maandag 11 december 2017

De actualiteit van de jaren 30 bevestigd: meer succes voor de nazi's in kiesdistricten met meer bezuinigingen en lastenverzwaringen

Na de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 (de kredietcrisis) raakten de regeringen geobsedeerd door de wens de begrotingstekorten zo snel mogelijk terug te dringen. Dat zou de economie wel gauw weer aanjagen. Dus moest er bezuinigd worden, op de overheidsinvesteringen en de sociale zekerheid, en moesten de lasten verzwaard worden. Na de sociale zeepbellen die de crisis hadden veroorzaakt, heerste er in de kringen van de politici de sociale zeepbel van het bezuinigen. De meeste economen kwamen ertegen  in het geweer, maar de politici meenden beter te weten.

De door die economen voorspelde negatieve gevolgen bleven niet uit: de werkloosheid en de armoede groeiden en de snelle opleving van de economische groei bleef uit. De overheidstekorten namen juist toe of namen veel minder af dan was voorspeld. Zelden is het herstel na een crisis zo langzaam verlopen.

En er werd gewezen op een ander akelig gevolg: net zo als het bezuinigingsbeleid van de regering-Brüning in de jaren 30 van de vorige eeuw in Duitsland had bijgedragen aan de opkomst en het succes van Hitler en zijn nazipartij, nam ook na de Grote Financiële Crisis nu in tal van landen waar werd bezuinigd de aanhang van rechts-extremistische partijen toe.
Denk aan dit bericht uit 2013: Verontrustend actueel: een kijkje in de jaren 30 dat doet denken aan nu (aan de hand van Golo Mann). En volg de link naar de powerpoint in het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?
Maar hoe sterk zijn eigenlijk de aanwijzingen dat dat economisch onverstandige en onnodige bezuinigingsbeleid in de jaren 30 bijdroeg aan de opkomst van Hitler?

Een stuk sterker dan ze al waren, door de vandaag verschenen studie AUSTERITY AND THE RISE OF THE NAZI PARTY van Gregori Galofré-Vilà, Christopher M. Meissner, Martin McKee en David Stuckler. 
Ja, dat is dezelfde Martin McKee van Martin McKee over het vergeten belang van verzorgingsstaat en bestaanszekerheid - WRR Lecture 2016: Living on the edge en Martin McKee: toenemende kwetsbaarheid en onzekerheid zijn gevolg van politieke keuzes.
De onderzoekers analyseerden de gegevens over het stemgedrag en over de bezuinigingen, belastingen en de werkloosheid voor de kiesdistricten in Duitsland in de jaren 30. Het blijkt dan dat het succes bij de elkaar opvolgende verkiezingen (1930, 1932 en 1933) van Hitler groter was in die districten waar door lokale en regionale overheden meer werd bezuinigd en waar de belastingen, zoals de regionaal geheven inkomensbelasting, meer werd verhoogd. Dat succes kwam vooral tot stand door dat kiezers van de centrumpartij naar de nazi's overliepen.

Zou het wat hebben uitgemaakt als de regering-Brüning een ander, niet-deflationair, beleid had gevoerd? Jazeker, daar lijkt het wel op. Want in dat geval hadden de nazi's waarschijnlijk niet voldoende zetels gehaald om, in 1933, met behulp van een andere rechtse partij, aan de regeringsmacht te komen.

Opvallend: er was geen verband met de werkloosheidscijfers. Wel haalde de communisten meer stemmen in districten met hogere werkloosheid.

Een en ander wijst erop dat het vooral de middenklasse was die als gevolg van de toegenomen bestaansonzekerheid zijn toevlucht zocht bij de nazi's. Daartoe werden ze ook expliciet door Hitler verleid, omdat die hen beloofde dat hij de uitgaven zou verhogen, in het bijzonder voor de infrastructuur (de Autobahnen), de sociale zekerheid en de ouderenzorg.
Lees The Wages of Destruction. The Making and Breaking of the Nazi Economy van Adam Tooze voor hoe Hitler met die beloftes omging nadat hij aan de macht was gekomen.
Natuurlijk denk je daarbij even aan de parallel met de verkiezingsbeloftes van figuren als Wilders en Trump.

zondag 10 december 2017

Zondagochtendmuziek - Quatuor Ebène : Ludwig van Beethoven String quartet Nr. 15 a-minor Op. 132

Het Quator Danel is donderdag in TivoliVredenburg begonnen met het spelen van alle strijkkwartetten van Beethoven. Vandaag sluiten ze. Vrijdag was ik erbij toen ze de twee laatste Lobkovitz-kwartetten opus 18 speelden. Mozart klinkt er nog in door.

Vanochtend zijn ze aangekomen bij opus 130, 132 en 133. Daar ben ik niet bij. Maar vanmiddag ben ik er weer, als opus 131 en 135 aan de beurt zijn.

Hier speelt het Quator Ebène dat opus 132. Lees eens deze mooie toelichting op de website van het Brentano Quartet.




donderdag 7 december 2017

Trump is dat waar de invloed van het Grote Geld op is uitgelopen

Update. Zie voor de laatste ontwikkelingen van de invloed van het Grote Geld, in dit geval van de Koch Brothers: Tax Bill: Koch Brothers’ Senator Pushes Tax Break For ‘Dark Money’ Groups.
John Kenneth Galbraith (1908 - 2006), vader van James Galbraith, werd in de periode na de Tweede Wereldoorlog allerwegen beschouwd als de grootste econoom van zijn tijd. In 1952 verscheen zijn American Capitalism. The Concept of Countervailing Power. Hij waarschuwde daarin voor de anti-overheidsideologie en voor het geloof in de weldadige werking van het ongebreidelde marktmechanisme. Zeg maar dat hij waarschuwde voor wat we tegenwoordig neoliberalisme noemen.

We hebben zijn waarschuwingen in de wind geslagen. En daar plukken we nu de wrange vruchten van. Galbraith heeft veel van die ontwikkeling sinds de tijd van Ronald Reagan en van Margaret Thatcher meegemaakt, want hij overleed pas in 2006. Twee jaar voor zijn dood schreef hij nog The Economics of Innocent Fraud: Truth For Our Time, waarin hij het bedrog blootlegde dat zich had geworteld in het vak economie en het door overheden gevoerde economische beleid.

Ik stond eerder stil bij John Kenneth Galbraith in het bericht De anti-overheidsideologie door de geschiedenis heen: aan de hand van John Kenneth Galbraith.

Dat ik er nu op terugkom, heeft te maken met het eerder dit jaar verschenen boek The One Percent Solution. How Corporations Are Remaking America One State at a Time van Gordon Lafer, dat door Diane Ravitch werd besproken in de New York Review of Books. (Zie ook De opkomst van het Grote Geld en de extreemrechtse ideologie van de kleine overheid - Hoe kon het gebeuren?)

Want wat is het geval? Als je de bespreking van dat boek leest, komt onweerstaanbaar de gedachte bij je op dat waar Galbraith tegen waarschuwde in zijn volle omvang bewaarheid is geworden. Allereerst natuurlijk in de Verenigde Staten, maar is het in Europa zoveel beter?

Lafer beschrijft de agenda, in de samenvatting door Diane Ravitch, van de grote ondernemingen, het Grote Geld, de One Percent, handzaam als volgt:
The many goals of this agenda can be summed up in a few words: lower taxes, privatization of public services, and deregulation of business. The lobbies Lafer studies oppose public employee unions, which keep public sector wages high and provide a source of funding for the Democratic Party. The tobacco industry opposes anti-smoking legislation. The fossil fuel industry wants to eliminate state laws that restrict fracking, coal mining, and carbon dioxide emissions. The soft-drink industry opposes taxes on sugary beverages. The private prison industry advocates policies that increase the population of for-profit prisons, such as the detention of undocumented immigrants and the restriction of parole eligibility. Industry lobbyists oppose paid sick leave, workplace safety regulations, and minimum wage laws. They support “right to work” laws that undermine unions. They oppose teachers’ unions and support the privatization of education through charter schools and vouchers.
En hoe wordt die agenda ten uitvoer gebracht? Dat gebeurt gecoördineerd in de in 1973 opgerichte,
in het beslotene opererende, American Legislative Exchange Council (ALEC), waarin de lobbyisten van alle grote ondernemingen zich hebben verenigd. Die club produceert beleidsrapporten en kant-en-klare wetsontwerpen die op grote schaal in wetten worden omgezet.

En natuurlijk door de rechtstreekse megadonaties aan de politiek, mogelijk gemaakt door het Citizens United besluit van het Hooggerechtshof in 2010, dat inhield dat miljardairs niet het recht ontzegd mag worden om met hun geld de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Het is huiveringwekkend. En we zien van dag tot dag waarin dit resulteert. Trump is dat waar de invloed van het Grote Geld op is uitgelopen.

Gelukkig is Amerika nog een land waarin zulke boeken kunnen verschijnen. En waarin de tegenstand tegen dat ALEC op de website ALEC Exposed een platform vindt.

Maar of dat genoeg zal blijken te zijn?

woensdag 6 december 2017

Over het sociale leven van anderen zijn we eenzijdig geïnformeerd. Daarom denken we dat anderen een rijker sociaal leven hebben

Mensen zijn geneigd te denken dat zij een minder rijk sociaal leven hebben dan anderen. De onderzoekers van de studie Home alone: Why people believe others’ social lives are richer than their own geven daarvoor een reeks van aanwijzingen. Zie ook het bericht van gisteren op dit blog.

In verschillende groepen respondenten en bij verschillende manieren van vragen duikt hetzelfde resultaat op: mensen denken dat anderen (let wel: anderen die zij kennen) een rijker sociaal leven hebben dan zijzelf. Anderen hebben meer vrienden, hebben een groter sociaal netwerk, gaan vaker uit, enzovoort.

Stel dat het inderdaad zo is dat we allemaal denken dat anderen een rijker sociaal leven hebben dan wijzelf, waar zou dat aan kunnen liggen? In ieder geval een deel van de verklaring lijkt te zijn dat, als we aan "anderen" denken, degenen die sociaal bijzonder actief zijn ook degenen zijn die het eerst bij ons boven komen.

Het onderzoek geeft daar inderdaad aanwijzingen voor. Als we bij ons eigen sociale leven stilstaan, vergelijken we ons vooral met anderen met een bijzonder rijk sociaal leven. Waarbij wijzelf negatief afsteken.

Maakt het wat uit? Ja, want het beïnvloedt onze tevredenheid met het leven. Hoe meer we vinden dat we negatief afsteken bij anderen, hoe ontevredener we zijn over ons eigen leven.

En dat komt er mee overeen dat degenen die zichzelf meer negatief vinden afsteken bij anderen, ook degenen zijn die graag een rijker sociaal leven zouden willen hebben. Er is dus ook een echt gemis dat kan verklaren waarom je ontevredener bent.

Dat we ons vooral vergelijken met anderen die, althans naar onze waarneming, een rijk en actief sociaal leven hebben, is eigenlijk niet verrassend. Want we zijn natuurlijk niet volledig geïnformeerd over het sociale leven dat anderen leiden. En de informatie die we hebben, ontlenen we aan directe ontmoetingen en aan de sociale media. De berichten die mensen op Facebook zetten, gaan vaak over bezoekjes, uitstapjes en feestjes. Als anderen in hun eentje thuis zitten, dan krijgen wij dat dus meestal niet te weten.

Terwijl we heel goed van onszelf weten wanneer we thuis alleen op de bank zitten.

Dat lijkt een kenmerk te zijn van onze huidige manier van leven. Doordat onze sociale netwerken gefragmenteerd zijn, zijn we altijd eenzijdig geïnformeerd over het sociale leven van anderen. Eenzijdig, in de zin dat vooral de sociale kant daarvan tot ons komt.

En alleen van onszelf kennen we, vaak maar al te goed, ook de eenzame kant.

dinsdag 5 december 2017

De meeste mensen denken dat hun eigen sociale leven minder rijk is dan dat van anderen

Stel dat je de vraag gesteld krijgt hoe rijk jij denkt dat jouw sociale leven is in vergelijking met anderen die jij kent. En stel dat je die die vraag op 6 manieren krijgt voorgelegd:

  • Wie gaat naar meer feestjes, jij of anderen?
  • Wie heeft meer vrienden, jij of anderen?
  • Wie ziet zijn familie vaker, jij of anderen?
  • Wie heeft meer sociale kringen, jij of anderen?
  • Wie heeft een groter sociaal netwerk, jij of anderen?
  • Wie gaat vaker met anderen uit eten, jij of anderen?
Hoe zou je antwoorden als je dat op een zogenaamde vijfpuntsschaal van - 2 naar + 2 zou mogen doen? Als je 0 aankruist, betekent dat dat jij denkt dat er geen verschil is tussen jouw sociale leven en dat van anderen. - 2 en - 1 betekenen dat jouw sociale leven (veel) minder rijk is en + 1 en + 2 dat jouw sociale leven juist (veel) rijker is. Zouden jouw antwoorden meer naar links neigen of juist meer naar rechts? Is jouw sociale leven rijker, gelijk aan of juist minder rijk dan dat van anderen?

Onderzoekers legden die zes vragen voor aan ruim driehonderd bezoekers van Amazon Mechanical Turk. Je ziet hieronder de antwoordverdelingen als staafdiagrammetjes afgebeeld.


Je ziet een duidelijk patroon: de antwoorden neigen sterk naar links. Dat betekent dat de meeste mensen denken dat hun eigen sociale leven minder rijk is dan dat van anderen.

Hoe zou dat komen? Vanwaar die negatieve bias?

In het onderzoek Home alone: Why people believe others’ social lives are richer than their own, waar deze resultaten uit afkomstig zijn, vind je meer aanwijzingen voor die negatieve bias.

En de onderzoekers proberen een antwoord te geven op de vraag hoe het komt dat wij denken dat anderen het sociaal gezien beter voor elkaar hebben dan wijzelf. Daarover een volgende keer.

zondag 3 december 2017

Het voelt goed om je buren te leren kennen

Er wordt vaak over geklaagd dat we onze buren niet meer kennen. Is dat terecht?

Ja, dat is terecht in de zin dat er een onvervulde behoefte bestaat aan sociale contacten en dat die contacten bijdragen aan ons welzijn en onze gezondheid. Zie Hebben mensen gelijk als ze meer sociale contacten willen? Over het verband tussen contacten en geluk.

En het bij elkaar in de buurt wonen kan een aanleiding zijn tot het maken van contact. Tot het uitbreiden van je vrienden- en kennissenkring.

Het CBS verzamelt gegevens over onze contacten met buren (en met familie en vrienden). Het blijkt dat in 2016 14,8 procent dagelijks contact met buren had (in 2012 nog 19,4) en 46,1 procent minstens 1 maal per week. Dat valt dus nog wel mee, zou je denken. Hoewel dat dagelijkse contact dus wel flink afneemt. (19,7 procent had minstens 1 maal per maand contact, 7.5 procent minder dan 1 maal per maand en 12 procent zelden of nooit.)

Maar die cijfers vertellen niet met hoeveel buren je contact hebt. Het zou ook kunnen gaan om niet meer dan de naaste buren. En dat kan betekenen dat alle andere buren vreemden voor je zijn, mensen die je niet kent.

Die klachten dat we onze buren niet meer kennen, die moet je dus misschien wel serieus nemen. Zeker als je bedenkt dat althans volgens deze sociaalwetenschappelijke inschatting in 2016 43 procent van de volwassen bevolking als eenzaam kan worden beschouwd (33 procent matig eenzaam en 10 procent ernstig of zeer ernstig eenzaam).

Maar hoe leer je je buren kennen? Tip: googel eens "buren leren kennen". Ik deed dat eerder vandaag en had 729.000 resultaten.

Dit alles bedacht ik me toen ik in The Guardian het artikel ‘It feels good to know who lives behind those doors’: Lionel Shriver, Jon McGregor and others meet the neighbours las. De redactie vroeg aan vijf romanschrijvers om bij hen in de straat bij vreemden aan te bellen en kennis te maken. En daarover kort een verslagje te schrijven. Het resultaat is intrigerend om te lezen.

Natuurlijk moest ik ook terug denken aan dat ontroerende boek van Peter Lovenheim: In the Neighborhood. The Search For Community on an American Street, One Sleepover At A Time. Lees nog eens Is een sociaal buurtleven maakbaar?

Zondagochtendmuziek - Renaissance Lute - John Dowland (Album)

Geen bewegend beeld, deze zondag. Kijk desnoods de grijze dag in. Of sluit eens je ogen. En luister naar deze prachtige luitmuziek van John Dowland (ca. 1563 - 1626). En probeer het welhaast onmogelijke: tot rust komen in deze onbestemde tijden.

Wie het uitvoert, heb ik niet kunnen achterhalen. Ook het schilderij blijft onbekend.

Op Spotify heeft Wouter van Geene een speellijst gemaakt met alle luitmuziek van John Dowland.



zaterdag 2 december 2017

Spannende tijden voor de democratie

Spannende tijden voor de democratie. Spannender dan je zou wensen. Simon-Wren Lewis wijdt er vandaag een dringende beschouwing aan over de ontwikkelingen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Waar het Grote Geld rechtstreeks en via de opgekochte media de politiek naar zijjn hand zet: If we treat plutocracy as democracy, democracy dies. Lezen alsjeblieft.

De grote vraag is of de democratie tegen deze plutocratische en rechts-extremistische aanvallen bestand is. Of in Groot-Brittannië de Labour-partij de tegenstand weet te mobiliseren. En of in de V.S. de scheiding der machten sterk genoeg zal blijken te zijn om de speciale aanklager Robert Mueller zijn werk te laten afmaken. En of de Democraten voldoende in staat zijn om zichzelf van het Grote Geld te bevrijden en de tegenstand te mobiliseren.

Maar ook in Europa is het spannend. Ja, wat valt daarover nog meer te zeggen dan ik al in al mijn berichten over de eurocrisis heb gedaan? Het laatste bericht was van eind september met als veelzeggende titel: Sekte-achtig beleid in de eurozone door een democratische tekort.

woensdag 29 november 2017

Adolescenten zijn sociaal kwetsbaar door gevoeligheid voor sociale afwijzing en weinig zelfbescherming

Het onderzoekje Development of self-protective biases in response to social evaluative feedback geeft een aardig inzicht in hoe adolescenten, en dus scholieren, omgaan met het probleem van hun eigenaardige sociale omgeving.

Die omgeving bestaat namelijk vooral uit leeftijdsgenoten en we weten dat die kunstmatige omgeving gemakkelijk statuscompetitie en pesten uitlokt. Zie Vriendschap? Of status? Waar het sociale leven van de adolescent om draait en Leeftijdsgemengde schoolklassen verminderen het pesten - Nieuwe aanwijzingen.

Dat zal eraan liggen dat je er in zulke leeftijdshomogene peer groups niet als vanzelfsprekend bijhoort. Je wordt beoordeeld en krijgt dus te weten of je wel "stoer" of "cool" of leuk of "gewoon" genoeg bent om te kunnen worden geaccepteerd. Omdat er buiten die groep ook weinig anders is, ben je wel erg gemotiveerd om te worden geaccepteerd en erbij te horen.

Maar er is altijd een behoorlijke kans om te worden afgewezen. Hoe ga je daarmee om?

In dat onderzoekje deden (slechts!) 107 proefpersonen van tussen de 10 en 23 jaar een beoordelingstest. Ze beoordeelden elkaar, op de basis van een ingestuurde foto, en moesten voorspellen hoe aardig anderen hen zouden vinden. Het ging er om hoe ze zouden reageren op een negatieve beoordeling door anderen, dus op sociale afwijzing. En het ging erom of daar bij de overgang naar volwassenheid iets in zou veranderen.

Wat daaruit naar voren kwam, kan met het plaatje hieronder worden duidelijk gemaakt.


Je ziet dat die adolescentiefase zich kenmerkt door een ronduit vervelende combinatie van een lage mate van zelfbescherming en een hoge mate van gevoeligheid voor sociale afwijzing. Precies die combinatie duidt op een hoge mate van sociale kwetsbaarheid. Je bent nog weinig in staat om je schouders erbij op te halen als je wordt afgewezen. En je wilt er tegelijk o zo graag bij horen.

Wat verandert er dan in die overgang naar de jongvolwassenheid dat die kwetsbaarheid afneemt? Het kan zijn dat je gaandeweg leert hoe je je beter kunt beschermen.

Maar het kan ook zijn dat je minder door alleen maar leeftijdsgenoten omringd wordt. Misschien doe je ervaringen op in een werkomgeving met collega's van verschillende leeftijden. Je kunt die kunstmatige peer group steeds beter achter je laten. Het erbij willen horen wordt minder een acuut probleem. En zo raak je minder onder de indruk van een afwijzing en ben je beter in staat tot zelfbescherming.

Merkwaardig hoe wij onze kinderen en adolescenten maar blijven bloot stellen aan die riskante groep van leeftijdsgenoten.

maandag 27 november 2017

De opkomst van het Grote Geld en de extreemrechtse ideologie van de kleine overheid - Hoe kon het gebeuren?

In een wat mildere vorm (maar wie zal zeggen wat er nog komt) maken we in Europa mee wat in de Verenigde Staten, met het Trump-bewind, nu misschien op zijn hoogtepunt is: de dominantie van de neoliberale, maar vooral ook extreemrechtse, ideologie van het Grote Geld en de kleine overheid.

Trump heeft kiezers weten te trekken met beloftes aan de gewone man, maar zijn "beleid", als je wat hij doet als hij niet twittert en niet golft zo mag noemen, komt er op neer dat het Grote Geld regeert.

Er ligt een belastingplan klaar ten gunste van de allerrijksten en ten nadele van de middenklassen en de armen en zieken. De opzet ervan is ook dat het begrotingstekort zal oplopen, daarmee argumenten leverend om te snijden in de sociale zekerheid en de gezondheidszorg (Obamacare). De banken en het bedrijfsleven worden en zullen worden gedereguleerd. Milieuwetgeving? Weg ermee. Consumentenbescherming? Linkse hobby. Al met al: de overheid moet een kopje kleiner gemaakt.

Hoe heeft het zover kunnen komen? De twee boeken die Diane Ravitch bespreekt in de New York Review of Books bespreekt (Big Money Rules), geven een deel van het antwoord. Het Grote geld regeert.

In Democracy in Chains: The Deep History of the Radical Right’s Stealth Plan for America doet Nancy MacLean verslag van haar onderzoek naar de rol die econoom en Nobelprijswinnaar James M. Buchanan in de ontwikkelingen heeft gespeeld. Buchanan had een als realisme verpakte cynische kijk op de politiek in een democratie.

Politici zijn, net als iedereen, alleen maar geïnteresseerd in hun eigen belang. In een democratie met een meerderheidsstelsel betekent dat noodzakelijkerwijs dat ze hun oren laten hangen naar de profiteurs, en zij die dat willen worden, van overheidsprogramma's en -voorzieningen. Ze zullen dus steeds meer van die programma's (sociale zekerheid, gezondheidszorg, volkshuisvesting, gratis onderwijs) aanbieden, waardoor de overheidsuitgaven groeien en de belastingen omhoog gaan.

Allemaal ten koste van de rijken, die immers getalsmatige in de minderheid zijn. Hoe te voorkomen dat de democratie een  Leviathan wordt, met een steeds maar uitdijende overheid, waarin de rijke niet meer rechtmatig van zijn rijkdom kan genieten?

MacLean laat in haar boek zien hoe de Republikeinse miljardair Charles Koch in contact kwam met Buchanan en hem en zijn universiteit sponsorde. Later volgden andere rijke donors.

Ik geloof niet dat Buchanan zich in dienst stelde van de Grote Geld. Maar zijn idee dat de democratie een gevaar oplevert voor de (in zijn ogen gerechtvaardigde) wens van de rijken om hun rijkdom in stand te houden, spoorde natuurlijk precies met wat die miljardairs voor ogen hadden.

Lang geleden verdiepte ik mij in het werk van Buchanan en was ik, ik geef het toe, een bewonderaar van zijn The Limits of Liberty. Between Anarchy and Leviathan (uit 1975). Bij zijn overlijden in 2013 schreef ik dit blogbericht: Dreigt de overheid te groot te worden? Aanleiding voor deze vraag: het overlijden van James M. Buchanan.

In een volgend bericht over dat andere boek dat Diane Ravitch bespreekt: The One Percent Solution: How Corporations Are Remaking America One State at a Time.

zondag 26 november 2017

Zondagochtendmuziek - Bach, BWV 972 transcription of the Vivaldi Violin Concerto RV 230

Zo nu en dan luister ik naar de CD J.S. Bach. Transcriptions of Concertos after Vivaldi and Others van Ivo Janssen. Als ik denk, Kom, wat zal ik opzetten, dan blijk ik vaak bij deze muziek uit te komen. Een prettige achtergrond, maar ook intrigerend als je intensiever luistert.

Ik zocht op YouTube en stuitte toen op deze aardige uitvoering van een van die transcripties door uitsluitend blazers. Waar? In de Thomaskirche in Leipzig.

zaterdag 25 november 2017

Vooroordelen kun je bestrijden. Neem nu het afnemende draagvlak voor Zwarte Piet

Het discrimineren van bevolkingsgroepen komt voort uit vooroordelen. En onderzoek suggereert dat uitingen van vooroordelen vallen te bestrijden door er wat van te zeggen. In veel gevallen is het niet meer dan een slechte gewoonte, die je kunt afleren als anderen je ermee confronteren. Zie het bericht van gisteren: Vooroordelen zijn te bestrijden door mensen ermee te confronteren.

Een mooi voorbeeld daarvan is de afname van het draagvlak voor Zwarte Piet. Volgens de peiling van EenVandaag van een paar dagen geleden is het percentage dat het uiterlijk van Zwarte Piet wil behouden, gedaald van 89 procent in 2013 tot 68 procent nu.

Zwarte Piet dateert uit een tijd dat Nederland een etnisch homogeen land was en dat in landen als de Verenigde Staten en Zuid-Afrika nog rassenscheiding bestond. En dat we ons in onze overzeese gebiedsdelen als overheersers gedroegen. Dat we met de traditie van Zwarte Piet een groep mensen op een negatieve manier stereotypeerden, viel nog niet zo op.

Maar toen ons land verscheidener begon te worden, begonnen we ons achter de oren te krabben. Oproepen om ermee te stoppen confronteerden ons met wat we eigenlijk aan het doen waren: uiting geven aan een vooroordeel. Een slechte gewoonte.

En die confrontaties blijken te werken.

Waarschijnlijk was die werking nog groter geweest als niet een groepje rechtsextremisten, met een hoge Sociale Dominantie Oriëntatie, die slechte gewoonte tot een essentieel onderdeel van onze "volkseigen" tradities had verheven. En daarmee enig succes boekte.

vrijdag 24 november 2017

Vooroordelen zijn te bestrijden door mensen ermee te confronteren

We weten dat contact helpt tegen vooroordelen. Zie Meer contact helpt tegen vooroordelen en tegen (gewelddadige) conflicten. En over hoe dat komt.

Maar (meer) contact is niet altijd mogelijk. Zou je vooroordelen ook kunnen bestrijden door mensen ermee te confronteren? De nieuwe studie The Endurance of Interpersonal Confrontations as a Prejudice Reduction Strategy wijst op de effectiviteit van zulke confrontaties.

Proefpersonen werd gevraagd de toepasselijkheid van verschillend beschrijvingen van afgebeelde personen van verschillende huidskleur te beoordelen. Het ging om een soort test (de stereotype application task), waarmee je kunt vaststellen in hoeverre iemand geneigd is tot stereotypering. Dus tot vooroordelen.

Een deel van degenen die blijk hadden gegeven van vooroordelen werd daarmee geconfronteerd. Letterlijk werd hen gezegd:
“I thought some of your answers seemed a little offensive. The Black guy wandering the streets could be a lost tourist. People shouldn’t use stereotypes, you know?”
Een week later keerden ze terug in het laboratorium, waar nog een keer een test op vooroordelen werd afgenomen. Het bleek toen dat degenen die met hun vooroordeel waren geconfronteerd, minder blijk gaven van het hebben van vooroordelen dan degenen die er niet mee waren geconfronteerd.

En met behulp van de afgenomen vragenlijst kon worden vastgesteld dat die gedragsverandering deels werd verklaard doordat ze na die confrontatie een slecht gevoel over zichzelf hadden gehad en daarover hadden gepiekerd. Zoals afgebeeld in het plaatje (causale diagram) hieronder:


Anders gezegd, zoals je zou willen dat een confrontatie uitwerkt, werkte hij ook uit. Mensen gingen erover nadenken en veranderden hun gedrag.

Het uiten van vooroordelen is waarschijnlijk vaak niet veel meer dan een soort slechte gewoonte. Die is af te leren als iemand er wat van zegt.

donderdag 23 november 2017

De neoliberale fantasiewereld van "bezuinigen", "hervormen" en "de kleine overheid" kost mensenlevens

Update. Zie nu ook Simon Wren-Lewis over dit onderzoek: Austerity and mortality. Ook over de curieuze beslissing van de BBC om er geen aandacht aan te besteden. Wat doet denken aan Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen.
In Groot-Brittannië is beroering gaande over een wetenschappelijke studie die inschat dat het sinds 2010 gevoerde bezuinigingsbeleid (austerity) verantwoordelijk kan worden gehouden voor 120.000 sterfgevallen.

Zie hier het bericht Is austerity linked to 120,000 unnecessary deaths? op de site van THE UK’S INDEPENDENT FACTCHECKING CHARITY. En zie hier de studie zelf: Effects of health and social care spending constraints on mortality in England: a time trend analysis, verschenen in de British Medical Journal.

Die beroering is meer dan terecht. Maar de dodelijke effecten van het alom gevoerde bezuinigingsbeleid, als antwoord op de Grote Financiële Cris van 2008-2010, waren natuurlijk al bekend. In 2013 verscheen al het indrukwekkende boek The Body Economic. Why Austerity Kills van David Stuckler en Sanjay Basu, Zie het bericht op dit blog dat ik daar toen over schreef: Als bezuinigen in een depressie als een geneesmiddel getest was, dan zou er al lang mee gestopt zijn vanwege de dodelijke bij-effecten.

De neoliberale ideologie van bezuinigen, hervormen en de kleine overheid zal in een wolk van goede bedoelingen en vermeende wijsheid naar boven zijn gekomen. Maar door het gebrek aan empirische onderbouwing, ja, het ingaan tegen wat bekend was, kreeg hij het karakter van een sociale zeepbel. Niemand was goed geïnformeerd en allen keken naar elkaar om te bepalen wat ze moesten vinden en moesten zeggen. Een toestand waarin een ondoordachte en foute opvatting die wel enig "gezag" lijkt te hebben, zomaar voor iedereen als de vanzelfsprekende waarheid kan doorgaan.

Daarbij heeft ongetwijfeld geholpen dat politici het wel stoer vonden overkomen om bezuinigingen en een kleinere overheid te bepleiten. En om de werkloosheid te laten oplopen, omdat dat nu eenmaal onvermijdelijk zou zijn, want noodzakelijk voor de aanpassing van de economie. Het spoorde goed met het adagium "No pain, no gain". En die stoerdoenerij bleek het goed te doen bij de al even slecht geïnformeerde kiezers.

Maat het was en is een onverantwoordelijke, want dodelijke stoerdoenerij. (Zie over de negatieve effecten van werkloosheid ook nog eens Het kwaad van werkloosheid. Over prioriteiten van politieke leiders.)

Het is hoog tijd om afscheid te nemen van de neoliberale fantasiewereld. Hij kost mensenlevens.

woensdag 22 november 2017

Verhoogt opgroeien in collectivistische cultuur het vermogen om gedachten te lezen?

Hoe goed ben je in het herkennen van iemands gedachten? In het aan de gelaatsuitdrukking aflezen waar iemand aan denkt en hoe iemand zich voelt?

Uit de studie How accurately can other people infer your thoughts—And does culture matter? valt op te maken dat het ervan afhangt in wat voor cultuur je bent opgegroeid, een individualistische of een collectivistische.

Het onderzoek werd uitgevoerd in Engeland. Achtentwintig studenten (de targets), waarvan 14 uit Engeland en 14 afkomstig uit het Middellandse Zeegebied (Griekenland en Cyprus) en studerend in Engeland, kregen steeds een van de vier woorden te zien in het plaatje hiernaast.

Daarbij werd hen gevraagd om terug te denken aan een ervaring waarin ze de met het woord aangeduide emotie hadden gevoeld. Zonder dat te weten, werden ze gefilmd.

32 andere studenten, 16 uit Engeland en 16 uit het Middellandse Zeegebied (10 Grieks-Cyprioten, 3 Grieken, 1 Turk, 1 Spanjaard en 1 Italiaan)  werd gevraagd om de filmpjes te bekijken en in te schatten naar welk woord werd gekeken.

Uit allerlei onderzoek is bekend dat Engeland behoort tot de meer individualistische culturen en de landen rond de Middellandse Zee tot de meer collectivistische culturen. Zie de berichten op dit blog over cross-culturele verschillen.

Wat bleek? De studenten die waren opgegroeid in de landen rond de Middellandse Zee waren beter in het aflezen van gedachten en emoties dan de Engelse studenten. Dat wil zeggen, ze waren beter in het herkennen van het verschil tussen de negatieve emoties (shame, guilt) en de positieve (pride, excitement). (Slechts weinigen konden schaamte en schuld van elkaar onderscheiden en trots en opwinding.)

Zou het kunnen zijn dat je door het opgroeien in een collectivistische cultuur beter wordt in het herkennen van positieve dan wel negatieve emoties? Beter in het "mentaliseren"?

Dat zou goed kunnen. Want de onderzoekers hadden de deelnemers ook een bekende vragenlijst voorgelegd om individualisme - collectivisme te meten. Om een idee te krijgen van wat die vragenlijst inhoudt, hier vind je een kort testje waarmee je je eigen score kunt vaststellen.

Voorbeelden van uitspraken die staan voor individualisme zijn "I often do "my own thing""en "When I succeed, it is usually because of my abilities". En voorbeelden van collectivisme zijn "It is important to maintain harmony within my group" en "I feel good when I cooperate with others".

En toen bleek uit de analyses dat de studenten uit de landen rondom de Middellandse Zee niet alleen hoger scoorden op collectivisme, maar dat bovendien die verschillen de beste verklaring waren voor de verschillen in het "mentaliseren".

En daarmee werd een andere verklaring minder waarschijnlijk, namelijk de verklaring dat studenten die in het buitenland gaan studeren of dat al doen, een specifieke selectie uitmaken die op een of andere manier te maken heeft met dat vermogen om andermans gedachten te lezen.

Rest nog te bedenken wat ervoor zorgt dat collectivisme meer samen gaat met dat vermogen. Waarschijnlijk leer je door het opgroeien in een collectivistische cultuur meer dat het belangrijk is om aandacht voor anderen te hebben en je meer in anderen te verdiepen. En waarschijnlijk heb je in de loop van dat opgroeien ook meer gelegenheid om je in de vaardigheid van dat lezen van gedachten van anderen te oefenen.

maandag 20 november 2017

Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling

Waardoor is het succes van populistisch rechts-extremistische partijen in de laatste decennia zo toegenomen? We hebben gezien dat de toegenomen bestaansonzekerheid, onder meer als gevolg van gemaakte politieke keuzes, een belangrijke rol moet hebben gespeeld. Zie Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? voor een overzicht van onderzoek.

Er lijkt nu een stroom van onderzoek op gang te komen die met deze verklaring overeenkomt. Zo is er nu het onderzoek The politics of social status: economic and cultural roots of the populist right dat erop wijst dat de toename van mensen die zichzelf een lage sociale status toekennen (de zogenaamde subjectieve sociale status) een bijdrage heeft geleverd aan de toegenomen aanhang van populistisch rechtse partijen.

Allereerst: dat die aanhang is toegenomen, blijkt uit het plaatje hieronder.


Je ziet vanaf 1980 het gemiddelde percentage kiezers die een populistisch rechtse partij stemden in Europese democratische landen. En je ziet dus de toename van minder dan 2 procent in 1980 naar 12 procent in 2016.

Wat is hier gebeurd? De onderzoekers vermoedden dat een deel van de verklaring erin gelegen is dat mensen met meer "statusangst" meer geneigd zijn op populistisch rechts te stemmen en in lijn daarmee vijandiger staan tegenover immigranten en tegenover de heersende politici die in hun ogen beter voor zichzelf zorgen dan voor de gewone man. Die statusangst meten ze af aan die subjectieve sociale status, waarbij ze verwachten dat de angst voor sociale daling het grootst is bij de groep die zich net even boven de bodem bevindt.

Om dat te onderzoeken analyseerden ze de gegevens van het International Social Survey Program (ISSP). Die gegevens zijn beschikbaar over de jaren 1987, 1992, 1999, 2004, 2009 en 2014 voor het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Verenigde Staten, Australië, Polen, Zweden, Noorwegen, Slovenië, Tsjechië en Hongarije. Die subjectieve sociale status werd vastgesteld met de vraag "In onze maatschappij staan sommige groepen bovenaan en andere onderaan. Als u aan uzelf denkt, waar zou u zich plaatsen op een schaal van 1 tot 10?"

In het plaatje hieronder zie je, voor een van die landen (Denemarken), het verband afgebeeld tussen die subjectieve sociale status (horizontale as) en de kans om op een populistisch rechtse partij te stemmen (verticale as). Je ziet een grotere kans bij een lagere sociale status, met inderdaad de (kleine) kromming, die erop wijst dat die kans het grootst is even boven de allerlaagste sociale status. (Gecontroleerd werd voor beroep, opleiding, inkomen en werkend/werkloos.)


Er is dus inderdaad een verband tussen subjectieve sociale status (als proxy voor statusangst) en het sympathiseren met populistisch rechts.

Klopt het dan dat tussen 1987 en 2014 ook inderdaad de toename van mensen met een lage subjectieve sociale status verantwoordelijk kan worden gehouden voor het toegenomen succes van populistisch rechtse partijen?

Ja, daar zijn aanwijzingen voor. Want de onderzoekers laten zien dat in bijna alle twaalf landen de subjectieve sociale status van mannen zonder een hogere opleiding is afgenomen. Onder de lager- en middelbaar opgeleiden is er dus een proces geweest van ervaren sociale daling. Zie het plaatje hieronder.

De zwarte staafjes staan voor 1990 of daaromtrent en de grijze voor 2014. Hongarije (HU) is de uitzondering op het patroon.

zondag 19 november 2017

Zondagochtendmuziek - Classical music (and impromptu ballet) in the subway

Studenten van het Koninklijk Conservatorium Den Haag met violiste Isobel Warmelink speelden vrijdag in het lunchpauzeconcert in TivoliVredenburg het Derde Brandenburgs Concert van Bach, samen met het daarop geïnspireerde Dumbarton Oaks van Stravinsly.

Muziek waar je eigenlijk niet stil bij kunt zetten. Kijk hier naar een uitvoering in de New Yorkse subway. Blijf kijken tot het eind!



vrijdag 17 november 2017

Meer over waarom je met financiële prikkels ("incentives") op moet passen

Kate Raworth gaat in hoofdstuk 3 (Nurture Human Nature. From rational economic man to social adaptable humans) van haar boek Doughnut Economics in op aanwijzingen die we hebben dat het economische mensbeeld van "nutsmaximalisering" grote gebreken vertoont.

Daar gaat het bijvoorbeeld over het beroemd geworden onderzoek van Gneezy en Rustichini over de effecten van het invoeren van een boete op het te laat afhalen door ouders van hun kinderen bij de kinderopvang.

De bedoeling daarvan was dat ouders daardoor minder te laat zouden komen. Maar het omgekeerde gebeurde: door de "prijs" op te laat komen, gingen ze het te laat komen beschouwen als een "dienst" die je kon aanschaffen. In plaats van zoals eerst een morele verplichting te voelen om op tijd te zijn.

Boodschap: pas op met (economische) prikkels. Zie nog eens: Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden.

Maar Raworth noemt ook ander onderzoek dat ik nog niet kende. Zo is er de studie Prosocial behavior and incentives: Evidence from field experiments in rural Mexico and Tanzania. De onderzoekers vroegen bewoners van verschillende dorpen in Tanzania of ze dachten dat hun buurman bereid zou zijn om te helpen bij het onderhoud en verzorgen van de beplanting rondom de dorpsschool (gras maaien, bomen planten). (Ze vroegen naar de buurman om sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen.)

Het bleek toen dat de ingeschatte hulpbereidheid het hoogst was (97%) in het geval van een in het vooruitzicht  gestelde hoge individuele beloning (een evenredig deel van een dagloon). Maar als een beloning helemaal niet werd genoemd, was de ingeschatte hulpbereidheid hoger (82%) dan wanneer een lage beloning (1/5 van dat dagloondeel) in het vooruitzicht werd gesteld (64%).

Het eerste is in overeenstemming met de economische theorie; als je maar genoeg geld biedt, dan willen mensen zich wel ergens voor inspannen. Maar het tweede is dat niet. En dat wijst erop dat de kracht van een, meer of minder normatief aangestuurde, bereidheid tot pro-sociaal gedrag groter kan zijn dan die van een financiële prikkel.

Daarnaast werd mensen ook gevraagd om daadwerkelijk mee te helpen. Ook weer onder verschillende condities, waaronder een hoge of een lage individuele beloning en geen beloning.

Op de dag dat het werk moest gebeuren, kwam iedereen opdagen. De verschillen in beloningen hadden dus geen enkel effect. Een econoom zou dat vreemd vinden, want die zou verwachten dat mensen meer zouden komen opdagen als er geld zou zijn te verdienen.

Maar interessant was vooral ook dat na afloop degenen zonder beloning (of met een collectieve beloning in de vorm van een donatie aan de school) veel tevredener waren met wat ze gedaan hadden dan degenen die een individuele beloning hadden gekregen. Van de laatste groep voelde meer dan de helft zich ongelukkig, tegenover 4% van degenen zonder beloning en 6% van degenen met de donatie voor de school.

Ook waren degenen zonder beloning veel meer bereid om in de toekomst vaker mee te helpen.

Dat komt ermee overeen dat pro-sociaal gedrag bijdraagt tot geluksgevoelens. Zie Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen.

Voor een econoom is dat niet zo goed te snappen.

maandag 13 november 2017

Dani Rodrik: Antwoord op populisme: nieuwe gezichten, niet besmet met het neoliberale marktfundamentalisme

Er is eigenlijk geen twijfel meer over mogelijk: de opkomst van populisme en rechts-extremisme is de uitkomst van de neoliberale politieke keuzes die in de afgelopen decennia zijn gemaakt. Die hebben op grote schaal de bestaansonzekerheid onder het gros van de bevolking aangewakkerd.

En we kennen de negatieve effecten daarvan op de gezondheid, het cognitieve functioneren, de bereidheid tot pro-sociaal gedrag en, last but not least, op politieke opvattingen. Toename van bestaansonzekerheid vergroot het anti-immigrantensentiment en de steun voor rechts-extremistische partijen. Bekijk de powerpoint in het bericht Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Dat de oorzaken van deze rampzalige ontwikkeling in de politiek gelegen zijn, heeft het grote voordeel dat die politieke keuzes ook anders gemaakt kunnen worden. Als je een verkeerde weg bent ingeslagen, is het gelukkig meestal mogelijk om op je schreden terug te keren.

Dat is precies wat Dani Rodrik vandaag bepleit in How to Combat Populist Demagogues. De mainstream (neoliberale) politici hebben hun geloofwaardigheid verloren. Dat betekent dat nieuwe gezichten nodig zijn die niet besmet zijn met het marktfundamentalisme van hun voorgangers. Wat dat inhoudt?
a willingness to attack many of the establishment’s sacred cows – particularly the free rein given to financial institutions, the bias toward austerity policies, the jaundiced view of government’s role in the economy, the unhindered movement of capital around the world, and the fetishization of international trade.
Daar hoef je eigenlijk geen woord aan toe te voegen.

zondag 12 november 2017

Zondagochtendmuziek - Handel: Da tempeste (Julia Lezhneva, Helsinki Baroque Orchestra)

Dat moet een feestje geweest zijn, gisteren in het Amsterdamse Concertgebouw. Concerto Kölln trad op met baroksopraan Julia Lezhneva. Ik luisterde zo nu en dan naar de rechtstreekse uitzending op Radio 4. En ik werd daar heel vrolijk van. Hier kun je de hele uitzending beluisteren.

Julia Lezhneva is wel een fenomeen. Geboren op het eiland Sachalin in het Russisiche verre oosten, waar eind negentiende eeuw Tsjechov rondreisde om zich te informeren over de barre leefomstandigheden in de strafkampen. Waar René Féret die prachtige film over maakte: Anton Tchékhov 1890.

Maar terug naar Julia Lezhneva. Hier zingt ze de prachtige aria Da tempeste uit Giulio Cesare van Händel. Blijf na afloop luisteren en kijken, want er komt nog veel meer.



vrijdag 10 november 2017

Mensen gedragen zich pro-socialer als je hen er even aan herinnert wat moreel juist is

Mensen zijn morele wezens, maar geen morele robots. We zijn in staat om rekening te houden met anderen, dus tot pro-sociaal of gemeenschapsgedrag, maar we kunnen ook egoïstisch zijn of zelfs vijandig (statuscompetitiegedrag).

Vaak is het voor de hand liggend en vanzelfsprekend om rekening te houden met anderen. Je komt dan niet eens op het idee om egoïstisch te zijn. Maar vaak is er ook onduidelijkheid; je kunt het ene, maar ook het andere doen.

Hoe krijg je mensen er in zulke situaties toe om voor het morele gedrag te kiezen? Verschillende mogelijkheden zijn bekend en hun effecten zijn ook sociaalwetenschappelijk onderzocht. Zo kun je een kleine beloning in het vooruitzicht stellen. Of juist een boete voor het egoïstische gedrag. Maar zulke "prikkels" hebben hun bezwaren. Zie Waarom het niet eenvoudig is om mensen met prikkels te beïnvloeden en Over waarom je goede burgers niet kunt vervangen door goede prikkels - Sam Bowles.

Nieuw onderzoek wijst nu uit dat je ook kunt volstaan met mensen er even aan te herinneren wat het juiste morele gedrag is. Dus met het geven van een duwtje in de goede richting (een nudge). Zie  What’s the right thing to do? Increasing pro-sociality with simplemoral nudges.

De onderzoekers lieten mensen keuzes maken tussen pro-sociale en egoïstische opties in het Dictator-spel en in het gevangenendilemma. Het bleek toen dat degenen die van te voren de vraag kregen voorgelegd wat volgens hen (of volgens anderen) de moreel juiste keuze zou zijn, meer voor het pro-sociale gedrag gingen.

Dat effect bleef bestaan in een volgende keuzesituatie, waarin ze er niet nog eens die vraag kregen voorgelegd. En hetzelfde effect werd gevonden in een vervolgonderzoekje waarin mensen konden kiezen hoeveel ze aan een goed doel wilden geven.

We zouden met zijn allen, en als maatschappij, beter af zijn als we ons vaker pro-sociaal gedroegen. Maar misschien beseffen we niet genoeg dat mensen vaak een duwtje in de goede richting nodig hebben. We zijn weliswaar morele wezens, maar geen morele robots.

woensdag 8 november 2017

Pro-sociaal gedrag ten opzichte van vreemden is evolutionair gezien een uitbreiding van ouderlijke zorg

Update. Zie nu ook Why it can make sense to believe in the kindness of strangers.
De meest voor de hand liggende verklaring voor de opvallend grote mate waarin wij mensen tot altruïstisch of pro-sociaal gedrag bereid zijn, ook ten opzichte van vreemden, lijkt te zijn dat dit gedrag een uitbreiding is van de zorg voor nakomelingen (broedzorg) die wij gemeen hebben met andere zoogdieren.

Dat vermogen en de neiging tot broedzorg vereisen dat we getriggered kunnen worden door signalen van hulpbehoeftigheid en kwetsbaarheid van anderen (empathie) en daarop kunnen reageren met het bieden van zorg en steun. Dat zoogdieren bestaan, betekent dat er in het verleden op zulke vermogens en neigingen succesvol is geselecteerd.

Uiteraard is die broedzorg allereerst gericht op nageslacht en dus is verwantschapsherkenning ook onderdeel van het "broedzorgpakket" van emoties en vermogens. Maar verwantschapsherkenning is niet perfect. Of anders gezegd, we zijn niet op perfecte verwantschapsherkenning geselecteerd.

Daardoor zijn "vergissingen" mogelijk: we voelen empathie met een vreemde die in nood verkeert en schieten te hulp. Zulke "vergissingen" zie je bij veel diersoorten en zelfs tussen verschillende soorten. Zie het bericht over huisdieren en vriendschappen tussen soorten. Maar het maken van die "vergissingen" kan ook positief uitwerken op je eigen overleving en dan kan er juist op worden geselecteerd.

Dat is het geval bij soorten die doen aan cooperative breeding (coöperatieve broedzorg). Zie hier mijn eerdere berichten daarover. In zulke gevallen wordt de zorg voor nageslacht gedeeld met anderen. Wij mensen zijn van oorsprong cooperative breeders. In de Paleo Sociale Omgeving schoten andere groepsleden, ook niet-verwanten, te hulp bij het grootbrengen van de kinderen. Zie bijvoorbeeld Een samenleving zonder emotionele verwaarlozing van kinderen. Kan dat? De Hadza.

Als eenmaal die coöperatieve zorg noodzakelijk is voor overleving en voortplanting, dan zal er op de emoties en vermogens daartoe sterker worden geselecteerd. Dus ook op die uitbreiding daarvan tot niet-verwanten en wellicht zelfs tot vreemden die kwetsbaar zijn en hulp nodig hebben.

De gedachte dat het helpen van vreemden ook inderdaad voortbouwt op die zorg voor nageslacht, dus op de ouderlijke zorg, wordt ondersteund door de nieuwe studie Amygdala–midbrain connectivity indicates a role for the mammalian parental care system in human altruism.

We weten dat de amygdala en bepaalde subcorticale hersengebieden actief zijn bij ouderlijke zorg. De onderzoekers vergeleken de activiteit van deze gebieden bij personen die een ondubbelzinnig altruïstische daad hadden verricht (een nier hadden afgestaan aan een vreemde) met een controlegroep. Het bleek toen dat de grotere mate van sympathie die de altruïsten voelden voor een kwetsbaar iemand correspondeerde met een grotere activiteit van de amygdala, die subcorticale hersengebieden en de verbindingen daartussen.

De onderzoekers zien dat als een ondersteuning van de gedachte dat menselijk pro-sociaal gedrag ten opzichte van vreemden een uitbreiding is van ouderlijke zorg.

dinsdag 7 november 2017

Ook met Trump aan de macht zijn Amerikanen overwegend centrum-links

Het domein van de publieke besluitvorming, dat van de democratie en de politiek, is in de mensheidsgeschiedenis zo nieuw dat je niet kunt verwachten dat mensen er gemakkelijk hun weg in vinden en weloverwogen tot oordelen komen.

We zijn weliswaar gewend om die oordelen te rangschikken op het continuüm van links (ruwweg: meer overheid) naar rechts (ruwweg: minder overheid), maar de meeste kiezers zijn helemaal niet zo vertrouwd met die tweedeling.

In zijn opiniestuk in de New York Times van vorige week (America Is Not a ‘Center-Right Nation’) herinnert Eric Levitz aan het onderzoek van de politicoloog Philip E. Converse uit 1964, waaruit bleek dat slechts 17 procent van de Amerikaanse kiezers het verschil tussen links (liberal) en rechts (conservative) goed kon uitleggen. De grote meerderheid bracht niet zijn stem uit op grond van een duidelijke politieke ideologie. Dat klassiek geworden onderzoek werd beschreven in het essay The nature of belief systems in mass publics.

Sindsdien zijn Amerikanen niet ideologischer gaan denken over de politiek, ondanks dat het politieke speelveld sterk is gepolariseerd. Levitz verwijst naar het boek Neither Liberal nor Conservative. Ideological Innocence in the American Public van Donald R. Kinder en Nathan P. Kalmoe.

Voor de meeste mensen geldt dat ze weinig tijd hebben om zich in politieke denkbeelden en discussies te verdiepen en daar ook weinig in geïnteresseerd zijn. Veel kiezers vinden weliswaar van zichzelf dat ze "links" of 'rechts" zijn, maar wat die etiketten precies inhouden, dat hebben ze niet altijd zo duidelijk voor ogen.

Dat betekent dat de politici een grote verantwoordelijkheid hebben in het omlijnen en differentiéren van het politieke speelveld. In de woorden van Levitz:
One crucial implication of this finding is that political elites have enormous power to dictate ideological terms to their rank-and-file supporters. For a healthy chunk of conservative Republicans and liberal Democrats, the “liberal” and “conservative” position on most issues is whatever their party leaders say it is. Donald Trump’s success at redefining conservative voters’ consensus views on free trade, American policy toward Russia and the relevance of personal morality to effective political leadership offers a particularly vivid illustration of this phenomenon.
Ik denk daarbij natuurlijk ook aan de sociaal-democratische omarming van het neo-liberalisme en het daarmee uit het politieke speelveld nagenoeg laten verdwijnen van linkse standpunten.

Maar wat zie als je kiezers naar hun mening vraagt over allerlei politieke strijdpunten? Dan blijkt dat de meerderheid van de Amerikanen een door de overheid georganiseerde en gefinancierde gezondheidszorg wil (Obamacare), hogere belastingen voor de rijkeren, gratis onderwijs en betere sociale voorzieningen.

Als het om de issues gaat in plaats van om de ideologie, dan zijn de meeste Amerikanen links. Dat lijkt in deze tijd algemener op te gaan: de kiezers zijn linkser dan de politici.

donderdag 2 november 2017

Doughnut Economics. Over Kate Raworth, Herman Daly en de economie

Aan het lezen in Doughnut Economics. Seven Ways to Think Like a 21st-Century Economist van Kate Raworth.  Het boek krijgt terecht veel aandacht (zie hier haar optreden in Buitenhof) en de Nederlandse vertaling is in de maak.

Dat die aandacht er is, stemt tot grote tevredenheid. Want zo heel nieuw zijn de ideeën van Kate Raworth nu ook weer niet, terwijl ze wel van groot en actueel belang zijn. Zij is daar zichzelf terdege van bewust, want ze laat niet na om voorlopers naar voren te halen.

Een van die voorlopers is Herman E. Daly, die al in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw pleitte voor een manier van economisch denken waarin wel rekening wordt gehouden met de effecten op milieu en gemeenschap.

Raworth pleit voor een economie die als een donut naar binnen en naar buiten begrensd is.

Naar binnen door de basisbehoeften van mensen, waaronder de sociale behoeften, als uitgangspunt te nemen. Bedenk dat in het gangbare economische denken "behoeften"worden weggezet als "psychologisch". Economen willen over die behoeften niet nadenken en hebben het over (gebleken) voorkeuren.

En naar buiten door zich er rekenschap van te geven dat de aarde en dus de fysieke bronnen eindig zijn.

Ik bedacht me dat ik For the Common Good. Redirecting the Economy Toward Community, the Environment, and a Sustainable Future van Herman Daly en John B. Cobb, Jr. in de kast heb staan. Het verscheen voor het eerst in 1989, maar ik heb de editie van 1994.

Ik sloeg het even op. In hoofdstuk 1 (The Fallacy of Misplaced Concreteness in Economics and Other Disciplines) lees je hun kritiek op het vak economie. Met die fout van de misplaatste concreetheid (zie ook hier) doelen Daly en Cobb op concrete conclusies trekken uit (altijd onvermijdelijke) abstraheringen zonder zich er rekenschap van te geven dat die abstracties de werkelijkheid geweld aan doen.

Mijn oog viel op deze passage (p. 37), die eigenlijk heel precies en bondig verwoordt wat er schort aan het gangbare economische denken en waarvan het boek van Raworth een fraaie uitwerking is. Hier volgt hij (cursiveringen en alinea's van mij):
What is the set of abstractions that political economy has riveted on economic thought and at which it has come to a self-satisfied halt? One of the most important is the abstraction of a circular flow of national product and income regulated by a perfect competitive market. This is conceived as a mechanic analogy, with motive force provided by individualistic maximization of utility and profit, in abstraction from social community and biophysical interdependence.
 What is emphasized is the optimal allocation of resources that can be shown to result from the mechanical interplay of individual self-interests. What is neglected is the effect of one person's welfare on that of others through bonds of sympathy and human community, and the physical effects of of one person's production and consumption activities on others through bonds of biophysical community.
Mooi! En wat mooi dat Raworth er nu, na al die jaren, zo goed in slaagt om deze ideeën onder de aandacht te brengen.

En ik dacht natuurlijk ook even terug aan mijn eigen "lessen uit het verleden" ten behoeve van de toekomst, waarin het ook ging om die "bonds of sympathy and human community".

Zie Geld en ‘de rest’: Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid, dat in 2003 verscheen in de Sociologische Gids.

En zie in dat verband ook het bericht op dit blog Leert het verleden lessen? En over sociale zeepbellen van eerder dit jaar.

woensdag 1 november 2017

Waardoor neemt de criminaliteit af? De rol van buurtorganisaties in de Verenigde Staten - En over het hart van de sociologie

Update. Ook de New York Times besteedt nu aandacht aan dit onderzoek. Zie The Unsung Role That Ordinary Citizens Played in the Great Crime Decline van Emily Badger.
De politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten zijn zacht gezegd zorgwekkend. Maar laten we eens stilstaan bij een trend die opvallend positief is: de sinds het midden van de jaren 90 steeds maar dalende criminaliteitscijfers. De cijfers voor de geweldsmisdrijven halveerden en de vermogensmisdrijven namen af met ruim 40 procent (What Caused The Crime Decline?).

Dat is een indrukwekkende daling. Wat kunnen daarvan de oorzaken zijn geweest? Een reeks van meer of minder goed onderbouwde verklaringen is aangedragen. Zie voor overzichten 10 (Not Entirely Crazy) Theories Explaining the Great Crime Decline, What Caused the Crime Decline? en
What Caused the Great Crime Decline in the U.S.?.
Ook in Nederland maken we een opvallende daling van de criminaliteit mee. Zie Verdere daling geregistreerde misdrijven en verdachten voor de cijfers sinds 2007 (maar de daling was al eerder ingezet). En ook hier zijn allerlei mogelijke verklaringen aangedragen, zoals hier door het WODC.
Maar er is nu de nieuwe Amerikaanse studie Community and the Crime Decline: The Causal Effect of Local Nonprofits on Violent Crime, die laat zien dat in de Verenigde Staten de daling van de geweldsmisdrijven in ieder geval voor een deel ook is toe te schrijven aan de toegenomen activiteit van nonprofit organisaties die op lokaal niveau werkzaam zijn.

Het gaat dan om organisaties die
  • zich specifiek richten op misdaadpreventie
  • werken aan buurtontwikkeling (denk aan wat wij opbouwwerk noemen)
  • zich bezig houden met drugsbestrijding
  • job training aanbieden en arbeidspotentieel vergroten (workforce development programs)
  • vrijetijds- en sociale activiteiten organiseren voor jongeren.
Kortom, om organisaties die proberen om lokaal een veilige, sociale omgeving proberen tot stand te brengen, waarin mensen elkaar kennen, waarin degenen die dat nodig hebben worden geholpen en waarin mogelijkheden bestaan om je vrije tijd zinvol en samen met anderen te besteden.

En ja, dat is natuurlijk eigenlijk "gewoon" de sociale omgeving zoals mensen die nodig hebben om zich tot verantwoordelijk en moreel persoon te kunnen ontwikkelen. Zeg maar een gemeenschapsomgeving. Die tegenwoordig niet meer als vanzelfsprekend aanwezig is, maar die je wel met inspanning (soms veel inspanning) en goede wil (soms veel goede wil) tot stand kunt brengen.

En die dus aanwijsbaar lagere criminaliteitscijfers tot gevolg heeft.
De onderzoekers plaatsen hun werk terecht in de theoretische traditie van het "systemische model van de gemeenschapsorganisatie" en van de sociale desorganisatietheorie, die tot het hart van de sociologie gerekend kunnen worden. Denk aan het werk van Robert J. Sampson (Mensen wonen in buurten! Nieuw boek van Robert Sampson).

dinsdag 31 oktober 2017

Kan het kapitalisme de democratie in stand houden?

De democratische nationale staat leek na de Tweede Wereldoorlog een verworvenheid die niet meer in gevaar zou komen.

Maar wat zich nu in de Verenigde Staten afspeelt, zet je aan het denken. Of zich daar de scheiding der machten, met name die tussen de uitvoerende en de rechterlijke macht, zal weten te handhaven, zal moeten blijken, misschien binnen een paar dagen.

Maar ook in Europa is het spannend. Zal de eurozone zich in democratische richting ontwikkelen? Zie Sekte-achtig beleid in de eurozone door een democratische tekort. Zal de democratie zich kunnen handhaven in de landen met opkomend rechts-extremisme? Hoe gaat het verder in Hongarije en in Polen?

De grote vraag lijkt te zijn of het economische systeem van het kapitalisme de democratie in stand kan houden. In 2011 noemde Kenneth Rogoff (Is Modern Capitalism Sustainable?) een rijtje van vijf problemen die het kapitalisme zou moeten oplossen om zich te kunnen handhaven: publieke goederen, ongelijkheid, gezondheidszorg, toekomstige generaties en het financiële stelsel. Het leek mij toen dat het handhaven van de democratie daar als zesde probleem aan moest worden toegevoegd: Het zesde probleem dat het kapitalisme moet oplossen: de democratie.

De ontwikkelingen sinds 2011 lijken dat inzicht alleen maar urgenter te hebben gemaakt.

Als we er even van uitgaan dat kapitalisme en democratie uiteindelijk verenigbaar met elkaar zullen blijken te zijn, wat zijn dan de grote gevaren die we het hoofd moeten bieden?

Wat zich aan mij opdringt, is dat het gaat om twee gevaren, die met elkaar samenhangen: dat van de ongelijkheid en dat van de media.

De sterk toegenomen ongelijkheid in de meeste kapitalistische landen heeft een reeks van negatieve gevolgen, die samen een zichzelf versterkend en onomkeerbaar proces in werking lijken te zetten. Waardoor een correctie via democratische weg sterk wordt bemoeilijkt en een opeenvolging van dictatoriale stelsels afgewisseld door revoluties waarschijnlijker wordt. Zie Loopt het kapitalisme op zijn laatste benen? Economische, maar ook sociaalwetenschappelijke inzichten.

Daarmee hangt het tweede probleem samen. Bij extreme ongelijkheid is de kans groot dat de rijke bovenlaag de democratie kaapt door zich meester te maken van de media. Democratie heeft media nodig die in dienst staan van de democratie. Een volk dat niet voldoende en onpartijdig geïnformeerd is, kan niet over zijn eigen lot beslissen. Maar als de media (ook de sociale media!) in de greep zijn van het grote geld, dan is er geen garantie dat aan die voorwaarde is voldaan. Lees nog eens In een democratie kun je de nieuwsvoorziening niet zomaar aan de markt, en dus aan het grote geld, overlaten en Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen.

Hoe zich dat de komende jaren (maanden?, weken?, dagen?) zal ontwikkelen, wie zal het zeggen?

maandag 30 oktober 2017

Over het verband tussen narcisme en rechts-extremisme

Rechts-extremisme en narcisme lijken allebei toe te nemen.

Dat rechts-extremisme toeneemt, is af te lezen aan verkiezingsuitslagen. Even aangenomen dat die niet gemanipuleerd zijn, wat in de Verenigde Staten misschien nog wel zal blijken het geval te zijn geweest. Update. En in het Verenigd Koninkrijk.

Dat narcisme is toegenomen lijkt op grond van sociaalwetenschappelijk onderzoek waarschijnlijk. Zie The Narcississm Epidemic.

Hoe zou het zitten met de samenhang tussen die twee trends?

Dat blijkt ervan af te hangen met welk aspect van rechts-extremisme je te maken hebt. Sympathie hebben voor rechts-extremistische opvattingen en politieke partijen hangt namelijk zowel samen met de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) als met Right-Wing Authoritarianism (RWA).

Als je hoog scoort op die Sociale Dominantie Oriëntatie, dan ben je gefascineerd door de gedachte dat de samenleving een statushiërarchie is van groepen en door de innerlijke behoefte om jezelf en je groepsgenoten (het eigen volk) aan de top daarvan te zien. Je bent het dan opvallend veel eens met
uitspraken als:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Hier kun je je eigen SDO-score te weten komen.
Met een hoge RWA-score wordt een net iets ander aspect van rechts-extremisme gevangen. Het gaat dan om het onderschrijven en aanhangen van traditionele normen en waarden, het je zelf daaraan onderwerpen en het opleggen ervan aan anderen, als het moet met geweld. Zie The Authoritarians van Bob Altemeyer. Je RWA-score is hoger als je het meer eens bent met uitspraken als:
  • Our country desperately needs a mighty leader who will do what has to be done to destroy the radical new ways and sinfulness that are ruining us.
  • The only way our country can get through the crisis ahead is to get back to our traditional values, put some tough leaders in power, and silence the troublemakers spreading bad ideas.
  • It is always better to trust the judgement of the proper authorities in government and religion than to listen to the noisy rabble-rousers in our society who are trying to create doubt in people's minds.
Hoewel SDO en RWA enigszins met elkaar samenhangen (ik zag een correlatie van .38 voorbijkomen), is er een duidelijk onderscheid. En dat komt aan het licht als je kijkt naar hoe beide met narcisme samenhangen.

De nieuwe studie On Self-Love and Outgroup Hate: Opposite Effects of Narcissism on Prejudice via Social Dominance Orientation and Right-Wing Authoritarianism, die werd uitgevoerd in Engeland, de Verenigde Staten en Polen, laat namelijk zien dat narcisme positief samenhangt met SDO, als je controleert voor RWA, maar zelfs negatief samenhangt met RWA, als je controleert voor SDO.

En dat valt eigenlijk wel te begrijpen. Een narcist ziet zichzelf natuurlijk aan de top van de statushiërarchie. Niemand kan hem (of haar) overtreffen. We zagen al dat zulks geldt voor de eigen groep ("Eigen volk eerst"), maar dat daarachter puur egoïsme schuilgaat ("Ik eerst"). Dat moet wel sterk samengaan met een hoge SDO-score. Anderen moeten zich onderwerpen aan degenen die boven hen staan en ik ben degene die helemaal bovenaan staat.

Maar dat gaat minder goed samen met die RWA-trek. Want die houdt in dat je je behoort te onderwerpen aan de traditionele normen en waarden en aan het gezag dat daaruit voortvloeit. Dat leidt weliswaar tot agressie tegenover anderen die rebelleren, maar houdt ook in dat je jezelf onderwerpt.

En dat laatste, dat is een stap die een narcist nooit zal zetten.

Ik dacht bij die narcist, met dus een hoge SDO-score, aan Geert Wilders. 

En bij die niet-narcist, maar wel met een (behoorlijk) hoge RWA-score, aan Sybrand Buma.

zondag 29 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - Richter, Kagan & Gutman play Shostakovich Piano Trio no. 2 - video 1984

Het Vrijdagse lunchpauzeconcert in TivoliVredenburg werd verzorgd door leerlingen van de European Chamber Music Academy. Het Trio Artio speelde het Tweede Pianotrio van Sjostakovitsj en het Helikon Kwartet het eerste Strijkkwartet van Beethoven.

Allebei indrukwekkende uitvoeringen. Sjostakovitsj schreef dat pianotrio in het voorjaar van 1944, nadat in januari van dat jaar de Duitse belegering van Leningrad was beëindigd. En nadat zijn boezemvriend Ivan Sollertinsky, aan wie de muziek is opgedragen, plotseling was overleden.

Het is schrijnende muziek, waar je, als dat fysiek mogelijk was, een half uur ademloos naar zou luisteren. Lees hier de fraaie beschrijving op de Hyperion-website, met frases als:
Shostakovich at his bleakest, savagely ironic, biting discords and obsessive repetition, an image of sustained destructive power, leaving the bleak landscape as empty as when we entered it.
Het contrast tussen de aard van de muziek en de jeugdigheid van de uitvoerenden drong zich op (Judith Fliedl, viool; Christine Roider, cello; Johanna Estermann, piano). Maar met wat een ernst en concentratie en intensiteit werd het gespeeld.

Maar hier is een wel heel Russische uitvoering. Door de grootheden Sviatoslav Richter, Oleg Kagan en Natalia Gutman. In het Poesjkin Museum in het kader van de December Nachten op 12 december van het jaar 1984.

Een paar maanden later zou Michail Gorbatsjov de overleden Konstantin Tsjernenko opvolgen als partijleider.



vrijdag 27 oktober 2017

Crowdfunding succesvoller bij beroep op pro-sociaal gedrag

De meeste mensen hebben een bereidheid om iets goeds te doen voor anderen. Om anderen bij te staan ook als je dat zelf iets kost of inspanning vraagt. Dat pro-sociale of gemeenschapsgedrag is onderdeel van ons gedragsrepertoire doordat mensen daar in het verre verleden gedurende de lange periode van de Paleo Sociale Omgeving op geselecteerd zijn.

In die omgeving, die van groepen jagers-verzamelaars die voor hun overleving sterk waren aangewezen op onderlinge samenwerking en delen van de beschikbare bronnen, werd van dag tot dag een groot beroep gedaan op ieders neiging tot dat soort gedrag. Je groeide erin op, zag het om je heen gebeuren en deed eraan mee als een vanzelfsprekendheid. Uiteraard waren er wel eens strubbelingen, maar die konden meestal collectief worden opgelost.

De sociale omgeving waarin mensen tegenwoordig opgroeien en hun dagen doorbrengen, wijkt daar natuurlijk behoorlijk vanaf. Zo vaak gebeurt het niet dat anderen een beroep doen op onze bereidheid om iets goeds te doen. Er is waarschijnlijk een grotere hulpbereidheid dan in werkelijkheid wordt aangeboord.

Ik moest daaraan denken toen ik de nieuwe studie Go pro bono: Prosocial language as a success factor in crowdfunding onder ogen kreeg.

De onderzoekers analyseerden een groot aantal projecten op het online crowdfunding platform Kickstarter op het percentage pro-sociale woorden dat in de beschrijving gebruikt werd. Update. De onderzoekers geven in een Appendix de gehele lijst van woorden. Enkele voorbeelden: altruistic, charity, civic, co-operative, collective, communal, compassion, donate, egalitarian, equality, fairness, generosity, etc.).

Hoe meer van zulke woorden, die er dus op wijzen dat je een goed doel dient als je deelneemt, hoe meer deelnemers een project wist te werven en hoe groter de kans dat het benodigde bedrag ook werkelijk binnengehaald werd.

Dit werd aangevuld met een experimenteel onderzoekje, waarin proefpersonen konden aangeven of ze een project zouden steunen of niet. Ook toen bleek dat de steun toenam als er meer een beroep werd gedaan op de neiging tot pro-sociaal gedrag.

Het zou best eens kunnen zijn dat we in een maatschappij leven waarin we te weinig worden uitgenodigd om anderen bij te staan en iets goeds te doen voor anderen.

dinsdag 24 oktober 2017

Trump en Hitler

Wat we met de regering Trump van dag tot dag in het nieuws meemaken, blijft verbijsteren. Zo verbijsterend dat vergelijkingen met de persoon Hitler en zijn bewind zich opdringen en niet langer taboe zijn. Zie bijvoorbeeld de uitstekende column van Charles M. Blow een tijdje terug in de New York Times: Trump Isn’t Hitler. But the Lying …

Van Hitler weten we dat liegen een essentieel onderdeel was van zijn politieke propaganda. Het beginsel daarvan was dat de grotere leugens, indien genoeg herhaald, eerder als waarheid geaccepteerd worden dan de kleinere.

De leugens van Trump doen aan dat beginsel denken. Zou Trump dan ook daardoor beïnvloed zijn?

Ja, dat blijkt het geval. Want Blow herinnert aan een publicatie in Vanity Fair uit 1990, waarin Trumps eerste vrouw aan haar advocaat vertelt dat Trump in die tijd de verzamelde toespraken van Hitler naast zijn bed had liggen. (Wat Trump ontkende.)

Ik zocht dat boek (My New Order. A Collection of Speeches by Adolf Hitler) even op en kwam te weten dat het al in 1941 in de Verenigde Staten verscheen. In 2016 werd het nog eens herdrukt en in de toelichting bij die uitgave op Amazon kom je deze passage tegen waarin Trumps toespraken met die van Hitler worden vergeleken:
My New Order has attracted the attention of the press with the rise of Donald Trump as candidate for President of the United States because his first wife Ivana Trump revealed that Donald Trump reads a book of Hitler’s collected speeches, My New Order, which he keeps in a cabinet by his bed. It can be seen that there are clear similarities between the speeches of Trump and the speeches of Hitler. Here are examples: They repeat themselves constantly, saying the same things over and over again. They never admit they have made a mistake nor do they ever take anything back. To any criticism, they respond by insults and name calling. They use a low form of language, with simple sentences even a person with the lowest level of education or with no education at all can understand. Studies have shown that Trump speaks at a 4th grade reading level. Most of the words he uses are only one syllable long. Researchers studying Trumps speaking style and searching for the reason it appeals to such a wide audience have found that most of the words Trump uses are only one syllable long. Almost all of the remaining works Trump uses are only two syllables long. Trump almost never uses a three syllable word except when he has to such as the word California.

zondag 22 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - Russlan And Ludmilla (Overture) / Orchestra Of Mariinsky Theatre

Een paar dagen geleden Mijn Russische Geschiedenis. De kunst van het koken in drie generaties vrouwen van Anya von Bremzen uitgelezen. Anaya von Bremzen (Moskou, 1963) emigreerde in 1974 samen met haar moeder naar de Verenigde Staten en brak daar een pianostudie aan de New Yorkse Juilliard School af om vervolgens "een van de meest getalenteerde food writers" (achterflap) te worden.

Dat boek gaat dus vooral over koken. En natuurlijk over de Russische geschiedenis. Mooi boek, nu in de ramsj verkrijgbaar. (Bij de recepten achterin heb ik eerlijk gezegd mijn twijfels). In de winkel van de Amsterdamse Hermitage zag ik gisteren de oorspronkelijke Engelse editie liggen.

Hoewel ze dus aanvankelijk pianiste wilde worden, komt er in het boek nauwelijks muziek voor. Als ik het me goed herinner, komt Sjostakovitsj een keer terloops langs.

Maar daar in de Hermitage, waar nu de Hollandse meesters uit Sint Petersburg zijn te bewonderen, was ik weer in mijn gedachten in Moskou en Sint Petersburg. En vanochtend zit er Russische muziek in mijn hoofd.

Dus we gaan even naar de vader van de Russische muziek, de componist Michail Glinka (1804-1857). Hier is de ouverture tot zijn opera Roeslan en Ljoedmila, waarvan de eerste versie op 9 december 1842 in het Mariinski Theater in Sint Petersburg in première ging.

Nu uitgevoerd door het Orkest van het Mariinksi Theater onder leiding van Valery Gergiev. Lekker tempo.



donderdag 19 oktober 2017

Eindelijk meer horeca, en dus ontmoetingsplekken, in de Utrechtse wijken?

De Utrechtse Internet Courant (DUIC) bericht over het Concept Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2017 dat door Wethouder Jeroen Kreijkamp van Economie en Financiën werd gepresenteerd.

Uiteraard is daarin aandacht voor de concentratie van de horeca in de binnenstad, waardoor daar de leefbaarheid voor bewoners in gevaar komt. Maar de tegenhanger daarvan is dat de wijken vaak alleen maar woonbuurten zijn. En juist daar zouden meer horecagelegenheden de belangrijke sociale functie van ontmoetingsplekken kunnen vervullen.

De gemeente ziet dat probleem en wil er wat aan doen. Dat betekent dat er in het Ontwikkelingskader een "Profiel Wijkhoreca" is toegevoegd. Daarover is te lezen:
Met dit profiel wordt de wijkfunctie versterkt. Utrechters kunnen in hun eigen wijk een hapje eten, in hoekpanden, losstaande panden of panden die grenzen aan andere retailpanden die geen woningen zijn, indien dit past bij de leefbaarheid in de omgeving. Buurtgenoten komen elkaar daar tegen. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de wijk. Voor ouderen kan een kopje koffie in de wijk reden zijn om er even uit te gaan. En een open, naar buiten-gerichte en gastvrije onderneming zorgt voor meer sociale controle en toezicht op straat.
Prima. Want we weten dat processen van schaalvergroting, ruimtelijke concentratie en functiescheiding (wonen - werken - winkelen) woonbuurten hebben gecreëerd zonder ontmoetingsplekken. En dat zou heel goed te maken kunnen hebben met de toename van eenzaamheid. Zie Steeds minder ontmoetingsplekken door schaalvergroting en ruimtelijke concentratie en De onvervulde behoefte aan ontmoetingsplekken en sociale contacten.

Hoe krijgen we meer horeca in de wijken? In dat Ontwikkelingskader lees je daarover:
Uit eten en drinken in de wijk is een trend die de afgelopen jaren sterk in opkomst is en dat ook de komende jaren zal zijn. De sociale functie die een horecagelegenheid in de wijk kan hebben, speelt daarbij een belangrijke rol. De relatie en verbondenheid met de bewoners in de wijk is dan ook van groot belang - het grootste gedeelte van de gasten komen dan ook uit de eigen wijk. Ook kan horeca de leegstand van andere retailpanden (detailhandel, diensten) tegen gaan.
Tegelijk heeft het vestigen van horeca in de wijken vaak veel voeten in de aarde, vooral als het om horeca D1 gaat. Deze horecacategorie biedt onbeperkte openingstijden en dat kan tot hinder leiden. Dit leidt bij de vergunningaanvraag voor nieuwe locaties tot veel discussie en vaak tot verhindering van de komst van een restaurant in de wijk. En dit terwijl er een algemeen besef is dat de nachtelijke openstelling voor restaurants niet of zelden voorkomen.
Anderzijds geldt voor de D2 horecacategorie de winkelsluitingstijd van 22.00. Dit betekent dat de gasten dan ook daadwerkelijk het horecapand moeten hebben verlaten. Vaak biedt dit de ondernemer net te weinig tijd om 's avonds nog een maaltijd te kunnen serveren. Voor de buurtfunctie en een goede bedrijfsvoering is dit wel gewenst.
Om tegemoet te komen aan zowel de bezwaren van wijkbewoners bij nieuwe D1 horecalocaties enerzijds en te vroege sluitingstijden van de daghoreca D2 anderzijds, is een nieuwe categorie D3 toegevoegd waarbij de horecagelegenheid tot 23.00 uur open kan blijven.  
Dat lijkt een prima en concrete stap in de goede richting.

Alleen, je vraagt je af, want zo ingewikkeld is die stap niet, had dit niet veel eerder kunnen worden bedacht?

Want dat voornemen om te zorgen voor meer horeca in de wijken, dat was er ook al in 2012. Toen schreef ik daarover het bericht Meer horeca, en dus ontmoetingsplekken, in de wijken - gemeente Utrecht.

Moest daar nu zo nodig vijf jaar over worden nagedacht?

woensdag 18 oktober 2017

Achter "Eigen volk eerst" gaat "Ik eerst" schuil - De Sociale Dominantie Oriëntatie en egoïsme gaan samen

Mensen met een hoge score op de Sociale Dominantie Oriëntatie (SDO) hebben sterk de neiging om de sociale wereld te zien als een statushiërarchie van groepen. In dat beeld behoren zij zelf tot de groep die bovenaan staat en dus superieur is aan alle anderen. Je SDO is hoger naarmate je het meer eens bent met uitspraken als:
  • Sommige groepen mensen zijn gewoon inferieur aan andere groepen
  • Het is oké als sommige groepen betere levenskansen hebben dan andere
  • Als bepaalde groepen meer hun plaats kenden, dan hadden we minder problemen
Je komt hogere scores op die SDO vooral tegen bij stemmers op rechts-extremistische partijen, zoals in Nederland bij PVV-stemmers. Zie PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Ongelijkheid verhoogt de Sociale Dominantie Oriëntatie en daarmee racisme, seksisme en anti-immigranten- en anti-uitkeringstrekkerssentiment.

De nieuwe studie More for Us or More for Me? Social Dominance as Parochial Egoism stelt de vraag aan de orde hoe je dat superioriteitsgevoel ten opzichte van de eigen groep (zoals "Eigen volk eerst") moet duiden. Gaat de neerbuigendheid en vijandigheid tegenover andere groepen juist samen met meer solidariteit en generositeit ten opzichte van leden van de eigen groep? Als dat zo zou zijn, dan kun je denken dat degenen met een hoge SDO even pro-sociaal zijn als anderen, maar dat bij hen die pro-socialiteit meer geconcentreerd is binnen de eigen groep.

Maar het zou ook kunnen zijn dat die SDO samengaat met een hoge individuele dominantie oriëntatie. Anders gezegd, binnen die eigen groep beschouwt iemand met een hoge SDO zichzelf als superieur aan anderen en is hij niet solidair maar integendeel egoïstisch. Het gaat dan dus om het willen overheersen, over andere groepen en over andere leden van de eigen groep. En het gaat om een algemene vijandigheidstrek, vijandig tegenover andere groepen en tegenover andere leden van de eigen groep.

Voor dat laatste zijn er al wel aanwijzingen. Want we weten al dat een hoge SDO-score samengaat met meer narcisme, Machiavellianisme en zelfverheffing en met minder empathie en altruïsme.

De resultaten van dit nieuwe onderzoek versterken deze aanwijzingen. In drie experimenten konden leden van een meerderheidsgroep (blanken in de V.S., Christenen in de V.S., Joden in Israël) keuzes maken tussen samenwerken met alleen leden van de eigen groep, met de eigen groep en met leden van de minderheidsgroep (zwarten in de V.S, Moslims in de V.S., Arabieren in Israël) en egoïstisch niet-samenwerken. Het ging steeds om keuzes in het kader van een zogenaamd meer-persoonsgevangendilemma. (Volg de link voor uitleg daarover.) Als de keuzes gemaakt waren, werd bij iedereen de SDO-test afgenomen.

Het bleek toen dat degenen met een hogere SDO-score zoals verwacht minder bereid waren om samen te werken met de minderheidsgroep. Dus inderdaad "Eigen volk eerst". Waren ze dan juist meer bereid om met de eigen groep samen te werken? Nee, dat bleek niet het geval. Met betrekking tot de eigen groep waren ze net zo egoïstisch of coöperatief als degenen met een lagere SDO. Update. Anders en misschien duidelijker gezegd: hun weerzin tegen samenwerking met leden van de minderheidsgroep werd niet gecompenseerd door hun grotere bereidheid om met leden van de eigen groep samen te werken.

Conclusie van de onderzoekers:
These findings shed new light on the claim that individuals higher in SDO view the world as a competitive jungle governed by “ruthless, amoral struggle for resources and power in which might is right and winning is everything” (Duckitt, Wagner, du Plessis, & Birum, 2002, p. 92). Specifically, they show that, at the intergroup level, these perceptions fuel ideological support of intergroup hierarchy, while at the intragroup level, they seem to fuel behavioral selfishness. The covariation of these ideological and behavioral tendencies gives rise to the pattern we labeled parochial egoism.