maandag 30 november 2015

Gevoelens van wrok verhogen zorgen over immigratie

We wisten al dat gevoelens van bestaansonzekerheid er toe leiden dat mensen negatiever staan tegenover immigranten. Vrees voor maatschappelijke daling zou kunnen verklaren dat niet alleen de meer gedepriveerden, maar ook de meer bevoorrechten meer dan gemiddeld een anti-immigrantensentiment hebben. Zie Anti-immigranten sentiment beïnvloed door inkomenspositie en bestaansonzekerheid.

Nieuw onderzoek voegt daaraan toe dat ook gevoelens van wrok (bitterheid) een rol spelen. De studie Bitterness in Life and Attitudes Towards Immigration laat met Duitse representatieve paneldata zien dat mensen die vinden dat ze vergeleken met anderen in het leven niet hebben bereikt wat ze verdienen, zich meer zorgen maken over immigratie.

Het verband is sterk. Bovendien blijkt dat op een toename van wrok een toename van zorgen volgt. Een aanwijzing dus voor een oorzakelijk verband.

De onderzoekers denken dat mensen met wrokgevoelens teleurgesteld zijn in het leven en daardoor geneigd zijn om succes ook aan anderen, dus ook aan immigranten, te ontzeggen.

Een andere interpretatie zou zijn dat het succes van anderen hen extra confronteert met het eigen falen.

Hoe dan ook, willen we een ontspannen en gastvrije maatschappij tot stand brengen, dan weten we wat ons te doen staat. Voorkom dat mensen onnodig bestaansonzekerheid ervaren. En bestrijd de maatschappelijke ongelijkheid die veel mensen in wrok en bitterheid achterlaat.

zondag 29 november 2015

Zondagochtendmuziek - Marcus Miller - North Sea Jazz Festival 2015

Mutli-instrumentalist, maar vooral basgitarist, Marcus Miller heeft al een lange en indrukwekkende carrière achter de rug. Hij heeft nu jonge musici om zich heen verzameld en reist de wereld rond.

Deze week was hij in Ronda in TivoliVredenburgh in Utrecht. En ik was er bij, samen met vriend en muziekkenner Jan Scheffers. Een geweldige avond. Ook met nummers van de nieuwe CD Afrodeezia, geïnspireerd door Millers speurtocht naar zijn wortels in Westelijk Afrika.

Eerder dit jaar traden ze op tijdens het North Sea Jazz Festival.

donderdag 26 november 2015

Voorpaginanieuws: schade bezuinigingsbeleid 20-30 miljard euro per jaar, 200.000 tot 300.000 banen

Dat wordt voorpaginanieuws: Bas Jacobs rekent vandaag in Economisch-Statistische Berichten voor hoe groot de economische schade is van het onzinnige bezuinigingsbeleid dat sinds 2011 is gevoerd. Zie Overheid heeft met falend begrotingsbeleid een derde van de Grote Recessie veroorzaakt. Ik neem aan dat ik de laatste twee alinea's wel even mag citeren:
Op basis van de beste huidige inzichten kan daarom een pijnlijke conclusie worden getrokken: het Nederlandse begrotingsbeleid van 2011-2017 is extreem kostbaar geweest. Het gevoerde beleid kost bij huidige inzichten zo'n 20-30 miljard euro per jaar aan gemiste groei wanneer de schade van de grote recessie voor de helft tot driekwart permanent wordt. Zo'n inkomensverlies is het equivalent van zo'n 200.000 tot 300.000 banen. En dat op een rentebesparing van ongeveer 300 miljoen euro per jaar voor de hele economie.
Het Nederlandse begrotingsbeleid werd alle jaren geschraagd door een diep gewortelde consensus onder alle 'verantwoordelijke' politieke partijen: VVD, PVV, PvdA, CDA, D66, GroenLinks, CU en SGP. Deze partijen hebben mesjogge begrotingsbeleid gevoerd dat een derde van de Grote Recessie in Nederland heeft veroorzaakt. Het heeft er alle schijn van dat het overgrote deel van het inkomensverlies structureel is geworden (hysterese). En dat terwijl we een macro-economisch verwaarloosbaar voordeel hebben behaald van lagere rentelasten op de staatsschuld. Het is tragisch dat we de lessen van de geschiedenis niet hebben geleerd en sinds 2011 in volle glorie de fouten van de jaren 30 hebben herhaald.
Zie begin deze maand ook al: Hysterese: de schade van het bezuinigingsbeleid is niet alleen nog groter dan eerst gedacht, maar ook blijvend.

Dat wordt natuurlijk voorpaginanieuws. Het NOS-journaal zal er mee openen.

O wacht, nee, er volgt natuurlijk weer het grote zwijgen. De economieredacties hebben de afgelopen jaren zo dicht tegen het beleid aan geschurkt, dat ze nu maar liever niet onder ogen zien hoe slecht ze zich zelf hebben geïnformeerd. En hoe slecht ze hun lezers en kijkers hebben geïnformeerd.
Update. Zie nu ook Bas Jacobs: De vraag moet zo krachtig worden gestimuleerd dat overbesteding en inflatie ontstaat.

woensdag 25 november 2015

Bij het overlijden van Douglass C. North - over markt en overheid

Vandaag het bericht dat economisch historicus en Nobelprijswinnaar in 1993 Douglass C. North is overleden. Zie Douglass C. North, Nobel Laureate Economist, Dies at 95. Hij was een van de grondleggers van de new institutional economics, waartoe ook Elinor Ostrom wordt gerekend.

North was vooral op zoek naar de oorzaken van de snelle economische groei in de laatste paar eeuwen in de Westerse wereld. En hij liet overtuigend zien dat de rol van instituties daarin cruciaal was. Denk aan door overheidswetgeving in het leven geroepen overeenkomstenrecht, eigendomsrechten, patenten en octrooien.

Daarmee ging hij in tegen het neoklassieke economische denken, dat er van uitging dat een zoveel mogelijk vrij gelaten marktmechanisme (laissez faire) als vanzelf de economische groei zou aanjagen. Technologische ontwikkeling zou dan spontaan gegenereerd worden en markten zouden als vanzelf in omvang toenemen.

Ik sloeg even zijn fraaie boek Structure and Change in Economic History uit 1981 er op na. En kwam terecht op p. 166-7, waar hij economisch historici aanhaalt die vooral wijzen naar deregulering als oorzaak van de industriële revolutie. Zijn antwoord daarop is vervat in dit wat langere citaat:
What has been missing in the argument, however, is that while laissez faire is identified as the key to the development, the term "laissez faire" not only has misleading ideological overtones but at least in part misses the point. It is true that the decline in mercantilist restrictions including repeal or reform of the Statute of Artificers (denk aan de ambachtsgilden - HdV), poor laws, acts of settlements, usury laws, navigation acts, and so forth is part of the story. Particularly significant to the developing of more efficient markets, however, is the better specification and enforcement of property rights over goods and services; and in many cases much more was involved than simply removing restrictions on the mobility of capital and labor - important as those changes were. Private and parliamentary enclosures in agriculture, the Statute of Monopolies establishing a patent law, and the immense development of a body of common law to better specify and enforce contracts also are part of the story. Laissez faire implies an absence of restraints; efficient markets imply well-specified and enforced property rights, which means the creation of a set of restraints encouraging productivity growth. The removal of restrictions widening the gap between private and social returns frequently required positive action by government - a government which we have seen was, as a result of the English revoltion, oriented toward such development.
In een slogan samengevat: Niet meer markt, maar meer overheid en daardoor meer markt. Een mooie weerlegging van het naïeve marktdenken, uitgerekend in het jaar, 1981, dat Ronald Reagan in de Verenigde Staten tot president werd verkozen.

Maar nu, in 2015, in een tijd waarin we vrezen voor langdurige economische stagnatie als gevolg van (wederom!) een in de politiek wijd verbreide onderschatting van het belang van een positieve de rol van de overheid, kun je je afvragen of we niet nog twee stappen verder moeten gaan dan North deed in 1981.

Allereerst, we beseffen, of zouden behoren te beseffen, dat de economie naast een aanbodkant ook een vraagkant heeft. En dat dus economische groei niet alleen afhangt van overheidsbeleid voor de aanbodkant, waar North op wees, maar ook van macro-economisch beleid om in tijden van liquiditeitsval de vraag op peil te houden. Tragisch dat dit besef, zeker in Europa, maar zo beperkt tot de politiek doordringt. Denk aan alle berichten op dit blog over de bezuinigingszeepbel.

Maar daar komt nog een stap bij. Want je kunt bepaald niet verwachten dat de markt wel genoeg technologische innovatie verschaft als maar aan die institutionele voorwaarden van North is voldaan. Het blijkt immers dat veel technologische vernieuwingen pas tot stand komen als de overheid bereid is om investeringen te doen waarvoor private geldschieters terugdeinzen vanwege de hoge risico's. Zoals overtuigend naar voren gebracht door Mariana Mazzucato in dat prachtige boek The Entrepreneurial State. Zie ook het bericht Het misverstand dat in "de economie" alles draait om concurrentie.

dinsdag 24 november 2015

Hoe gezinnen pogen om sociale contacten in stand te houden - door niet te verhuizen

De aanwijzingen zijn sterk dat gezinnen historisch gezien in hoge mate sociaal geïsoleerd zijn. Bovendien lijkt dat isolement ook nu nog toe te nemen, er uit blijkend dat we steeds minder bij elkaar op bezoek gaan. Zie We gaan minder en minder en minder bij elkaar op bezoek. Gezinnen weer meer sociaal geïsoleerd.

In overeenstemming daarmee zou zijn dat mensen graag meer sociale contacten zouden willen dan ze hebben. En uit de CBS-publicatie Frequentie en kwaliteit van sociale contacten blijkt dat dit ook inderdaad het geval is. Er is duidelijk een onvervulde behoefte aan (ontmoetingsplekken en) sociale contacten.

Natuurlijk zou daarmee ook in overeenstemming zijn dat we in onze maatschappij een eenzaamheidsprobleem kennen. En wie zou willen ontkennen dat dat probleem er is? Zie Bijna veertig procent van de volwassen Nederlanders voelt zich eenzaam - RIVM.

En er zou mee in overeenstemming zijn dat het in ons volwassen leven nog maar weinig gebeurt dat we nieuwe vrienden maken. De vrienden die we hebben wonen vaak ver weg en ontmoeten we uitsluitend nadat langdurig de agenda's zijn geraadpleegd. Zie Waardoor maken we in ons volwassen leven maar weinig nieuwe vrienden?

En tenslotte zou je ook kunnen denken dat ons verhuisgedrag er door wordt beïnvloed. Want stel dat je ergens woont waar je dan toch, tegen alle kansen in, vrienden hebt gemaakt. Jonge gezinnen willen nog al eens vrienden maken via hun kinderen. Je treft elkaar in of bij de school en leert elkaar kennen via logeerpartijtjes van de kinderen.

De vrienden die je daar mee maakt, zijn dan natuurlijk een kostbaar "bezit". Misschien zo kostbaar dat je zelfs kansen op de arbeidsmarkt laat liggen omdat je er voor terugdeinst om daar voor te gaan verhuizen.

Volgens het mooie artikel Growing Families That Stay Put in de New York Times van een maand geleden is dat een opkomende trend. Ook als gezinnen door uitbreiding eigenlijk te klein behuisd zijn, kiezen ze er toch vaak voor om te blijven waar ze zijn. Vanwege de sociale inbedding in een netwerkje van buren- en vriendschapsrelaties. Lees dat artikel en bekijk ook de mooie foto's.

Zou je deze trend, als het een trend is, ook kunnen terugzien in de verhuisstatistieken? Misschien een beetje, want er zijn natuurlijk veel factoren die het aantal verhuizingen beïnvloeden. Zo wordt er in een economische crisis, na sterk gestegen huizenprijzen, weinig verhuisd. Zie Verhuizingen, 2014 van het Compendium voor de Leefomgeving.

Maar daar lees je ook dat ruim een derde van de verhuizingen voor rekening komt van twintigers, omdat mensen op die leeftijd het ouderlijk huis verlaten. En daarna een partner en/of een baan vinden, wat ook weer "verhuisbewegingen" tot gevolg heeft.

Maar al snel daarna wordt er minder verhuisd. Vooral minder als er tieners in het huis zijn. Want die hebben dan vriendjes gemaakt. En ouders hebben contacten opgedaan.

Samengevat: "Naarmate mensen ouder worden, is de verhuismobiliteit steeds lager". Want mensen koesteren dat kostbare bezit van vrienden die ze ondanks alles toch gemaakt hebben.

zondag 22 november 2015

Zondagochtendmuziek - Mahler - Das Klagende Lied

Het Radio Filharmonisch Orkest viert het 70-jarig bestaan. En dat mag gevierd worden! Wat een geweldig orkest. Ze kunnen eigenlijk alles en alles op hoog niveau. Donderdag was ik met vele anderen toeschouwer bij de openbare repetitie in de grote zaal van Tivoli Vredenburg. De Negende van Mahler werd nog een keer doorgenomen als voorbereiding op de uitvoering die avond.

Het ging eigenlijk nog maar om een paar kleine dingen. Om het nog beter te doen dan we al kunnen. Dirigent Markus Stenz liet een heel zachte en subtiele strijkerspassage uit het derde deel een paar keer herhalen. "Try to connect even more", hoorde ik hem zeggen.

Hier is een prachtige uitvoering van Mahlers Das Klagende Lied, in de oorspronkelijke versie. Een van zijn vroegste werken, geschreven in zijn laatste jaar van het Weense conservatorium (1880). Het wordt voorafgegaan door een orkestbewerking van Schuberts Einsamkeit. Huiveringwekkend mooi.

vrijdag 20 november 2015

Over het succesvol aanmoedigen tot moreel gedrag

Als je bedenkt dat onze morele intuïties van samenwerking, hulpvaardigheid, eerlijk delen en rechtvaardigheid hun oorsprong hebben in het verre verleden waarin we in kleine groepen de problemen van onderlinge afhankelijkheid oplosten, dan verbaast het niet dat we tegenwoordig veel gedrag zien dat niet met die gemeenschapsintuïties in overeenstemming is.

Want er zijn ten minste twee opvallende verschillen tussen die vroegere sociale omgeving en die van tegenwoordig.

Het ene is dat we nu te maken kunnen hebben met contacten tussen verschillende groepen of leden van verschillende groepen. Die gemeenschapsmoraal is er niet goed op toegesneden om voor zulke intergroepscontacten een leidraad te bieden. Voorbeelden uit de actualiteit liggen voor het oprapen. Voor contacten tussen groepen en voor het oplossen van problemen tussen groepen hebben we daarom, volgens Joshua Greene, een metamoraal nodig.

Joshua Greene is de auteur van Moral tribes. Emotion, Reason, and the Gap Between Us and Them en hij was vorige week een van de twee interessantste sprekers op de conferentie Institutions for moral behavior in Utrecht, die ik bijwoonde. (De andere van de twee was Frans de Waal.) Die metamoraal zou utilitaristisch moeten zijn, in de zin dat de leidraad zou moeten zijn dat het geluk van iedereen even zwaar zou moeten wegen. Greene werkt dat idee in dat boek verder uit, maar dat heb ik nog pas sinds gisteren in huis.

Het andere opvallende verschil is dat we tegenwoordig veel met anderen contact hebben van wie niet duidelijk is tot welke groep ze behoren. Anders gezegd, de groepsgrenzen zijn vaak diffuus, zelfs ook in die zin dat we vaak zelf niet eens weten of we wel tot een groep behoren en tot welke. Nog anders gezegd, we hebben in ons dagelijks leven veel met anderen te maken die we niet of nauwelijks persoonlijk kennen. Maar wat we doen of laten, kan voor die anderen wel grote gevolgen hebben.

Denk aan de zogenaamde onpersoonlijke criminaliteit: fraude, belastingontduiking, corruptie, verduistering, winkeldiefstal. Misdragingen die objectief gezien immoreel zijn, maar omdat er tussen pleger en benadeelden geen persoonlijke relatie bestaat, zijn onze morele intuïties meestal weinig werkzaam. En dat is tragisch, want de maatschappelijke kosten van zulk gedrag zijn hoog.

Het punt is dat we om zulk gedrag tegen te gaan niet zozeer een nieuwe moraal nodig hebben, zoals die metamoraal van Greene. Onze gemeenschapsmoraal zou naar inhoud volstaan. Het probleem is dat we hem in zulke onpersoonlijke situaties gemakkelijk terzijde schuiven. De bijbehorende emoties komen niet spontaan voldoende naar boven. Waardoor we onszelf en anderen kunnen wijsmaken dat we ze zijn "vergeten".

Vandaar dat Dan Ariely en anderen pleitten voor interventies die moreel gedrag aanmoedigen. Zie  Three Principles to REVISE People’sUnethical Behavior (betaalpoort). Want uit onderzoek blijkt dat zulke aanmoedigingen wel degelijk effect kunnen hebben. Het blijkt te helpen als je belastingbetalers
er aan herinnert dat belastingopbrengsten aan iedereen ten goede komen. En de aanwezigheid van een eenvoudig bord met als tekst "Wees aardig voor elkaar" krijgt het voor elkaar dat een parkeerplek voor gehandicapten minder vaak door anderen gebruikt wordt.

Ook helpt het als je de situatie persoonlijker maakt. Het schijnt dat belastingformulieren met reeds ingevulde persoonlijke gegevens eerlijker worden ingevuld. En winkeldiefstal schijn je succesvol tegen te kunnen gaan door bij de kassa en de uitgang grote spiegels op te hangen.

En tenslotte schijnt het effect te hebben als je mensen er toe brengt om zichzelf als een moreel persoon te zien. Zo bevorder je het eerlijk invullen van een belastingaangifte of een verzekeringsclaim als je het formulier begint met het ondertekenen van een eerlijkheidsverklaring. In plaats van aan het eind ("ik heb dit formulier naar waarheid ingevuld").

Niemand wil alleen zijn - Interview op Finster op Fryslân

Onder de titel Niemand wil alleen zijn staat het interview dat Wendy Kennedy van Omrop Fryslân met mij had, nu op de website van Finster op Fryslân (Venster op Friesland).

Het interview is in het Fries, maar de begeleidende tekst van Wendy in het Nederlands. Ik neem aan dat mijn Fries ook voor niet-Friezen behoorlijk goed te volgen is.

Zie Finster op Fryslân - Niemand wil alleen zijn.

dinsdag 17 november 2015

Waardenoverdracht ouders-kinderen is vooral genetisch - meer over de mythe van de opvoedbaarheid


Stel je bent iemand die gemakkelijk anderen te hulp schiet. En iemand die een rechtvaardige wereld voorstaat en die vindt dat mensen gelijk behandeld horen te worden.

Of stel dat je iemand bent die vindt dat er in het leven gepresteerd moet worden, dat je ambitieus hoort te zijn en dat je naar macht moet streven.

En stel dat je constateert dat je opgroeiende kinderen wat deze waarden betreft behoorlijk op jou lijken. Je zou dan kunnen denken dat dat komt doordat jij hen zo hebt opgevoed.

In het eerste geval heb je hen bijgebracht dat je hulpvaardig moet zijn en eerlijk en dat iedereen gelijk is. Of je hebt hen bijgebracht dat het in het leven draait om succes, ambitie en macht.

Dan is er een grote kans dat je onderschat hoeveel van die gelijkenis tussen jou en je kinderen genetisch bepaald is. En dat je je eigen bijdrage als opvoeder overschat.

Dat je dat doet, is te begrijpen, want het overschatten van het belang van opvoeden voor het opgroeien van kinderen is een veel voorkomende fout. Denk aan Het misverstand opvoeding van Judith Rich Harris en aan wat ik eerder de mythe van de opvoedbaarheid noemde.

Nieuwe aanwijzingen voor het grote belang van de genetische overdracht van waarden in vergelijking met de overdracht door opvoeding komen uit de nieuwe studie Genetic and Environmental Parent–Child Transmission of Value Orientations: An Extended Twin Family Study (betaalpoort).

De onderzoekers ondervroegen een-eiige en twee-eiige tweelingen van tussen de 7 en 11 jaar oud en hun ouders over hun houding tegenover de 10 fundamentele waarden van Shalom Schwartz. Die waarden zie je hieronder in een cirkel afgebeeld, waarbij die waarden die dichterbij elkaar liggen in de werkelijkheid ook meer samen voorkomen. (Bron afbeelding. Anders gezegd, tegenover elkaar liggende driehoeken zijn elkaars tegengestelden. Als jij bijvoorbeeld veel waarde hecht aan succes en presteren (statuscompetitie), dan is de kans klein dat je het belangrijk vindt om hulpvaardig te zijn (gemeenschapsgedrag).


Om de vragenlijst voor de kinderen niet te lang te maken, werden vragen over twee waarden (traditie en universalisme) weggelaten.

Na statistische analyse van de overeenkomsten en verschillen tussen de ouders onderling, tussen de ouders en hun kinderen en tussen de een-eiige en de twee-eiige tweelingen komen de onderzoekers tot de conclusie dat de overeenkomst tussen ouders en hun kinderen bovenal moet worden toegeschreven aan de genetische overdracht. In de woorden van de onderzoekers:
The results of our study cast doubt on the conventional wisdom that similarity between family members regarding value priorities results from environmental sources. Although we found significant environmentally mediated parental effects for some value priorities (e.g., benevolence, security, power, and self-direction), the effects were rather small, providing less evidence for value socialization within families contributing to parent–child and siblings’ similarity in value priorities beyond genetic contributions. The twin family analyses yielded significant contributions of twins’ shared environments beyond parental influences that act to increase twins’ similarity. Those effects may reflect intragenerational shared social contexts, such as peer influences, which may be more important as a source of siblings’ similarity in value priorities. This may not be surprising because the primary school age marks the beginning of a trend toward independence from parents and an increasing identification with peers ...
Judith Rich Harris werd wel verweten dat haar boodschap dat opvoeding weinig effect heeft, ouders er toe zou brengen om hun kinderen te verwaarlozen. Want ja, het maakt immers toch niet uit?

Maar Harris heeft daar tegen in gebracht dat ouders gelukkig bijna allemaal van hun kinderen houden en dat het die liefde voor hun kinderen is die maakt dat ze goed voor hen zorgen. Daar gaat het om, niet om de motivatie om hen "goed op te voeden". Ik vond hier dit mooie citaat:
Is my idea dangerous? I've never condoned child abuse or neglect; I've never believed that parents don't matter. The relationship between a parent and a child is an important one, but it's important in the same way as the relationship between married partners. A good relationship is one in which each party cares about the other and derives happiness from making the other happy. A good relationship is not one in which one party's central goal is to modify the other's personality.
I think what's really dangerous — perhaps a better word is tragic — is the establishment's idea of the all-powerful, and hence all-blamable, parent.
Tot zover deze keer over de mythe van de opvoedbaarheid.

maandag 16 november 2015

Doe eens echt iets aan werkstress. Meer autonomie, minder hiërarchie, lagere werkdruk

Het is de Week van de Werkstress. En raad eens, wat staat daarin centraal? Dat er meer over werkstress gepraat moet worden! Werknemers moeten het eerder, bij zichzelf, signaleren en dan niet schromen om het bespreekbaar te maken.

Je verzint het niet. Terwijl onderzoek duidelijk heeft gemaakt dat werkstress is tegen te gaan door verbetering van de werkomstandigheden. Ja zeker, door de autonomie op de werkvloer te vergroten, door de organisatie minder hiërarchisch te maken, door het sociale klimaat op het werk te verbeteren en door de werkdruk te verminderen.

Maar nee, in plaats daarvan: signaleren en bespreekbaar maken. We schijnen in het tijdperk te leven waarin van elk collectief probleem een individueel probleem wordt gemaakt. Werkloosheid? Kun je als overheid niets aan doen. Macro-economisch beleid? Nooit van gehoord. Nee, lagere en kortere uitkeringen voor werklozen. Tegenprestaties. Sancties. Dat zal ze leren.

Zie over werkstress de berichten:
Mensen met burnout kunnen minder goed met negatieve emoties omgaan - Wat zegt dat over werkomstandigheden?

Een baan met meer autonomie geeft minder kans op burn-out - Dat pleit voor minder hiërarchie op het werk

De economische kosten van burn-out lijken aanzienlijk. En de autonomie in het werk neemt juist alleen maar af

En zie nog eens mijn bericht over de Week van de Werkstress van vorig jaar: Zoveel symptoombestrijding! Naar aanleiding van Rutger Bregman over de Week van de Werkstress.

Er lijkt nog niets veranderd.

zondag 15 november 2015

Zondagochtendmuziek - ARC Ensemble - Piano Quintet, op. 18 (1944) Mieczyslaw Weinberg

Dinsdagavond speelden het Quator Danel en Alexander Melnikov het Pianokwintet op. 18 van Mieczyslaw Weinberg (1919-1996), gecomponeerd in 1944, in de Hertz zaal van Tivoli Vredenburg.

Op de website Mieczyslaw Weinberg (Moishei Vainberg). The Composer and His Music lees je onder meer:
One feature that is prominent above others in many of Weinberg's works is a certain religious yearning, a soulfulness that makes some works (especially those for solo stringed instruments) resemble the intonation of a prayer, yet one which is approachable to everyone, regardless of background or personal beliefs. Themes and ideas dwelling on subjects such as suffering, love and faith are not uncommon, but there is also a characteristic, affirmative joy in life. Ideas centered on suffering feature prominently in so many works, no doubt due to the circumstances of the composer's difficult life and the hardships he had to endure during the wars of the 20th century. In this sense, there is an tremendous edifying quality to the music, combined with a trust and hope in something perennial and eminently human, capable of rising above all unfavourable conditions. It is in this way that Weinberg's music carries something resonantly Divine – a light going beyond all restrictions and challenges, and able to change the world for the better.
En dat geldt ook allemaal voor dit indrukwekkende en indringende Pianokwintet. Hier uitgevoerd door het ARC Ensemble.

vrijdag 13 november 2015

Etnische diversiteit niet slecht voor vertrouwen - Waar het wel om gaat? Om vertrouwdheid!

De Volkskrant maakt er vanochtend melding van dat een her-analyse van data van Robert Putnam uitwijst dar het niet klopt dat mensen in meer etnisch gemengde wijken elkaar minder vertrouwen.

Als je de analyse overdoet en beter rekening houdt met andere, bekende oorzaken van vertrouwen, dan blijkt dat het niet om die diversiteit op zich gaat, maar om onderliggende factoren, zoals armoede en residentiële stabiliteit. Het artikel, Putting Diversity in its Place. The Continuing Significance of Race for Self-Reported Trust, verschijnt in de november aflevering van de American Journal of Sociology, maar nu is alleen nog de Abstract beschikbaar. Putnam moet er niet goed rekening mee hebben gehouden dat etnisch gemengde wijken vaak ook armer zijn en een groter verloop kennen.

Goed dat die her-analyse is uitgevoerd. Het resultaat lijkt te bevestigen dat het bij de vraag of mensen elkaar vertrouwen vooral gaat om hoe vertrouwd ze met elkaar zijn. Dus om hoe lang ze elkaar al kennen en hoe lang ze al contact hebben. Denk aan het bericht Draait alles om vertrouwdheid? en aan dit bericht over de bekende contacthypothese.

Want als een buurt meer een duiventil is, dan hebben de bewoners niet de tijd om elkaar te leren kennen. En dat is slecht voor het sociale leven in de buurt. Evenzo weten we dat als je individuen vergelijkt, het vaak verhuisd zijn negatieve gevolgen heeft.

Maar hoe zit het dan met armoede? Past dat ook in deze redenering? Ja, dat zou best eens kunnen. Want armoede gaat sterk gepaard met een laag opleidingsniveau en het blijkt steeds dat mensen met een lagere opleiding minder sociaal vertrouwen hebben. Zie Sociaal en institutioneel vertrouwen in Nederland (pdf).

Dat laatste ligt misschien aan persoonseigenschappen die bevorderlijk zijn voor het bereiken van een hoge opleiding én voor het gemakkelijk vertrouwen van andere mensen. (Update. Denk aan openness to experience, een van de vijf persoonlijkheidseigenschappen.) Maar het kan ook zijn dat je door een langere onderwijsloopbaan meer ervaring hebt opgedaan in het omgaan met onbekenden en in het contact maken met anderen. Waardoor je gemakkelijker anderen vertrouwt. Update. Ter verduidelijking: verschillen in opleiding zouden dan dus samenhangen met verschillen in de mate waarin je vertrouwdheid met anderen tot stand kunt brengen.

Maar de boodschap lijkt me vandaag dus vooral dat alles draait om vertrouwdheid.

dinsdag 10 november 2015

Helmut Schmidt overleden

Helmut Schmidt is overleden. Hij was bondskanselier van 1974 tot 1982. In de eerste berichten gaat het er nog vooral over dat hem als enige en laatste nog toegestaan werd om in televisie talkshows te roken. Er zullen hopelijk nog serieuzere In memoriams verschijnen.

Ik moet vooral terugdenken aan die indrukwekkende toespraak die hij eind 2011 hield op de SPD-partijdag. Waarin hij er bij de Europese politiek leiders op aandrong om zich er beter rekenschap van te geven dat Europa het kleinste werelddeel is, maar wel met de meeste nationaliteiten. En dat dat vraagt om een verstandiger en voorzichtiger politiek dan er nu gevoerd wordt.

Er zijn nog veel te weinig aanwijzingen dat ze naar hem hebben geluisterd.

Gebruik sociaalwetenschappelijke inzichten om overheidsbeleid te verbeteren

President Obama heeft de diensten van de federale overheid opgedragen om in hun programma's standaard na te gaan of en hoe de uitvoering door toepassing van sociaalwetenschappelijke inzichten kan worden verbeterd. Hij deed dat naar aanleiding van het eerste jaarverslag van het Social and Behavioral Sciences Team dat hij vorig jaar aan het werk had gezet. Zie hier David Nussbaum daarover: How the science of human behavior is beginning to reshape the US government.

Het is een belangrijke ontwikkeling. We plukken er nu de wrange vruchten van dat het overheidsbeleid in het verleden veel te sterk uitsluitend door het vak economie is beïnvloed. Wat niet onaanzienlijk heeft bijgedragen aan het ontstaan van de economische crisis van 2008. (Iets anders is dat politici zich in hun reactie op die crisis wel wat meer hadden kunnen aantrekken van de bekende macro-economische inzichten.)

Een zelfde ontwikkeling als in de Verenigde Staten is waar te nemen in Engeland. waar de regering-Cameron het Behavioral Insights Team heeft ingesteld.

In Nederland kennen we natuurlijk de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Maar daarin lijkt de inbreng van de toegepaste sociale wetenschappen slechts beperkt. Van de acht leden van de Raad is er slechts een, Godfried Engbersen, die daaruit afkomstig is.

Het zou goed zijn als Nederland het voorbeeld van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zou volgen. Zie het bericht Vuurwerkverbod wenselijk? Daar valt veel voor te zeggen voor een voorbeeld van toepassing van sociaalwetenschappelijke inzichten op een beleidsprobleem. Update. En niet te vergeten, zie natuurlijk ook Boete voor no-show in ziekenhuizen? en Over waarom je goede burgers niet kunt vervangen door goede prikkels.

maandag 9 november 2015

De dimensies van statuscompetitiegedrag - en de samenhang met depressie, angststoornis en manische symptomen

Het menselijke sociale gedrag kent twee patronen, dat van de statuscompetitie en dat van het gemeenschapsgedrag. In het verre verleden, in de Paleo Sociale Omgeving, waren mensen doordat ze in kleine groepen leefden in staat om het statuscompetitiegedrag sociaal te onderdrukken. Het was nodig om samen te werken en om voedsel te delen en dan kon je egoïsme, profiteursgedrag en meer willen dan een ander niet gebruiken.

Maar in onze huidige maatschappij is statuscompetitie veel moeilijker te onderdrukken en komt het dus ook veel meer voor. Ieder van ons moet leren daar mee om te gaan of heeft dat min of meer geleerd. Over wat dat bijvoorbeeld voor adolescenten betekent, zie de berichten De sociale uitdaging van de adolescentie: gemeenschap en/of statuscompetitie en Vriendschap? Of status? Waar het sociale leven van de adolescent om draait.

Allerlei nadelige effecten van statuscompetitiegedrag zijn bekend. Een cultuur van statuscompetitie leidt tot meer geweld, depressie en suïcide. Statuscompetitiegedrag verhoogt het stressniveau (allostatische overbelasting), maakt minder pro-sociaal, verhoogt de kans op pesten, evenals de kans op fraude en bedrog en de kans op futloosheid, vermoeidheid en hoofdpijn.

Er is nu nieuw onderzoek, The dominance behavioural system: A multidimensional transdiagnostic approach (betaalpoort)dat statuscompetitiegedrag weet te onderscheiden in verschillende dimensies en laat zien hoe die samenhangen met psychopathologie, in het bijzonder met depressie, angststoornis en manische symptomen. De resultaten van het onderzoek, onder studenten van een Amerikaanse universiteit, vatten de onderzoekers samen in onderstaande figuur.



Die zes dimensies van statuscompetitiegedrag vind je in de linkerkolom. Ik geef van elk een korte aanduiding.

Studenten die hoog scoorden op authentic pride wilden (o.a.) presteren, streefden succes na en hadden een hoge zelfwaardering.

Zij die hoog scoorden op hubris (hoogmoed) waren egoïstisch, arrogant, zelfgenoegzaam en ijdel.

Een hoge mate van discomfort in leadership betekende dat je geen leiderschapspositie nastreeft en vermijdt om macht uit te oefenen. Een hoge score op deze dimensie betekent een lage geneigdheid tot statuscompetitiegedrag.

Hoog scoren op cooperation houdt in dat je bereid bent naar anderen te luisteren, dat je bereid bent tot compromissen en dat je graag samenwerkt. Ook hier betekent een hoge score een lage geneigdheid tot statuscompetitie.

Hoog scoren op influence betekent dat je je in staat acht om anderen ergens van te overtuigen, dat je je zin kunt doorzetten en dat er naar jou wordt geluisterd.

En tenslotte betekent ruthless ambition dat je alles doet om hogerop te komen en dat hogerop komen voor jou belangrijker is dan loyaal zijn aan anderen.

In de figuur zie door middel van de getekende pijlen welke dimensies samenhangen met manische symptomen, depressie en angststoornis.

Wat meteen opvalt is dat hoogmoed sterk samenhangt met elk van de drie psychische problemen. Als statuscompetitie aanzet tot hoogmoedigheid, wat zo is, dan is dat een weg waarlangs de statuscompetitie in onze maatschappij bijdraagt tot psychopathie.

Daartegenover staat dat een authentiek gevoel van trots, willen presteren en geloof in jezelf hebben, juist de kans op zowel manische symptomen, depressie en angst verminderen.

Ook voor overtuigingskracht (influence) geldt dat het de kans op depressie en angststoornis vermindert. Bedenk daarbij dat een geringe overtuigingskracht staat voor het hebben van een lage status en voor de neiging tot onderwerping en onderdanigheid. En die laatste neiging ('ik heb toch niets in te brengen", "naar mij wordt toch niet geluisterd") blijkt dus de kans op depressie en angststoornis te verhogen.

Tenslotte zie je het verband van de meedogenloze ambitie met de kans op manische symptomen.

Het ontbreken van pijlen bij het wel of niet nastreven van leiderschap en het wel of niet bereid zijn tot samenwerken wijst er op dat hier geen samenhang met psychopathie werd gevonden.

Samengevat zijn het dus vooral de hoogmoed, de meedogenloze ambitie en de onderworpenheid/onderdanigheid die maken dat statuscompetitiegedrag een bijdrage levert aan psychopathie. De andere drie dimensies zijn wat dit aangaat onschuldiger.

Er zijn wel wat beperkingen aan dit onderzoek. Zo ontbreken andere vormen van psychopathie, zoals narcisme en de anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. En er is natuurlijk het bezwaar van de specifieke onderzoeksgroep: studenten. Je zou je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat een geringe bereidheid tot samenwerking je nog niet opbreekt zolang je als student door het leven gaat. Maar dat dat anders wordt als je later in een arbeidssituatie terecht komt.

zondag 8 november 2015

Zondagochtendmuziek - Sherry Dyanne - What Difference a Day Makes (Live in Van Holland)

Sherry Dyanne was me toch wat ontgaan. Maar vrijdagavond trad ze op in Cloud9 in Tivoli Vredenburg. Met Michiel Borstlap aan de piano.

Geheel gewijd aan Billy Holiday. Die hier begeleid wordt door haar muzikale vriend Lester Young en andere grootheden uit de geschiedenis van de jazz.

Maar Sherry Dyanne, wat een ontdekking!

vrijdag 6 november 2015

Hysterese: de schade van het bezuinigingsbeleid is niet alleen nog groter dan eerst gedacht, maar ook blijvend

In vervolg op mijn bericht van gisteren (Over het naderende einde van de eurozone), is vandaag de column van Paul Krugman (Austerity's Grim Legacy) een goede aanleiding om verder stil te staan bij de grote schade die door het bezuinigingsbeleid is aangericht. Wereldwijd, maar vooral ook in de eurozone en in Nederland.

Krugman wijst er op dat de economische schade van het bezuinigingsbeleid nu nog groter blijkt te zijn dan hij en andere critici hadden verwacht. Maar bovendien stapelen de aanwijzingen zich op dat die schade nog wel eens lang zou kunnen voortduren. Dat de economie in een toestand van hysterese, van stabiele lagere groei, terecht kan komen, was al eerder bekend. Maar op dit moment, ik citeer Krugman,
the evidence practically screams hysteresis. Even countries that seem to have largely recovered from the crisis, like the United States, are far poorer than precrisis projections suggested they would be at this point. And a new paper by Mr. Summers and Antonio Fatás, in addition to supporting other economists’ conclusion that the crisis seems to have done enormous long-run damage, shows that the downgrading of nations’ long-run prospects is strongly correlated with the amount of austerity they imposed.
What this suggests is that the turn to austerity had truly catastrophic effects, going far beyond the jobs and income lost in the first few years. In fact, the long-run damage suggested by the Fatás-Summers estimates is easily big enough to make austerity a self-defeating policy even in purely fiscal terms: Governments that slashed spending in the face of depression hurt their economies, and hence their future tax receipts, so much that even their debt will end up higher than it would have been without the cuts.
Zie speciaal voor Nederland ook mijn eerdere bericht Waar het over zou behoren te gaan: de economische schade van het bezuinigingsbeleid, waarin ik Bas Jacobs aanhaalde:
We zijn door de Grote Recessie meer dan 10 procent van het inkomen kwijtgeraakt, structureel. Vele bedrijven zijn failliet gegaan. En de langdurige werkloosheid is sterk opgelopen. Dit grote verlies is mede veroorzaakt door falend macro-economisch beleid. Teveel korte-termijntekortreductie en te weinig herstel van balansen in de private sector. Na vele jaren saneren komt Rutte II in 2016 eindelijk met een lastenverlichting. Het is nog steeds nodig, maar het is zwabberbeleid en het komt 6 jaar te laat.
Diezelfde Bas Jacobs heeft nu ook samen met twee CPB-medewerkers het CPB Achtergronddocument Macro-economie bij balansproblemen en in de liquiditeitsval uitgebracht. Daarin wordt uitvoerig en zorgvuldig uit de doeken gedaan waarom het zo'n slecht idee was van de opeenvolgende regeringen-Rutte om in de recessie te gaan bezuinigen. Hier is een samenvatting van de resultaten van de analyse:
wanneer balansproblemen ernstig zijn of de economie in de liquiditeitsval is beland, zal de economie zich niet uit zichzelf herstellen. De reden is dat de centrale bank niet meer met normaal monetair beleid de neerwaartse druk op de inflatie kan wegnemen. Zolang de nulondergrens op de nominale rente bindend is, stijgen de reële rentes, waardoor de consumptieve bestedingen en de investeringen afnemen. Door dalende inflatie worden ook balansproblemen groter, waardoor consumptieve bestedingen nog verder achterblijven. De output gap wordt bijgevolg groter en de neerwaartse druk op de prijzen wordt sterker. De economie kan dan op een pad van eindeloze stagnatie terecht komen zonder groei, deflatie en schuld-deflatiedynamiek. Monetair en budgettair beleid kunnen dit proces keren, maar alleen als deze voldoende krachtig worden ingezet en de outputgap geheel wordt gesloten zodat de deflatietendenzen worden omgebogen en inflatie ontstaat. Onvoldoende krachtige beleidsimpulsen, die de outputgap niet sluiten, zorgen voor een tijdelijke conjuncturele opleving waarna de economie weer wegglijdt in een stagnatiescenario. Structurele hervormingen en grotere loon- en prijsflexibiliteit hebben niet noodzakelijk gunstige kortetermijneffecten. Ze versterken namelijke de neerwaartse druk op de prijzen en verhogen op korte-termijn reële rentes en schuld-deflatiedynamiek, waardoor de neerwaartse (schuld-) deflatiespiraal aanhoudt.
Is het dan zo dat het bezuinigingsbeleid ook in Nederland self defeating is geweest? In de zin dat de overheidsschuld er door is gestegen in plaats van afgenomen? Ja, dat klopt. De overheidsschuld is sinds 2010, toen de bezuinigingen begonnen, als percentage van het BBP van jaar tot jaar toegenomen, van 59 procent in 2010 tot 68,8 procent in 2014. Zie Rijksjaarverslag 2014 in beeld.

Je kunt wel minder gaan uitgeven als je een tekort hebt, maar als je een overheid bent, dan heeft dat negatieve gevolgen op je economie. Waardoor er vervolgens minder geld binnenkomt. En je schuld toeneemt.

donderdag 5 november 2015

Over het naderende einde van de eurozone - en over de fantasiewereld waarin de euro werd uitgedacht (met 3 grafieken)

Begin van dit jaar, in het bericht Welke aanwijzingen zijn er om in Europa te mogen hopen op een terugkeer van het economisch verstand?, hoopte ik er nog op dat de Europese economische beleidsmakers van hun fouten zouden leren en andere wegen zouden inslaan. Ik noemde een aantal ontwikkelingen die dat optimisme leken te rechtvaardigen. Waar hoopte ik op?

Ik hoopte op het Europese parlement, dat uiterst kritisch was op de door de Trojka aan eurozonelanden opgelegde bezuinigingsbeleid. Maar ondertussen is gebleken dat het Europese parlement niets in te brengen heeft. De Eurogroep, bestaande uit de ministers van financiën van de eurozonelanden, kon gewoon doorgaan met het onderwerpen van Griekenland aan de trojka-dictaten, zonder dat daar enige kritische reactie van het parlement op is gevolgd.

Ik hoopte op de opstand van Frankrijk en Italië. En inderdaad, er zijn wat schermutselingen en beide landen lijken stilletjes, vooral stilletjes, de ruimte te krijgen om de eisen van het begrotingspact minder serieus te nemen. Maar dat is natuurlijk nog lang niet wat ze zouden moeten doen: een eigen, op hun economie toegesneden macro-economisch beleid voeren. (Zolang dat er niet is op het niveau van de eurozone.) Zie vandaag een sceptische Bill Mitchell daarover: Italian government is walking into the trap it set itself.

Ik hoopte op het initiatief van de Europese Commissie om op Europees niveau investeringen aan te wakkeren. Maar eigenlijk was het toen al duidelijk dat dat niet omvangrijk genoeg zou zijn en die indruk is bevestigd. Het blijft bij een mislukte poging om de oorspronkelijke opzet van de eurozone, met de ECB als enige institutie op het niveau van de muntunie, te doorbreken.

Ik hoopte op de gunstige effecten van de omslag in het optreden van de ECB, het min of meer aannemen van de rol van lener in laatste instantie en het agressievere streven naar een hogere inflatie. Maar die effecten hebben er feitelijk alleen uit bestaan dat de euro tot nu toe is gered. Zonder een overheidsinstantie die een macro-economisch beleid voert, is een centrale bank overvraagd. Nu is het ergste voorkomen, maar niets is verbeterd.

En ik hoopte op de opstand van de kiezers. Die was er weliswaar in Griekenland, maar die werd door de eurogroep de kop ingedrukt. Nu hebben de kiezers in Portugal van zich laten horen. Het ziet er naar uit dat ook dat geluid onschadelijk wordt gemaakt. Maar goed, je kunt enige hoop houden dat het idiote bezuinigingsbeleid uiteindelijk electoraal sneuvelt. Denk aan de ontwikkelingen in Engeland, waar Jeremy Corbyn bezig is om de Labourparty op het sociaal-democratische pad terug te krijgen. En denk aan Canada, waar Justin Trudeau met een anti-austerity koers de verkiezingen heeft gewonnen.

Enige hoop dus, maar de kansen lijken groter dat de eurozone al uiteen is gevallen voor de kiezers hebben ingegrepen. Geluiden dat de euro nooit had moeten worden ingevoerd en gedoemd is te mislukken, hoor je steeds vaker.

Wat de euro tot nu toe heeft "opgeleverd", dat kwam goed naar voren uit de presentatie van Peter Praet, lid van de directie van de ECB, op 1 oktober in Frankfurt. Die bestond uit een reeks van ontluisterende grafieken, waaruit je niet anders kunt concluderen dan dat de euro een faliekante mislukking is.

Neem de eerste grafiek, die laat zien hoe de verwachte economische groei door de jaren heen naar beneden werd bijgesteld.

Of neem de tweede grafiek, die laat zien hoe negatief de productiviteitsgroei afsteekt bij die in de Verenigde Staten. Dat was ook al zo voor de invoering van de euro, maar het verschil werd daarna alleen maar groter. Het wijst op een schrikbarend tekort aan investeringen in productiemiddelen, nota bene in een tijd dat geld vrijwel gratis beschikbaar is en de ondernemingen er in zwemmen.



En zie in de derde grafiek de sterke stijging van de werkloosheid en de toename van de ontmoedigden sinds de crisis van 2008. En denk ook even aan de bizar hoge werkloosheidscijfers in de perifere landen, waar de jeugdwerkloosheid tot tegen de 50 procent oploopt.

En het meest ijzingwekkend is wel de laatste grafiek van de presentatie (hier niet te zien), waaruit blijkt dat 61 procent van de inwoners van de eurozonelanden denkt dat de kinderen van nu het later moeilijker zullen hebben dan zijzelf. Daar staat slechts 19 procent tegenover die denkt dat kinderen van nu het later beter zullen hebben. Beter is een fiasco niet in een cijfer uit te drukken. Hoop op een betere toekomst? Vergeet het maar.

Dit slagveld overziende, vraag je je af op grond waarvan ooit aan de euro is begonnen. Hadden degenen die er aan de wieg van hebben gestaan dit niet kunnen zien aankomen?

Ja, dat hadden ze. Want er is voor gewaarschuwd. Het ging al een poos rond op internet, maar ik stuitte er pas op toen ik The Euro is a failure van Edward Harrison las. Harrison verwijst daar naar het uit 1992 daterende (!) artikel Maastricht and all that van de in 2010 overleden Britse econoom Wynne Godley. Godley kritiseert daarin het Verdrag van Maastricht, waarin tot de euro werd besloten en dat eerder dat jaar werd gesloten.

Wat was toen zijn kritiek? Laat ik de twee centrale alinea's citeren:
The central idea of the Maastricht Treaty is that the EC countries should move towards an economic and monetary union, with a single currency managed by an independent central bank. But how is the rest of economic policy to be run? As the treaty proposes no new institutions other than a European bank, its sponsors must suppose that nothing more is needed. But this could only be correct if modern economies were self-adjusting systems that didn’t need any management at all.
I am driven to the conclusion that such a view – that economies are self-righting organisms which never under any circumstances need management at all – did indeed determine the way in which the Maastricht Treaty was framed. It is a crude and extreme version of the view which for some time now has constituted Europe’s conventional wisdom (though not that of the US or Japan) that governments are unable, and therefore should not try, to achieve any of the traditional goals of economic policy, such as growth and full employment. All that can legitimately be done, according to this view, is to control the money supply and balance the budget. It took a group largely composed of bankers (the Delors Committee) to reach the conclusion that an independent central bank was the only supra-national institution necessary to run an integrated, supra-national Europe.
Het was de neoliberale fantasiewereld waaruit de euro is ontsproten. En die heeft ons een sekte van gelovigen opgeleverd, die nu in Europa nog steeds de lakens uitdeelt. Het vermogen van nationale overheden om een macro-economisch beleid te voeren en het hebben van een eigen centrale bank konden gerust worden afgestaan. Want als er maar een centrale bank is die de prijsstabiliteit in de gaten houdt, dan hoeven de overheden er alleen nog maar voor te zorgen dat hun tekort nooit hoger is dan 3 procent en hun schuld niet uitgaat boven de 60 procent van het BBP.

Dan zou de markt er verder wel voor zorgen dat alles goed komt. Inclusief de concurrentie tussen landen, die er automatisch voor zorgt dat er flink "structureel wordt hervormd". Lagere lonen, deregulering, versobering van de verzorgingsstaat en al die andere heilzame ontwikkelingen zouden als vanzelf optreden.

Dat er een overheid moet zijn die naast dat werk van een centrale bank ook nog eens een omvangrijke taak heeft om de economie op het goede pad te houden, nee, dat is in die fantasiewereld ondenkbaar.

Godley nog eens:
Let me express a different view. I think that the central government of any sovereign state ought to be striving all the time to determine the optimum overall level of public provision, the correct overall burden of taxation, the correct allocation of total expenditures between competing requirements and the just distribution of the tax burden. It must also determine the extent to which any gap between expenditure and taxation is financed by making a draft on the central bank and how much it is financed by borrowing and on what terms. The way in which governments decide all these (and some other) issues, and the quality of leadership which they can deploy, will, in interaction with the decisions of individuals, corporations and foreigners, determine such things as interest rates, the exchange rate, the inflation rate, the growth rate and the unemployment rate. It will also profoundly influence the distribution of income and wealth not only between individuals but between whole regions, assisting, one hopes, those adversely affected by structural change.
En lees dat stuk nog even verder om te zien hoe secuur hij beschrijft wat er in tijden van depressie in de eurozone zou gebeuren.

Zelden heeft iemand zo gelijk gekregen.

Wat er nu met de eurozone gaat gebeuren?

Oftewel hij stort in elkaar, in een klap of land voor land. Zie Bill Mitchell daarover: The Eurozone – being ‘trapped in a dysfunctional monetary system’.

Oftewel we gaan naar een democratische(!) Europese overheid, met een eigen belastingheffing en een eigen budgettair en macro-economisch beleid. Een muntunie dus die aan alle eisen voldoet die daarvoor staan. Zie A fully-fledged Economic and Monetary Union: the only way forward van de Europese Beweging.

Het tweede zou beter zijn. Maar ik denk dat die sekte die nu aan de macht is niet anders kan dan het eerste te laten gebeuren.

maandag 2 november 2015

Pro-sociaal gedrag en vertrouwen in anderen gaan samen op - en over waarom dat geen verrassing zou moeten zijn

Onderzoek geeft opnieuw een aanwijzing dat pro-sociaal gedrag en vertrouwen in anderen samen op gaan.

Jouw neiging tot pro-sociaal gedrag, dus tot het helpen en ondersteunen van anderen, wordt sterk beïnvloed door hoeveel van datzelfde gedrag je in jouw sociale omgeving meemaakt. Denk aan de Dual Mode-theorie. En hoe meer jij omgeven wordt door anderen die zich pro-sociaal gedragen, hoe meer jij geneigd zult zijn om andere mensen te vertrouwen. Het is eigenlijk zo eenvoudig als het maar zijn kan. Lees ook nog eens het verreweg meest gelezen bericht van dit blog Wat is eigenlijk pro-sociaal gedrag?

Het nieuwe onderzoek Two-Component Model of General Trust: Predicting Behavioral Trust from Attitudinal Trust (betaalpoort) van Toshio Yamagishi e.a. laat nu overtuigend zien dat de neiging tot het hebben van vertrouwen in andere mensen, interpersoneel vertrouwen, op verschillende manieren gemeten, sterk samenhangt met de neiging tot pro-sociaal gedrag. Bovendien hangt pro-sociaal gedrag sterk samen met het honoreren van het in jou gestelde vertrouwen door anderen.

Het zou geen verrassing moeten zijn. Dat het dat voor veel onderzoekers wel schijnt te zijn, komt waarschijnlijk doordat onderzoek er vaak uit bestaat dat steekproeven van personen worden ondervraagd.

Daardoor ben je automatisch gericht op het theoretiseren over en zoeken naar verbanden tussen kenmerken van personen. En krijg je er minder gemakkelijk zicht op dat personen die zich pro-socialer gedragen, de neiging hebben om elkaar "op te zoeken", om te clusteren. Waardoor ze vervolgens weer door hun omgeving meer beïnvloed worden om zich pro-sociaal te gedragen.

En waardoor ze natuurlijk ook gemakkelijker leren dat anderen zijn te vertrouwen.

Dat hele selectie- en beïnvloedingsproces, daar krijgen onderzoekers die alleen met vragenlijsten werken niet zo gemakkelijk zicht op.

Zie in dit verband ook (nog eens) de berichten Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever en Door lidmaatschappen en vrijwilligerswerk niet meer sociaal vertrouwen - wel door persoonlijke contacten.