woensdag 3 mei 2017

De mistroostige wereld waarin de gezonden niet meebetalen aan de zieken en de rijken niet aan de armen

De Republikeinse Afgevaardigde van de staat Alabama, Mo Brooks, licht zijn afkeer van Obamacare toe met te verklaren dat je van gezonde mensen niet mag eisen dat ze meebetalen aan de kosten van medische behandeling van zieke mensen. Zie Republican Blurts Out That Sick People Don’t Deserve Affordable Care van Jonathan Chait.

Want volgens hem, en volgens het overheersende denken in zijn partij, is ziek of gezond zijn iets wat jezelf in de hand hebt. Als je de moeite neemt om gezond te leven, zul je niet ziek worden. En als je die moeite niet neemt, dan moet je zelf voor de gevolgen en dus voor de kosten opdraaien.

Het is een gedachte die al langer rondzingt in de kringen van de Amerikaanse conservatieven. Chait verwijst naar een citaat van een van hen, de libertariër John MacKey, waaruit tevens de link naar voren komt met het neo-liberalisme en de ideologie van de kleine overheid:
Rather than increase government spending and control, we need to address the root causes of poor health. This begins with the realization that every American adult is responsible for his or her own health.
Mensen die die verantwoordelijkheid niet nemen, moeten niet hun hand willen ophouden en vragen dat anderen, via belastingen en premies, aan de gevolgen daarvan meebetalen.

Amerika is inderdaad uitzonderlijk, in de zin dat dit sentiment er al langer heerst en meer dan in de meeste andere landen. (Maar in Duitsland kom je het tegen als de vaak door Schäuble aangehaalde wijsheid dat iedereen zijn eigen stoepje moet schoonhouden.)

John Kenneth Galbraith omschreef het als het concurrentiemodel van het publieke domein en de rol van de overheid daarin. In het bericht De anti-overheidsideologie door de geschiedenis heen: aan de hand van John Kenneth Galbraith haalde ik dit citaat uit 1952 aan:
Een hedendaagse verhandeling over de Amerikaanse economie concludeert dat de overheid door de progressieve inkomstenbelasting weloverwogen "zijn meest succesvolle burgers van zijn voortbrengselen berooft en ze toedeelt aan degenen met minder succes; op die manier bestraft de overheid de vlijt, de zuinigheid, de kundigheid en de efficiëntie en ondersteunt hij de luiheid, de verkwisting, de incompetentie en de inefficiëntie. Door de zuinigen te beroven, vernietigt de overheid de bron van het kapitaal, onderdrukt hij investeringen en het scheppen van banen en remt hij de industriële vooruitgang....".
En merk op dat George Lakoff dat model omschrijft als de moraliteit-van-de-strenge vader.

Met als tegenstelling de moraliteit-van-de-zorgzaamheid, die er juist van uitgaat dat wij ook in het publieke domein een verantwoordelijkheid voor elkaar hebben, die in de democratische overheid een uitingsvorm hoort te vinden.

Uit onderzoek blijkt dat die moraliteit-van-de-zorgzaamheid over het algemeen (gelukkig) de meeste aanhang heeft, zoals naar voren komend in de vorm van steun voor de verzorgingsstaat. Zie mijn Essay De lokale verzorgingsstaat: bestaanszekerheid in het geding?

Dat dat concurrentiemodel toch zo vaak de kop op steekt, zou te maken kunnen hebben met de intuïtie van de rechtvaardige wereld, de just-world hypothesis.

Die intuïtie is een overblijfsel van de jagers-verzamelaarssamenleving, waarin de hang naar rechtvaardigheid en wederkerigheid als vanzelfsprekend in de dagelijkse praktijk van het samenleven tot uitdrukking kon komen.

In de hedendaagse samenleving kan hij er echter toe leiden dat we individuele tegenslag, zoals ziekte, maar al te gauw zien als een aanwijzing voor in het verleden begane zonde. In die "maatschappijvisie" is ongeluk, net als geluk, altijd verdiend. Want de wereld is immers rechtvaardig.

Vandaar dat die Amerikaanse conservatieven er zoveel moeite mee hebben om de gezonden voor de zieken te laten betalen en de rijken voor de armen. De gezonden hebben hun gezondheid immers verdiend. En de rijken hun rijkdom.

Wat een mistroostige wereld komt daaruit naar voren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen