dinsdag 12 juli 2016

Door eenzaamheid meer paranoïde gedachten

We wisten al dat het dagelijks ervaren van veel gedoe (daily hassles) de kans vergroot op waandenkbeelden. Dat gedoe bestaat uit zaken als een hekel hebben aan je werk, teleurstellingen in vriendschappen, geldzorgen, niet gewaardeerd worden en je eenzaam voelen.

En bij die waandenkbeelden gaat het om positieve antwoorden op vragen als "Denk je wel eens dat mensen jouw gedachten kunnen lezen?", "Denk je wel eens dat andere mensen niet zijn wat ze voorwenden te zijn?", "Denk je wel eens dat je gevolgd wordt?", "Denk je wel eens dat je bent voorbestemd om een heel belangrijk iemand te worden?", "Denk je wel eens dat jij speciaal dicht bij God bent?" en "Denk je wel eens dat mensen vreemd naar je kijken om hoe je er uit ziet?'

Nu is er nieuw onderzoek dat doet vermoeden dat het vooral die eenzaamheid is waar het om draait. Uit de studie The impact of loneliness on paranoia: An experimental approach blijkt namelijk dat het bij mensen opwekken van eenzaamheidsgevoelens er toe leidt dat ze meer paranoïde gedachten hebben.

Dat opwekken van het gevoel eenzaam te zijn gebeurde door mensen de vraag te laten beantwoorden of ze zich soms eenzaam, eenzaam of vaak eenzaam voelen. En ze vervolgens de feedback te geven dat ze veel meer of juist veel minder eenzaam zijn dan gemiddeld. (Uiteraard kregen ze na het onderzoek te horen dat die feedback gefingeerd was. Een en ander met goedkeuring door een ethische commissie.)

Het blijkt dan dat degenen die te horen hebben gekregen dat ze eenzamer zijn dan gemiddeld, daarna meer paranoïde gedachten hebben dan degenen die te horen hebben gekregen dat ze minder eenzaam zijn dan gemiddeld. Zie hier voor een Paranoia Checklist.

Het is een klein onderzoek met maar 60 proefpersonen. Maar het geeft een aanwijzing voor een oorzakelijk verband: eenzaamheid maakt paranoïde. En dat is interessant, want je zou ook kunnen denken dat dat verband andersom ligt: als je paranoïde bent, vinden andere mensen je raar en daardoor wordt je eenzaam.

Verrassend lijkt het niet. Iedereen heeft wel eens vreemde gedachten. Zo makkelijk is het niet altijd om je gedachten in goede banen te leiden. Maar het helpt als je omringd bent door anderen die je zo nu en dan corrigeren. Als die er niet zijn, dan is die rem er niet.

Het geeft te denken over de berichten in de media over kennelijk verwarde personen die overlast veroorzaken. En, ernstiger, over verwarde personen die met een wapen om zich heen gaan schieten.

Eenzaamheid lijkt individueel en maatschappelijk een veel groter probleem dan meestal gedacht wordt.

vrijdag 8 juli 2016

Marx' idee van het valse bewustzijn is weer helemaal terug - en over waarom dat terecht is

Chris Dillow (volg hem op Stumbling and Mumbling!) heeft nu een mooie analyse van hoe kiezers zo opvallend ideeën kunnen aanhangen die tegen hun eigen belangen ingaan. Dit naar aanleiding van Brexit en van het door het kiezersvolk gelaten ondergaan van of zelfs instemmen met het rampzalige Europese bezuinigingsbeleid. Zie Why Anger at Elites Was Channelled Towards Voting for Brexit.

Een en ander wijst er op dat we moeten inzien dat Marx gelijk had:
It’s because capitalism generates an ideology which opposes sensible radical reform. The idea of false consciousness should be taken a lot more seriously.
We zijn met zijn allen in een maatschappij terecht gekomen waarin we met het er in opgroeien niet zomaar de vermogens ontwikkelen om er onze weg in te vinden.

Dat geldt voor de individuele weg, de uitdaging waar ieder van ons voor komt te staan om uit te vinden hoe je een zinvol leven leidt dat voldoening geeft. Vandaar al die zelfhulpboeken en die hele bedrijfstak van life coaches, therapeuten en psychiaters. Denk ook even aan Aafke Hendriks.

Maar omdat we ook allemaal burgers en kiezers zijn, geldt dat ook voor de collectieve weg, de uitdaging om de maatschappij zo te doorgronden dat je tot gefundeerde oordelen kunt komen over het te voeren overheidsbeleid. En wat dat betreft had Marx (1818-1883) al door dat zulk een gefundeerde oordeelsvorming geenszins gegarandeerd is. Dat was zijn idee van het valse bewustzijn, de gedachte dus dat het kapitalisme een arbeidersklasse genereert die zijn eigen belangen en de weg om die te behartigen maar beperkt kent.

Chris Dillow geeft nu een korte opsomming van gedragseconomisch en sociaalpsychologisch onderzoek dat die gedachte ondersteunt. Dat gaat over cognitive biases, het anchoring effect, sociale vergelijking, wishful thinking, de just world illusion, de status quo bias en adaptive preferences. Als je al die inzichten in een mandje bij elkaar gooit, dan komt daar een theorie uit, de systeemrechtvaardigingstheorie, die verklaart hoe het komt dat ongelijkheid en onrechtvaardigheid blijven voortbestaan.

Specifiek voor Brexit stelt Dillow dat de overwinning van de Leavers verklaard kan worden door de mechanismen van wishful thinking, van de Prospect theory (op verlies reageren door meer risico te nemen) en van de "good begets good"-heuristiek (meer controle is goed, dus zijn ook alle effecten van meer controle goed).

Dillows conclusie:
I contend, therefore, that Marxian theories of ideology are supported by recent research. People aren’t just misinformed about political issues – there’s lots of surveys telling us that. They are irrational too. They have false consciousness.
De grote uitdaging is natuurlijk om uit te vinden hoe je ondanks dit alles in een democratie toch nog tot een beleid komt dat in het teken staat van het algemene belang. Dillow laat dat verder aan de lezers over, maar laat nog wel weten dat wat hem betreft het zou helpen als je een beleid voert dat burgers meer het gevoel van controle teruggeeft.

Hoe dan? Door invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen en door meer democratische besluitvorming in bedrijven, zoals in de vorm van coöperaties.

Wat dat laatste betreft, de eerste tegenwerping is natuurlijk dat zulks sterk ten koste zou gaan van de efficiëntie van de bedrijfsvoering en de productiviteit. Maar dat staat nog te bezien. Er is onderzoek dat wijst op het tegendeel.

dinsdag 5 juli 2016

Loopt het kapitalisme op zijn laatste benen? Economische, maar ook sociaalwetenschappelijke inzichten

Loopt het kapitalisme op zijn laatste benen? Bas van Bavel geeft het antwoord in zijn pas verschenen boek The Invisible Hand? How Market Economies Have Emerged and Declined Since AD 500. Dus op naar de boekhandel.

Peter de Waard interviewt de auteur vandaag in De Volkskrant. Volgens Van Bavel zijn er in de mensheidsgeschiedenis drie eerdere markteconomieën geweest:
De drie markteconomieën die het
dichtst bij de huidige komen zijn Irak in de vroege Middeleeuwen (8ste-12de eeuw), Italië in de hoge Middeleeuwen (11de-15de eeuw) en de Nederlanden in de late Middeleeuwen en vroegmoderne periode (14de-18de eeuw).'
En die hebben alle een cyclus doorgemaakt van ruwweg een eeuw voor de opkomst, een eeuw voor de bloei en een eeuw voor de neergang. En in alle gevallen is de neergang er mee begonnen dat markt en gelijkheid niet bleken te kunnen samengaan. Met als gevolg:
toenemende vermogensongelijkheid, waarbij de rijken niet meer investeren in productie, maar het geld investeren in de financiële markt of het aanwenden voor politieke invloed.'
En jawel, dat zien we nu natuurlijk ook gebeuren. De neergang is ingezet:
'Omdat de bezitsongelijkheid nu nieuwe hoogten bereikt en financiële markten en speculatie een steeds groter gewicht krijgen. Maar vooral omdat de marktelite begint haar geld te gebruiken om politieke invloed uit te oefenen. In Amerika zie je dit bijvoorbeeld in de financiering van verkiezingscampagnes en in de invloed van mediatycoons op de publieke opinie.'
Bas van Bavel is economisch historicus en omschrijft de "fundamentele mechanismen" die aan dit historische patroon ten grondslag liggen dus als economisch van aard.

Maar ligt daaronder niet nog een sociaalwetenschappelijke laag van sociale mechanismen die meer rechtstreeks uit de menselijke sociale natuur voortkomen? Ik denk even aan al die sociaalwetenschappelijke inzichten die op dit blog voorbijkwamen en die sterk doen vermoeden dat een eenmaal ingezet proces van toenemende ongelijkheid onomkeerbaar wordt. Hier zijn ze. Lees ze en trek je eigen conclusies:
  • Opgroeien in armoede in een welvarende maatschappij werkt negatief uit op de hersenontwikkeling die nodig is voor planning en impuls- en aandachtsbeheersing. Die vermogens helpen bij het succesvol volgen van een opleiding. Arm opgroeien verkleint dus de kans op maatschappelijk succes, waardoor armoede wordt doorgegeven aan kinderen.
  • Armoede gaat gepaard met de stress van zorgen over de toekomst en heeft daardoor negatieve effecten op het cognitieve functioneren. Omdat onze maatschappij een groot beroep doet op ons cognitieve functioneren, verkleint armoede dus de kans op maatschappelijk succes.
  • De stress van armoede en lage sociaaleconomische status heeft negatieve gezondheidseffecten en een slechte gezondheid verkleint de kans op maatschappelijk succes.
  • Een hogere sociaaleconomische status maakt mensen egoïstischer. Waardoor ze meer geneigd zijn tot inspanningen om de bestaande ongelijkheid, die in hun voordeel werkt, in stand te houden.
  • Mensen die qua persoonlijkheid aardiger zijn, en dus meer met anderen rekening houden, verdienen minder. Ze zijn minder maatschappelijk succesvol. Omgekeerd: onaardige mensen, die dus egoïstischer zijn, verdienen meer en zijn maatschappelijk succesvoller. En zullen dus meer geneigd zijn om te pogen de bestaande ongelijkheid in stand te houden.
  • Rijken hebben de neiging om bij elkaar in de buurt te gaan wonen (inkomenssegregatie) en vooral met elkaar om te gaan. Dat maakt het makkelijker om opinies te cultiveren die rijkdom moreel rechtvaardigen en die armoede toeschrijven aan individuele en moreel verwijtbare kenmerken ("ze zijn lui"). Waardoor rijken vooral geneigd zullen zijn om de bestaande ongelijkheid in stand te houden.
  • Mensen zijn geneigd om de bestaande ongelijkheid te onderschatten, waarschijnlijk doordat ze er niet goed over zijn geïnformeerd. Daardoor zullen dus degenen die minder ongelijkheid zouden willen, zich minder inspannen om die terug te dringen dan wanneer ze wel goed geïnformeerd waren.
  • Mensen die hun inkomen zien groeien doordat ze geld hebben gewonnen in een loterij, stemmen politiek gezien rechtser. Een inkomenstoename maakt rijker en doet mensen dus bijdragen aan politieke partijen die de bestaande ongelijkheid in stand willen houden.
  •  De rijken zijn machtiger dan de armen. En gevoelens van macht maken mensen minder empathisch. Dus leven rijken zich minder goed in in het lot van de armen. En zullen ze zich dus minder inspannen om dat lot te verlichten.
  • De rijkaards zijn succesvol geweest in de maatschappelijke statuscompetitie. En winnaars in een statuscompetitie hebben de neiging om neer te kijken op de verliezers en hen zelfs te vernederen. En dus om de bestaande ongelijkheid te rechtvaardigen. En verliezers hebben de neiging om zich daarbij neer te leggen in plaats van in opstand te komen.
    Bij al die aanwijzingen is er nu de studie Noblesse Oblige? Social Status and Economic Inequality Maintenance among Politicians bijgekomen. De onderzoekers laten zien dat (Amerikaanse) politici met een groter financieel vermogen meer tegen gelijkheidsbevorderende wetsvoorstellen stemden dan hun minder rijkere collega's. Je moet in het Amerikaanse politieke stelsel al flink rijk zijn, of de belangen van rijke vriendjes behartigen, om een verkiezingscampagne te kunnen bekostigen. Maar ook dan nog zijn het de rijksten onder hen die het meest tegen meer gelijkheid stemmen. Dit verband gold overigens alleen voor de Democraten. De Republikeins politici zijn sowieso tegen meer gelijkheid.

    Kan het zijn dat de instituties van de democratie te zwak zijn om een redelijke mate van gelijkheid in stand te houden? En is de toename van ongelijkheid een zichzelf versterkend proces? Zodat alleen revoluties, als die er al komen, daar verandering in kunnen brengen. Tot daarna het hele proces zich herhaalt. Een sombere gedachte.

    maandag 4 juli 2016

    Een wetenschappelijk waagstuk: de herintroductie van evenwichtige mensen die niet alleen aan zichzelf denken

    Ik moest er hard om lachen. Over dat geniaal bedachte, op het eerste gezicht serieus ogende bericht dat wetenschappers zijn begonnen met het waagstuk om evenwichtige mensen die niet alleen aan zichzelf denken voorzichtig, langzaam en gecontroleerd te herintroduceren in de maatschappij.

    Deze mensensoort lijkt immers steeds
    meer uit de populatie te verdwijnen. Daarom hebben onderzoekers van de Cornell Universiteit die gespecialiseerd zijn in het behoud van soorten de afgelopen 18 jaar exemplaren van deze soort in een toevluchtsoord verzorgd en beschermd tegen de buitenwereld.

    Nu proberen ze om deze evenwichtige, zachtaardige soort, die er toe neigt om eerst na te denken alvorens iets te zeggen of te doen en die niet alleen aan zichzelf denkt, in de maatschappij te herintroduceren. Naar schatting waren er op een gegeven moment nog maar 150 exemplaren in de populatie aanwezig.

    De herintroductie moet uiteraard heel voorzichtig gebeuren, met de vinger aan de pols. Een van de onderzoekers:
    “Obviously, we have taken great precautions before releasing these individuals into an environment where demonstrations of good sense, open-mindedness, and basic human empathy are perceived as signs of weakness and quickly preyed upon,” said Adelson, who noted that to ease the transition during their first month acclimating to society, the endangered population would be kept away from television, the internet, advertisements, and all other forms of media. “For example, we’ve trained them for the inevitable encounters they will face with large groups of people incapable of separating emotions from arguments.”

    “It hasn’t been easy,” Adelson continued. “Last month, members of our trial group were confronted by several aggressive and predatory individuals, and another was nearly torn apart by angry hordes on social media within just 48 hours of being reintroduced into a metropolitan area, forcing us to bring them back to our refuge immediately.”
    Het is een goede grap, maar wel een met een wrange bijsmaak. Want er is een kern van waarheid. In de onophoudelijke strijd tussen de neiging tot statuscompetitie en die tot gemeenschapsgedrag, lijkt nu al tientallen jaren de statuscompetitie en het narcisme aan de winnende hand.

    En omdat mensen zich bij de keuze tussen het ene dan wel het andere gedrag sterk laten leiden door het gedrag van anderen, kun je in een evenwichtstoestand van alleen maar statuscompetitie terecht komen. Waar je maar heel moeilijk weer uitkomt. En waarin dat gemeenschapsgedrag dus alleen nog zeer marginaal aanwezig is. Denk even aan De neiging tot gemeenschapsgedrag is goed voor je (maar dat zou er van af kunnen hangen met wie je omgaat) en denk ook weer even aan de Dual-Mode theorie.

    zondag 3 juli 2016

    Zondagochtendmuziek - Brahms: 'Sechs Lieder, op. 85' and 'Vier Lieder, op. 96' - Ian Bostridge...

    Ian Bostridge was voor het eerst gast op Janine Jansens Internationaal Kamermuziekfestival in Utrecht. Hier zingt hij liederen van Brahms tijdens het openingsconcert.

    Daar was ik niet bij. Wel bij de twee concerten op donderdag, waar hij liederen van Louis Spohr en Ralph Vaughan-Williams zong.

    Waar ik ook niet bij was: zijn uitvoering van Schuberts Winterreise. Maar dat was zelfgekozen, omdat ik na het lezen van dat prachtige boek Schuberts Winterreise. Een meesterwerk ontleed, waarin Bostridge lied voor lied ingaat op betekenis, interpretatie en uitvoering, wel eens wat anders wilde. Maar wat een prachtig boek! Op Youtube kun je trouwens deze uitvoering van Winterreise bekijken. En indrukwekkend, maar vooral schrijnend, mooi is deze door David Alden verfilmde uitvoering.

    Maar hier dus Brahms:

    vrijdag 1 juli 2016

    Hèt probleem van nu is niet Brexit, maar de Duitse dovemansoren - Over Eucken en Schacht

    Het zijn bizarre tijden. Tijden waarin de traditionele media nauwelijks meer een toegang verschaffen tot wat er zich echt in de wereld afspeelt.

    Neem nu de overvloed aan aandacht voor Brexit. Dat wekt de indruk dat er in Europa niets belangrijkers dan dat aan de hand is. Hoewel de negatieve gevolgen daarvan op de lange termijn zeker zullen optreden, is er op de korte termijn weinig reden voor al die ophef. Zie Paul Krugman daarover.

    Vele malen belangrijker zijn de Duitse dovemansoren. Het van misplaatste moraliteit doordrenkte Duitse economische denken domineert het Europese economische beleid. Zie eerder
    Hoe de Duitse dovemansoren te verklaren? Over economie en moraliteit. Dat zulks heeft kunnen gebeuren, is zowel een gevolg van het zelfgekozen intellectuele isolement van de Duitse economen en politici als van het falen van de overige Europese leiders in het bieden van tegenwicht.

    De gevolgen zijn rampzalig. Lees nog even, mocht je daarover twijfelen, Over het naderende einde van de eurozone - en over de fantasiewereld waarin de euro werd uitgedacht.
    Update. Zie vandaag ook: European Central Bank Says Austerity Is Three Times as Bad as Brexit. Update. En zie een dag later dit interview met Piketty: "Deutschland trägt die Hauptschuld am Brexit".
    Biagio Bossone en Stefano Sylos Labini gaan vandaag op Vox in op de wortels van dat Duitse intellectuele isolement (Macroeconomics in Germany: The forgotten lesson of Hjalmar Schacht). Ze sluiten aan bij dit prachtige artikel van Peter Bofinger, lid van de Duitse Sachverständigenrat fúr Wirtschaft en daarin een hoognodige dwarsligger: German macroeconomics: The long shadow of Walter Eucken.

    Bofinger legt daarin uit dat het Duitse economische denken sterk is beïnvloed door het werk van Walter Eucken (1891-1950). Hij gaat daar gedetailleerd op in, maar ultrakort samengevat komen Euckens ideeën er op neer dat je als overheid altijd naar begrotingsevenwicht en prijsstabiliteit moet streven en er voor de rest voor moet zorgen dat de markt zijn evenwichtstoestand kan bereiken. 

    En dat laatste doe je door, jawel, "structurele hervormingen". Dereguleer de arbeidsmarkt en dring de invloed van de vakbonden terug. Als de werkloosheid toeneemt, dan moeten de lonen omlaag. Niets aan doen dus. In geen geval als overheid een beleid voeren ten behoeve van volledige werkgelegenheid.

    Hoe bekend klinkt dat nu, in 2016, in de oren. Bofinger wijst er op dat Eucken nergens inging op het werk van Keynes en dat dat intellectuele isolement dus een vast bestanddeel lijkt te zijn van het Duitse economische denken. En daar hoort bij dat alle empirische aanwijzingen voor het succes van een beleid gericht op volledige werkgelegenheid halsstarrig worden genegeerd. Duitse dovemansoren.

    Het zou heel anders kunnen en daar wijzen Bossone en Labini op. Want er is in de Duitse geschiedenis ook de les van de economische politiek van Hjalmar Schacht in de jaren 30. 

    Die was, we weten het, door Hitler aangesteld toen die aan de macht kwam. En Schacht doorbrak het deflationaire beleid van de regering-Brüning, dat zoveel overeenkomsten vertoont met de huidige bezuinigingspolitiek. Hij gaf, tegen nieuw geproduceerde goederen, zogenaamde MEFO-wissels uit, die door de Reichsbank gegarandeerd werden en verhandeld konden worden. Met dat nieuwe "geld" werd de economie zo aangejaagd, helaas vooral ten behoeve van de voorbereiding op de oorlog, dat binnen een paar jaar de massawerkloosheid was teruggedrongen.
    Terzijde: toevallig las ik, al weer een half jaar of zo geleden, The Wages of Destruction. The making and breaking of the Nazi economy van Adam Tooze. Dat was een hele klus: 800 pagina's lang, met veel details en uitstekend gedocumenteerd. Maar zeer de moeite waard. Ik sloeg p. 43 op, waar Tooze uitlegt hoe een economie met onbenutte productiecapaciteit door het creëren van geld kan worden aangejaagd.
    Toen Schacht in 1938 dit beleid wilde stoppen, omdat volledige werkgelegenheid was bereikt en inflatie dreigde, werd hij door Hitler aan de kant gezet. Het was Hitler om andere dingen te doen dan om een goed lopende economie en het welzijn van de Duitse bevolking.

    Los van de context van het Hitler-bewind, is wat Schacht voor elkaar kreeg een geval van een deflationaire economie met massawerkloosheid weer aan de praat krijgen. Bossone en Labini over de les die daaruit valt te trekken:
    Such was the economic policy that allowed Germany to regain monetary sovereignty and finance its reconstruction in the interwar period – an ante litteram case of unconventional money-financed fiscal expansion. It enabled a national economy to exit a long and deep depression, and to attain non-inflationary full employment in a short span and with no use of price controls or rationing (Stucken 1953).7 In only five years, Schacht’s programme transformed a bankrupt state into Europe’s strongest economy (Emry 1982).

    It is quite unfortunate that Schacht’s lesson was lost while Eucken’s paradigm carried the day. Schacht’s programme resembles a variation of the ‘helicopter money’ policy and its free-lunch effects (Bossone 2016), which several economists today consider an effective demand management tool for fiscally constrained economies trapped in deep depression.
    Hoe dan te verklaren dat de Duitsers zo vasthouden aan hun Walter Eucken? Daar is een eenvoudige verklaring voor. Ze hebben niet door, of weigeren door te hebben, dat de voorschriften van Eucken sloegen op een kleine, open economie die er op kan vertrouwen dat de rest van de wereld voorziet in voldoende vraag naar zijn producten. Dan hoef je inderdaad geen vraagbeleid te voeren om je economie aan de praat te houden. Eucken kon dus doen alsof vraagproblemen altijd onbelangrijk zijn.

    Maar de Duitse economie is al lang niet meer klein, zeker niet als onderdeel van de eurozone. Dat maakt dat het Duitse Walter Eucken-beleid precies datgene creëert wat zich in de eurozone nu al jaren afspeelt: groeiende divergentie tussen perifere en kernlanden, deflatie, massawerkloosheid en economische stagnatie.

    Waar uiteindelijk ook de Duitse economie aan te gronde gaat. Want de economie is een kringloop en ergens moet de vraag vandaan komen.