

Er is nu uitsluitsel over de vraag of het de gewelddadige inhoud van video games is die agressief maakt of het competitieve element in zulke games. In de pas verschenen studie Demolishing the Competition: The Longitudinal Link Between Competitive Video Games, Competitive Gambling, and Aggression (betaalpoort) laten onderzoekers zien dat het competitieve element de boosdoener is. Als competitie ontbreekt en er wel geweld in het spel is, dan maakt het spelen van zulke games adolescenten niet agressiever. En andersom wel. Ook blijkt dat competitief gokken, wat niet gewelddadig is, agressief maakt.

Eerder onderzoek wees al in dezelfde richting. Ik stond daar in dit bericht bij stil.

Het is een belangrijke bevinding, omdat hij wijst op de gevaren van het op jonge leeftijd veel met competitie in aanraking te komen. We zijn geneigd die gevaren te onderschatten en eerder bang te zijn voor de gevolgen van het zien en meemaken van geweld. Geweld roept meteen emoties op en lijkt dus veel "gevaarlijker" dan competitie. Maar het blijkt dus dat geweld op zich niet gewelddadig maakt. Het is de competitie, het element van overwinnen of verliezen, dat agressief gedrag triggert. En niet alleen op korte termijn, zoals uit dit onderzoek blijkt.

Dat we de gevaren van statuscompetitie onderschatten, blijkt er natuurlijk ook uit dat wij onze kinderen zo extreem naar leeftijd gesegregeerd laten opgroeien. Het omgaan met leeftijdgenootjes bevordert  statuscompetitie en creëert zo agressief gedrag. Kinderen hebben gewelddadigheid in zich, maar die aanleg is "bedoeld" om je in competitieve situaties te kunnen handhaven. Hoe minder die situaties zich voordoen, hoe minder die aanleg naar buiten komt. En hoe meer de aanleg tot vreedzaamheid en pro-sociaal gedrag kan bloeien. Merkwaardig dat wij dan kunstmatig door die leeftijdssegregatie die competitieve situaties tot stand brengen. En ons dan vervolgens beklagen over agressieve en pesterige jeugd. Leeftijdssegregatie is slecht voor kinderen.

donderdag 18 april 2013

What a mess! Can the Netherlands escape the Euro area austerity death spiral? | Mindful Money

Lees vandaag ook even Shaun Richards over de stijgende werkloosheid en de over bijna de hele linie verslechterende economie van Nederland. Zie de link onderaan. Zo langzamerhand begint "het buitenland" zich te verkneukelen over Nederland, het land dat altijd vooraan stond om andere landen de juiste weg te wijzen. Denk terug aan Jan Kees de Jager, die trouwens door Jeroen Dijsselbloem "waardig" is opgevolgd. Een citaat van Shaun Richards (mijn vertaling):
Wat we kunnen zien is dat het Nederlandse overheidstekort met 4% van zijn economische output in 2012 relatief laag is en hetzelfde geldt voor de totale overheidsschuld van 74,1% van het Bruto Nationaal Product. Maar om daar terecht te komen nam de regering een extra 1% van de economische output uit de economie door hogere belastingen en we kunnen niet anders dan ons afvragen hoeveel van de huidige neergang daaraan valt te wijten. Weer lijkt het bezuinigingsbeleid van de eurozone op een hond die zijn eigen staart achternazit, al is het wel eerlijk tegenover honden om daarbij te zeggen dat die meestal snel moe worden van dat spel! (...)
En de laatste alinea:
Als we naar Nederland kijken met zijn relatief lage tekort en schuldenniveau en met een handelsoverschot, dan zien we een heel andere situatie dan die in de periferie en toch is het zelfde medicijn van het bezuinigen toegediend. We zullen nooit weten wat er anders was gebeurd, maar als, wat waarschijnlijk lijkt, de bezuinigingen het land een extra duw naar beneden hebben gegeven, dan heeft het beleid meegeholpen om het huidige probleem te creëren en het zal het ook alleen nog maar erger maken. What a mess!
Can the Netherlands escape the Euro area austerity death spiral? | Mindful Money:

'via Blog this'

Werkloosheid gestegen naar ruim 8 procent

De werkloosheid in ons land stijgt door en is in maart opgelopen tot 8,1 procent. Zie onderaan de link naar het persbericht van het CBS. Uit dat bericht:
Drie maanden geleden was nog 7,2 procent van de beroepsbevolking werkloos. In het eerste kwartaal van 2013 kwamen er gemiddeld 24 duizend werklozen per maand bij.
De stijging in de afgelopen drie maanden was het sterkst bij 25- tot 45-jarigen. In die leeftijdsgroep kwamen er per maand gemiddeld 11 duizend werklozen bij. De werkloosheid onder 45-plussers nam per maand met 8 duizend toe, bij jongeren tot 25 jaar met 4 duizend.
En onze politici gaan door met het voeren van een beleid waarbij de werkloosheid slechts een afgeleide is van de doelstelling van het terugdringen van het begrotingstekort. In plaats van dat het bereiken en handhaven van volledige werkgelegenheid een doel op zich is. En dat hoort het te zijn. Niet alleen omdat dat economisch gezien verstandig is. Want: zorg voor volledige werkgelegenheid, dan zorgt de overheidsbegroting voor zichzelf (u weet wel, Keynes). Maar ook vanwege de grote ellende voor de werklozen, voor hen die met werkloosheid bedreigd worden en voor hun kinderen. Zie Het kwaad van werkloosheid. Over prioriteiten van politiek leiders.

CBS - Werkloosheid gestegen naar ruim 8 procent - Persbericht:

'via Blog this'

woensdag 17 april 2013

Het puberbrein en de peergroup

De april aflevering van Current Directions in Psychological Science is geheel gewijd aan onderzoek naar het puberbrein (betaalpoort). Flink wat leeswerk te doen.

Eerst maar even snel gekeken naar het artikel over de invloed van de peer group van Dustin Albert, Jason Chein en Laurence Steinberg.

Ze bespreken onderzoek waaruit blijkt dat de adolescentie een periode is van verhoogde neurologische en gedragsmatige ontvankelijkheid voor de sociale omgeving. Met een hypersensitiviteit voor sociale stimuli zoals gelaatsuitdrukkingen en sociale reacties. Dat kun je begrijpen, want het is de periode waarin je de vertrouwde sociale omgeving van het gezin van herkomst zo langzamerhand achter je moet laten.

En dat is in onze maatschappij precies die periode waarin relaties met leeftijdsgenoten (peers) op de voorgrond staan. Pubers voelen zich het gelukkigst met leeftijdsgenoten en oriënteren zich allereerst op de normen van de peer group.

Tegelijk zijn adolescenten nog bezig met de gestage rijping van het vermogen tot "top-down" cognitieve controle over impulsief gedrag. Het proces van groei van impulsonderdrukking, planning, flexibiliteit en toekomstoriëntatie is nog bezig.

Dat leidt er toe dat speciaal in de adolescentie de invloed van de leeftijdsgenoten groot is. In het laboratorium nemen adolescenten meer risico's om een geldelijke beloning te krijgen en zijn ze minder goed in het uitstellen van beloningen, maar alleen in de aanwezigheid van leeftijdsgenoten. Of als ze geloven dat ze door leeftijdsgenoten worden geobserveerd. Dit effect van aanwezigheid van leeftijdsgenoten bestaat niet bij volwassenen. Daarmee komt overeen dat bij pubers (en niet bij volwassenen) hersenstructuren die actief zijn bij de beoordeling van beloningen, actiever zijn als leeftijdsgenoten aanwezig zijn. Hoe groter die activiteit, hoe geringer ook de zelf-gerapporteerde weerstand tegen beïnvloeding.

Deze bevindingen komen aardig overeen met een citaat van een puber dat vermeld wordt in het boek The Culture of Adolescent Risk-Taking van Cynthia Lightfoot, waarmee de auteurs hun artikel openen:
It seems like people accept you more if you’re, like, a dangerous driver or something. If there is a line of cars going down the road and the other lane is clear and you pass eight cars at once, everybody likes that. . . . If my friends are with me in the car, or if there are a lot of people in the line, I would do it, but if I’m by myself and I didn’t know anybody, then I wouldn’t do it. That’s no fun.
Je zou zeggen dat zulk onderzoek aanleiding geeft om eens goed na te denken over hoe wij in onze maatschappij onze pubers zo extreem blootstellen aan contacten met uitsluitend leeftijdsgenoten. Goedbeschouwd is dat een merkwaardig arrangement, met veel vervelende gevolgen. De onderzoekers trekken echter niet die conclusie. Wel pleiten ze voor, jawel, preventieprogramma's, dat wil zeggen voor trainingen aan pubers om hun cognitieve controlevaardigheden te vergroten.

Dat lijkt de algemene trend: eerst laten we maatschappelijke arrangementen ontstaan waarin mensen niet goed gedijen en vervolgens vinden we dat ze getraind moeten worden om daar tegen bestand te zijn. Denk ook aan al die anti-pestprogramma's. Uiteindelijk moet iedereen een training ondergaan om beter tegen de maatschappij bestand te zijn.

dinsdag 16 april 2013

Duitsland is wel degelijk heel rijk - Paul de Grauwe

Moeten we medelijden hebben met dat arme Duitsland dat zou moeten meebetalen om de rijke Zuid-Europese landen te helpen? Nee, helemaal niet. Wel is de rijkdom in Duitsland zeer ongelijk verdeeld. En de Duitse overheid en het Duitse bedrijfsleven zijn, ja, gewoon heel rijk. Paul de Grauwe geeft de cijfers via de link hieronder.

Are Germans really poorer than Spaniards, Italians and Greeks? | vox:

'via Blog this'

maandag 15 april 2013

Gaat het echt goed met kinderen in Nederland? Drie kanttekeningen

Ja, het gaat goed met kinderen in Nederland. Dat wijst het UNICEF-rapport Child Well-Being in Rich Countries. A Comparative Overview uit. Het welzijn van kinderen is zowel objectief als subjectief gemeten en bij beide indicatoren staat Nederland bovenaan op een lijst van 29 rijkere landen. (Nou ja, rijk, landen als Griekenland, Roemenië en de Baltische landen zijn niet zo rijk, zou je denken.) Maar wat houden die indicatoren nu precies in?

Bij dat objectieve welzijn gaat het om:
  • materieel welzijn (hoeveel kinderen in armoede leven)
  • gezondheid en veiligheid (geboortegewicht, kindersterfte, inentingen)
  • opleiding (onderwijsdeelname, schooluitval, schoolprestaties)
  • gezondheids- en risicogedrag (obesitas, ontbijten, fruit eten, bewegen, teenagerzwangerschappen, roken, alcoholgebruik, cannabisgebruik, vechten, gepest worden)
  • huisvesting en veiligheid omgeving (aantal kamers per persoon, huisvestingsproblemen, moordcijfers, luchtvervuiling)
Nederland staat hier dus bovenaan, gevolgd door de Noord-Europese landen, Duitsland, Luxemburg en Zwitserland. Onderaan staan (in deze volgorde) Griekenland, de Verenigde Staten (!), Litouwen, Letland en Roemenië.

Oké, hoe zit dat dan met het subjectieve welzijn? Daarvoor gebruikt UNICEF de volgende 4 maten:
  • tevredenheid met het leven: kinderen van 11, 13 en 15 jaar oud is gevraagd om op een ladder van 0 ("slechtst mogelijke leven") tot 10 ("best mogelijke leven") aan te geven hoe tevreden ze met hun leven waren. Landen zijn gerangordend naar het percentage kinderen dat hun tevredenheid met een 6 of hoger waardeert.
  • relaties: kinderen werd gevraagd of ze gemakkelijk ze met hun vader en met hun moeder kunnen praten en of klasgenoten aardig en behulpzaam zijn. Landen gerangordend naar percentage dat bevestigend beantwoordt.
  • subjectieve opleiding: een vraag naar hoeveel druk het schoolwerk oplevert en een vraag naar hoe leuk het op school is
  • subjectieve gezondheid: een vraag naar hoe goed de eigen gezondheid wordt beoordeeld en een vraag naar gezondheidsklachten
En wat blijkt? Nederland staat bij de eerste twee weer bovenaan. Bij tevredenheid met het leven gevolgd door IJsland, Spanje, Finland en Griekenland. Hekkensluiter is daar weer Roemenië. Bij relaties wordt Nederland gevolgd door IJsland (weer), Zweden, Denemarken en, verrassing, Roemenië. Onderaan staan Griekenland, de Verenigde Staten en Frankrijk. (Zie voor de rangorde op de andere twee maten het UNICEF-Working Paper Children's Subjective Well-Being in Rich Countries.)

Wat valt op? Drie kanttekeningen. In de eerste plaats valt op dat de rangorde voor tevredenheid met het leven eigenlijk de rangorde is voor de geringste ontevredenheid. Nederland staat bovenaan omdat wij het laagste percentage kinderen hebben die hun leven het cijfer 5 of lager geven. Je zou wel willen weten of wij ook het land zijn met de hoogste gemiddelde tevredenheid, maar het rapport geeft daarover geen uitsluitsel. Waarom niet is mij een raadsel. Een gewone rangorde naar de gemiddelde tevredenheid zou informatiever zijn.

Maar belangrijker is die maat voor relaties. Want wat verstaat UNICEF onder het domein van relaties dat belangrijk is voor het subjectieve welzijn van kinderen? De relatie met de ouders en de relatie met de klasgenoten. Anders gezegd: UNICEF gaat uit van het sociaal geïsoleerde gezin, waarin het kind vooral tijd doorbrengt met de eigen ouders en met de leeftijdsgenoten op school. Wat voor het welzijn en voor de sociale en morele ontwikkeling van kinderen juist cruciaal is, of een kind ook contacten heeft met oudere en jongere kinderen en met volwassenen anders dan de eigen ouders, dat is dus helemaal niet meegenomen! Over de variatie die daarin tussen landen bestaat, komen we  niets te weten. Als het klopt dat Nederland het land is waar kinderen de meeste tijd doorbrengen met alleen de eigen ouders, dus het land met de meest sociaal geïsoleerde gezinnen, dan zou die rangorde wel eens anders hebben kunnen uitvallen als die leeftijdsgemengde relaties ook waren meegenomen. Ik vind het vreemd.

Ten slotte is het goed om stil te staan bij wat jongeren onder tevredenheid met het leven zouden kunnen verstaan. Waar denken ze aan bij "het best mogelijke leven"? We weten dat jongeren onder geluk vooral verstaan hoeveel opwindende en nieuwe ervaringen ze meemaken. Zie de studie The Shifting Meaning of Happiness en mijn bericht Geluk en ouder worden. Terwijl mensen bij het ouder worden bij geluk meer denken aan vredigheid en meer inzicht hebben in hun eigen authentieke behoeften, waardoor ze minder bezig zijn met hoe ze op anderen overkomen. Het best mogelijke leven zou voor kinderen dus wel eens het leven kunnen zijn met de meeste "sensatie" en het meeste "succes" in de ogen van anderen.

Het land met de meest tevreden kinderen zou dan het land zijn dat zijn kinderen wat die zaken betreft de meeste ruimte en dus de meeste vrijheid geeft. Zou dat er mee overeenkomen dat Nederland volgens dat Working Paper dat ik hierboven noemde, bij de landen hoort waar kinderen de minste druk van het schoolwerk ervaren? En school het leukste vinden?

Krugman maakt de balans op: geen happy ending in Europa

Paul Krugman maakt vandaag de balans op. Zie de link onderaan. Hij legt kort uit hoe de economische crisis in Europa kon ontstaan en dat de Europese Centrale Bank weliswaar een financiële paniek heeft voorkomen, maar dat de onderliggende macro-economie er verder op achteruitgaat. Wat had Europa anders moeten doen? In mijn vertaling:
Vanaf vroeg in de crisis hebben critici als ik aangedrongen op een driedelige reactie. Ten eerste interventie door de ECB om de kosten van de overheden (om te lenen) te stabiliseren. Ten tweede, agressieve monetaire en fiscale expansie in de kern (van de eurozone), om het proces van interne aanpassing te vergemakkelijken. Ten derde, een verzachting van de bezuinigingseisen opgelegd aan de periferie - niet niets bezuinigen, maar minder, zo dat de menselijke kosten geringer zouden zijn. Uiteindelijk hebben we deel 1 gekregen, min of meer - maar niets van de delen 2 en 3.
En de Europese leiders blijven in diepe ontkenning over de kern van de problemen. Ze gaan door met het definiëren van het probleem als een van verkwisting door overheden, wat zelfs voor Griekenland maar een deel is van het verhaal en voor de rest helemaal niet. Ze gaan door met het successen van de bezuinigingen en van de interne devaluatie uit te roepen, waarbij ze elk beschikbaar excuus gebruiken: een schijnbare toename van de productiviteit in Ierland wordt een  bewijs dat de interne devaluatie werkt, de daling van de rentes op staatsleningen wordt uitgeroepen als een rechtvaardiging van de bezuinigingen.
Daar zijn we dus beland. En het is moeilijk om je nog een happy ending voor te stellen. 
Europe in Brief - NYTimes.com:

'via Blog this'

zondag 14 april 2013

Muziek voor de zondagochtend - Janos Starker - Kodály Cello Solo Sonata III. Mvt - YouTube

Er zijn zo veel geweldige cellisten, maar ik val altijd terug op Janos Starker, geboren in 1924 in Boedapest. Waarom eigenlijk? Wikipedia geeft misschien het antwoord:
Starker's playing style is intense and involves great technical mastery. According to some of his students, his technique revolves around long, legato notes, with very little shifting noise from his left hand, resulting in smooth, pure tones, "each note sounding like a jewel." Starker himself describes his sound as "centered" and "focused." He is known for his ability to produce an extremely wide range of sounds and tone shading. He eschews the wide vibrato favored by some of his peers—which he views as a cover for poor intonation—and he is known for his patrician stage presence, preferring to let the music do the emoting. He quotes his long-time friend and colleague, György Sebők, who said, "Create excitement. Don't get excited."
Met een van die peers is waarschijnlijk Mstislav Rostropovich bedoeld. Ook heel mooi, maar wel heel anders. Bachs cellosuites hoor ik liever van Starker dan van Rostropovich. Als je naar Starker kijkt, dan lijkt het of hij onverstoorbaar is. Maar dat ligt dus aan dat adagium: Create excitement. Don't get excited.

Hier speelt hij het derde deel uit de cellosonate van Kodály. Ik vind het wel passen bij de opwinding van het nu toch wel degelijk doorbrekende voorjaar.

Janos Starker - Kodály Cello Solo Sonata III. Mvt - YouTube:

'via Blog this'

Larry Summers bespreekt "Austerity. The History of a Dangerous Idea"

Een mooie bespreking van het boek Austerity. The History of a Dangerous Idea van Mark Blyth. Zie de link onderaan. Een aanbeveling, met een belangrijke kritische kanttekening. Ik heb het boek net twee dagen in huis en ben nog maar in hoofdstuk 1.

The end of the line - FT.com:

'via Blog this'

vrijdag 12 april 2013

Werkloosheid is erger dan inflatie. Vertel het de politici!

In vervolg op het vorige bericht van vandaag gisteren over het kwaad van werkloosheid: zie nu dit bericht in de Washington Post (link onderaan), waarin een studie van Danny Blanchflower e.a. wordt besproken die aantoont dat van de twee kwaden, werkloosheid en inflatie, werkloosheid voor mensen het grotere kwaad is. De studie is gebaseerd op survey-onderzoek naar het welzijn van mensen gedurende perioden van hoge werkloosheid en perioden van hoge inflatie.

Goed om te weten nu we al jaren lang politici aan de macht hebben die onverschillig staan tegenover hoge werkloosheid en tegelijk een obsessieve vrees hebben voor het gevaar van inflatie. Een gevaar dat al jaren lang niet meer bestaat. Zie hoofdstuk 3 van de World Economic Outlook van het IMF die vandaag verscheen: The Dog That Didn't Bark: Has Inflation Been Muzzled Or Was It Just Sleeping?

Vertel het de politici!

Which makes us more miserable: inflation or unemployment?:

'via Blog this'

donderdag 11 april 2013

Het kwaad van werkloosheid. Over prioriteiten van politieke leiders

Nu we meemaken dat de politieke machthebbers in Europa met, het lijkt wel, onverschilligheid extreem hoge werkloosheidscijfers aanvaardbaar of zelfs wenselijk achten (als een middel om de lonen naar beneden te brengen en zo de concurrentiekracht te vergroten), is het goed om stil te staan bij de negatieve gevolgen van werkloosheid op degenen die dat treft. En: bij de negatieve gevolgen voor hun kinderen.

Aan die gevolgen voor werklozen zelf besteedden Rudi Wielers, Peter van der Meer en ikzelf aandacht in het overzichtsartikel Verhoogt werk ons welzijn? Zie daarover ook dit bericht. Onderzoek wijst uit dat de ervaring van werkloosheid de tevredenheid met het leven fors doet dalen, ongeveer 2 punten op een 10-puntsschaal. Zie de studies Unhappiness and Unemployment (betaalpoort) en Why Are the Unemployed So Unhappy? Evidence From Panel Data (pdf).

Die lage tevredenheid blijft ook bij langdurige werkloosheid bestaan; er treedt niet een aanpassingsproces op. En sterker, ook als je daarna weer werk vindt, dan heeft de ervaring van werkloos te zijn geweest een blijvende invloed op het niveau van welzijn dat mensen nog kunnen bereiken. Werkloosheid lijkt levenslang littekens na te laten Zie Scarring: The Psychological Impact of Past Unemployment (betaalpoort) en Unemployment Alters the Set Point For Life Satisfaction (betaalpoort).

Daaraan kan nu toegevoegd worden dat dat litteken er vooral uit bestaat dat mensen die een keer werkloos zijn geweest, daar een angst aan overhouden om dat nog een keer te moeten meemaken. Werkloos te zijn geweest creëert angst en onzekerheid. Zie Scarring of Scaring? The Psychological Impact of Past Unemployment and Future Unemployment Risk (pdf).

En er zijn nu zelfs aanwijzingen dat de ervaring van werkloosheid slecht uitwerkt op de kinderen die de werkloosheid van hun vader hebben meegemaakt. Uit de studie The Impact of Fathers’ Job Loss during the Recession of the 1980s on their Children’s Educational Attainment and Labour Market Outcomes (betaalpoort) blijkt dat kinderen van vaders die in de economische recessie van de jaren 80 van de vorige eeuw in Engeland werkloos werden, slechtere eindexamenresultaten behaalden en een grotere kans hadden op jeugdwerkloosheid. En de onderzoekers maken plausibel dat die negatieve gevolgen ook echt veroorzaakt werden door de werkloosheid van de vader (in plaats van een zogenaamd selectie-effect). Deze negatieve gevolgen waren vooral groot aan de onderkant van de arbeidsmarkt. We weten niet wat hier het psychologische mechanisme is, maar het zou kunnen dat kinderen die werkloosheid van hun vader meemaken, er minder op vertrouwen dat hun inspanningen voor school en werk ook echt resultaten zullen afwerpen. Als ze je zo maar op straat kunnen zetten, ja, wat heeft het dan allemaal voor zin?

Uiteraard hebben al deze effecten niet alleen een psychologisch (welzijns-)aspect, maar ook hebben ze grote economische kosten.

Dit alles maakt het navrant dat politieke leiders op zo grote schaal een (kortzichtige) obsessie hebben met overheidsschulden en ten behoeve daarvan het ooit algemeen omarmde streven naar volledige werkgelegenheid geheel aan de kant hebben gezet. Werkloosheid is in hun denken een middel geworden om evenwicht op de overheidsbegroting te bewerkstelligen. Een slecht middel. En een evenwicht dat niet nodig is. Denk eens beter na over de echte prioriteiten, zou je zeggen.

woensdag 10 april 2013

Niet alleen verlegen zijn, maar ook de leeftijdshomogene groep, maakt eenzaam

Zijn het alleen de verlegen en kwetsbare jongeren die zich eenzaam voelen? Of hangt de kans op eenzaamheid ook af van wat er in de groep gebeurt waar kinderen in terecht komen? Zoals de groep van de schoolklas?

De Leuvense onderzoekers Janne Vanhalst, Koen Luyckx en Luc Goossens hebben die vraag proberen te beantwoorden in hun pas verschenen studie Experiencing Loneliness in Adolescence: A Matter of Individual Characteristics, Negative Peer Experiences, or Both? (betaalpoort). Ze laten zien dat kinderen die verlegen zijn of een lage zelfwaardering hebben, een grotere kans hebben om zich eenzaam te voelen. Oké, maar belangrijk is wat daarnaast in de groep gebeurt, want dat heeft een zelfstandige invloed op de kans op eenzaamheid. Nog los van of je verlegen bent of een lage zelfwaardering hebt, vergroten het niet door anderen geaccepteerd worden en het gepest worden de kans dat je je eenzaam voelt. 

Eenzaamheid is dus niet zomaar een rechtstreeks gevolg van hoe jij bent, of je wel of niet verlegen bent of wel of niet tevreden met je zelf bent. Nee, het is daarnaast ook een uitkomst van het groepsproces. En dus is het een kwestie van geluk of pech in welke groep je terecht komt. En zo kun je je dus ook eenzaam voelen als je niet verlegen bent of niet een lage zelfwaardering hebt. Je hebt dan gewoon pech gehad.

De groep doet er dus toe. Maar welke groep? In dit onderzoek ging het om de schoolklas. (Het ging om adolescenten van gemiddeld tegen de 16 jaar oud.) Wat de onderzoekers dus in feite hebben vastgesteld is dat het deel uit maken van een naar leeftijd homogene groep een bijdrage levert aan de kans op eenzaamheid. 

Wat zou het mooi zijn als we wat vaker onderzoek zien waarin een vergelijking mogelijk is met naar leeftijd gemengde groepen. Zoals gebeurde in de Amerikaanse studie Children's Social Behavior in Relation to Participation in Mixed-Age or Same-Age Classrooms, waar ik eerder naar verwees. Want dat wijst er op dat zulke gemengde groepen sociaal veel beter functioneren. Waardoor de kans op eenzaamheid kleiner is, of je nu verlegen bent of negatief over je zelf denkt of niet. Hoe het met je gaat, is dan wat minder afhankelijk  van pech hebben of geluk hebben.

maandag 8 april 2013

Ontmoetingssite voor geïsoleerde kinderen. Een kunstmatige oplossing voor een kunstmatig probleem

De Volkskrant maakt vandaag melding van de site mijnkameraadje.nl, bedoeld voor kinderen van 6 tot 17 jaar die geen sociale contacten hebben. Voor kinderen die wat sociaal onhandig zijn, geïsoleerd zijn geraakt doordat ze gepest worden of buitengesloten. De site is nu zes weken in de lucht en er zijn al 120 contactverzoeken gedaan (door ouders van eenzame kinderen). Initiatiefnemer is Hans Konijn, die ambulant gezinsbegeleider is. Hij realiseerde zich dat niemand zonder vriendschap kan.

En ook realiseerde hij zich dat je vriendschappen niet kunstmatig kunt creëren. Maar ja, er moet toch iets aan gedaan worden dat kinderen in onze maatschappij zo gemakkelijk sociaal geïsoleerd raken.

De oplossing mag kunstmatig zijn, maar het probleem, pesten en eenzaamheid onder kinderen, is natuurlijk ook kunstmatig gecreëerd. De kans op pesten, uitsluiting en eenzaamheid neemt sterk toe als we kinderen "opdelen" in leeftijdshomogene groepen, zoals wij in ons onderwijs gewend zijn te doen. Zulke groepen lokken gemakkelijk statuscompetitie uit. Wie is populair? Wie is stoer? En wie is onhandig, verlegen, kwetsbaar? Kinderen kunnen hard zijn, maar dat is een soort gedrag dat niet naar boven hoeft te komen. Als kinderen meer leeftijdsgemengd opgroeien, dan ontfermen de ouderen zich over de jongeren. En de jongeren voelen zich daardoor veiliger. En nemen dat goede voorbeeld over. Onderzoek wijst uit dat kinderen op scholen met leeftijdsmenging pro-socialer zijn, minder agressief en minder eenzaam.

Leeftijdsgemengd opgroeien is ook wat kinderen in de loop van de mensheidsgeschiedenis eigenlijk altijd hebben kunnen doen. Je zou kunnen zeggen dat het staat voor de natuurlijke sociale omgeving die kinderen nodig hebben. Tot wij het onderwijs en de school uitvonden en het ons wel "efficiënt" leek om kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar te stoppen. Voor de sociale problemen die we daarmee kunstmatig opriepen, hadden we geen oog. Maar die komen steeds meer aan het licht nu het sociale isolement van gezinnen is toegenomen en kinderen ook buiten schooltijd weinig in contact komen met kinderen van andere leeftijden. Of met andere volwassenen dan de eigen ouders.

Nu moeten we dus met kunstmatige oplossingen komen voor een kunstmatig probleem dat we zelf gecreëerd hebben. Beter lijkt mij dat we weer die natuurlijke toestand van leeftijdsmenging creëren. Waar kinderen zich veilig voelen en waarin aan hun zorgzaamheid geappelleerd wordt.

zondag 7 april 2013

Muziek voor de zondagochtend - Paul Lewis - Piano Sonata No.21 in B-flat Major, D. 960; I. Molto moderato - Schubert

De Sonate nr. 21 D.960 van Schubert moet haast wel een van de mooiste tien composities zijn die ooit voor piano zijn geschreven. Ik heb hem op CD in de prachtige, maar omstreden, uitvoering van Mitsuko Uchida. Hij staat op YouTube gespeeld door de niet minder fenomenale Paul Lewis. Dit is het eerste deel, Molto Moderato. Zie de link hieronder. Als je oppervlakkig luistert, zou je er misschien bij wegdromen. Niet doen! Niet bij wegdromen. Ook de andere delen staan op YouTube (playlist).

Paul Lewis - Piano Sonata No.21 in B-flat Major, D. 960; I. Molto moderato - Schubert - YouTube:

'via Blog this'

zaterdag 6 april 2013

Conferentie Changing of the Guard van het Institute for New Economic Thinking (INET)

O ja, van 4 tot 7 april is er in Hong Kong de conferentie Changing of the Guard van het Institute of New Economic Thinking (INET) met een indrukwekkende lijst van interessante sprekers (Joseph Stiglitz, Adair Turner, Robert Skidelski, George Soros, Adam Posen, Richard Koo, Steve Keen, Anatole Kaletsky, Simon Johnson, James Heckman, Barry Eichengreen en anderen). Volg de link hieronder om de inleidingen en discussies rechtstreeks te volgen:
Hong Kong 2013 | Institute for New Economic Thinking (INET):

'via Blog this'

Op weg naar het Centrum voor Buurt/Dorp, Jeugd en Gezin

Voor de Werkconferentie CJG Noord Groningen "Normaliseren van opgroeien en opvoeden: Anders kijken naar zorgsignalen" van de gemeenten Bedum, Winsum, de Marne en Eemsmond gaf ik eergisteren in Uithuizen de inleiding "Op weg naar het Centrum voor Buurt/Dorp, Jeugd en Gezin". Hier de link naar de powerpointdia's.

vrijdag 5 april 2013

De Dijsselbloem-doctrine is volgens Paul de Grauwe een recept voor bankencrises en depressie in de eurozone

Het blijkt niet zo gemakkelijk te zijn om goed te beoordelen of de Dijsselbloem-doctrine al met al een correcte manier is om banken in de eurozone te redden. Die doctrine is opgelegd door Duitsland en het IMF en bestaat er uit dat als in de toekomst banken gered moeten worden, dat dan houders van deposito's van meer dan €100.000 moeten meebetalen. Sommigen juichen de doctrine toe, omdat hij de belastingbetalers uit de wind zou houden. (Maar dan vooral de Duitse belastingbetalers.) Anderen zien grote bezwaren die te maken hebben met de stabiliteit van het financiële systeem.

Gisteren liet Paul de Grauwe van zich horen. Zie de link onderaan. En het zou kunnen zijn dat hij de meest omvattende beoordeling geeft. In de zin dat alle voor- en nadelen worden afgewogen. Zijn conclusie is dat de doctrine te veel waarde hecht aan het tegengaan van problemen van moreel risico. En de gevaren van bankruns en de hoge kosten die daaruit voortvloeien voor de getroffen landen onderschatten. Wat er nu in de eurozone aan de hand is, lijkt van groot belang voor wat ons in de komende jaren nog te wachten staat. Daarom zouden velen en vooral ook de huidige machthebbers van deze beoordeling kennis moeten nemen. Informeert u! Informeert u!

Aan het eind van zijn betoog herhaalt Paul de Grauwe nog maar eens dat de huidige problemen in de eurozone een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn van de perifere landen en de noordelijke kernlanden (Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland). Dat er zoveel kapitaal naar Griekenland en Spanje en Ierland stroomde, was niet alleen een verantwoordelijkheid van de ontvangers van dat kapitaal, maar ook van de kapitaalverschaffers zelf. Terwijl de kernlanden hun eigen belastingbetalers wel lieten opdraaien voor de verliezen die hun banken op die leningen leden, willen ze nu diezelfde procedure niet op de perifere landen toepassen. Je zou inderdaad zeggen dat dat wringt.

Ik ben benieuwd of anderen nog nieuwe inzichten aandragen die deze beoordeling belangrijk zullen bijstellen. Als dat niet zo is, dan kunnen we er niet gerust op zijn. Meer bankencrises en een voort durende depressie.

The new bail-in doctrine: A recipe for banking crises and depression in the eurozone | The Centre for European Policy Studies:

'via Blog this'

woensdag 3 april 2013

Fraude en zelfverrijking en onze morele verontwaardiging - Banks gone bad: Our evolved morality has failed us - Christopher Boehm

Sociale controle op basis van het vermogen tot morele verontwaardiging is ouder dan de mens, maar kwam toch vooral tot ontwikkeling in de samenlevingen van jagers-verzamelaars. Dus in de Paleo Sociale Omgeving, die zeker al zo'n 45.000 jaar geleden bestond. Onze verre voorouders wisten met dit vermogen het voor elkaar te krijgen dat profiteurs en bedriegers en bazige types door sociale sancties, zoals genegeerd  of uitgesloten te worden, onder de duim werden gehouden. Sterker, door die sancties wisten de overtreders van de normen zich waarschijnlijk minder goed voort te planten, waardoor hun genen ook min of meer werden "uitgewied". Min of meer, want we kennen dit gedrag natuurlijk ook nog in onze huidige maatschappij.

Of misschien neemt het in onze tijd juist weer toe. Dat zou kunnen omdat die morele verontwaardiging tegenwoordig niet altijd zo gemakkelijk in sancties kan worden omgezet. Christopher Boehm, een van de grote kenners van de Paleo Sociale Omgeving, schrijft daarover in de NewScientist. Zie de link hieronder. Aanleiding is het wangedrag in de financiële sector, dat de kredietcrisis van 2008 en daarmee tot op de dag van vandaag veel menselijke ellende heeft veroorzaakt. Terwijl de kans dat een bankrover zijn straf niet ontgaat, behoorlijk groot is, lukt het de financiële fraudeurs en zelfverrijkers tot nu toe heel goed om er zonder kleerscheuren af te komen.

Terwijl onze morele verontwaardiging over hun wangedrag groot is. Dit wijst er op dat de grote mate van machtsongelijkheid die er in onze maatschappij bestaat, samen met de ingewikkeldheid en ondoorzichtigheid van ons democratische en juridische stelsel, er voor zorgen dat degenen die zich hebben misdragen door intensieve lobby's de dans weten te ontspringen.

Christopher Boehm vraagt zich af waar dat toe moet leiden. (Tot revolutie? Zoals in te hiërarchisch geworden samenlevingen natuurlijk niet ongewoon is.) In ieder geval is duidelijk dat dat oeroude systeem van op morele verontwaardiging gebaseerde sanctionering nu in zijn voegen kraakt.

Banks gone bad: Our evolved morality has failed us - opinion - 25 March 2013 - New Scientist:

'via Blog this'

Bas Jacobs - De wetenschappelijke zondeval van Mathijs Bouman

Bas Jacobs heeft gelijk: nu steeds meer blijkt dat de bezuinigingszeepbel een, ja, een zeepbel is, wringen de voorstanders van "meer bezuinigen!, nu!, nu!" zich in allerlei bochten om maar niet hun ongelijk te hoeven bekennen. Hij reageert nu op Matthijs Bouman, die zich vandaag verlaagt tot het beschadigen van de geloofwaardigheid van de criticasters van het bezuinigingsbeleid. En die beweert dat die cricicasters geen gelijk kunnen hebben, omdat hun theorie van de liquiditeitsval contra-intuïtief is.

Ja, en dat is precies het probleem dat de menselijke cognitieve en moreel-emotionele intuïties niet zomaar toepasbaar zijn op het publieke domein van het macro-economisch beleid. Zie o.a. hier. En hier.

Een heel mooie en informatieve reactie van Bas Jacobs. Inclusief leeslijst. Echt niemand kan later meer zeggen dat hij het niet geweten heeft. Volg de link hieronder. Lezen!

De wetenschappelijke zondeval van Mathijs Bouman | Economisch Statistische Berichten:

'via Blog this'

dinsdag 2 april 2013

Lokale democratie versterken door dorps- en wijkraden - Een interessante passage in nota van minister Plasterk

Er is, het lijkt wel speciaal in Nederland, een soort natuurlijke drang van bureaucraten en tekentafeldenkers naar bestuurlijke schaalvergroting. Zo wil het huidige kabinet grotere gemeenten en grotere provincies. Want dat zou efficiënter zijn. Maar of dat ook bijdraagt aan de betrokkenheid van burgers bij het bestuur en aan de verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van die burgers, daar wordt weinig bij stilgestaan. Zie ook hier en hier.

Maar minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft nu een interessante passage opgenomen in zijn vorige week verschenen Nota Bestuur in samenhang. De bestuurlijke organisatie in Nederland. In het kader van het streven naar versterking van de lokale democratie acht de minister, nee, acht het kabinet, het een serieuze optie om dorps- en wijkraden in te stellen:
Het kabinet onderzoekt hoe verbreding van de toepassing van dorps- en wijkraden mogelijk is en gaar daarover in gesprek met gemeenten. (...) Daarbij is het nadrukkelijk niet de bedoeling om een nieuwe bestuurslaag te creëren. Dergelijke raden zijn niet dualistisch maar monistisch samengesteld (dus niet een "college" en een "oppositie"). Ze beschikken over beperkte bevoegdheden die vooral burgernabije zaken zaken betreffen en aan hen zijn gedelegeerd door het gemeentebestuur. Directe verkiezingen kunnen wel, maar hoeven niet. Ze zijn verantwoording schuldig aan het gemeentebestuur.
In het nieuwe beleidskader gemeentelijke herindeling zal de mogelijkheid om dorps- en wijkraden in te stellen worden opgenomen. Er komt een handreiking om de instelling van dorps- en wijkraden te vergemakkelijken.
Prima!  Mensen moeten weer meer eigen verantwoordelijkheid dragen voor hun lokale omgeving. En het is goed dat ze daar samen over moeten beslissen.

Alleen moet de minister hier nog wat verder over nadenken. Want zo'n raad moet natuurlijk (ook) verantwoording afleggen aan de dorps- of buurtbewoners. Niet alleen maar aan het gemeentebestuur. Dat gaat niet werken.

maandag 1 april 2013

De watersnoodramp in 1953 als Keynesiaanse ‘game changer’ | Lux et Veritas

Vandaag een zeer informatief en leerzaam verhaal van Merijn Knibbe over de economische gevolgen van de watersnoodramp in 1953 en over de lessen die de politici daar nu uit zouden moeten trekken voor het economische beleid. De bestedingen moeten omhoog! In plaats van te wachten op een echte ramp of oorlog. Lezen!

Van interne devaluatie naar expansie. De watersnoodramp in 1953 als Keynesiaanse ‘game changer’ | Lux et Veritas:

'via Blog this'