zaterdag 30 augustus 2014

"Davon haben wir nichts gewusst"- Over geweld en propaganda

In de mooie Buchladen zur schwankende Weltkugel (linke Fachbuchhandlung für Kritik und Alltag) aan de Kastanienallee in Prenzlauer Berg in Berlijn zag ik het boek 'Davon haben wir nichts gewusst!' Die deutschen und die Judenverfolgung 1933-1945 van Peter Longerich liggen. Ik herinnerde me vaag dat ik het ook al in Nederland had gezien. Bij Broese Boekverkopers in Utrecht? Ik wist het niet meer.

Toen had ik het nog laten liggen. Maar misschien doordat ik nu in Berlijn was, wist ik meteen dat ik het zou kopen.

Aan de dame achter de kassa vroeg ik of het pas verschenen was (het zat nog in plastic). Ze wist uit het hoofd te melden dat dit de tweede druk uit 2007 was, een jaar na de eerste druk. Dat klopte precies. Hoe lang zal dat dan geleden zijn geweest dat ik het heb zien liggen, vroeg ik me af. En waarom wist ik niet al zeven of acht jaar geleden af van het bestaan er van?

Hoe dan ook, ik vroeg in mijn beste Duits wat het boek in Duitsland teweeg had gebracht. Ze antwoordde iets in de trant van "Es gab so eine 'Diskussion'", waarbij ze met de vingers van haar beide handen aanhalingstekens nabootste, "aber es hat wenig geändert." En ze glimlachte wat schamper. Ik wist niet of en hoe ik dit gesprek zou kunnen voortzetten en begon over iets anders.

Ik lees dat boek nu en ben vandaag tot p.211 gekomen. Het beslaat ruim 300 bladzijden tekst, gevolgd door een notenapparaat van 200 bladzijden. Dat het lezen je de adem beneemt, komt vooral door dat je het gevoel krijgt nooit dichter te zijn geweest bij wat het voor gewone Duitsers moet hebben betekend om het Hitler-bewind mee te maken.

Longerich kan dat bereiken doordat hij alle partijkranten en reguliere, later ook gelijkgeschakelde, dagbladen heeft door geplozen die in die periode zijn verschenen. Aangevuld met allerlei andere bronnen, zoals de Gestapo-berichten over de "toestand in het land", bioscoopjournaals, dagboeken en brieven. Hij doet dat zeer uitgebreid en zorgvuldig.

En als je het volhoudt om door te lezen, dan krijg je het idee dat je benadert hoe het geweest moet zijn. En meteen realiseer je ook wat het belang is van niet alleen persvrijheid, maar ook vooral van internet en sociale media. Als je in een land voor je nieuws en informatie uitsluitend afhankelijk bent van het gedrukte woord en als er een ministerie van Propaganda is dat gedetailleerd voorschrijft wat wel (en hoe) geschreven mag worden en wat niet, ja, dan kan er heel veel grondig misgaan.

Ik besteed er later meer aandacht aan. Maar nu al vast een korte aantekening. Hoe kan het dat het vernederen, vervolgen, uitdrijven en uitmoorden van een gehele bevolkingsgroep in een land kan gebeuren? Terwijl, zoals Longerich aannemelijk maakt, een groot deel of zelfs de meerderheid van de bevolking daar niet achter staat. Waarom komt dat deel van de bevolking niet in opstand? Ze hadden het toch tegen kunnen houden.

De voorlopige balans opmakend, denk ik dat de verklaring ligt in geweld en propaganda. Hitler moet intuïtief geweten hebben dat hij zijn obsessieve haat tegen de Joden alleen dan in daden zou kunnen laten omzetten als hij zijn giftige boodschap vergezeld liet gaan van geweld en intimidatie. En dat is de agressie van de narcist tegen alles wat hem in de weg staat. Die niet alleen in zijn redevoeringen naar buiten kwam, maar vooral ook in de straten, waar zijn aanhangers huis hielden. Vrijwel iedere potentiële tegenstander van dit schrikbewind moet door en door geïntimideerd zijn geweest.

Daar boven op kwam de propaganda. Maar niet in de zin dat propagandaminister Goebbels er zo goed in slaagde om het antisemitisme verder onder de bevolking te verspreiden. Waarschijnlijk veel meer door de volstrekte beheersing van de informatiestromen. Als de knokploegen van de SA, geregisseerd van bovenaf, weer overal in het land, in de steden en de dorpen, Joden uit hun huizen haalden en in elkaar sloegen en synagogen en Joodse winkels in brand staken, dan werd er nauwkeurig voor gezorgd dat daarover alleen in de lokale pers werd bericht. De landelijke bladen werd verboden er over te schrijven.

Zodat niemand een totaalindruk van al dat geweld kon krijgen. Longerich (p.128):
So aber hatte der Pogrom zwar auf örtlicher Ebene für jedermann sichtbar stattgefunden, blieb aber in seinen nationalen Ausmassen nur in Umrissen erkennbar.
Iedereen kon blijven denken dat elke gebeurtenis een lokaal incident was. En kon blijven hopen dat alles wel weer zou overwaaien. Goebbels had wel door dat hij niet van elke Duitser een Jodenhater kon maken. Maar hij wist ook hoe hij de potentiële tegenstanders indolent en passief kon maken.

En natuurlijk hoe hij ze kon intimideren.

Propaganda en geweld. Het is goed om daar ook nu nog bij stil te staan.

donderdag 28 augustus 2014

Coöperatieve zorg voor kinderen is de beste verklaring voor spontaan prosociaal gedrag

Het nieuwe onderzoek The evolutionary origin of human hyper-cooperation (betaalpoort) versterkt het vermoeden dat de grote mate van prosociaal gedrag waartoe mensen in staat zijn, zijn evolutionaire oorsprong vindt in het coöperatief grootbrengen van kinderen. Zie wat dat vermoeden betreft, mijn eerdere berichten:

Michael Tomassello, kinderen, chimpansees en klauwaapjes
Cooperative breeding 
Over de coöperatieve zorg voor kinderen in de evolutie van zoogdieren en van mensen

Aan het menselijk prosociale gedrag valt vooral op dat het vaak spontaan (pro-actief) is. Iemand helpen die in nood is en/of om hulp vraagt, komt ook bij andere diersoorten voor. Spontaan prosociaal gedrag wijst op het vermogen tot zorg voor het welzijn van anderen. Onderzoekers zijn nu nagegaan of het wel of niet in staat zijn tot spontaan prosociaal gedrag bij verschillende apensoorten en bij mensen (kinderen) samenhangt met het wel of niet coöperatief grootbrengen van kinderen.

Group service apparatus.Ze deden dat met behulp van een group service apparaat, zoals hiernaast afgebeeld. Apen konden door de tralies van hun verblijf met een hendel een plateau naar zich toe trekken waarop iets lekkers kon staan. Ze hadden in trainingssessies geleerd hoe dat te doen. In die sessies stond het voedsel zo dichtbij bij de hendel dat ze het met hun andere hand konden pakken. Zodra ze de hendel loslieten gleed het plateau terug, waarna ze niet meer bij het lekkers konden. 

Daarna, in het feitelijke onderzoek, stond het voedsel verder weg. Zodat degene die de hendel hanteerde, er niet bij kon. De vraag was nu bij welke apensoorten het voorkomt dat een aap de hendel hanteert, zodat anderen een lekker hapje kunnen nemen. Als dat gebeurt, dan is dat dus een geval van spontaan prosociaal gedrag, alleen gericht op het welzijn van anderen. Een hierop lijkende test werd ook bij mensenkinderen afgenomen.

De apensoorten die werden getest waren twee soorten lemuren, veertien soorten uit de Nieuwe Wereld (waaronder klauwaapjes en kapucijnaapjes), twee soorten makaken, twee soorten gibbons en chimpansees. Van deze soorten is de chimpansee genetisch het meest met ons verwant.

Vervolgens gingen de onderzoekers na of de mate van spontaan prosociaal gedrag samenhing met een of meer eigenschappen van elke soort, zoals hersenomvang, sociale tolerantie, samenwerking bij jagen en aanwezigheid van sterke sociale banden. En dus ook: wel of niet coöperatieve zorg voor kinderen. Dus het bijdragen aan de zorg door andere groepsleden dan de eigen moeder.

Het bleek toen dat uitsluitend dat laatste, wel of niet coöperatieve zorg, samenhing met spontaan prosociaal gedrag. Mensen kennen die coöperatieve zorg en bijvoorbeeld chimpansees niet. Bij mensenkinderen zie je dus wel dat spontane prosociale gedrag, maar bij chimpansees niet. En bij klauwaapjes zie je ook zowel de coöperatieve zorg als het spontane prosociale gedrag. 

Dus terwijl chimpansees genetisch veel dichter bij ons staan, komen wij wat deze twee gedragingen betreft veel meer overeen met de klauwaapjes. Ook is opmerkelijk dat bijvoorbeeld hersenomvang geen verklarende rol speelt. Wat suggereert dat onze hersenen zo groot hebben kunnen worden juist als gevolg van coöperatieve zorg. Update. In plaats van dat onze grotere hersenen die coöperatieve zorg mogelijk maakten.

Ik vind het heel belangrijk onderzoek. Het wijst ons nog eens op het grote belang van coöperatieve zorg voor onze kinderen voor het in standhouden van onze prosociale, goedaardige natuur. En het is een reden voor ongerustheid dat in onze huidige maatschappij die coöperatieve zorg zoveel minder gerealiseerd kan worden dan in de Paleo Sociale Omgeving.

zondag 24 augustus 2014

Zondagochtendmuziek - Kugel - Carnevale di Venezia-Dana Zemtsov, viola-Holland Sinfonia, Otto Tausk

Uit de Muziekbibliotheek aan de Oude Gracht leende ik de CD Enigma waarop de altvioliste Dana Zemtsov solowerken speelt van Kreisler, Stravinsky, Hindemith, Vieuxtemps, Kugel, Penderecki en Bach. In het boekje schrijft ze daar zelf over:
De meeste dingen die over deze cd te zeggen zijn, heb ik zo goed mogelijk proberen over te brengen door de muziek. Ik moet de luisteraar eigenlijk waarschuwen: lyrische melodieën en hartverwarmende schoonheid waarmee muziek zo vaak geassocieerd wordt zijn hier nauwelijks te vinden. In plaats daarvan zijn er verhalen van oorlog, verbijsterende dwaaltochten door labyrinten, heftige kreten van wanhoop, bittere tranen van verdriet, misschien hier en daar een ironische grijns. (...) Sommige stukken bestaan uit zulke dikke essentiële lagen, dat de speler er een levenstaak aan heeft ze te ontcijferen. Hoe dieper men graaft in elk stuk, hoe meer details zich lijken te vermeerderen en hoe meer er over blijft om te onderzoeken.
En dan te bedenken dat Dana Zemtsov nog maar 22 jaar is. Zie hier haar website. Een prachtige CD, waar je inderdaad wel even mee vooruit kan!

Maar op Youtube vind je ook deze vrolijk makende uitvoering van Carnevale di Venezia van Michael Kugel (naar Paganini), waarmee ze in 2010 de Avond van de jonge musicus won.

vrijdag 22 augustus 2014

Eenzaamheid vergroot de behoefte aan zoetigheid. En over hoe dat komt

Eenzaamheid vergroot de behoefte aan zoetigheid. Preciezer gezegd: de behoefte aan suiker. Noorse onderzoekers (Loneliness, Social Integration and Consumption of Sugar-Containing Beverages: Testing the Social Baseline Theory) tonen met een groot databestand (van ruim 90.000 zwangeren) aan dat de vrouwen die eenzamer waren meer suikerhoudende drankjes consumeerden. En ze laten zien dat het ook echt om de suiker ging, want het verband gaat niet op voor kunstmatig gezoete drankjes.

Er is wel eerder een verband tussen eenzaamheid en de hang naar zoetigheid gevonden. Tot nu toe dacht ik dat eenzaamheid verdrietig maakt en dat mensen proberen om zichzelf met zoetigheid te troosten. Daar kan wel iets inzitten, maar die Noorse onderzoekers verklaren het verband met de Social Baseline Theory. Die kende ik nog niet.

Wat houdt die theorie in (zie ook Social Baseline Theory: The Role of Social Proximity in Emotion and Economic Action)? Ook in rusttoestand gaat een groot deel van ons energieverbruik (20 procent) naar onze hersenen. Dat betekent dat onze hersenen een voortdurende toestroom van glucose (suiker) nodig hebben. En die behoefte is groter bij grotere cognitieve en emotionele inspanning.

Hoe hebben in onze evolutie zulke hersenen, met een zo grote en continue behoefte aan glucose, kunnen ontstaan? Doordat we in het verleden, in de Paleo Sociale Omgeving, er nooit alleen voor stonden. De problemen van het overleven in een risicovolle omgeving losten we gezamenlijk op. Door samen te werken en voedsel en andere belangrijke bronnen te delen. Alleen gelaten zouden we niet hebben kunnen overleven. De benodigde individuele inspanning zou te groot geweest zijn. De groep fungeerde voor elk individu als een soort externe uitbreiding van de eigen hersenen.

Daardoor zijn onze hersenen er op ingesteld dat zo'n sociale omgeving aanwezig is:
the human brain is designed to assume that it is embedded within a relatively predictable social network characterized by familiarity, joint attention, shared goals, and interdependence. 
Een soort default toestand, waarin we er van uit kunnen gaan dat we omringd worden door vertrouwde anderen, die ons goedgezind zijn en waarmee we samen de problemen die zich aandienen kunnen oplossen.

Maar als we eenzaam zijn, dan dreigt er dus gevaar:
A violation of this “baseline assumption”, however, signals the need for increased threat-related vigilance and reactivity. Thus, socially isolated individuals regulate their emotions at a higher metabolic expense compared with socially integrated individuals. In sum, SBT predicts that relative social isolation requires more neural metabolic resources in order to both manage daily life routines and to regulate emotions .
Onze hersenen ontvangen signalen dat we op onze hoede moeten zijn. Onze waakzaamheid neemt toe, ondanks dat we verstandelijk gezien misschien heel weinig te vrezen hebben. Want we hebben een inkomen, een dak boven ons hoofd en de straat is veilig. Die waakzaamheid vereist een grotere cognitieve en emotionele inspanning, waardoor onze hersenen meer glucose nodig hebben. En dat wakkert onze consumptie van zoetigheid aan.

Ja, een samenleving met veel eenzaamheid is ook een samenleving met veel suikerhoudende drankjes in de schappen van de supermarkten, in de school- en bedrijfskantines en in de stationswinkels.

donderdag 21 augustus 2014

Narcisten weten van zichzelf dat ze narcistisch zijn. En zien dat niet als een probleem

Narcisten denken dat ze geweldig en uniek zijn en dat ze van anderen bewondering en respect verdienen. Ze kijken op anderen neer en zien hen als een middel om er zelf beter van te worden. Ze worden snel agressief als ze denken niet op waarde geschat te worden. En relaties met anderen houden nooit lang stand.

Ondanks dat voelen ze zich meer dan gemiddeld gelukkig en zijn ze weinig angstig en depressief. Ja, als je zo'n hoge dunk van jezelf hebt, kun je natuurlijk niet in de put zitten. In de omgang met anderen richten ze schade aan, evenals wanneer ze in een leiderschapspositie terecht komen. Zie Zijn narcisten goed in verwerven van leiderschap en slecht in uitoefenen daarvan?

Dit alles geldt voor subklinische narcisten, dus voor allen die hoog scoren op een narcisme-vragenlijst, maar niet of nog niet met de psychiatrie hebben kennisgemaakt.

Zouden die (subklinische) narcisten zelfinzicht hebben? Je bent misschien geneigd te denken van niet. Als je zo bent en je weet dat van jezelf, dan zou je dat toch als een probleem zien en zou je proberen om je leven te beteren?

Maar nee, dat is helemaal niet het geval. Narcisten blijken van zichzelf heel goed te weten dat ze narcistisch zijn. Dat blijkt uit onderzoek naar de validiteit van een wel heel eenvoudige test voor narcisme, de enkele vraag in hoeverre je het met de stelling "Ik ben een narcist" eens bent. Uit de studie Development and Validation of the Single Item Narcissism Scale (SINS) blijkt dat de correlatie tussen het antwoord op deze vraag en de uitslag van de uitgebreide narcisme-vragenlijst (de NPI) hoog is. Het maakt dus weinig verschil of je die hele batterij vragen afneemt of dat je die ene vraag stelt: bent u het er mee eens dat u een narcist bent? Met als uitleg dat een narcist iemand is die egoïstisch, op zichzelf gericht en ijdel is. Een narcist kun je op beide manieren vrijwel even goed herkennen.

En bij nader inzien is dat eigenlijk niet verrassend. Eerder onderzoek, de studie Honestly Arrogant or Simply Misunderstood? Narcissists' Awareness of their Narcissism (betaalpoort) liet al zien dat narcisten gemakkelijk toegeven dat ze narcistisch zijn. En dat daarbij helpt dat ze narcisme als een wenselijke eigenschap zien, die henzelf ten goede komt. Dat hun gedrag voor anderen negatieve gevolgen heeft, zien ze ook heel goed in. Maar dat is voor hen geen probleem, want ze keken toch al op die anderen neer.

Dat laatste verklaart ook dat ze goed door hebben dat anderen hen onsympathiek vinden, maar daar geen last van blijken te hebben. Want wat heb je aan sympathie van mensen die in jouw ogen minderwaardig zijn?

Dat alles maakt nieuwsgierig naar de vraag of narcisme ooit over gaat. Je zou denken van niet. Maar daar staat tegenover dat narcisme met het ouder worden afneemt, althans dat het bij jongeren meer voorkomt dan bij ouderen.

En het maakt nieuwsgierig naar de vraag hoe succesvol psychiaters zijn in het behandelen van klinische narcisten. Geen idee wat daarover bekend is.

dinsdag 19 augustus 2014

Op het werk veel moeten omgaan met vreemden verhoogt de kans op depressie - voor mannen

We leven in een maatschappij waarin bijna iedereen betaald werk moet verrichten om aan de kost te komen. Die toestand bestaat nog niet zo lang en we zijn dus nog bezig met uit te vinden hoe goed mensen overweg kunnen met dat sociale domein van het betaalde werk. Met de meestal hiërarchische organisaties waarin mensen dan terecht komen. En met de sociale omstandigheden van de werksituatie. Zo weten we dat het hebben van betaald werk (versus werkloosheid) bijdraagt aan ons welzijn, maar ook dat we het werk als activiteit gemiddeld bepaald niet als aangenaam ervaren. Zie Verhoogt werk ons welzijn? Ja en nee.

Dat de activiteit van het betaalde werk ons zo weinig gelukkig maakt, kan te maken hebben met de sociale omgeving die we op de werkplek aantreffen. Zo is bekend dat veel onvrede en ziekteverzuim voortkomt uit slechte relaties met leidinggevenden en met collega's (pesten op het werk).

Maar er zijn ook functies waar je veel omgang hebt met vreemden, in rollen als die van cliënt, klant en patiënt. Het gaat dan om functies als bij de politie, de gezondheidszorg, de jeugdzorg, de thuiszorg en de persoonlijke dienstverlening in het algemeen. In ons persoonlijke leven, buiten het werk, hebben we niet veel omgang met vreemden en hebben we bovendien de vrijheid om die omgang naar eigen goeddunken te doseren. Dat kan dus op het werk heel anders liggen. Contacten met vreemden kunnen daar onvermijdelijk zijn, ze horen bij het werk. Hoe goed kunnen mensen daar mee omgaan? Kan het een bron zijn van stress en ziekteverzuim?

De nieuwe studie Hell Is Other People? Gender and Interactions with Strangers in the Workplace Influence a Person’s Risk of Depression wijst inderdaad in die richting. De onderzoekers hadden een groot databestand in Duitsland tot hun beschikking van mensen met een ziektewetuitkering. En ze konden laten zien wat het uitoefenen van een functie waarin je veel contacten met vreemden hebt, uitmaakt voor de kans dat je ziek thuis zit met de diagnose depressie. Het gaat dus om degenen die ook echt van een dokter die diagnose hebben gekregen, uiteraard een veel beperktere groep dan die van mensen met klachten van depressieve aard. In het databestand had 6,8 procent (76563 personen) die diagnose depressie gekregen.

thumbnailHet blijkt dan dat de kans om die diagnose te krijgen groter is voor functies met veel contacten met vreemden. Maar: dat geldt alleen voor mannen. Sterker: bij vrouwen ligt het andersom: hoe meer contacten met vreemden ze hebben, hoe kleiner de kans op depressie. Zie de Figuur.

Dat man/vrouw verschil wijst er op dat je wel met het zogenaamde selectie-effect rekening moet houden. Dat effect houdt in dat mensen het soort werk proberen te vinden dat het beste bij hen past. De onderzoekers noemen onderzoek dat laat zien dat vrouwen functioneler met emoties kunnen omgaan dan mannen en dat kan verklaren dat ze beter zijn in het omgaan met vreemden. Vandaar dat vrouwen meer dan mannen in functies te vinden zijn waarin ze met mensen moeten omgaan.

Als je bedenkt dat dat selectie-effect ook werkzaam is binnen de groep mannen, dan maakt dat het gevonden verband nog sterker. Ondanks dat die mannen die graag omgaan met mensen het meeste kiezen voor functies waarin ze veel met vreemden omgaan, is het toch nog zo dat die mannen een grotere kans hebben op depressie. Het zegt iets over de grootte van de last van het omgaan met vreemden - voor mannen.

Overigens, van alle depressiediagnoses in dit bestand kwam de meerderheid (64 procent) terecht bij de vrouwen, die maar 36 procent van het bestand uitmaakten. De kans dat werk depressief maakt is groter voor vrouwen dan voor mannen, wat er op wijst dat werk over het geheel genomen nog steeds een mannenwereld is.

Tenslotte, voor zowel mannen als vrouwen gold dat het veel te maken hebben met conflictueuze contacten de kans op depressie verhoogde. Of we nu man of vrouw zijn, we houden er niet van om bij voortduring conflicten te moeten uitvechten. We houden van harmonie.

zondag 17 augustus 2014

Zondagochtendmuziek - Thomaner Kantate BWV 79 Festgottesdienst Thomaskirche Leipzig Reformatio...

Als je in Leipzig in de Thomaskirche bent, dan ben je natuurlijk met je hoofd bij Bach. Maar dan loop je via het Zeitgeschichtliches Forum naar de Nicolaikirche en dan ben je volop bezig met de DDR, Stasiland en de val van de Muur in 1989. En gisteravond in 't Hoogt in Utrecht de indrukwekkende film Zwei Leben gezien, die je ook niet snel loslaat.

Daarom maar terug naar Bach. Naar de uitvoering van Gott der Herr ist Sonn und Schild, BWV 79, door het Thomanerchor en het Gewandhaus Orkest. Waar? In de Thomaskirche. Twee jaar geleden.

zaterdag 16 augustus 2014

Stasiland - verhalen over hoe een land kan ontsporen

Als je door het oosten van Duitsland reist (de voormalige DDR, "die neue Bundesländer") en je kijkt op straat of op een terrasje om je heen, dan denk je: wat zouden de mensen, vooral de wat ouderen, voor verhalen kunnen vertellen? Eerst maakten ze het nazi-bewind mee of waren daar deel van. Er waren de ellende en de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog. En daarna kwam Stasiland, de DDR-staat, met zijn omvangrijke geheime dienst en na 1961 met de Muur en het IJzeren Gordijn. Wie van hen was dader, wie was slachtoffer, wie wist afzijdig te blijven?

Een indruk van die verhalen geeft het prachtige boekje Stasiland van Anna Funder. Ik zag het liggen in een boekhandel in Leipzig en had het de volgende dag uitgelezen. Anna Funder is een Australische die in de jaren 90 in Berlijn woonde. Ze zal zich toen net als ik nu geïnteresseerd hebben in wat die verhalen zouden kunnen zijn. Maar ze maakte daar ook werk van. Door slachtoffers en daders (Stasi-medewerkers) op te sporen en te interviewen.

En daar in dat boek indringend verslag van te doen. Het verscheen al in 2002 in het Engels. De Duitse vertaling kwam er in 2006. Ik kocht de vierde druk van 2013. En verwonderde me er over dat ik het nu pas ontdekte. Er blijkt een Nederlandse vertaling te zijn, die dateert van 2009, maar die is niet meer leverbaar.

Zoals gezegd: een indringend boek. Dat inzicht geeft in wat het betekent om in een land te wonen met een omvangrijk bespionerings- en onderdrukkingsapparaat. En in hoe daders, slachtoffers en meelopers ontstaan. Het unieke van de DDR lijkt de omvang van dat apparaat te zijn geweest. Op 17 miljoen inwoners waren er niet alleen de 97000 medewerkers van de Stasi, maar daarnaast ook nog eens 173000 zogenaamde Informelle Mitarbeiter (IM). Dat kwam er op neer dat er 1 Stasilid of IM was op elke 63 burgers. Als je nog incidentele informanten meerekent, dan wordt de verhouding 1 op 6,5.

Volgens de schattingen die Anna Funder daarvan vermeldt. Ter vergelijking: onder Stalin was er in de Sovjet-Unie 1 KGB-agent op 5830 burgers en onder Hitler 1 Gestapo-agent op 2000 burgers. (Zie voor het Hitler-bewind, mijn berichten daarover achter dat label.) Overal waar Mielke, het hoofd van de Stasi, oppositie waarnam, zag hij vijanden van de staat, zo meldt Anna Funder, en hoe meer vijanden hij zag, hoe meer medewerkers en verklikkers hij aantrok om die onschadelijk te maken. Vaak ging dat door mensen voor kleine vergrijpen aan te houden en gevangen te zetten, waarna ze de deal kregen aangeboden om in ruil voor vrijlating spion en verklikker te worden. Een pervers systeem.

Stasiland is al in 20 landen verschenen en heeft veel prijzen gekregen. Het kan aan mij liggen, maar het lijkt in Nederland weinig teweeg te hebben gebracht. Dat zou geheel ten onrechte zijn. Ik vond ook nog deze indringende reportage naar aanleiding van het boek:

donderdag 14 augustus 2014

Kunnen narcisten wel echt empathisch zijn?

In de studie Moving Narcissus. Can Narcissists Be Empathic? (betaalpoort) laten onderzoekers zien dat mensen die hoog scoren op een narcisme-vragenlijst net zo empathisch kunnen zijn als mensen die daar laag op scoren. Maar alleen als je hen instrueert om empathisch te zijn, om zich in een andere persoon in te leven. Daaruit kun je opmaken dat narcisten niet de vaardigheid van de empathie missen, maar de vaardigheid van de spontane empathie. Ze hebben aansporing nodig. Zie mijn bericht van eergisteren.

Maar je zou je kunnen afvragen of die empathie van narcisten wel echte empathie is. In het onderzoek werd de mate van empathie op twee manieren vastgesteld: met een vragenlijstje, dus door middel van zelfrapportage, en door meting van de hartslag(verandering).

Dat vragenlijstje is een veel gebruikt instrument om empathie te meten. In dit onderzoek moesten proefpersonen reageren op een verhaal over iemand (Chris) die net het verbreken van een relatie had meegemaakt, door middel van het wel of niet onderschrijven van uitspraken als "Om te begrijpen hoe Chris zich voelt, ben ik in staat om me in hem/haar verplaatsen", "Ik heb gevoelens van tederheid en zorg over Chris" en "Ik voel me bezorgd en onbehaaglijk als ik het verhaal over Chris lees" (mijn vertalingen).

Nu kan het zijn dat narcisten als ze een instructie uitvoeren, dat gewoon goed willen doen. Misschien omdat ze van zichzelf vinden dat ze goed zijn in het uitvoeren van instructies. Daar zou dan een hoge score voor empathie uitkomen, maar je vraagt je af of dat dan wel echte empathie is.

Maar in het onderzoek bleek ook dat de hartslagverandering van de narcisten bij het lezen van dat verhaal over Chris overeenkwam met hun verbale empathiescore en met de hartslagverandering van de (empathische) niet-narcisten. Dat zou dan toch wijzen op echte empathie?

Dat zou kunnen, maar zeker is het nog niet. Want de onderzoekers geven aan het eind van hun artikel toe dat ze geen onderscheid hebben kunnen maken tussen echte empathie en "egocentrische empathie". Bij echte empathie voel je de pijn van de ander, alsof je in zijn/haar schoenen stond. Je voelt, letterlijk, mee met de pijn van de ander. Maar bij die egocentrische empathie stel je je voor dat jijzelf die pijn zou moeten verdragen en ben je vooral met jezelf bezig. Met hoe erg dat voor jou zou zijn.

Als narcisten empathisch zijn, zoals blijkend uit hun hartslag, dan zou dat dus kunnen betekenen dat ze bovenal met hun eigen pijn bezig zijn. En dat zou meteen verklaren dat ze zich zo weinig van het lot van anderen aantrekken. Want ze vinden het onaangenaam om dat te doen.

Het is dus nog geen uitgemaakte zaak of narcisten echt empathisch kunnen zijn. Zoals vaak, er is meer onderzoek nodig.

Wanneer is buurtzelfbeheer succesvol? Over mandeligheid, zelforganisatie en de participatiesamenleving

Veel gemeenten zijn bezig met het bevorderen van buurtzelfbeheer. Buurtbewoners zijn dan samen verantwoordelijk voor het beheer van een gemeenschappelijke binnentuin of zelfs voor verlichting, bestrating en riolering. Die gemeenschappelijke verantwoordelijkheid berust op de juridische vorm van de mandeligheid, gezamenlijk eigendom van een stuk openbare ruimte. Daar komt nogal wat bij kijken en daarom is er ook de Stichting Platform Mandeligheid, die informatie verstrekt en ondersteuning geeft.

Hoe succesvol is dat buurtzelfbeheer? De berichten daarover zijn wisselend. Charlotte Huisman deed drie dagen geleden in De Volkskrant verslag van de ervaringen in Almere. Daar is buurtzelfbeheer breed ingevoerd, maar sommige buurten willen nu het beheer teruggeven aan de gemeente. Het blijkt daar niet te werken. Niet alle bewoners willen meedoen, er zijn problemen met de vereiste deskundigheid en met het innen van de contributies. Ook zijn er buurten waar de bewoners vinden dat ze financieel opdraaien voor fouten die zijn gemaakt bij de aanleg van de infrastructuur, zoals de riolering.

Maar er bestaat ook succesvol zelfbeheer. Huisman geeft het voorbeeld van het gezamenlijke beheer van een binnentuin met twee gemeenschappelijke gebouwtjes die als buurthuis dienst doen. Er staan fitnessapparaten, een biljarttafel en schildersspullen. Er worden lezingen georganiseerd, zoals over de vraag Hoe groot is het heelal?, er wordt gezamenlijk voetbal gekeken en een bridgecursus gevolgd. Iedereen betaalt 40 euro per maand aan contributie. Over de hoogte van dat bedrag is wel een conflict geweest. Maar door het zelfbeheer en de gezamenlijke activiteiten hebben de bewoners elkaar beter leren kennen.

Hoeveel succesvol buurtzelfbeheer kun je eigenlijk verwachten? Als je bedenkt dat het hier om een vorm van zelforganisatie gaat, kom je terecht bij wat we weten over de voorwaarden voor zelforganisatie. Als je mijn eerdere bericht daarover naleest (volg de link in de vorige zin), dan verzucht je al snel dat de kans op succes wel erg klein is. Mij vielen een paar dingen op:
  1. Een voorwaarde is dat de grenzen van de te beheren "hulpbron" duidelijk zijn, de grenzen dus van wat tot de verantwoordelijkheid van de bewoners behoort en wat niet. Er moet dus geen onduidelijkheid bestaan over de vraag of de bewoners of de gemeente verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van fouten bij de aanleg van riolering. Als bewoners verantwoordelijk geacht worden, dan hadden ze daarvan op de hoogte behoren te zijn.
  2. De bewoners moeten de gedeelde verwachting hebben dat iedereen voldoende besef heeft van de voordelen van het zelfbeheer. Zoals het voordeel dat de buurt er op vooruitgaat als de wijze van beheer meer tegemoetkomt aan de wensen van de bewoners. Of de sociale voordelen dat de bewoners elkaar beter leren kennen, de buurt gezelliger wordt en er hulp en steun wordt uitgewisseld. Dat besef van die voordelen zal groter zijn als de bewoners verwachten, en van elkaar verwachten, dat ze langer in de buurt zullen blijven wonen. Residentiële stabiliteit (honkvastheid) is een belangrijke succesfactor. Dat vraagt om het soort ruimtelijke ordening dat daaraan bijdraagt. Zodanig dat mensen bij levensloop- en loopbaanveranderingen minder over grote afstanden hoeven te verhuizen.
  3. De bewoners moeten de gedeelde verwachting hebben dat ze het met zijn allen moeten doen en dat er geen alternatief is. Het gaat niet werken als te veel van hen er op rekenen dat de gemeente wel zal ingrijpen als de zaken niet goed lopen. Wat dat betreft helpt het dus niet dat er in Almere een procedure wordt ontwikkeld voor het teruggeven van de verantwoordelijkheid aan de gemeente. Het wordt dan te gemakkelijk om de uitdaging van het zelfbeheer aan je voorbij te laten gaan.
  4. De bewoners moeten gemakkelijk face to face kunnen overleggen over de regels van het zelfbeheer en veranderingen daarin. En over conflicten die daarover kunnen ontstaan. Een centrale ruimte, zoals een buurthuis, lijkt daarvoor een absolute voorwaarde. Niet alleen als plek om te vergaderen, maar ook als ontmoetingsplek. Veel informeel en terloops overleg is juist belangrijk en daarvoor moeten mensen elkaar zo nu en dan tegen komen. Dus meer in het algemeen zijn ontmoetingsplekken belangrijk, een winkelcentrumpje, horeca, speelplekken, bankjes. En omdat daar steeds minder van zijn, moeten gemeenten daarop beleid gaan voeren. Hoe meer ontmoeting, hoe meer succes je van zelfbeheer mag verwachten. Zelfbeheer vereist enige sociale controle.
Die "participatiemaatschappij", die is er natuurlijk niet in een handomdraai. Maar op het vlak van buurtzelfbeheer en buurtparticipatie is er zonder twijfel veel winst te behalen. Een een sociaal buurtleven, daar profiteert iedereen van. Zie ook nog eens Peter Lovenheim daarover. Update: En niet te vergeten: denk aan het belang van een sociaal buurtleven voor het opgroeien van kinderen!

dinsdag 12 augustus 2014

Narcisten kunnen empathisch zijn, als ze daartoe worden aangespoord. Zijn we hen dan minder gaan aansporen?

Narcisten hebben een grandioos en overdreven positief zelfbeeld en kijken op anderen neer. En als anderen minderwaardig zijn, kun je ze dus exploiteren, hen als middel gebruiken om je eigen doelen te verwezenlijken. Een en ander houdt in dat narcisten weinig empathisch zijn, zich weinig in anderen verplaatsen en vooral weinig met anderen meevoelen. Zie De donkere drie: psychopathie, narcisme en Machiavellianisme en de andere berichten op dit blog achter het label narcisme.

Maar is het gebrek aan empathie van narcisten een vaststaand gegeven of is het te beïnvloeden? Kunnen narcisten er succesvol toe worden aangespoord om meer empathisch te zijn? De nieuwe studie Moving Narcissus: Can Narcissists Be Empathic? (betaalpoort) laat resultaten zien die in die richting lijken te wijzen.

De onderzoekers laten zien dat als je proefpersonen de instructie geeft om zich in iemand in te leven en met die persoon mee te voelen, dit inderdaad leidt tot meer empathie bij degenen die hoog scoren op een narcismetest. Voor personen die daar laag op scoren, maakt het niets uit. Die zijn sowieso empathisch. Narcisten kunnen dus empathisch zijn, maar het is dan wel nodig dat je hen daartoe aanspoort.

Dit bleek zo wel op te gaan voor de door de persoon zelf gerapporteerde mate van empathie als voor een fysiologische indicator voor empathie (verandering in hartslag). Die zelf gerapporteerde empathie meet je met een vragenlijst, de Narcissistic Personality Inventory. Die verandering in hartslag wijst er op dat het ook om echte empathie gaat en niet alleen maar om het verbaal gevolg geven aan een instructie. Misschien is het dus zo dat narcisten niet een absoluut gebrek aan empathie hebben, maar dat ze er spontaan minder toe over gaan.

Dat zou een interessant inzicht kunnen zijn. Want we weten dat narcisten anderen en de maatschappij schade toebrengen. En we hebben aanwijzingen, uit onderzoek in de Verenigde Staten, dat narcisme de afgelopen decennia is toegenomen. Zie The Narcissism Epidemic. Living in the Age of Entitlement. Het kan er op duiden dat niet zozeer het narcisme op zich is toegenomen, maar dat narcisten steeds minder zijn gaan meemaken dat ze door anderen tot empathie worden aangespoord.

En dat laatste zou best eens het geval kunnen zijn. Vriendschapsnetwerken zijn kleiner geworden en vrienden verwachten empathie van elkaar. Als narcisten minder met zulke verwachtingen in aanraking komen, dan zullen ze zich dus minder empathisch gedragen.

Daar komt de in de afgelopen halve eeuw toegenomen invloed van de media bij, vooral de televisie, en die heeft er voor gezorgd dat we, integendeel, juist tot meer narcistisch gedrag worden aangespoord. Zie Zijn televisiepersoonlijkheden wel goed voor ons? Narcisme als persoonlijkheidseigenschap kan stabiel gebleven zijn, terwijl de sociale omgeving zo is veranderd dat narcistisch gedrag gemakkelijker naar buiten komt.
Update. Zie nu ook dit bericht over de vraag of die empathie van narcisten wel echt is.

zondag 10 augustus 2014

Zondagochtendmuziek - Lobe dem Herren - Heinrich SCHÜTZ (1585-1672) / Arsys Bourgogne

Een van onze logeeradressen op onze tocht door het oosten van Duitsland in de afgelopen weken was Schloss Gröbitz. Niet alleen nabij Leipzig, de stad van Bach, waar we uiteraard de Thomaskirche bezochten, maar ook nabij Weissenfels.

Weissenfels? Ja, want in Weissenfels staat het Heinrich Schütz Haus. Heinrich Schütz (1585-1672) bracht daar een deel van zijn jeugd en zijn oude dag door.

Schütz wordt beschouwd als de belangrijkste Duitse componist voor Bach. Hij studeerde een aantal jaren in Venetië bij Giovanni Gabrieli en later korte tijd bij Claudio Monteverdi. Op wikipedia lees je over zijn muziek:
Schütz was one of the last composers to write in a modal style. His harmonies often result from the contrapuntal alignment of voices rather than from any sense of "harmonic motion"; contrastingly, much of his music shows a strong tonal pull when approaching cadences. His music includes a great deal of imitation, but structured in such a way that the successive voices do not necessarily enter after the same number of beats or at predictable intervallic distances. Schütz's writing often includes intense dissonances caused by the contrapuntal motion of voices moving in correct individual linear motion, but resulting in startling harmonic tension. Above all, his music displays extreme sensitivity to the accents and meaning of the text, which is often conveyed using special technical figures drawn from musica poetica, themselves drawn from or created in analogy to the verbal figures of classical rhetoric.
Dat Heinrich Schütz Haus is zeer de moeite waard om te bezoeken. Heel informatief en onderhoudend en je hoort er de prachtigste muziek.

Een goede indruk van die muziek geeft deze prachtige uitvoering van Lobe dem Herren door een Frans gezelschap. Heel mooi gefilmd, ergens in de Bourgogne in 2012.

(De reguliere activiteiten op dit blog beginnen vanaf nu langzamerhand weer op gang te komen.)