vrijdag 21 april 2017

George Lakoff over morele intuïties in de politiek en over Trump. En over de Dual-Mode theorie

George Lakoff, eminent onderzoeker op het gebied van taal en morele intuïties, wordt geïnterviewd naar aanleiding van het verschijnsel Trump. Zie Read our full conversation with George Lakoff on "your brain on Trump"

Lakoff schreef het boek Moral Politics, waarin hij uitlegt hoe de morele intuïties over het publieke domein tussen links (progressives) en rechts (conservatives) verschillen.

In dat interview komen die twee morele intuïtie-pakketten nader aan de orde. Hij omschrijft ze als enerzijds de moraliteit-van-de-strenge-vader, de conservatieve intuïties waar Trump zo goed op weet in te haken, en anderzijds de moraliteit-van-de-zorgzaamheid, de progressieve intuïties waarin de emoties van zorgzaamheid uitbreiding krijgen naar anderen dan de eigen familie en in de overheid hun uitwerking dienen te vinden.

Lees even mee met Lakoffs omschrijving van de moraliteit-van-de-strenge-vader:
The main thing is that this is a natural thing that this is how the world should be how it is. And if you look at history, you will see that the strict fathers win. And you can take a look at who wins, and they win because they're right. That morality and authority go together, that the strict father knows right from wrong. So that if you want to see who's better than who, you look at who beat who. And so you have religion won out, you have God above man and you have, we have conquered nature, you have man above nature. We can take anything we want for our use. You have the strong above the weak. We need a strong army, and so on. You have the rich above the poor, who deserve it, because they're disciplined. The employers above employees, because they're richer. The adults above children in 21 states. Teachers and coaches can beat children with sticks if they don't just obey them and if they ever talk back. You have Western culture above non-Western culture. We won out. You have America above other countries, men above women, whites above non-whites, Christians above non-Christians, straights above gays. That hierarchy follows from one idea, not a bunch of different ideas. It's strict father morality as applied to all aspects of life.
En met de omschrijving van de moraliteit-van-de-zorgzaamheid:
There is what is called nurturant morality. That is, you care about other people in a family. Adults care about their children, you know, are honest with them. They try to talk directly with them and they have an answer to all their questions. They take care of them, they want them to be fulfilled in life and they want them to care about other people. And that comes out as a progressive moral view, which goes like this: that citizens care about other citizens, work through the government to provide resources, public resources for everybody starting with business. You can't have a business if you don't have streets and roads and airports and sewers and, you know, science like computer science developed by the NSF and so on. All the current technology was developed and maintained by the government. And that isn't the government, it's the people, it's the public. The private depends on the public. And that's something that Republicans don't want to understand, that if you have strict father morality, then you did it all. It's personal responsibility. But the fact is that you didn't do it all, that you got a lot of it from the public.
 Hoe verhouden die twee intuïtie-pakketten zich tot elkaar? Lees daarover:
And one of the major things you have to know is that people are not just all one or the other. Most people are what I call bi-conceptual. Most conservatives have some progressive views about some things or other, most progressives have some conservative things about some things or other, perhaps business or whatever. And there are people who are both. In the brain, that means you have both moral systems mainly used for one thing but not the other. But they are what are called "mutually inhibitive." That is, the activation of one turns off the other.
Lees verder vooral dat hele interview. En natuurlijk dat boek, waarvan vorig jaar de derde druk is verschenen.

Ik lees dit alles met grote instemming. Dat ligt er natuurlijk aan dat deze gedachten sterk overeenkomen met wat ik de Dual-Mode theorie heb genoemd, waarin ik het gemeenschapspatroon onderscheidt van het statuscompetitiepatroon. Zie hier alle blogberichten tot nu toe achter dat label. De moraliteit-van-de-strenge-vader overlapt sterk met het statuscompetitiepatroon en de moraliteit-van-de-zorgzaamheid met het gemeenschapspatroon.

In het bericht Het Hitler-bewind sociaalwetenschappelijk bekeken. En over de Dual-Mode theorie omschreef ik die theorie als bestaande uit de volgende twee stellingen:
Stelling 1. In hun sociale gedrag (d.i. gedrag ten opzichte van anderen) zijn er twee bundels van gedragspatronen die mensen vaak onbewust en ongepland uitvoeren of gaan uitvoeren: het statuscompetitiepatroon en het gemeenschapspatroon.
Stelling 2. Mensen worden bij het aanleren en uitvoeren van deze gedragspatronen sterk beïnvloed door de mate waarin ze met het ene dan wel het andere gedragspatroon in hun sociale omgeving in aanraking komen. (Speltheoretisch gezien gaat het om frequentie-afhankelijke strategieën.)
Bij Lakoff gaat het er vooral om hoe progressieven en conservatieven in de politiek met elkaar communiceren. Of er maar beperkt in slagen om dat te doen.

Volg hier een prachtig college van Lakoff uit 2005: George Lakoff: Moral Politics. En zie hier een recent interview met hem over Trump: George Lakoff on Trump's moral challenge to liberals.
Update. Zie ook het bericht Morele intuïties in het persoonlijke en onpersoonlijke domein.

dinsdag 18 april 2017

Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen

De Verenigde Staten hebben met Donald Trump een president aan de macht die om verschillende redenen voor dat ambt ongeschikt is. In ieder geval een van die redenen is dat hij meestal niet weet waarover hij praat. Hij voerde campagne met een eenvoudig wereldbeeld, door Matthew Yglesias (Donald Trump’s big problem is he doesn’t know what he’s talking about) omschreven als
Trump’s basic worldview, as articulated on the campaign trail, was that all the major dilemmas of American public policy had easy solutions. The reason the problems had not been solved already was that America’s political leaders were too stupid, too corrupt, or too “politically correct” to solve them.
This is a reasonably widespread view of things among the mass public, but as Trump has been discovering since taking office, it’s not true.
Nu hij in de positie terecht is gekomen waarin hij niet kan volstaan met praten en tweeten, ontdekt hij dat de wereld anders en ingewikkelder in elkaar zit. Yglesias noemt drie in het oog springende voorbeelden van zulke ontdekkingen:
Als hij wat minder onsympathiek was geweest, zou je de naïviteit, die maakt dat hij meestal het standpunt inneemt van zijn laatste gesprekspartner, nog wel ontwapenend kunnen vinden.

Maar hoe dan ook, het is natuurlijk verbijsterend dat iemand die zo overduidelijk van niets weet door kiezers in het zadel kan worden gehesen.

Toch is dat verschijnsel niet uniek. Want ook in Europa, en dus ook in Nederland, hebben we leiders aan de macht die slecht geïnformeerd zijn over hoe je op een economische crisis moet reageren en over hoe je een muntunie moet organiseren. Vandaar dat ik verzuchtte dat we in Europa een sekte aan de macht hebben: Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af.

En in Groot-Brittannië hebben slecht geïnformeerde kiezers een regering aan de macht gebracht die met Brexit een beleid uitvoert dat niet kan waarmaken wat de Brexiteers beloofden en dat slecht voor het land zal uitpakken.

Als je bedenkt dat slecht geïnformeerde leiders zijn gekozen door slecht geïnformeerde kiezers, dan vraag je je af hoe het komt dat kiezers zo slecht geïnformeerd zijn.

En dan kom je onvermijdelijk terecht bij de rol van de media. Wat zich dan wel erg opdringt, is dat die hun werk slecht doen. De Brits-Amerikaanse journalist Harold Evans heeft het daarover in het interview dat vorige week verscheen: ‘Slechte journalisten hebben Trump groot gemaakt’:
Harold Evans wil op een warme lentemiddag praten over de beroerde staat van zijn vak. Slechte journalistiek, zegt hij, heeft Donald Trump groot gemaakt. Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. „It stinks. De Angelsaksische journalistiek is gecorrumpeerd door geld en machtshonger. De pers dient een politiek doel, of het commerciële belang van de eigenaren. Het publieke belang is ondergeschikt gemaakt. Ik heb het zelf zien veranderen. Ik ben geen journalist geworden om rijk te worden.”
In dezelfde richting beklaagt de Engelse macro-econoom Simon Wren-Lewis zich al langer over de Britse media, de tabloids en de BBC. Hier lees je de laatste aflevering: When journalism becomes propaganda.

En, o ja, lees vooral ook Jesse Frederik over de "de alternatieve werkelijkheid waarin Nederlandse politici en journalisten zijn terechtgekomen" waarin Jeroen Dijsselbloem als de redder (in plaats van als de slager) van Griekenland wordt beschouwd: Als je nog steeds denkt dat Jeroen Dijsselbloem Griekenland heeft geholpen, lees dan dit.

Nu is het klagen over de media van alle tijden, maar misschien is er nu toch meer aan de hand. Want het is onderdeel van de neoliberale golf waarin we zijn terechtgekomen om te denken dat je de media kunt overlaten aan de commercie. De markt is overal goed voor en zal er dus ook wel voor zorgen dat de burgers goed worden geïnformeerd over het publieke domein.

Dat is een ernstige misvatting. Media overlaten aan de markt heeft in feite betekend dat de mediamagnaten het heft in handen hebben genomen. En die hebben hun eigen belangen.

En zijn zo machtig geworden dat ze niet alleen de berichtgeving en de politieke commentaren naar hun hand zetten, maar ook rechtstreeks de politici beïnvloeden.

En nog los daarvan, heeft de commercialisering van de media in de hand gewerkt dat er een omvangrijke amusementsindustrie kon ontstaan. Een bijkomend effect daarvan is dat de indruk wordt gewekt dat het ook helemaal niet nodig is om je goed te informeren. Wat weer de ruimte creëerde voor de populist die gemakkelijke oplossingen aandraagt en die de verpersoonlijking is van dat amusement en van de alternatieve feiten.

Aanwijzingen voor de invloed van amusementstelevisie op populistisch stemgedrag komen naar voren uit onderzoek waarover hier gerapporteerd wordt: People who watch entertainment TV are more likely to vote for populist politicians.
Update. Slechte geïnformeerdheid verhoogt niet alleen de kans op slecht geïnformeerde leiders maar meer in het algemeen ook de kans op sociale zeepbellen. Zie Sociale zeepbellen in economie en politiek.

maandag 17 april 2017

Naast gehechtheid aan personen is er natuurlijk ook de gehechtheid aan plekken - Over je thuis voelen en nostalgie

In ons sociale verkeer speelt vertrouwdheid een grote rol. Na de geboorte hechten we ons aan vertrouwde zorgverleners. Met als andere kant van de medaille dat we een angst voor vreemden kunnen ontwikkelen, vooral als gezinnen meer sociaal geïsoleerd zijn.

Die gehechtheid aan vertrouwde anderen lijkt de uitkomst van een evolutionair proces dat ons er toe heeft aangezet om onzekerheid en risico te vermijden. Als er anderen zijn die ons goedgezind zijn, dan is het "verstandig" om die contacten in stand te houden en om nabijheid van die anderen te waarderen. Vandaar onze positieve gevoelens van gehechtheid en vertrouwdheid en negatieve gevoelens van eenzaamheid en van afgewezen zijn.

Dat mechanisme van waardering voor het vertrouwde en ongemak bij het onbekende lijkt in de evolutie al te zijn ontstaan op het moment dat organismen in staat waren zich voort te bewegen. Zodra je je kunt voortbewegen, dus bij het ontstaan van de eerste dieren, heb je te maken met de uitdaging uit te vinden waar je je het beste kunt bevinden.

En omdat je je altijd ergens bevindt, al was het maar de plek waar je leven begint, is er dus onvermijdelijk ook de grens tussen de plek die je kent en die je vertrouwd is (geworden) en alle andere plekken, die onbekend zijn en dus risico's in zich dragen. Het kan elders beter zijn, maar ook slechter.

Er is aanleiding om te denken dat de plek waar je geboren bent een goede plek is. Dat is zo doordat je moeder die plek heeft uitgekozen en op dat keuzeproces is in het verleden ook weer geselecteerd. Denk aan Bernd Heinrichs Huiswaarts. Het wonderbaarlijke instinct van trekvogels en andere dieren.

Dat doet vermoeden dat mensen niet alleen een hechting aan personen kennen, maar ook een hechting aan plekken. En onderzoek naar place attachment bevestigt dat.

In die lijn van onderzoek is er nu de studie Place Attachment Enhances Psychological Need Satisfaction.

Uit eerder onderzoek is al gebleken dat hechting aan plekken psychologisch functioneert op een manier die vergelijkbaar is met hechting aan personen. Al was het maar in de zin dat nabijheid tot de plek waaraan je gehecht bent net zo je welbevinden vergroot als nabijheid tot de personen waaraan je gehecht bent.

In deze nieuwe studie gaat het om de vraag of dat positieve effect op welbevinden ook al optreedt als je je alleen maar voorstelt om op die gehechtheidsplek aanwezig te zijn.

Proefpersonen werd gevraagd om zich een plek voor te stellen waaraan ze zich gehecht voelden. Dat gebeurde met omschrijvingen als "Deze plek is een deel van wie ik ben", "Op deze plek voel ik mij het gelukkigst", "Op deze plek heb ik een gevoel van thuis zijn" en "Op deze plek wil ik blijven".

In vergelijking met andere proefpersonen die zich een neutrale plek hadden voorgesteld, bleek dat het zich een gehechtheidsplek voorstellen tot hogere scores leidden op aspecten van welbevinden.

Het lijkt een verklaring te verschaffen voor het verschijnsel van de nostalgie, dat we kennen omdat we in een maatschappij leven met een grote mate van mobiliteit. Denk even aan Over de sociale nadelen van vaak verhuizen, in het bijzonder ook voor kinderen en Leidt het vaak verhuisd zijn tot sociale vluchtigheid?

zondag 16 april 2017

Zondagochtendmuziek - Bach, Matthäus-Passion BWV 244. Herreweghe

De documentaire De Matthäus Missie van Reinbert de Leeuw van Cherry Duyns is fascinerend. Volg de link en scroll naar beneden voor de prachtige verfilming van de prachtige uitvoering. Die nu nog te zien is, hoewel dat volgens de begeleidende tekst maar tot 13 april het geval zou zijn.

Maar laten we ook eens gaan luisteren en kijken naar deze prachtige uitvoering van de Matthäus Passie door Collegium Vocale Gent onder leiding van Philippe Herreweghe.

Een aardig inzicht in wat die muziek en een uitvoering als deze bij mensen teweeg kan brengen, krijg je als je een aantal van de reacties leest. Neem:
  • In our "modern" times people hardly have the patience to listen for longer the 10 minutes to anything except themselves. It all about the selfie. Uncle Bach would not like our world. Too fast too furious. We want it all yesterday.
  • i must have been listening to this for a 100 times now and it´s still growing on me. i cry nearly every time though i´m not religious..what is it about this piece?? herreweghe and crew bringing it to perfection - This may be my favourite youtube video of all time.
  • Herreweghe is by far the best interpretor of Bach in my opinion. Whether it's the Mattheuspassion or a mass or cantatas, Herreweghe always manages to conduct in a way that it feels like you're listening to Bach conducting himself. It's like he feels what Bach felt when he composed this and every other (master)piece. For me, Bach's music is the only music ever written that can make me feel the closest I can get to God, like I'm not on Earth for a while. Transcedental is definitely the right description of his music. Herreweghe surprises me with every single performance of Bach's music, which is the only music in which I can express my personal feelings. My deepest gratitude goes to these two men, for me the most genious people that ever lived, an unseparable duo.
  • The conductor looks like Einstein and Beethoven rolled into one person.
En negeer de onzin die je ook tegenkomt.

vrijdag 14 april 2017

Hoe fundamenteel sociaal zijn wij? Over interpersonele autonome synchronie

Mensen zijn fundamenteel sociaal. In de zin dat de spontane activiteit in onze hersenen in een toestand van rust, ons er op voorbereidt om snel de bedoelingen van andere mensen te begrijpen. De spontane activiteit in het zogenaamde default- (terugval-)netwerk van onze hersenen als we geen prikkels van buiten krijgen, "zorgt er voor" dat we voorbereid zijn (geprimed zijn) op een intentionele houding tegenover mensen. Dat is de uitkomst van de studie The Default Mode of Human Brain Function Primes the Intentional Stance (pdf).
Zo begon het bericht Hoe fundamenteel sociaal zijn wij? van al weer meer dan een jaar geleden. Nu kreeg ik de studie Interpersonal Autonomic Physiology: A Systematic Review of the Literature onder ogen, die verslag doet van een review van onderzoek naar interpersonele fysiologische synchronie.

Het is een uitgebreide studie die ik hier niet volledig kan samenvatten, al was het maar doordat ik maar beperkt op de vereiste deskundigheid kan terugvallen. Maar ik maak er hier wel melding van omdat het fascinerende lectuur is. En omdat het een ander aspect betreft van hoe fundamenteel sociaal wij zijn dan waar het in dat vorige bericht over ging.

Ultrakort samengevat gaat het om onderzoek dat er op wijst dat de werking van ons autonome zenuwstelsel er toe neigt om synchroon te gaan lopen met dat van anderen, vooral met anderen die ons vertrouwd zijn. Dat autonome zenuwstelsel bestaat uit het sympathische systeem dat ons activeert als dat nodig lijkt (fight or flight) en het parasympathische systeem dat gericht is op rust en herstel (rest and digest). Die twee systemen zijn op elkaar afgestemd en maken het ons mogelijk om, meestal adequaat, te anticiperen en te reageren op uitdagingen zonder dat we daar bewust bij hoeven na te denken.

Veel onderzoek laat dus zien dat de werking van dat autonome zenuwstelsel, gemeten aan maten als hartslag, hartslagvariabiliteit, ademhaling, huidweerstand en huidtemperatuur, synchroon gaat lopen met die van anderen die in onze nabijheid zijn. En naar het lijkt meer met die van vertrouwden dan met (nog) vreemden.

En die mate van synchronie lijkt weer samen te hangen met onderlinge empathie en wederzijds vertrouwen. Dat wil zeggen, onderzoek naar die synchronie tussen therapeut en cliënt, tussen echtparen, tussen ouders en kind en tussen teamgenoten lijkt daar op te wijzen. Waarschijnlijk kun je die synchronie beschouwen als het fysiologische substraat van hechtingsprocessen.

En er lijkt een verband te zijn met de omstandigheid dat wij maar beperkt in staat zijn om onze emoties individueel goed te reguleren. Denk aan Verbondenheid met anderen beschermt tegen zwakke emotionele zelf-regulering en We verbeteren onze emotionele zelfregulering door anderen in hun zelfregulering bij te staan.

Want bij dat autonome zenuwstelsel gaat het natuurlijk over onze emoties. En als we dus die synchronie met anderen ontberen, dan zijn we voor het handhaven van ons emotionele evenwicht geheel op onszelf teruggeworpen.

En dat leert weer veel over waarom we sociaal isolement snel als een gevoel van eenzaamheid en als stressvol ervaren. Update. En het doet vermoedens rijzen over wat de vluchtigheid van sociale relaties voor ons betekent. Zie Over de uitdagingen van de sociale vluchtigheid.

In dat verband kwam ik via de referenties terecht op de interessante studie Relationships as Regulators van Tiffany Field. Daarover misschien een andere keer. Hier al vast de Abstract:
This paper reviews the Hofer (1984, 1996) and Field (1985, 1994) models on relationships as regulators, suggesting that relationships regulate optimal stimulation and thereby modulate arousal levels and attenuate stress. In these models, the behavioral, physiological and biochemical rhythms of individuals become synchronized within close relationships like mother-infant and peer relationships both in human and animal species, and they become more coordinated over time, with some potentially remaining stable, much like zeitgebers. Hofer supports his model by data on infant rat separation stress and Field describes “psychobiological attunement” between human infants and their mothers and between young peers. This review revisits the “relationships as regulators” model, summarizing studies on relationships between non-depressed versus depressed mothers and their infants, between infant, preschool and preadolescent friends versus acquaintances and between happily versus unhappily married couples. Although some behavioral and physiological data support Hofer’s and Field’s “relationships as regulators” model, many studies on relationships have focused instead on the effects of separation or loss. Both Hofer and Field suggest that the real question is “what was there about the relationship that was then missing after the loss?” Future research could address the question of potential mediators and underlying mechanisms for relationships becoming regulators. Potential mediators are explored here including mirror neurons, affective priming, imitation and empathy. The individuals’ rhythms and the attraction to others’ rhythms as regulators may be an epigenetic programming phenomenon, suggesting both genetic and early experience effects that endure across development.

woensdag 12 april 2017

Does the past teach lessons? - Het project 50 years

Kunstenaar Stefan Cammeraat vroeg voor zijn project '50 years' een archivaris, een kunstenaar, een historicus en een socioloog om een werk achter te laten in een door hem ontworpen tijdcapsule. Die capsules zijn gedurende deze maand te bezichtigen in de Exbunker in het Wilhelminapark te Utrecht. Zie hier voor de openingstijden. En zie hier voor mijn vorige bericht over dit project: Wat stuur je in een tijdcapsule naar 2067?

De tijdscapsules blijven gesloten en zullen na de expositie worden opgeslagen en pas in 2067 worden geopend. Je ziet ze opgesteld op de foto die ik vorige week zaterdag bij de opening maakte.



Ik kreeg van Stefan de vraag of ik in mijn hoedanigheid van socioloog een werk zou willen achterlaten. Dat bevindt zich in de tweede capsule van achteren. Met daarop de plaquette met als tekst:
Henk de Vos sociologist - Does the past teach lessons? About personal growth, politics, science and the meaningful life  2017  -  2067. 
Die zie je, met wat goede wil, op deze foto:


De andere drie gasten zijn
  • James Beckett, kunstenaar, met als titel: Capsule interior
  • Charels Jeurgens, hoogleraar Archief Studies, met als titel: Alternative Memories: a sliver of a sliver of a sliver of my passed past
  • Leonard Rutgers, historicus van religie en archeoloog, met als titel: Hopefully familiar
Leonard Rutgers heeft in het Financieel Dagblad een column aan het project gewijd. Zie Wat is over 50 jaar nog interessant?

maandag 10 april 2017

Pesten is een vorm van statuscompetitie - Nieuwe aanwijzingen

Pesten blijkt twee maal zoveel voor te komen op scholen die leeftijdshomogeen groeperen dan op scholen met leeftijdsgemengde groepen. Zie Pesten moet je niet door leraren laten oplossen. Doe aan leeftijdsmenging.

Een mogelijke verklaring daarvoor is dat er in die onnatuurlijke groep van leeftijdsgenoten gemakkelijker statuscompetitie optreedt. Het gaat er dan al gauw om wie populair is en wie een loser is op wie je kunt neerkijken. En pesten is dan een gedrag in die strijd om populariteit en status.

Maar klopt dat laatste wel? Ja, we zagen al dat de kinderen die meer pesten, ook meer de doelen van de statuscompetitie nastreven: zelfbewust en slimmer dan anderen willen overkomen, indruk op anderen willen maken en door anderen gerespecteerd en bewonderd willen worden. Zie Pesten hoort bij statuscompetitie. Wil je pesten terugdringen, doe dan iets aan de statuscompetitie.

Er is nu het nieuwe onderzoek Popularity: Does it magnify associations between popularity prioritization and the bullying and defending behavior of early adolescent boys and girls? dat in dezelfde richting wijst.

De onderzoekers stelden van 191 leerlingen van 10-14 jaar van twee Australische scholen niet alleen vast hoe populair ze waren (in de ogen van medeleerlingen), maar ook hoe sterk ze populariteit nastreefden (ook in de ogen van medeleerlingen).

Dat laatste deden ze met 10 vignetten van situaties waarin je steeds populariteit moet afwegen tegen een ander doel, bijvoorbeeld vriendschap. Hier drie voorbeelden van zulke vignetten (overgenomen van Developmental Changes in the Priority of Perceived Status in Childhood and Adolescence):
The child arranges to get together with his or her best friend, then a popular same-sex peer invites the child to get together with him or her instead. Will the child change his or her plans to go out with the popular peer or go out with his or her best friend instead?
The child is in the school cafeteria sitting with a group of popular same-sex peers. An unpopular same-sex peer walks by the table and trips and drops his or her tray of food all over the floor. The popular peers laugh at the unpopular peer. Will the child join in the laughter or help the unpopular peer clean up what he or she dropped?
In the classroom, students are pairing up to work on a project. The child has the choice between working with someone who is popular but not a good student, and another peer who is not popular but is a good student. Which one will the child choose?
Uit het onderzoek blijkt dan dat de meer populaire leerlingen vaker pesten dan de minder populaire. Dat suggereert dat pesten een van de middelen is om populair te worden of om populair te blijven.

Is het dan ook zo dat degenen die het belangrijker vinden om populair te zijn, die meer naar populariteit streven, ook vaker pesten dan degenen die dat minder belangrijk vinden?

Ja, maar dat zie je pas als je kijkt naar hoe populariteit en populariteitsstreven in samenhang hun effect hebben. Het blijkt namelijk dat het effect alleen optreedt bij de populaire jongens en bij de weinig populaire meisjes. In de Figuur zie je de verbanden afgebeeld. Op de horizontale as staat het onderscheid tussen laag- en hoog populariteitsstreven en op de verticale as hoe vaak iemand pest.



Dat lijkt er dus op dat pesten voor populaire jongens een middel is om hun populariteit te behouden. Dat kan er ook mee samenhangen dat, zoals uit ander onderzoek blijkt, de populariteit, en dus de statushiërarchie, onder jongens weinig stabiel is, minder dan bij meisjes. Populaire jongens kunnen dus niet op hun lauweren rusten. Anders gezegd, de statuscompetitie is altijd manifest. Nog anders gezegd, pesten moet je blijven doen.

Kennelijk ligt dat anders bij meisjes. Daar zijn het daardoor de weinig populaire meisjes die door te pesten proberen hoger op te komen in de stabiele populariteitshiërarchie. De populaire meisjes hebben pesten niet meer nodig.

zondag 9 april 2017

Zondagochtendmuziek - De Materie de Louis Andriessen @ Teatro Argentino de La Plata

Donderdagavond was er in de grote zaal van TivoliVredenburg de uitvoering van De materie van Louis Andriessen door het ASKO/Schönberg Ensemble m.m.n studenten van het Koninklijk Conservatorium i.s.m. het Ensemble Academie onder leiding van Reinbert de Leeuw. Dat stuk dateert uit 1989 en Elmer Schönberger schrijft erover:
'Materie' als filosofisch begrip en als marxistisch, artistiek en natuurwetenschappelijk begrip inspireerde de componist in de jaren 1984-1988 tot vier muzikale essays, die, naar is gebleken, in compositorisch en inhoudelijk opzicht verschillend genoeg zijn om een avond lang de muzikale spanning vast te houden, maar die tegelijkertijd voldoende constanten bevatten om als eenheid ervaren te worden. Deze constanten liggen vooral op het gebied van de muzikale stijl en de dramaturgie. De muzikale stijl is een synthese van uitersten op alle niveaus van Andriessens componeren: van ratio versus instinct, constructivisme versus spontaniteit, leerstelligheid versus entertainment, concertzaal versus theater.
Ik vond het een synthese van zoveel, niet alleen van al die uitersten, maar ook van ontelbaar veel instrumenten, dat ik me ging afvragen of dit nog wel een synthese was. Het was bovenal "heel veel". En dan constateer je bij jezelf een zekere hang naar eenvoud en soberheid.

Maar een groots en enerverend werk mag je het wel noemen. Hier is een Argentijnse uitvoering van augustus vorig jaar. Met meer theatrale elementen dan die uitvoering van donderdagavond. En daardoor onderhoudender.

vrijdag 7 april 2017

Over Godsgeloof, gerechtigheid, de dood, de oerzonde en de rechtvaardige wereld - Een biologische antropologie van de Bijbel (18)

In het Oerboek van de mens waren we, in hoofdstuk 14, aanbeland bij
een hybride God, een mix van de oude, bestraffende en wraakzuchtige, God en de nieuwe God bij wie je altijd terecht kunt en die zijn armen om je heen slaat.
Zie het vorige bericht in deze reeks: Was de nieuwe God van "de Heer is mijn herder" het antwoord op de individualisering? - Een biologische antropologie van de Bijbel (17).

Dat hybride karakter zou wel eens de verklaring kunnen zijn voor de toen groeiende populariteit van deze God. Je kon voor allerlei behoeften bij hem terecht. Hij verschafte verklaringen voor rampspoeden, maar was ook de altijd aanwezige metgezel als oplossing voor het collectieve probleem van de individualisering en het individuele probleem van eenzaamheid.

Maar daarmee was niet alles opgelost. Want terwijl in de jagers-verzamelaarssamenlevingen de morele intuïties van rechtvaardigheid en wederkerigheid als vanzelfsprekend in de dagelijkse praktijk van het samenleven tot uitdrukking kwamen, stuitte dat in de landbouwsamenlevingen op grote problemen.

Dat is het thema van het boek Job, waarin het gaat over het vanuit een rechtvaardigheidsgezichtspunt onverklaarbare lijden dat Job moet ondergaan. Als dat ook het werk van God is, en van de enige God, hoe kunnen we ons dan bij dat lijden neerleggen, het aanvaarden, en tegelijk in God geloven?

Op die vraag moesten antwoorden worden gevonden. Die zoektocht kon ertoe leiden dat er in de hemelse hofhouding een Satan werd bedacht, waar God zich door liet uitdagen om Jobs Godsgeloof op de proef te stellen.

Maar ook andere oplossingen dienden zich aan. Misschien was het zo dat God de gerechtigheid en wederkerigheid uitsmeerde over vele generaties. Denk aan:
Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
Tegenslag in het heden zou dus moeten worden opgevat als boetedoening voor wandaden ergens in een vorige generatie begaan.

Maar dat strookte natuurlijk niet zo goed met het beeld van God als metgezel en beschermer van ieder individu afzonderlijk. Volgens dat beeld zou ieder individu gedurende het leven gerechtigheid mogen verwachten. Een verwachting die vaak niet bewaarheid werd.
De kwaden worden niet bestraft, de goeden niet beloond. Job klaagt: "Waarom leven goddelozen lang, tot in hun ouderdom welvarend en gezond?
Het lijkt alsof dit nijpende probleem de aanleiding vormde tot de ontdekking van het hiernamaals. Als er immers na dit leven nog een vervolg was, dan kon je er nog op hopen dat de gerechtigheid gedurende dat vervolg zou worden hersteld. Daardoor wordt de dood in het Nieuwe testament een "hot item":
Al dat gissen naar wat er op de dood volgt, al die pogingen om te schilderen hoe hemel en hel eruit kunnen zien, wijzen maar in één richting: geen enkel hiernamaalsconcept weet echt te overtuigen. Het zijn allemaal hersenspinsels om de idee van een rechtvaardige God af te stemmen op de onloochenbare ongerechtigheid op aarde. Geen van die visies op het hiernamaals is overtuigend voor onze intuïties. Je moet erin geloven. En wanneer we iets moeten geloven, rijst er altijd twijfel.
Misschien is het daardoor dat er zich nog een laatste oplossing aandiende. Die bestond eruit om elke tegenslag en rampspoed op te vatten als een aanwijzing voor een in het verleden begane zonde. Ook als die niet publiekelijk bekend was, dan moest hij wel gepleegd zijn. Want als de rampspoed niet werd rechtgezet
kon dat maar één ding betekenen: de mens had zijn ongeluk verdiend. Dan moest hij wel een zondaar zijn, ook al was hij zich van geen misstap bewust. Een verschrikkelijke gedachte - maar wel een die in het christendom opgang zou maken. Met de uitvinding van de oerzonde, met de gedachte dat door de misstap van Adam en Eva in het paradijs ieder mens vanaf zijn geboorte een zondaar was, kon alle onrecht in de wereld bij voorbaat worden gerechtvaardigd.
Die oplossing is een vast onderdeel van het menselijk denken geworden. In de sociale wetenschappen komen we hem tegen als de just-world hypothesis. Mensen hebben de neiging om te denken dat de wereld behoorlijk rechtvaardig in elkaar zit. Als het met iemand niet goed gaat, welnu, dan zal hij het er wel naar gemaakt hebben.

Daarmee kun je verklaren dat mensen neerkijken op armoedzaaiers en uitkeringstrekkers en zelfs vluchtelingen en immigranten.

En het is een deel van de verklaring voor het gegeven dat een eenmaal ontstane ongelijkheid zichzelf in standhoudt en versterkt. Zie Perceptions of Low-Status Workers and the Maintenance of the Social Class Status Quo. En eerder het bericht Is toenemende ongelijkheid een onomkeerbaar proces?

donderdag 6 april 2017

Het neo-liberalisme als eigenaardige en pijnlijke onderbreking van de ontwikkeling van de verzorgingsstaat

James Montier, die we kennen van Geloof niet in de mythe van de gezonde overheidsfinanciën! De overheidsbegroting hoort functioneel te zijn, en Philip Pilkington laten helder en goed geïnformeerd zien waarin onze huidige economische problemen hun oorsprong vinden. Zie The Deep Causes of Secular Stagnation and the Rise of Populism.

Die problemen bestaan eruit dat de economische groei stagneert, dat de inflatie te laag is, ja, dat deflatie dreigt, dat er te weinig wordt geïnvesteerd, dat de productiviteit nauwelijks groeit, dat de inkomens- en vermogensongelijkheid toenemen en dat de werkzekerheid sterk verminderd is. Die problemen hebben algehele bestaansonzekerheid tot gevolg, die op zijn beurt het populisme heeft voortgebracht. Denk ook aan De lokale verzorgingsstaat: bestaanszekerheid in het geding?

Montier en Pilkington laten overtuigend zien dat deze economische problemen, samen te vatten als seculiere stagnatie,  niet een of andere verborgen, exogene oorzaak hebben, maar het gevolg zijn van beleidsveranderingen waar bewust en openlijk voor is gekozen. Dat is gebeurd in de 70-er jaren van de vorig eeuw en het "broken system of governance" dat daaruit is voortgekomen, is bekend geworden als het neoliberalisme.

Het gaat om de volgende vier beleidsveranderingen:
  1. het inruilen van volledige werkgelegenheid als beleidsdoelstelling voor een inflatiedoelstelling (er ware terug te denken aan Wim Duisenberg, de eerste president van de ECB, maar oorspronkelijk leerling van Keynesiaan Jan Pen, die zelfverzekerd verklaarde dat de ECB alleen en uitsluitend op de inflatie zou letten, omdat "academische studies" zouden hebben aangetoond dat zulks superieur was)
  2. het ruim baan geven aan globalisering, dus het wegnemen van handelsbelemmeringen en vooral ook belemmeringen op kapitaalsstromen
  3. het verschuiven van de focus van bedrijven van herinvestering en groei naar maximalisering van aandeelhouderswaarde
  4. het flexibiliseren en liberaliseren van de arbeidsmarkt en het terugdringen van de rol van vakbonden.
Veranderingen die aantoonbaar de problemen hebben veroorzaakt waar we nu mee te maken hebben. Lees Montier en Pilkington voor het hele verhaal. En voor de empirische weerleggingen van de economische veronderstellingen waarop dat luchtkasteel van het neoliberalisme is gebouwd.

En laat tot je doordringen dat een en ander het populisme heeft voortgebracht, waarvan we ons nu afvragen tot welke rampen dat nog zal leiden. Ik citeer even een paragraaf:
Neoliberalism: A project spelled D.I.S.A.S.T.E.R.
Neoliberalism is a political and economic project that literally could not be worse for either politics or economics. The policies that it prescribes are deeply unpopular and dysfunctional. Citizens reel at their loss of jobs, stability, and incomes while the economy tips into instability and stagnation. It is also a project that benefits the few at the expense of the many. It results not only in a spoiled class of high income individuals, but also a class of detached technocrats. This detachment allows them to pursue their misguided policies that throw the economy into chaos... all the while drawing comfort from economic theories that conflict with reality.
Populism is a response to neoliberalism. It has taken 40 years for the true effects of neoliberalism to become clear. But now that they are clear they are dramatic. Most developed economies have been hollowed out and are now empty shells of what they used to be. They run enormous trade deficits and they make less and less of the goods that people actually consume. Meanwhile, all they produce are jobless workers and unsatisfied citizens. It is obvious that at some point the neoliberal consensus had to break as newcomers to the political scene offered to solve these problems while the political establishment just offered more of the same.
Wat te doen? Montier en Pilkington pleiten, kort samengevat, voor een Baan Garantie Programma met een gegarandeerd minimumloon als vloer, voor overheidsinvesteringen gericht op importsubstitutie waar dat kansrijk is, voor een herwaardering van lange termijngroei als beleid van ondernemingen en van meer gelijkheid van inkomen en macht op de arbeidsmarkt.

Kort samengevat: de opbouw en doorontwikkeling van de verzorgingsstaat die na de Tweede Wereldoorlog een aanvang nam, is pijnlijk onderbroken door die eigenaardige sociale zeepbel van het neoliberalisme. Het is de hoogste tijd om de draad weer op te pakken.

zondag 2 april 2017

Zondagochtendconcert - Lutosławski: Konzert für Orchester ∙ hr-Sinfonieorchester ∙ Edward Gardner

Vrijdagavond werden we door kleindochter Femke, die een week stage liep bij de Stichting Omroep Muziek, meegenomen naar het concert van het Radio Filharmonisch orkest in TivoliVredenburg. En daar stond na de pauze het Concert voor orkest van Witold Lutoslawski (1913-1994) op het programma, gedirigeerd door de Poolse dirigent Krzystof Urbánski.

En dat is wel een enerverend werk. Ik bedacht dat ik het nog ergens op CD moest hebben. En ik vond hem: de Philipsuitgave van 1964, door het Symfonie Orkest van de Nationale Philharmonie Warschau onder leiding van Witold Rowicki.

Er is misschien iets voor te zeggen om het door een Pool te laten dirigeren. Urbánski deed het uit zijn hoofd en leek het werk door en door te kennen. En er van te houden.

Maar hier is toch ook een mooie uitvoering door het hr-Sinfonieorchester onder leiding van Edward Gardner, vanuit de Alte Oper Frankfurt op 25 september 2015.